zondag 28 februari 2016

Dictee zondag 28 feb 2016 (1): dictee Dictee Dendermonde 2016 [867]

Dictee - dictees [867]

Het Nederlands, quo vadis?

Het Nederlands is een mooie taal. We blijven met aplomb stellen dat je er in alle omstandigheden uiterst genuanceerd en consciëntieus mee aan de slag kunt. Dat is belangrijk, want taal is het vehikel van onze gedachten en vooralsnog de beste manier om eloquent te communiceren.

Hoewel, in Noord en Zuid wordt onze taal continu geweld aangedaan. Het Vlaams, excuus het Belgisch-Nederlands, zou volgens de filologen van dienst anders mogen klinken dan het Nederlands-Nederlands. Dit zou betekenen dat het Noorden het echte Nederlands spreekt, terwijl wij Vlamingen een variant gebruiken. Zotteklap, het gaat niet per se om caoutchouc of hachee.

Commerçant, délégué, mitraillette, ervanonder muizen, plattekaas, spaghettiavond, vijfdagenweek, zagemeel en zonneslag zijn specimens van Belgisch-Nederlandse termen die beschaafd sprekende Vlamingen heden ten dage vlot in de mond nemen en die gepromoveerd zijn tot goedgekeurde standaardtalige termen of uitdrukkingen.

Natuurlijk bestaan er ook Noord- en Zuid-Nederlandse tussentalen en dialecten. Naar verluidt verliezen dialecten hun authenticiteit. De chattaal en de sms-taal zijn geschreven taalvariëteiten geworden. Is het niet frappant dat in Vlaanderen zowat alle tv-programma's worden ondertiteld, zelfs passages in het VRT-journaal? Is het nieuwsnederlands (volgens de auteurs: Nieuwsnederlands, alleen in Vlaanderen zo bekend) het ideaal? Mag een niet-moedertaalspreker anders klinken?

Er is uiteraard de standaardtaal, die we het Nederlands noemen en die iedereen zou moeten beheersen. Met zijn allen gaan we ertegenaan! Maar voor vele sceptici begint de standaardtaalverdediging erg naar fetisjisme te neigen.

Moeten we ons zorgen maken over de bedreiging van het Standaardnederlands door tussentaal, Verkavelingsvlaams of jongerennederlands (volgens de auteurs: jongeren-Nederlands, staat inderdaad op de website van Onze Taal, maar dat is geen bron voor dictees ...)? Zijn we nu op weg naar ieder zijn eigen Nederlands? Is de taal niet langer wat we allemaal gemeenschappelijk hebben, maar de optelling van ieders hoogstpersoonlijke taalgebruik? Willen we dat het Nederlands een taal is van vierentwintig miljoen individuen of van één groep gelijkgestemden? Dat beslissen doen we tenslotte allemaal tezamen. Of iedereen apart.

Onthoud wat de hoofdredacteur van De Standaard gezegd heeft, namelijk: "Wie zijn taal niet op orde heeft, is onbetrouwbaar."

[Vergelijk GB p. 112: steenkolenengels, schoolfrans.]



zondag 21 februari 2016

Dictee zondag 21 feb 2016 (1): dictee Evaluatie dictee Voorthuizen 2016 [866]

Dictee - dictees [866]

Evaluatie Dictee Voorthuizen
Tekst: zie een vorige blog!

Waar vind je dat nog, een kleine 200 deelnemers aan een dictee? Jazeker, in de gereformeerde kerk van Voorthuizen. De sfeer was geweldig, hapje, drankje, loterij, etc. Als dan ook het verhaal over Zambia een prima verhaal is, denk je voor, tijdens en na het voorlezen: dit is het echt!

Maar helaas zaten er – alleen in dicteetechnische zin – te veel addertjes onder het gras. Ik voelde die bui al hangen, toen ik tijdens de pauze op de jurytafel in de kerk de officiële tekst vond. Daar schrok ik echt van. Overigens was er ook vooraf al een vuiltje: in het ons toegestuurde dicteereglement was sprake van GB en VD 2005. Dat is natuurlijk een zwaktebod, als er in 2015 net een nieuw GB en een nieuwe VD verschenen is. Ik heb overigens tevoren per e-mail daarop geattendeerd, maar daar taal noch teken op vernomen. In dat reglement stond ook dat alle getallen in letters moesten worden geschreven (zie verderop) …

De auteur zal erg haar best hebben gedaan, maar 1) 'geë-maild' zou naast 'ge-e-maild' ook goed zijn (lariekoek), 2) naast het duidelijk voorgelezen 'uit-en-te-na' zou 'uit-en-ter-na' ook goed zijn (maar niet bij dictees), 3) duidelijk werd 'tompoezen' [z] voorgelezen, dan is 'tompoucen' [s] bij dictees niet goed, 4) zie voor 'sinterklaas' vs. 'Sinterklaas' – een echte fout in het dictee – verderop, 5) raar dat naast 'goedgeïnformeerd', de enig juiste schrijfwijze in GB, ook 'goed geïnformeerd' werd goed gerekend (als de schrijfwijze vaststaat maakt het niet uit hoe iets voorgelezen wordt bij dictees) en 6) hand- en spandiensten was apert fout, dat moet hand-en-spandiensten zijn!

Ook de enthousiaste burgemeester-voorlezer heeft luid en duidelijk zijn best gedaan. Toch waren ook daar wel een paar kleinigheidjes mis: 1) in de titel was er mogelijk verwarring over 'na' of 'naar'. De jury heeft – prima! – na afloop gezegd dat het 'na' moest zijn, 2) in de titel werd heel duidelijk 'Zambia's', voorgelezen (bezittelijk voornaamwoord), terwijl dat 'Zambiaans' (bijvoeglijk naamwoord) moest zijn. Dat werd pas bij de nabespreking gezegd, maar beide vormen zijn goed gerekend, 3) het woord 'pince-neztjes' werd onjuist voorgelezen. Ook dat is na afloop door de jury rechtgezet.

Ook de invaljury heeft goed zijn best gedaan. Ik betwijfel alleen of frequent gebruik van woorden als 'morfeem' bij de gemiddelde deelnemer voor echte duidelijkheid zal hebben gezorgd.

Ten slotte de mij aangerekende 4 'fouten', die in werkelijkheid niet helemaal of helemaal niet fouten waren. Oordeel zelf!

