zaterdag 23 mei 2015

Dictee zaterdag 23 mei 2015 (1): dictee Utrechts Studentendictee 2015 [645]

Dictee - dictees [645]

Utrechts Studentendictee 2015
[Geen geannoteerd dictee beschikbaar]

Een culturele reis over de wereld

Evenals indertijd Willem Barentsz via Nova Zembla de Noordoostelijke Doorvaart trachtte te vinden, vertrekken wij met de schier onmogelijke opdracht om via een alleszins dubieuze route Japan te bereiken.

Zo’n kunststukje werd tussen 1852 en 1854 verricht door een Russische diplomatieke missie met het fregat Pallada, waarover een lethargische Rus een excellent reisverslag heeft geschreven.

Thans verwijlen wij in contemporaine tijden, met een andere rol voor driemasters dan wel de Barentszzee, waarin anders gereisd en soms nodeloos ge-sms’t en ge-e-maild wordt en het beeld de taal genadeloos dreigt te attaqueren.

Onze oude Citroën met z’n hydropneumatische vering bracht ons naar de Franse provincie, waar in een opportunistisch dagblad een waarlijk houellebecqiaans meesterwerk van lokale makelij werd gesignaleerd.

Na de Sint-Bernhardpas begeleidde een fiasco wijn ons tot ver in de Apulische landouwen, waar kalkstenen trulli als paddenstoelen uit de grond rezen.

Onfortuinlijk genoeg kregen wij te stellen met motorisch ongerief. Aanvankelijk meenden we dat het manco door een lekkende carburateur werd veroorzaakt, maar bij nader inzien bleek de vermaledijde, in het chassis opgehangen veercilinder de boosdoener. 'Dat wordt te Brindisi embarkeren,' riep ik.

Schrijdend langs de coulissen van de Griekse historie stelden we vast dat tweeënhalve maand na haar verkiezingsoverwinning Syriza nog niet onder Europa’s financiële dictaat was uitgekomen.

Hoewel we beiden nog langer peripatetisch hadden willen wandelen, verscheen plotseling het Topkapipaleis aan de horizon, waar een Algerijnse dichteres ons met een monalisaglimlach attendeerde op de hofminiatuurschilders die ooit de precieuze zestiende-eeuwse manuscripten verluchtten.

Van daar belandden we in het oude Perzië, waar de hoofse liefde menigeen het "wreed martyrium tussen de murmelende waterbeken" aandeed, althans volgens de even geniale als misantropische dichter Leopold.

In India wachtte ons het blinkend visioen van de Taj Mahal. De queue die zich voor het mausoleum had gevormd, dijde echter gestaag uit en zette ons ertoe aan om ons elders te gaan vermeien.

Hoe onze reis te besluiten? Zouden wij de Cambodjaanse Khmer essayistisch willen exploreren of eerder het Thaise James Bondeiland op zijn erotische merites onderzoeken?


Zo ver weg miste ik ineens Duitsland, waar recentelijk Günther Grass naar onbekende haven was weggezeild. Zijn werk valt eerder surrealistisch-grotesk dan kafka-achtig uit en speelt zich voornamelijk af in de oude Hanzestad Danzig.

Daar doemde ons eindstation Japan op, land van de Hollandse factorij, maar ook van een bij de bookmakers vaak genoemde Nobelprijskandidaat.

Deze zoon van een boeddhistische priester schreef onder meer het idiosyncratische 'De opwindvogelkronieken'. Sommige recensenten verafgoden hem, andere menen nochtans dat hij zich er met een
jantje-van-leiden van afmaakt.

Ten slotte kwamen de geëxalteerde begoochelingen van mijn reisgenoot, waarin hecatomben van Azteekse koningen, colonnes van offerslaven en sjamanistische recitaties elkaar afwisselden, tot bedaren in lieflijke zentuinen.