zaterdag 7 december 2019

1798 Dictee zaterdag 07 dec 2019 (4) dictee Wekelijkse dicteetest 079 RL

Dictee - dictees [1798]

Wekelijkse dicteetest 079 RL [elke zondag]

Welk van de 3 antwoorden is juist?
Oplossingen: hieronder!
Bron: Oefendictee (oud) 579

1. De ..................... koning die het raadsel van de sfinx oploste, heet ...................
a. Thebaanse                                                  Oedipus
b. Tebaanse                                                    Eudipoes
c. Tebaanse                                                    Oidipus

2. Mercurius is de god van de koophandel: die van de ..........................., de ....................
a. mercuriusstaf                               caduceus
b. Mercuriusstaf                               kaduceus
c. Mercuriusstaf                               caduceus

3. Voor '.............................' mag je ook '................................' (halfbloed) schrijven.
a. mesties                         metis
b. mestis                           meties
c. mesties                         mestis

4. Een ....................... opmerking: ........................ is gespierd: dan heb je (spier)ballen!
a. muskulaire                             musculeus
b. musculaire                             musculeus
c. musculaire                             muskuleus

5. Komt in de .......................... mysteriën ook de .......................... voor?
a. Orfische                                   orfeusgrasmus
b. orfische                                    orpheusgrasmus
c. orphische                                 Orpheusgrasmus

6. In ............................ roken ze ook ......................................
a. Havanna                                  havannasigaren
b. Havana                                    Havanasigaren
c. Havana                                    havannasigaren

7. Je zult maar ............................     .......................... dragen.
a. hennepen                                 hemdslippen
b. henneppen                               hemdslippen
c. hennepen                                 hemdsslippen

8. Een ......................... is een vrouwenkleed, een ..................... een boot.
a. haik                              kaik
b. haïk                              kaïk
c. haik                              kaïk

9. Onder de ...................... had hij een lugerpistool: ........................!
a. hand outs                              hands up
b. hand-outs                              hands up
c. hand outs                              hands-up

10. De ...................... is een late aardappel en de iftar de eerste maaltijd na zonsondergang waarmee tijdens de ........................... de vasten wordt gebroken.
a. bildtstar                                 ramadan
b. bildstar                                  ramadan
c. bildstar                                  rammadan

Oplossingen [079]: zie hieronder.

-----------------------------------------------------------------------------------------

Oplossingen [079]
1a 2a 3a 4b 5b 6c 7c 8c 9b 10a

Contact: leentfaarrein@gmail.com
 


1797 Dictee zaterdag 07 dec 2019 (3) dictee Sinterklaasdictee TV Limburg 2019

Dictee - dictees [1797]

Sinterklaasdictee TV Limburg 2019

Geen titel, auteur: Rick de Leeuw

1. Onze schone taal is sinds mensenheugenis zowel een eloquent [welsprekend] vehikel [voertuig] van allerhande gedachten, een lustoord vol poëtische vergezichten, een nobel bindmiddel tussen individuen als een adequaat instrument om luidkeels de barbecueparty van de buren mee te becommentariëren.

2. Onze taal is een ingenieus interactief systeem, dat na eeuwen van schaven en polijsten de hoogste graad van onfeilbaarheid heeft bereikt. Zoals een rivier zich uiteindelijk voegt naar haar bedding, zo modelleert de taal zich langzaam maar onafwendbaar naar haar gebruikers, die tegelijk haar slaaf en meester zijn.

3. Zou je denken.

4. Maar niets blijkt minder waar, nog altijd is onze taal een duistere potpourri vol voetangels en klemmen, vol onberedeneerde uitzonderingen en schabouwelijke inconsequenties, ogenschijnlijk geconcipieerd door misantropische anonymi, die gespeend van iedere vorm van empathie de vinger liefst op de zeerste plek duwen.

5. Want waarom anders wordt slissen met drie s'en geschreven, is stotteren nauwelijks uit te spreken door een stotteraar en is de juiste spelling van dyslexie voor een dyslecticus op z'n zachtst gezegd geen sinecure?

6. Het moet hetzelfde sadolinguïstische [vgl. sadomasochisme] gezelschap geweest zijn dat ooit het begrip hippopotomonstrosesquippedaliofobie muntte voor de angst die bepaalde mensen koesteren voor lange woorden.

7. Maar dienen deze tongbrekers stante pede uit onze communicatie geëxcommuniceerd te worden, enkel omdat ze ons vocabulaire op speelse wijze in de eigen staart laten bijten?