1. Ik wist op een gegeven moment niet meer zeker of getallen in letters of in cijfers moesten. Dus maar gevraagd aan de voorlezer. Die keek natuurlijk naar de jury en deze kwam in actie. Ik had op mijn blaadje al 'dertig' staan. Was nu maar gezegd: dat had u moeten weten, dan wel (zie boven): alle getallen moeten in cijfers, dan had ik dat laten staan. Er kwam echter een wazig antwoord: wij hanteren de 'schrijfconventies' en wat die zijn, zult u bij de bespreking wel horen. Welke conventies zouden dat nu weer zijn en waar kan ik die vinden (in ieder geval niet in de mij toegezonden versie van de reglementen), dacht ik? Achteraf lijkt het erop, dat men in Jan Renkema's Spellingwijzer heeft geshopt. De details laat ik weg. Duidelijk was dat de invaljuryvoorzitter niet op de hoogte was van de aan de deelnemers toegezonden reglementen. Enfin, nu ik weer uitstekend hoorde, had ik zelfs tijd om de al gepasseerde zinnen nog even door te nemen. Verder geen problemen (allemaal sowieso goed in letters), maar bij 'dertig' twijfelde ik. Dus dat tussen haakjes gezet met '30' in cijfers erboven. Mooi fout gerekend dus en deze fout schrijf ik dan toch (een beetje) op het conto van de jury.

2. De jury had 'voor sinterklaas spelen'. Dat is pertinent fout; het moet 'voor Sinterklaas spelen' zijn. GB 2015 : Sinterklaas = Sint-Nicolaas en sinterklaas = iemand die voor Sinterklaas (sic!) speelt. Dat was natuurlijk al voldoende, maar VD 2015 zegt ook nog: voor Sinterklaas (bij dat lemma) spelen = royaal geschenken uitdelen. Conclusie: je kunt alleen maar (hulp)sinterklaas zijn en voor (de échte) Sinterklaas spelen.

3. Volgens de tekst waren 'vlijtige liesjes koekjes aan het bakken'. Mijn probleem was, dat een vlijtig liesje (meervoud: vlijtige liesjes) in de woordenboeken alleen maar een plantje is en niets anders (dus niet: 'een ijverig meisje' of zo). In mijn gedachtekronkel heb ik toen voor 'vlijtige Liesjes' gekozen. Dat is niet zo handig, want al die baksters zullen vast niet allemaal 'Liesje' geheten hebben, maar ja, ik vermoedde een valkuil. Overigens sluit ik niet uit, dat je met een dichterlijke vrijheid toch de uitdrukking 'vlijtige liesjes' figuurlijk voor ijverige meisjes zou kunnen gebruiken. In mijn beleving zouden er dan echter op zijn minst toch aanhalingstekens ('vlijtige liesjes') omheen moeten staan. Opmerking: met 'brave hendrik' had je dat probleem niet gehad: dat is in de woordenboeken zowel een plant (VD 2005) als persoon: iemand die nooit kattenkwaad uithaalt. Toevoeging (grappig): in mijn oefendictee 270 komt voor de zin Het vlijtige Liesje plukte een vlijtig liesje.

4. In het dictee kwam 'vol-au-vents' voor. De uitleg van de jury daarbij klopte niet. Het is niet bladerdeeg, maar (VD 2015) een pasteitje van bladerdeeg! In het Nederlands moet je voor het meervoud de eind-s wel uitspreken, dus het fout rekenen van het enkelvoud (ik geef wel toe dat het meervoud in de context logischer was), blijft toch een beetje dubieus (omdat de vereiste eind-s niet werd uitgesproken).


zaterdag 20 februari 2016

Dictee zaterdag 20 feb 2016 (3): dictee Kampen 2016 [865]

Dictee - dictees [865]

Dictee Kampen 2016 (auteur: Leo Schelhaas)

Digitale dimensies

1. De digitale wereldrevolutie beïnvloedt de global village met haar automatische informatieoverdracht [afkorting] m.b.v. micro-elektronica zozeer dat noch capabelen door force majeure, noch imcompetenten door laag-bij-de-grondsheid noch culpabelen met hun computercriminaliteit de portee ervan beseffen.

2. Zo is het anno Domini 2016 niet imaginair dat door ongelimiteerd opdrijven van het immateriële potentieel van de bestaande virtual reality, [afkorting] d.w.z. door ICT-singulariteit (ict), zelfs bollebozen en genieën van ICT'ers (ict) die artificiële superintelligentie met haar blitse inventies niet langer nog kunnen bijbenen.

3. Veel users van social media als Facebook en Twitter zijn door selfienarcisme en -exhibitionisme gepreoccupeerd, met asociale bijeffecten als: [cijfers] 24 uurstreiterijen, seksuele chantage, uitwassen zoals sexting en grooming, doodsbedreiging, kindsoldaatrekrutering, zelfs toe-eigening van grafzerkteksten.

4. De internetoplichtingspraktijken met [letters] honderdduizenden slachtoffers worden zo geraffineerd uitgevoerd met inzet van fijnmazige netten van naïeve en kwezelachtige katvangers als malafide saboteurs van opsporingspogingen, dat zíj [2 tekens mag ook] hangen, de werkelijke daders aan arrestatie ontsnappen.

5. Bovendien worden bankconto's door phishing via e-mail of internet, skimming middels het praktisch al stereotiepe kopiëren van pincodes, en card- of cashtrapping door pinpas of geld manipulatief te onderscheppen bij en in de geldautomaat, dientengevolge stiekempjes leeggeroofd of -getrokken.

6. Even vilein opereert het Rijk, dat notoire snelheidsduivels met kafkaëske of kafka-achtige 'ndranghetatactieken, flitspalen, laserguns, trajectcontroles alom monitort, bij een delict van wel [cijfers] 4 [symbool] km te hard erbij lapt en jaarlijks zo'n [cijfers] 10.000.000 (10 miljoen) [afkorting] zgn. wegpiraten beboet in een [afkorting] m.i. abjecte salamistrategie.

7. Disproportioneel is ook het nagenoeg ongericht aftappen van telefoons met NB approbatie van de Tweede Kamer om terreuracties en het inzetten van thermografische scans voor een effectieve controle op wie wel en wie niet energiebesparend bezig is, om milieuerosie te voorkomen.

8. Deze revolutie versjteert niet alles, een wake-upcall is eyeopener voor zaken als digitale tv, nieuwssites, tekstverwerking, powerpointpresentaties (PowerPointpresentaties), telefonie, fotografie, muziek, medische apparatuur et cetera.


Dictee zaterdag 20 feb 2015 (2): dictee Ter Aar 2016 [864]

Dictee - dictees [864]

Groot Dictee Ter Aar 2016

[Een uitleg bij het dictee is op verzoek verkrijgbaar]

Heden, woensdag zeventien februari tweeduizend zestien … (auteur: Rein Leentfaar)

1. Heden verscheen voor mij, notaris Kroes van het ook in Alphen aan den Rijn opererende notariskantoor Maatschap Kroes en Partners, eertijds kandidaat-notaris, de dictee-elite van Ter Aar en weidse omstreken, teneinde hun vermogen te testen om deze spellingbee met reine rijmelarijen en stereotypische taalspielereien als foutloos parcours af te leggen.

2. Massa's akteverzamelingen passeren mij. Ik verlijd aktes van onroerende zaken (o.z.); men zij verdacht op ozb, de onroerendezaakbelasting. Zo-even verleed ik een akte over een villaatje in het oostzuidoosten dat bijna cadeau gedaan werd aan die niet zo chique chichi madam met haar figuurlijke pitbullterriër, een klerevent, een klerenkast.

3. Gegoochel met gegoogel leerde u: anno Domini najaar tweeduizend vijftien voerden wij een onloochenbare actie, waarbij via een loterij een B&B-arrangement te winnen was, nadat leverings- en hypotheekakte passé waren. De klant is koning, geldt ook voor de notariële clientèle. Tarifering is vrij (btw incluis), maar ook dienst na verkoop is een zwaarwegende, epochemachende factor in cliëntenbinding.

4. Ook in familierecht zijn wij kei- en beregoed, van langstlevendentestament tot huwelijksvermogensrechtelijke estateplanning, en we deinzen ammenooitniet terug voor breinbrekers bij echtscheidingszaken, waarbij beide ex-eega's, zo veel mogelijk tevredengesteld, antikemphanengedrag zouden moeten vertonen. De huisaanschafkosten bij elke authentieke akte – in originali, in minuut verleden – moeten op onze derdenrekening worden gestort.

5. Notaris worden? Word vooralsnog stagiair op ons bediendekantoor, haal je hbo-bachelor en ga jus studeren aan de RUL, de Rijksuniversiteit Leiden. En wordt u vooral primus inter pares (eerste onder uws gelijken), grijp de kans om oioër te worden en promovendus in spe; mooi toch: met jouw prof notarieel recht en de pedel – die van 'hora est' – op een selfie?

6. [Specialisten(on)zin]
Een queueënde crowd – niet de Wijzen uit het Oosten – met onder anderen Indochinezen, Sri Lankanen en vroegere
Opper-Volta-inwoners trok vanuit de Oriënt naar het rijke Westen (Ter Aar). Het gezelschap bestond gelukkig niet uit bolita- of bolletjesslikkers met ecstasypillen (afgekort: xtc-pillen), ook wel bekendstaand als MDMA – methyleendioxymethylamfetamine – en meowmeow, de designerdrug mephedrone.



Dictee zaterdag 20 feb 2016 (1): dictee Groot Dictee van Voorthuizen 2016 [863]

Dictee - dictees [863]

Groot Dictee van Voorthuizen (auteur: Liesbeth Vos-van Rijn)

Zambiaans avontuur na Voorthuizer zwoegen

1. Zambia, ten tijde van de roerige zestiger jaren van de vorige eeuw nog Noord-Rhodesië genaamd, is een land in Afrika dat grenst aan Congo-Kinshasa en nog zeven andere landen en staatkundig in vele districten onderverdeeld is, verspreid over diverse geografische regio's.

2. De officiële taal werd reeds na de belle époque Engels, daarnaast worden er door de overheid op grond van de aantallen eerste- en tweedetaalsprekers zeven semiofficiële talen erkend met grote verschillen tussen de verspreidingsgraden van de diverse talen.

3. Volgens de onlangs nog geüpdatete versie gaat vanuit Voorthuizen een groep van bijna dertig jongeren in de zomer twee lerarenhuizen bouwen ten behoeve van de multi-etnische samenleving van dit Afrikaanse land.

4. Men zocht ter financiering een mecenas en vond deze aanvankelijk in een muziekinstituut dat in een enigszins jeroenboschachtige omgeving met veel joie de vivre jump-'n-jivemuziek uit de veertiger jaren ten gehore brengt en koste wat het kost wil voorkomen dat de luisterende dames en heren van goeden huize in Morpheus' armen zakken.

5. Ook waren er eerder al soms enigszins malicieuze contacten tussen het impresariaat van een groot gospelkoor en organisaties in West-Europa, er werd uit-en-te-na ge-e-maild en de berichten werden telkenmale ge-cc'd aan collega's van comités in 's-Hertogenbosch en een klein Noord-Hollands dorp die ook geïnteresseerd waren in een optreden van het koor.

6. Nadat dit alles echter op een deceptie was uitgelopen, is er naar verluidt binnen de stuurgroep nog wel flink gesteggeld over de vele andere ideeën om de reis te kunnen betalen, met als uiteindelijk resultaat dat er rookworsten zijn verkocht, dat een klussendienst actief is geweest en dat 'vlijtige liesjes' het bakken van tompoezen
[niet: tompoucen, dat spreek je met een s uit] en vol-au-vents volstrekt au sérieux is genomen, want niemand speelde zomaar voor Sinterklaas (!).

7. De klussendienst bestond louter uit geenszins gestreste hobbyisten en heeft bij mensen thuis allerlei hand-en-spandiensten kunnen verlenen zoals het met een spuitapparaat meniën van staalconstructies, het leggen van laminaat in kinder- en tienerkamers en het met grote knowhow inspecteren van zeer geavanceerde
micro-elektronica.

8. Gelukkig was men dus niet meer afhankelijk van matig geïnteresseerde miljonairs die uiteraard wel over ruime financiële middelen beschikken, van handige zakenjongens die met veel flux de bouche programma's aan elkaar praten voor Françaises met gepiercete tongetjes en van goedgeïnformeerde goochemerds die zich graag overal mee bemoeien.

9. Het geld zal er wel komen en alle hier in de kerk aanwezige schrijvers van deze absurdistische zinnen die zo ijverig met of zonder on-Nederlandse pince-neztjes op hun neusjes zich in het zweet huns aanschijns overleveren aan de grillen van een zich voor geen enkele zin generende lector, worden bij dezen hartelijk bedankt voor de geweldige linguïstische inspanningen die zij zich getroost hebben!

woensdag 17 februari 2016

Dictee woensdag 17 feb 2016 (1): dictee Groot Woerdens Dictee 2016 [862]

Dictee - dictees [862]

Het Groot Woerdens Dictee 2016

(Geen titel, auteur: Maja Becking-van Leeuwen)

1. Bij de gedemarqueerde Air France-incheckbalie ontmoetten ze elkaar, de Paraguayaanse linksback, die geëxcelleerd had in een minutieus uitgevoerd penalty'tje, en de Faeröerse klaveciniste, die ondanks een machiavellistisch getinte
goed-is-niet-goed-genoegopleiding niet verder dan twee mediaoptredens, drie frustrerende parttimebaantjes en een halvefinaleplaats in een concours was gekomen.