8. Wellicht is juist het tegendeel waar en gaat onze taal nog lang niet ver genoeg. Er zijn legio mogelijkheden tot verbetering. Om maar iets te noemen, het is toch een wraakroepende imperfectie dat het woord palindroom zelf geen palindroom is? Een doorn in het oog voor de ware liefhebber. Als we er maar geen acute aanval van eibofobie [onverklaarbare angst voor palindromen] van krijgen.

9. Dus vrienden van de taal, geen gedraal en onverwijld aan de slag!



1796 Dictee zaterdag 07 dec 2019 (2) dictee Groot Dictee Heruitgevonden 2019 (II)

Dictee - dictees [1796]

Groot Dictee Heruitgevonden 2019 (II)

Dolly (auteur: Annika Cannaerts)

Deel I gaat hieraan vooraf en moest volledig worden uitgeschreven. Deel II werd voorgelezen en op de 18 genummerde rode plaatsen hoorde men een piep. Daarna kwamen enkele (8) seconden een paar alternatieve schrijfwijzen van het gevraagde woord op een beeldscherm. Het enige dat je hoefde te doen, was de hoofdletter die achter de juiste schrijfwijze stond, noteren. Aan het eind werd het 'dictee' nogmaals voorgelezen, maar dan kwamen de alternatieven maar 2 seconden meer in beeld. Van die 16 letters moest je een zo lang mogelijk (goed) Nederlands woord maken. Wie het langste woord maakte, won (eventueel na een shoot-out via een spellingbee). Er waren daarvoor 10 minuten beschikbaar ...

Het woord was overigens: H O O F D L E T T E R G E B R U I K

11. "Je kunt daarover niet 1 zomaar beslissen" bleef de anders zo stille schrijver maar roepen.

12. Dolly nam het schrijvershoofd tussen haar bleke handen met de robijnrode nagels en drukte zijn hoofd tegen haar 2 voluptueuze [wellustig, wulps] boezem.

13. "Een 3 speldenprik, meer zal hij niet voelen naar het schijnt", fluisterde ik in het 4 gepiercete oor van het meisje achter me, dat 5 eruitzag alsof ze elk moment zou beginnen te gillen.

14. Een ontzagwekkende lange naald groeide uit Dolly's wijsvinger en boorde zich in de 6 rechterslaap van de schrijver, alsof zijn hoofd bestond uit zachte roomboter.

15. De gesmoorde jammerkreten van de man stopten plotseling en de vinger van Dolly rok zich terug uit zijn brein.

16. Aan het puntje van de naald schitterde een stukje hersenweefsel in de zon.

17. En 7 elegant wiegde ze terug achter het loket.

18. De schrijver draaide zich om naar de rij wachtenden, keek me schouderophalend aan en zei: "Tussen droom en daad staan wetten in de weg en 8 praktische bezwaren."

19. Een straaltje bloed vloeide langzaam uit zijn rechterneusgat.

20. Het schip is 9 geënterd", zei de man nog met een 10 pathetisch armgebaar en hij wandelde de woestijn in achter de burcht, met zijn handen op zijn rug.

21. 'Afspraak 11 gecanceld", zei Dolly. "Volgende!"

22. "Ik kom de burcht weer innemen, zei ik op de nasale 12 klerikale toon die ik zo vaak geoefend had.

23. De toonhoogte was een belangrijk onderdeel van de code die ik ingebouwd had in de robots.

24. Haar crèmekleurige huid was even glad als vroeger en de sproetjes rond haar neus waren nog perfect rond.

25. De stilte die volgde, leek wel een eeuwigheid te duren.

26. De wind waaide over de woestijnvlaktes naast de burcht.

27 Uit elk oog verscheen plots een 13 laserbeam [straal] die me van top tot teen monsterde.

28. Terwijl in razend snelheid data door het scherm in haar borstkas joegen, neuriede ze een 14. medleytje.

29. Ik herinnerde me niet dat ik dat geprogrammeerd had. "John Snail", zei de bot.

30. 'Yep' zei ik. "Uw creator groet u".

31. "Toegang tot de burcht 15 geweigerd", zuchtte Dolly.

32. "Wat? Waarom?" riep ik harder dan ik wou.

33. "Identiteit 10% 16 bevestigd", zei Dolly. "Hoe bedoel je? Ik ben 100% John Snail". piepte ik.

34. "Overeenkomst met de oorspronkelijke John Snail uit 2020 slechts 10%", herhaalde ze.