2. Terwijl zij, gestrest vanwege de onverantwoorde geluidssterkte van zijn blikken muziekkeuze, een whatsappje (WhatsAppje) naar haar pro-Deo-impresario stuurde, botsten zij onvermijdelijk tegen elkaar.

3. In zijn middelbareschoolfrans prevelde hij semibeleefde excuses, maar gebiologeerd door haar élégance loodste hij haar naar rustiger vaarwater, waar zij met plotselinge flux de paroles vertelde over de prestigieuze masterclass in Frans-Guyana, waar ze dankzij particuliere en bedrijfssubsidie naartoe kon vliegen, vastbesloten de gerekwireerde muzikale standaardprecisie te leveren.

4. De Zuid-Amerikaan, inmiddels twee tot drie miljoen waard, gewend aan een isgelijkteken tussen talent en geld en aan erop los leven – dat lipizzanerpaard was een van zijn laatste acquisities – ontwaarde van binnenuit gêne over zijn rijk-zijn en suggereerde een time-out.

5. Zo, met een door earlgreythee geaccompagneerd gebakstel vol appetijtelijke petitfourtjes die voor twee derde werden gesavoureerd, werden haar duizend-en-een besognes weggebonjourd, en voorbijziend aan bigbrotherachtige beveiligingscamera's stuitten beiden op onvermoede levenskunst bij de ander.

6. Op de dichtstbijzijnde twee-en-een-halfzitter, gedesignd in art-decostijl, filosofeert de Bussumer emeritus predikant vanuit zijn basale kennis van het Mattheusevangelie dat één talent toentertijd zesduizend drachmen representeerde, wat echter gelogenstraft lijkt door IT'loze calculaties na een archeologische vondst van een gekapseisd schip uit de late ijzertijd.

7. Ontplooiing van zijn talenknobbel daarentegen is zijn passie, al moet hij na het Oudgrieks pootaan spelen met Zwitserduits, voor Nederlandssprekenden toch een vorm van gutturaal hordelopen.

8. Zijn zanikende lagerugpijn terzijde schuivend kijkt hij of zijn boardingpass nog intact is, en zich opvijzelend met het plan zich omwille van het ophanden zijnde diaconale gemeenteoverleg onverwijld te storten in een volksuniversiteitscursus Fries, grinnikt hij: "Ziehier mijn zoveelste poging"; levenstalent is tenslotte geen terrein dat je met palissades omheint.



woensdag 10 februari 2016

Dictee woensdag 10 feb 2016 (1): dictee Groot Amersfoorts Dictee 2016 [861]

Dictee - dictees [861]

Groot Amersfoorts Dictee 2016

Natuur in de keistad (auteur: Nynke Geertsma)

1. Hoewel de indruk bij sommige criticasters leeft dat steden in het hiernumaals steeds kolossaler en betonrijker worden ten koste van al wat groeit en bloeit, zijn er geheid nog legio natuurlijke wowmomenten (wauwmomenten) te ervaren binnen en buiten onze vijftiende-eeuwse stadspoorten; niet alleen in achenebbisje achterafjes, maar ook vlak bij drukbezochte straten, pleinen, singels en wat dies meer zij.

2. Het hoeft niet per se je pakkie-an te zijn, maar je moet het natuurlijk wel wíllen (kennelijk met nadruk) zien; als je je in een chique deux-pièces met diep decolleté of in een quasicomfortabele onesie opsluit in een tuktuk of in een coupeetje van de rood-gele cityboemel – al dan niet aangedreven door recent geüpdatete sjoemelsoftware, dan zie je slechts de kasseien en hooguit een glimp van de betraliede souterrains van een handjevol muurhuizen.

3. Een naar verluidt meer geëigende manier om de esthetiek van de natuur in de stad te ontdekken, is je erdoorheen te laten varen in een, op social media veel gelikete (eventueel naar analogie aaneen: veelgelikete), rondvaartboot van de Waterlijn (eigennaam) en aansluitend met een livegids, een hypermoderne wandelapp of een 1.0-versie daarvan in de vorm van een ietwat archaïsche, maar o zo handige stadsplattegrond rond te kuieren in het feeërieke stadscentrum.

4. Vanaf het water, ten minste anderhalve meter onder straatniveau, kun je schuin tegenover het huis met de paarse ruitjes een heuse gracieuze treurbeuk bewonderen en varend richting Huize Bollenburgh (eigennaam; Bollenburg mag ook: je weet wel, waar Johan van Oldenbarnevelt zijn jeugd doorbracht) zie je op de eeuwenoude, soms halfvergane (GB) kademuren een grote variëteit aan varens en muurbloempjes.

5. Onder de bruggen vind je sporen van vleermuizen, insecten, ratten en andere bere-interessante zoölogische soorten die hier hun idyllische habitat hebben gevonden, maar klaarblijkelijk een ander
dag-en-nachtritme hanteren dan de mens, want ze laten zich hoogstzelden (GB, binnen artikelen in VD 2 x los) zien, in tegenstelling tot vele gevederde stadsgenoten (stadgenoten: opschrijven wat voorgelezen wordt! Indien geslacht onbekend: mannelijke vorm!), zoals de slechtvalken die in de Onze-Lieve-Vrouwetoren in het schijnsel van 138 verantwoorde ledlampjes resideren en de reigers, die het hele jaar door in groten getale in de stad vertoeven en vanaf wankele takkenbosjes in de grachten zich tegoed doen aan een smakelijke vis of beyoncévlieg.


6. Overigens vinden we ook enigszins sinistere, vreemde vogels in de stad, maar daarover zullen we hier niet te veel uitweiden; wel remarquabel is de komst van een exceptionele vogel, die eind april vorig jaar te midden van kangoeroes, kaketoes, pinguïns en dromedarissen uit een ei kroop in de volière van een apetrots DierenPark Amersfoort (eigennaam): een valegierkuiken!

7. Maar laten we wel wezen, het is niet immer rozengeur en maneschijn wat de klok slaat: enerzijds kan de natuur zelf onvoorspelbaar wreed zijn en anderzijds is zij ook in Amersfoort menigmaal onderwerp van discussie en zelfs snoeiharde strijd, wanneer de ene mens gewapend met shovel, cirkelzaag en Roundup (merknaam) de weelderig woekerende natuur wil terugdringen, terwijl de andere zich aan de zijlijn stilletjes verbijt of luidkeels protesteert vanuit de impressie dat alles op het gebied van flora en fauna naar de spreekwoordelijke gallemiezen, barrebiesjes (barbiesjes: alleen wat voorgelezen wordt, is goed!) of filistijnen gaat.

8. Het is jammer dat, om met de gerenommeerde
rhythm-and-blueszanger Sam Cooke te spreken, 'the birds and the bees and the flowers and the trees' niet kunnen vertellen wat zíj (sinds kort mag dit ook met 2 accenten!) ervan vinden: waarschijnlijk zou de wereld er dan heel anders uitzien!



zondag 7 februari 2016

Dictee zondag 07 feb 2016 (1): dictee Santpoorts Dictee 2016 [860]

Dictee - dictees [860]

Santpoorts Dictee van 7 februari 2016

De verrukkelijke kwaliteiten van buurman As (naar een tekst van Leon de Winter en Jessica Durlacher)

1. In onze achtertuin bevindt zich een dependance die eruitziet als een super-de-luxe etablissement. Het ruikt daar meermalen naar appelbeignets, gebakken in arachideolie, een spijsolie die als een basisoliesoort wordt beschouwd. De beignets zijn bestemd voor de onlinegroothandel en worden op oudejaarsavond in groten getale opgepeuzeld.

2. De patente patissier noemt zichzelf As, omdat hij ten gevolge van mysterieuze afasie de b niet kan uitspreken. Zijn appetijtelijke assistente heet Mie, eigenlijk Miep: de slotmedeklinker wordt weggelaten; dat heet apocope.

3. As bereidt ook chocoladebaksels, au bain-marie; Mie verpakt ze minutieus in luxueuze bonbonnières. Als As' bakkunst vleugels krijgt, vervaardigt hij geglaceerde cakes en meringues, muzikaal geïnspireerd door bourrees en rondo's van Bach.

4. Een debacle is desalniettemin niet uit te sluiten, al affronteert hij daarmee wellicht zijn belangrijkste cliënte: een douairière met een affreuze neus en een onderstel als een affuit.

5. De ingrediënten, waaronder de basisbenodigdheden cacao, vanille-extract en pistachenoten, betrekt onze kok bij een cash-and-carryzaak in het noorden des lands.

6. Als het transportbedrijf zijn waren aflevert, wat frequent gebeurt, ondertekent As het cognossement zonder een greintje gegeneerdheid.

 7. As is niet commercieel ingesteld. Het verrassende succes dat zijn producten alom hebben, is gebaseerd op mond-tot-mondreclame van zijn hooggeachte clientèle en niet op reclameactiviteiten van professionals. 

8. Pecuniair is hij daarentegen nogal naïef. Daardoor balanceert hij weleens op de rand van een faillissement. Nochtans zal hij nooit jeremiëren.

9. As is een zoetekauw en 's zondags barbecueën of fonduen we vaak allen tezamen, met tandbederf teweegbrengende lekkernijen.

10. Wij appreciëren As' en Mies onloochenbare vakmanschap en verwijlen graag in hun nabijheid, de doordringende geur van oliën op de koop toe nemend.

[Zie voor 'op de koop toe nemen' het lemma 'stappen' (VD)]

NB Als een kind zo blij: goed gehoor en hard gestudeerd (0 fouten).



donderdag 4 februari 2016

Dictee donderdag 04 feb 2016 (2): dictee Muziekdictee [859]

Dictee - dictees [859]

Muziekdictee

Ook dit is een van mijn 856 oefendictees (nummer 70) en een van de weinige complete verhalen. Wel lang … 

Muziekschrift en notenbalk 
Net zoals je bij gesproken taal een neergeschreven vorm nodig hebt, is er een systeem nodig om gespeelde muzieknoten op schrift te stellen. Daar is het muziekschrift op muziekpapier voor. We kijken eerst naar de hedendaagse situatie. Noten – let op: geen stille vennoot, voetnoot, taguanoot, sint-lambert(u)snoot, seksegenoot, kemirinoot, cashew- of cachounoot dan wel areka- of betelnoot – worden op een vijflijnige en bij uitbreiding elflijnige notenbalk genoteerd. Er zijn lange en korte noten. Een hele noot duurt vier tellen en wordt weergegeven door een open rondje, een kop. Een halve noot duurt twee tellen en wordt weergegeven door een open rondje met stok, een kwartnoot duurt één tel en wordt weergegeven door een dicht rondje met stok. De termen achtste noot, de croche, en zestiende noot, de double croche, kunt u zelf wel verklaren. De laatste twee noten krijgen één vlag, respectievelijk twee vlaggen, boven aan de stok. Het ritme is de afwisseling in korte en lange noten. Verticale maatstrepen verdelen de notenbalk in maten. Een maat kan drie tellen duren, de driekwartsmaat, vier tellen, de vierkwartsmaat, twee tellen, de tweekwartsmaat enzovoorts.

De toonhoogte wordt met letters aangegeven. Er zitten zeven tonen in een diatonische toonladder, aangegeven met a, b, c, d, e, f en g. Daarna komt weer de a van de (het) eerstvolgende en hogere octaaf, met zeven tonen. Als een orkest speelt, moeten de instrumenten gestemd worden. De toonhoogte 'a' – de concerttoon – behelst 440 trillingen per seconde. De afstand tussen de diverse noten kan een hele of een halve toon zijn. Zo is a – b een hele toon, b – c een halve toon, zijn c – d en d – e hele tonen, is e – f een halve toon en zijn f – g en g – a weer hele tonen. In schema:   a   1   b   ½   c   1   d   1   e   ½   f   1   g   1   a.

Op een pianoklavier kun je dat goed zien. De witte toetsen vertegenwoordigen de gewone noten en waar het een hele toon betreft, zitten er nog halve tonen, de zwarte toetsen, tussen. Je kunt een noot een halve toon verhogen. Dat wordt met een kruisteken, een hekje (#), aangegeven. Meer kruisen (kruizen) kan ook: aïs is een met een halve toon verhoogde a en aïsis – met dubbelkruis – een dubbel verhoogde a, in feite een b dus. Verlaagde tonen geven we met een of meer mollen (b) aan. Zo is de bes de verlaagde b en de beses – met dubbelmol – de dubbel verlaagde b en dus in feite de a. Zo is de as de verlaagde a en de ases de dubbel verlaagde a en in feite de g.