35. De gruwelijke waarheid begon me ineens te dagen. Ze herkende me niet omdat ik 30 jaar ouder was en er 17 te veel celvernieuwing had plaatsgevonden.

36. "Maar ik ben dezelfde, ik ben het, je maker!" riep ik 18 vertwijfeld uit, terwijl ze mijn gezicht in haar boezem begroef. Het meisje dat naast me had gestaan, begon te gillen.
 


1795 Dictee zaterdag 07 dec 2019 (1) dictee Groot Dictee Heruitgevonden 2019 (I)

Dictee - dictees [1795]

Groot Dictee Heruitgevonden 2019 (I)

Dolly (auteur: Annika Cannaerts)

1. Op het binnenplein van de middeleeuwse burcht bevond zich de retrobibliotheek, een replica uit tweeduizend twintig [2020 moest in letters].

2. "Meld u aan bij het loket", galmde uit de boxen.

3. Nadat de Derde Wereldoorlog [fictief, de!, niet een! oorlog tussen landen uit de derde wereld, een derdewereldoorlog] twee derde van de steden tot stof had herleid, werd de burcht een assessmentcenter dat de beste AI-ingenieurs [artificial intelligence] van heel de wereld tewerkstelde.

4. Dolly, de bibliothecaresse, was hier door hen ontworpen.

5. Ze zag eruit als iemand die hield van funshoppen, maar deze vrouw zat vol met elektronica.

6. Het boek dat de man voor mij wilde lenen, gleed in haar decolleté en ze slaakte daarbij een zucht, een grapje van haar creator.

7. "Waarom niet?" schreeuwde de man.

8. Dolly replyde dat hij het boek helaas niet kon ontlenen
[BE-uitdrukking: lenen] door de ongepaste product-marktcombinatie.


9. "Maar ik heb het verdomme zelf geschreven!" riep hij.

10. Ik probeerde hem te kalmeren, want ik wist dat de kans dat hij gelyncht zou worden, met elke seconde vergrootte [onovergankelijk = BE-uitdrukking: groter worden].



vrijdag 6 december 2019

1794 Dictee vrijdag 06 dec 2019 (1) dictee Kinderdictee Vianen 2019

Dictee - dictees [1794]

Kinderdictee Vianen 2019

Een monster in De Put (recreatieplas aldaar)

1. Mijn buurmeisje vertelde dat ze iets geheimzinnigs gesignaleerd heeft in de Middelwaard (losloop- en recreatiegebied).

2. Zij en haar broer speelden gisteravond met de hond rond De Put.

3. Opeens kwam uit het water een zwiepende staart, die wel achttien decimeter lang en bedekt met schubben was.

4. Daaraan vast zat een gigantische rug vol griezelige wratten.

5. Ten slotte een kop met angstaanjagende tentakels.

6. Een vogel, die toevallig langsvloog, werd in een ruk naar beneden getrokken en verzwolgen.

7. Uit de opengesperde bek volgden weerzinwekkende, gorgelende geluiden.

8. Twee glinsterende ogen spiedden heen en weer en keken de kinderen dreigend aan.

9. Die floten onmiddellijk de hond terug en renden naar hun fiets.

10. Thuisgekomen twitterden zij hun belevenissen om andere kinderen te waarschuwen.

11. Ga 's avonds nooit naar De Put!



woensdag 4 december 2019

1793 Dictee woensdag 04 dec 2019 (1): dictee Oefendictee dec 2019 (1)

Dictee - dictees [1793]

Oefendictee dec 2019 (1)

1. Hij verloor de weddenschap over de weddeschaal. Toen hij met de wedge meteen doel trof, verdiende hij een vermogen: een wedgwoodservies. Rappen is zingzeggen en appen is whappen. Komen in deze whodunits nog namen voor uit de who's who? O, bedoel je een wie-met-wietje? Zoeken op *wijdopen* levert op: wijdbeens staan, lopen (!). Een yuko kom je tegen bij judo. De legering zamak bestaat uit zink, aluminium, magnesium en koper. Een Pietje bedroefd is een zevend'halfje [NB = 6,5], een oude zilveren munt, t.w. 1/8 van een Zeeuwse rijksdaalder, die 52 stuivers deed. Ook: Bargoens: 32½ cent. Klopt: 52 stuivers = 52 x 5 = 260 cent, gedeeld door 8 is 260/8 = 130/4 = 65/2 = 32,5 cent. Dat schrijf je vast fout: verticuteerhark.