Overigens moet ook de solmisatie genoemd worden. In de elfde-eeuwse muziek werd het gewoonte om een toonladder aan te geven met do – re – mi – fa – sol – la – si (– do) ter vervanging van c – d – e – f – g – a – b (– c). Daaruit zie je dat een toonladder meestal bij c begint. Voor sol wordt ook wel so gebruikt en voor si ti. De g of de sol is dus de vijfde toon van deze toonladder.

Als je in termen van halve noten praat, zie je in bovenstaand schema met de 1'en en de ½'en, dat er eigenlijk vijf extra halve noten zijn: tussen a en b de aïs of de bes, tussen c en d de cis of de des, tussen d en e de dis of de es, tussen f en g de fis of de ges en tussen g en a de gis of as. Op het pianoklavier zie je dus zeven witte en vijf zwarte toetsen, in totaal twaalf. Daarom spreken we ook wel van dodecafonie, twaalftoonsmuziek.

Voor aan elke notenbalk staat nog het teken [afbeelding 1] of [afbeelding 2]. Het eerste is de g-sleutel of solsleutel, het tweede de f-sleutel, fasleutel of bassleutel. Als je naar het centrum van de 'krul' van de g-sleutel (de linkse) kijkt, zie je dat die om de tweede lijn (van onder) is gekruld. Dat is precies de lijn waarop de noot g geplaatst wordt. De a staat tussen tweede en derde lijn van onder en de b staat op de derde lijn van onder oftewel de middelste lijn.

NB De f staat tussen de onderste twee lijnen in! De f, die een octaaf hoger is – tel dat even na – zou op de bovenste lijn van de g-sleutel komen.


   





De f, die een octaaf lager is, zou met een flink aantal hulplijntjes ver onder de onderste lijn van de balk met de g-sleutel komen. Waarom zou er – er zijn trouwens nog meer van die sleutels! – ook nog een f-sleutel (de rechtse) nodig zijn? Wel, de linkse notenbalk met de g-sleutel bevat de noten die dagelijks het meest bij zingen, pianospel, etc. gebruikt worden. Als je muziekstukken hebt met veel heel hoge noten, dan zouden die allemaal ver boven de vijfstreepsnotenbalk met de g-sleutel komen. Heb je daarentegen veel heel lage noten, dan komen die noten met hulplijntjes ver onder de onderste lijn van de balk met g-sleutel.

En voor die lage noten hebben we de f-sleutel. De gewone f zit bij de g-sleutel nogal onderaan de notenbalk (zoals gezegd, tussen de onderste twee lijnen). Bij de f-sleutel zit die f – toch al een octaaf lager – redelijk boven aan de notenbalk. Kijk naar de rechtse figuur. De 'druppel' van het teken op die balk staat op de lijn tussen de twee stippen en dat is waar die f – met een veel lagere toon – toch nog hoger op de notenbalk met f-sleutel, namelijk op de vierde lijn van onderen, dus de eerste van boven, geplaatst wordt. Genoeg over toonladders oftewel echelles!

Bij het noteren van muziek in notenschrift kan ook een groot aantal 'aantekeningen' gemaakt worden, waaronder de volgende met betrekking tot hard en zacht: p [pee] voor zacht, piano, pp [pee-pee] voor zeer zacht, pianissimo, en ppp [pee-pee-pee] voor uiterst zacht, pianississimo. Zo staat m.f. [èhm-èhf] voor mezzo forte en sfz. [èhs-èhf-zèht] voor sforzando, hard beginnen en meteen zachter worden, dus één enkele toon versterkend. Het kleinerdanteken (<) wordt gebruikt voor crescendo, harder worden, het groterdanteken (>) voor diminuendo, zachter worden. 

Aanwijzingen 
Ook kunnen aanwijzingen gegeven worden voor het tempo: snel of langzaam. Van de daarbij behorende termen noemen we: largo, lento, adagio en grave, de langzame tempi met 40 tot 60 kwartnoten in de minuut. Larghetto, andante en andantino hebben er 60 tot 90 per minuut. De matig snelle tempi zijn allegretto, moderato en allegro moderato met 90 tot 120 kwartnoten per minuut. Allegro, allegro con spirito en allegro con brio hebben er 120 tot 168 per minuut. De vijfde en laatste categorie met zeer snelle tempi heeft 168 tot 208 kwartnoten in de minuut. Die tempi zijn: allegro vivace, allegro assai, presto, prestissimo en veloce – vliegensvlug. Bij overgangen betekent ritenuto vertragen, accelerando versnellen en stringendo sneller en sterker worden. Ook voor het karakter, het gevoel waarmee gespeeld wordt, kan men aanwijzingen geven: agitato is opgewonden, gejaagd, brillante is schitterend, con brio is met vuur, cantabile is zangerig, dolce is lief(e)lijk, funebre is treurig of somber, giocoso is grappig, schertsend en pastorale is herderlijk, landelijk, bucolisch.

Maar dan zijn we er nog lang niet. Vivo is levendig, staccato is met afgebroken noten voordragen, spirituoso is met geestdrift, spiccato is met springende stok, sostenuto is gedragen, vigoroso is met vuur, smorzando is wegstervend, retardando is vertragend, recitando is half zingend, half sprekend, più forte is harder, krachtiger, ritardando is inhoudend, parlando is meer sprekend dan zingend, quieto is rustig, kalm, pomposo is statig, deftig, glissando is glijdend, non-vibrato is zonder trilling, perdendosi is langzaam afnemend, patetico is met hartstocht, maestoso is met waardigheid, troppo is te veel, te erg, (ma) non troppo, niet te veel, niet te erg, triste is droevig, tranquillo is rustig, kalm, bedaard, lusingando is vloeiend, vivace is opgewekt en grazioso is bevallig. Zo zou je bijna vergeten dat een virga een staartnoot is, dat de afkorting v.p. [vee-pee] volti preste betekent, sla spoedig de bladzijde om, net zoals v.s. [vee-èhs], dat staat voor volti subito. De betekenis van u.c. [uu-see], una corda, is op één snaar. Dan zijn er nog de nodige herhalingstekens zoals d.c. [dee-see], dat da capo betekent, al fine, dat van voren af aan tot het einde betekent en d.s. [dee-èhs], dal segno, dat herhalen vanaf dit teken [afbeelding 3] betekent. Het teken voor d.c. is overigens [afbeelding 4].

 


 


Om dit gedeelte af te sluiten nog dit: dolendo is klagend, con spirito is met geestdrift, col legno is met het hout van de strijkstok, à gogo is ononderbroken, appassionato is hartstochtelijk en à vue is zonder instuderen. Het voert in een niet-specialistisch dictee als dit te ver om uit te leggen wat kleine en grote terts inhouden. Toch kom je die termen vaak tegen. Een muziekstuk is geschreven in F grote terts, F-majeur of F-groot, dan wel in c kleine terts, c-mineur of c-klein enzovoort(s). De durtoonschaal slaat op majeur: een stuk kan staan in A-dur. Tegenover dur staat mol. 

De klassieke muziek 
Om muziek te maken, te componeren, heb je bovenstaande kennis hard nodig. Muziek is al zo oud als Methusalem, de weg naar Rome of die naar Kralingen. Uit de oudheid tot pakweg 500 is weinig bewaard gebleven. Vanuit de vroege middeleeuwen tot 1000 moet vooral de kerkmuziek en in het bijzonder de gregoriaanse muziek worden vermeld. In de rest van de middeleeuwen tot 1450 werd de polyfone, veelstemmige, muziek ontwikkeld. Van toen bekende muziekvormen zijn de ambrosiaanse gezangen, het organum, het motet, de ballade, het madrigaal en de caccia, een muziekstuk waarin een jachtscène wordt uitgebeeld. In de renaissance van 1450 tot 1600 werden onder andere strikte regels voor consonantie – het goed samenklinken – en dissonantie – onwelluidendheid – ontwikkeld. Bij de barokmuziek van 1600 tot 1750 doen de monodie met de basso continuo, de harmonie en daarmee de cadensen en de strijk- en blaasinstrumenten hun intrede.

Tijdens het classicisme ontstaan de tekens voor dynamiek zoals de p [pee] (piano) voor zacht en de f [èhf] (forte) voor luid. De pianoforte rukt op als voorloper van de piano en de sonatevorm, het symfonieorkest en het strijkkwartet doen hun intrede. De romantiek (1810-1910) kenmerkt zich door steeds uitgebreidere composities, steeds grotere orkesten, meer en betere muziekinstrumenten en steeds complexer harmonische ontwikkelingen. Van de klassieke muziek uit de twintigste eeuw vallen te melden het impressionisme, het futurisme, de neoromantiek en het neoclassicisme, de dodecafonie, de musique concrète, het serialisme, de microtonale muziek, de aleatorische muziek en de minimale muziek of minimal music. De eigentijdse klassieke muziek wordt geacht te lopen van 1975 tot heden.
Cello-etude, aria en piano-etude zijn voorbeelden van muziekstukken. De sinfonietta is een klein broertje of zusje van de symfonie. 


Muziek van toen en nu 
De muziek van de laatste vijftig, zestig jaar wordt ook wel pop genoemd. Van de grote verscheidenheid daarin geven we met veel andere muziek – ook die uit oude tijden – rijp en groen een vrij willekeurige en ongeordende potpourri. Klezmorim spelen klezmer, de traditionele Joodse muziek. Zydecospelers vertolken volksmuziek van bij de Mississippi. De verzamelnaam voor r&b [ahr-èhn-bie], reggae, hiphop en funk is urban. Tex-mexmuziek is van Texaans-Mexicaanse oorsprong. Soukous is een muziekstijl met Cubaanse ritmes en Afrikaanse gitaarloopjes. Cubaanse muziek met West-Afrikaanse elementen heet ook wel son. Softpop is een voorbeeld van soft music, soca staat voor soul en calypso. Ska is ontstaan uit Jamaicaanse muziek, jazz en rhythm-and-blues. De sicilienne is een muziekstuk bij de Spaanse herdersdans, de kwaito is Zuid-Afrikaanse dansmuziek, kawina is creools-Surinaamse dansmuziek, net zoals kaseko. Schrammelmuziek komt uit Oostenrijk en schmalz is sentimentele muziek.

Scat is improviserend zingen bij de bebopjazz met als voorbeeld 'heybaberiebah'. Rockabilly is een combinatie van rock en
country-and-westernmuziek. Requiem is muziek bij een requiemmis, dus weer eens iets anders dan jitterbug en jivemuziek. Rebetika is melancholieke, Griekse volksmuziek en rai is Algerijnse bedoeïenenmuziek. Er bestaat muzikale prozac, muziek die de stemming gunstig beïnvloedt. Praise is opgewekte christelijke muziek en hillbillymuziek is countrymuziek. Je hebt heavy metal en hardtrance. Plingplong is experimentele muziek, iets anders dan merseybeat en mellow house.


Muzak is behangmuziek en moma is een Kaapverdische muziekstijl. Middle-of-the-roadmuziek is pretentieloos, mbalax is een muziekstijl uit Senegal en lingala is volksmuziek uit Congo. We kennen latin rock, gothic, en gnawa, een Noord-Afrikaanse muziekstijl. De gavotte is een muziekstuk in tweedelige maatsoort en freestyle is improviserend. Bij flamencomuziek horen gitaar en castagnetten, entr'actemuziek is iets heel anders. Drum-'n-bass is popmuziek. Verder heb je jungle, stonerrock, cold wave uit de jaren 1975-'80, new wave en close harmony. Je kunt chillen met chill-out, dat is rustige muziek, terwijl charivari ketelmuziek is. Uit de Bijbel kennen we het Hooglied, het Canticum Canticorum. Cajunmuziek is folkloristische muziek, cabarock is rockmuziek met cabareteske teksten. De bourree is een snelle rondedans uit de Auvergne met bijbehorende muziek.

De bhangra is een Aziatische muziekstijl, de tropicalia een Braziliaanse. Je hebt beiaardmuziek, maar batucada is opzwepende Braziliaanse dansmuziek. Arrenbie, r&b [ahr-èhn-bie], ambient en housemuziek zijn ingeburgerde begrippen. Kun je daar ook een Edison mee winnen? Niet zo bekende muziek is alt.country (alternative country). Emocore lijkt op hardcore en softcore. Zou Eskimomuziek ook swingmuziek zijn? Oi is een uit de punk voortgekomen muziekstijl van de skinheads. Kent u skifflemuziek en hiphopmuziek, krontjongmuziek, synthesizermuziek? Op bluesgebied is ook het nodige te beleven: chicagoblues, bluesrock, countryblues, deltablues, mississippideltablues, rhythm-and-blues en talking blues. Technohouse is elektronische housemuziek. We besluiten met een lijst van allerlei op elkaar lijkende genres: acid jazz, acid house, shockrock, rootsrock en postrock, jazzrock, neopunk, folkpop, afrobeat, swingbeat, nederbeat, discobeat, dansbeat, breakbeat, backbeat, afterbeat, sweetjazz, popjazz, rockjazz, jazzrock, jazzfunk, hotjazz, freejazz, etnojazz, afrojazz, cooljazz en funkrock. 