2. Met *knikker*: iemand eruit knikkeren [afkegelen], de knikker er uitknikkeren (uit het putje), in 't ootje (kringetje) knikkeren = ootjeknikkeren, radiootje schrijf je met twee o'tjes, een knikker is ook een jaknikker, een jabroer, een ertsknikker is een pellet, een bolletje ijzererts, die man heeft een kale knikker, een keutel en drie knikkers is een kleinigheid (ook: een scheet en drie/acht knikkers), een habbekrats, er is klei (stront) aan de knikker, albast, allebas, basje (albasten knikker – ook: alikas), bakker = (op)stuiter, grote knikker [ook: bastaard, bonket, ket], blinkerd (gebakken en verglaasde knikker), daai, klits, erwtenkannetje, hoerenbakkerd (niet zuiver rond), (slijp)kogel (stalen knikker), koel ((knikker)kuiltje = kuuk, kuulk, loch), kuis (stenen knikker), lavoor (van glas, porselein), marbel, marmel, merbel, mexicaantje (zekere gekleurde knikker), de ausputzer werd omgeknikkerd, onderzeeër (aardappel die slecht enkele 'knikkers' nalaat), spelen voor het (on)echie, gaat het door de roeper, het komt ook door de poeper, uit 'houwens' bij het knikkeren is voor het echie en een opzetje of uppie bij het knikkeren is een soort snoepcent (als je blut was bij een spelletje, waarbij om centen werd gespeeld, niet in VD).

3. [Onderstreepte zijn invulwoorden]. Met handen vol
CFA-franken-Centraal – hier is dus niet bedoeld de CFA-frank BEAC maar de dito BCEAO – heeft die Centrafikaanse en zwart-Afrikaanse niet-onbemiddelde en zeker niet
doorsnee-Guinee-Bissauer een vals nansenpaspoort     geconquesteerd. Een c.s.q.n., een conditio sine qua non, was wel dat hij enkele weedtasjes [ook: wiettasjes] mee zou nemen naar beoogd droomland Utopia. Hij zou later de boot in gaan, toen die somptueuze     kleinodiën aan amotie ten offer vielen. Hij was trouwens letterlijk het schip ingegaan aan de Slavenkust.

4. De monniken [uh] werden afgeleid door hinnikende [uh] paarden, toen zij naar het batikken [ih] zaten te kijken. Hij was een strenggelovige refo refo, zij een streng gereformeerde grefo, tevens eva. Zij, dochter van moeder Eva, was de ware eva voor hem. Met *coc*: ascocarp (vruchtlichaam zakjeszwammen, basidiocarp: steeltjeszwammen), het COC, cocaïne = coke, coca, coco, een cocakauwer of coquero, een cocasse kokette (coquette), een coccejaan (Coccejus, Johannes Koch, niet: koksiaan, Hendrik de Cock), coccidiose (coccidiosis, hoenderziekte), coccine en coccinine (verfstoffen), coccus (kogelbacterie, mv. cocci), cochenilline-inkt (van schildluis), cochenilline (karmijnzuur), cochlea (menselijk slakkenhuis), cockaynesyndroom (snel verouderen), cockpit, Cockney(dialect), rococoachtig, art-decocollier, gincocktail, gin-tonic, krabcocktail, cockteaser (vrouw die man opgeilt), cockring (penisring), coco (papegaai), cocoonen (vrije tijd in huiselijke kring), cocotte (prostituee, vuurvaste schotel) en cocu (bedrogen man, hoorndager).

5. Verder: crambe bis cocta, crambe repetita, crambe recocta: oude koek, opgewarmde kost, decoct(um) = afkooksel, dktp-cocktail (difterie, kinkhoest, tetanus en polio), echinococcus (blaasworm), cramignon (dans), glycocol (glycine), loco citato = ter aangehaalder plaatse – t.a.p. –, afkorting l.c., loc. cit., ook: citato loco, lococontract (levering ter plaatse), micrococcus = microkok (kookt niet ...), molotovcocktail, narcocratie (narcostaat), NVIH-COC (huidige naam vroegere COC), picocel (gsm-cel met een diameter tot enkele tientallen meters rond het basisstation, m.n. in bedrijven en kantoren), precociteit (vroegrijpheid), ricocheren, ricochet en ricochetteren, sacoche (+ n, tas), silicocement, varicocele (vaa-rie-koo-see-luh – zakaderbreuk), rococo-interieur, nolococktail (no/low alcohol) en cocastreek.

6. Het Bijbelboek Genesis [eerste boek van Mozes, Gen., Gn.] bracht me ertoe eens op *genes* te zoeken. Dan vind je ook: ingenesteld raken en een geneste subroutine, lus [in computerprogramma's] of matrix [in de wiskunde]. Verder: genese (genesis) = ontstaan, wording, schepping, achtervoegsel: -genesis, -genese of -genie, (on)geneselijk = (on)geneeslijk. Ook (een selectie): abiogenesis, autogenese, zelfwording (uit niet-levende substantie), agenesie (niet ontwikkelen van ledematen, tanden, kiezen), angiog. (bloedvaten, g. = verder genese), antropog. (de mens, menswording), biog. (levende organismen), biothermog. (warmte door levende wezens), carcinog. (cellen die afsterven), Diogenes (die van de ton), dysg. (slechte orgaanontwikkeling), embryog., fylog. (cladisme: ontwikkeling van de soort), gametog. (vorming gameten = geslachtscel), gamog. (geslachtelijke voortplanting, antoniem: agamie), hematog. (bloed), legenestsyndroom (!), oög. (ovog. – eicelvorming), orthog. (evolutie volgens voorbeschikking, onafhankelijk van natuurlijke selectie), osteog. (onvoldoende botvorming) en pathog. (ontstaan ziekte).

7. Een Sint-Genesius-Rodenaar woont in Sint-Genesius-Rode. Verder: parthog. (voortplanting zonder bevruchting), plooiingstektogenese (= orogenese: gebergtevorming via plooien in aardkorst), psychog. (de ziel), pyrog. (vuur), rizog. (zekere plantcellen --- > wortels) en thermogenese (warmteontwikkeling). Een parc vaccinogène is een koepokinrichting. Denk ook aan een nest schalen (meerdere nestschalen dus)! De listeria veroorzaakt listeriose. Hoornvee kan de maaiziekte hebben (maden tussen vet en vlees op de rug). De Griekse christenen kennen nog de juliaanse kalender (loopt achter: 12 dagen verschil met onze gregoriaanse), genoemd naar Julius Caesar en ontwikkeld door sterrenkundige Sosigenes.

8. Uit de baaierd, de chaos, is de wereld volgens het Bijbelboek Genesis geschapen. Met *idee* (een selectie): de idee (filosofie), het idee, de ideeën, ideëel. ideeëloos, ideeënarmoede, idee-fixe (dwangvoorstelling), idée reçue (algemeen aanvaard), idées de derrière la tête [Blaise Pascal], ideetje, irideeën (lissenfamilie), orchideeënkas, kooldioxide-emissie, piramide-entree, reuze-idee, weide-erts, fideel, gedecideerd, godsidee, hallekidee, ideoloog, ze was gedecideerd, geen (flauw) idee!, mijn idee!, een ideetje (schijntje) zout, zij kandideert zich, mwah, dat was het dan: allemaal zo oud als de weg naar Kralingen dus. Gezocht op *mchr*: alarmchromograaf (alarmhorloge), naamchristen (schijnchristen) en stamboomchristendemocraat (in navolging (voor)ouders). Op *pchr* alleen diepchristelijk. Op *bchr*: subchronisch (subacuut), op *dchr*: loodchromaat, mondchristen, oudchristelijk, op *fchr* hofchronist, op *gchr* dunnelaagchromatografie, vroegchristelijk, op *kchr* doorbraakchristen, op *lchr*: gelchromatografie, nikkelchroom, pulchrum (het schone) en pulchri studio (uit liefde tot het schone), met *nchr*: veel met synchroon, bornagain christen, n.Chr. = n.C. = A.C,. anno Christi, met *rchr*: allerchristelijkst, anima naturaliter christiania = de van nature christelijke ziel, met *schr*: te veel om op te noemen, met *tchr*: feestchristen, herfstchrysant, matchracen, stretchrokje (!), prot.-chr. = p.-c., op *vchr*: v.Chr. = v.C. = BC (before Christ), op *xchr*: rex christianissimus = Zijne Allerchristelijkste Majesteit (voormalige titel van de Franse koningen, door paus Paulus II in 1469 aan Lodewijk XI verleend), X-chromosomaal en X- en Y-chromosoom (vergeet het fragiele-X-syndroom – bij mannen verstandelijke handicap, etc. – daarbij niet!), orthodox-christelijk(e), met *ychr*: polychromatisch (polychroom, veelkleurig), psychofriel (koudeminnend). Ook de blobvis (diepzee) kwam nog voorbijzwemmen.