Muziekinstrumenten 
Als je jezelf niet tot zingen of neuriën beperkt, heb je meestal een muziekinstrument nodig om te musiceren. Een vocalise is trouwens een zangoefening op een klinker of op 'la'. Je kunt ook passief muziek bedrijven door naar een vauxhall, een tuin voor muziekconcerten, of een concours te gaan, een taptoe of een symfonie – een veelstemmig muziekstuk met als antoniem kakofonie – te beluisteren, een aapjesorkest te bezien of een soirée musicale te bezoeken. Maar daar gaan we niet van uit, u gaat zelf spelen. U volstaat niet met luisteren naar een mp3-speler.

Er zijn instrumenten te kust en te keur. We beginnen met de snaarinstrumenten. De piano komt straks apart. Maar we hebben ook de citer en de harp, het klavichord, het oudste snaarinstrument met toetsen, de monochord, een oud eensnarig instrument en de pentafoon, een vijfsnarig instrument. De teorbe is een basluit, de psalter een dertiensnarige harp, de koto komt uit Japan, de bouzouki is Grieks, de balalaika is een Russisch snaarinstrument, de baglama is van Turkse komaf met drie snaren en een kantele is een halsloze citer. Een cimbalom is een grote citer. Een wahwahgitaar werkt met een wahwahpedaal en maakt vooral pop- en rockmuziek. Een slideguitar (slidegitaar) wordt gebruikt bij hawaïmuziek.

De viool – bijvoorbeeld de barokviool – is een bekend strijkinstrument. In deze categorie valt ook de cremona, een soort van viool, in Cremona gemaakt. We kennen de violon d'Ingres, de gamba of viola da gamba, een knieviool, vermontevioleparken hoort niet in dit rijtje thuis, de viola of viola da braccio en een altviool. De vedel is een middeleeuwse voorloper van de viool, de rebab is een tweesnarige viool uit Indië, de pochette is een zakviooltje en een viool wordt ook wel klaaghout of jammerhout genoemd. Voor wie amuzikaal is, is de vraag: "Wat is lelijker dan één viool?" Antwoord: twee violen! Een kemenche is een Turkse schootviool, op een viool zit een g-snaar, maar de kwint is de hoogste en dunste vioolsnaar. Een goezla is een eensnarige viool, op een viool kun je fiedelen, maar ook een viooletude spelen. Een erhu is een tweesnarige Chinese viool en colofonium is vioolhars om de haren van een strijkstok mee te harsen. De cello, ook wel violoncello of violoncel genoemd, is gestemd tussen de altviool en de contrabas in. De bratsch is een driesnarige altviool, ook wel zigeunerviool genoemd. Er zijn naast barokviolen ook Amati's. Als je alleen speelt, is een violino principale oftewel soloviool wel plezierig, maar als je een strad of Stradivarius bezit, ben je natuurlijk helemaal spekkoper.

Arpeggione, octobas, polychord en rebec zijn strijkinstrumenten, net zoals sordino, de vedel, de knieviool en de viola d'amore uit de violafamilie. Een sarangi is een Voor-Indische viool.

De piano is een veel bespeeld instrument. De mbira is een Zimbabw(e)aans muziekinstrument, ook wel duimpiano, kafferpiano of lamellofoon geheten. De spinet is een voorloper van de piano. Kent u de honkytonkpiano en de boogiewoogiepiano? De piano stamt af van de pianoforte. Een mechanische piano wordt ook wel een tingeltangel of pianola genoemd en op een oude, ontstemde piano, een rammelkast, kun je t(j)ingelen. Een vis-à-vis is een dubbel klavecimbel.

De vaardigheid om een blaasinstrument te bespelen heet embouchure. Bij die blaasinstrumenten is er keuze te over: de helicon, een cirkelvormig gebouwde contrabastuba voor militaire muziek, de ocarina, het organum, de oboe d'amore, een lager gestemde hobo, de schalmei met dubbelriet, de sarrussofoon, de piston (van koper), de cornet-à-pistons, de ophicleïde, een voorloper van de tuba, de kornet, een hoog koperen blaasinstrument, de fagot en het eufonium. De dulciaan is een blaasinstrument uit de renaissance. De Aboriginals bliezen en blazen op een didgeridoo. Een calandrone is een houten blaasinstrument met twee kleppen, een Italiaanse schalmei. Een gewone schalmei werkt met een dubbelriet. Een aulos is een schalmei uit de Griekse oudheid.

Het orgel kent vele varianten. Denk maar aan een hammondorgel. Een gewoon orgel heeft orgelregisters of orgelstemmen: vox humana en vox angelica, tremulant, tremolo, balgregister, bourdon, dulciaan, cimbaal, fagotregister, fluitregister, gamba, hobo, klarinet, kromhoorn, mixtuur en musette, neusregister, octaaf, quintadeen, regaal, salicionaal, spitsfluit, trechterregaal, trombone, trompet(register), veldfluit, viola, vioolregister en vulstem. Je hebt draaiorgels en een pierement is een groot straatorgel.

Van de slaginstrumenten noemen we de pauk of keteltrom. De guiro is een klein instrument. De kalebas en de kendang vinden we bij de gamelan. Verder kennen we de logdrum, de xylofoon en de cinellen, kleine koperen bekkens. De tombak is een grote Iraanse vaastrommel. De bespeler van een slaginstrument heet slagwerker of percussionist.

Bij de diversen noteren we de an(g)klo(e)ng (g en e beide wel of niet), een Soendanees instrument met bamboepijpen. De accordeon heeft een blaasbalg en metalen tongen. De harmonica heeft onder meer twee toetsenborden en een balg. De mellotron is een elektrisch muziekinstrument en de rasp komt uit Zuid-Amerika. De synthesizer kent u, de valiha komt uit Madagaskar, de bonang is een slaginstrument bij de gamelan, bestaande uit kleine gongs op een rek. De clave bestaat uit twee hardhouten staafjes. De volgende mededelingen passen ook wel binnen 'diversen'. Vogueing is het aannemen van poses op dansmuziek. Tae-bo is conditietraining op muziek.

Zouk is dansmuziek, bestaande uit een creoolse mix van Afrikaanse gitaarstijlen, Caraïbische pop en Amerikaanse funk. Streetrave is een demonstratie met muziek of zang. Worship is een stroming binnen de gospelmuziek, waarbij de aanbidding centraal staat. Een winti is een bovennatuurlijk wezen dat met sterk ritmische muziek kan worden opgeroepen. Western is populaire muziek uit het westen van de VS [vee-èhs]. Het coloriet is de kleurschakering van muziek.

Ken uw trappen van vergelijking: ondermeer, ondermeest, ondermeester…