zondag 1 december 2019

1792 Dictee maandag 02 dec 2019 (1) dictee Groot New Yorks Dictee 2019

Dictee - dictees [1792] 

Groot New Yorks Dictee 2019

Contemplaties van een jazzzangeres (auteur: xxx) 

1. 't Was toch wel een erg ongebruikelijke stap, dacht zij, terugkijkend op het tijdgewricht waarin haar ouders zaliger de enkele reis vanuit Europa naar de Nieuwe Wereld maakten: 1927, midden in het interbellum; naar verluidt een enerverende en bere-interessante periode.

2. Haar moeder, uit het vijfde arrondissement in Parijs, en haar vader, telg uit een grachtengordelgeslacht, hadden elkaar leren kennen in Brussel, de elegante en bruisende capitool [niet in wdb.] van het bijna honderdjarige [100-jarige] Belgische koninkrijk [= Koninkrijk België], en waren verliefd geworden in een bonte aaneenschakeling van volstrekt onvoorspelbare toevalligheden.

3. Omdat ze geen keuze konden – of wilden – maken over waar zij hun gehuwde leven zouden gaan leiden (Amsterdam, Parijs, of Brussel), en ze beiden gefascineerd waren door de verhalen over de jazzage [age = tijdperk; niet in wdb.] in de Verenigde Staten van Amerika, waren ze op Koninginnedag 1927 ingescheept op een van de oceaanstomers van de Holland-Amerikalijn * die haast dagelijks naar de West vertrokken, vanuit Rotterdam naar New York.
* Volgens donorprincipe (eigennaam) Holland-Amerika Lijn

4. Uit de soms anekdotische verhalen begreep zij dat de reis op zich al een apotheose moest zijn geweest: cocktailtijd begon zo'n beetje na het champagneontbijt, de lunch werd begeleid door gerenommeerde loirewijnen, en na het dagelijkse copieuze zesgangendiner – met andermaal champagne en geraffineerde bourgognes – werd er geswingd, gejived en gejitterbugd tot in de kleine uurtjes, soms met jeroenboschachtige taferelen.

5. Na de ontscheping op Ellis Island, in de schaduw van het Vrijheidsbeeld, en de bijbehorende verplichte immigratieperikelen, hadden haar ouders een appartement betrokken aan de westzijde van Central Park; bijna negen maanden later werd zij hun eerstgeborene, waaruit zij afleidde dat haar ouders tot die tijd een jozefshuwelijk moesten hebben gehad (of anderszins vroeg nakomelingschap hadden weten uit te stellen).

6. Zou het de muziek aan boord zijn geweest? vroeg zij zich af, terwijl ze terugdacht aan haar jeugd, een herinnering die beelden deed oprijzen van huiskamerscènes waarin zij haar eerste vocale prestaties te berde bracht voor een mêlee van familie, vrienden en kennissen, die na ieder lied luidkeels haar naam scandeerden en applaudisseerden: een prachttijd.

7. Ongeveer een kwarteeuw later – de Tweede Wereldoorlog was voorbij en het Westen beleefde een ongekende economische groei – had zij haar grote doorbraak: haar optreden met een klein ensembletje in een jazzclub in Greenwich Village werd opgenomen: de langspeelplaat daarvan voerde wekenlang de bestsellerlijsten aan.

8. Heden ten dage, in de late herfst van haar leven, keek ze nog vaak – en met een lichte melancholie – terug op die tumultueuze, maar nochtans fascinerende jaren: de enthousiaste recensies, haar amoureuze avontuur met die grote baritonsaxofonist, die zinnenprikkelende atmosfeer die de bebop teweegbracht, en – natuurlijk – aan het tragische verlies van haar geliefde bij een scheepsramp in de Barentszzee.

9. Terwijl ze tussen de lakens schoof, met haar kleine jackrussellterriër op haar schoot, probeerde ze de tranen die opwelden achter haar vermoeide ogen te bedwingen, maar lou loene, daar hielp geen lievemoederen aan.

10. Toch heb ik tot nog toe een prachtig leven gehad, dacht ze, terwijl ze de wekker op haar zojuist geüpdatete smartphone inschakelde, het lampje op haar nachtkastje uitknipte, en – met een laatste blik op het blauwverlichte [ook los, in GB alleen: geelverlicht] Empire State Building – zich glimlachend in Morpheus' armen begaf.