dinsdag 3 maart 2015

0534 Dictee woensdag 04 mrt 2015 (2): dictee 820 (deel 2) √

Dictee - dictees [0534]

Oefendictee 820 (deel 2)

Dictee 820, alinea 4 t/m 6.

4. Ook nog: triatlon (wedstrijd met de onderdelen bandstoten, driebanden en ankerkader 71/2), tripleren, ui (misslag) en de zweepslagdoorschietstoot (een zekere stoot bij het kunststoten). Brood en spelen: panem et circenses. Het chemisch element borium [B] heeft atoomnummer 5, bohrium [Bh] 107. Dixit Caesar: veni, vidi, vici. Een dipswitch is een dual in-line package-switch. Discrediteren is in diskrediet brengen. Lizzy was dizzy, Elsje het dizzyst van al. De essayeerkunst wordt ook wel docimasie [s, z] genoemd. Een doctor designatus is een aanstaand doctor, een doctor ecclesiae een kerkleraar. Doçuur [gedoceerd worden], die onderga je. Wie zijn dit jaar de doctor-honoris-causakandidaten? De doelisten [democratische partij] hoorden in Amsterdam thuis (vergelijk: Kloveniersdoelen). Een dogla is een persoon van gemengd creools-Hindoestaanse afkomst.

5. De dolaar(d) was op dolage [aan het ronddwalen]. Een dirkje is een directoire. Hij heeft dokter Beffie [geslachtsziekte]. Doktor Eisenbart is een onzin verkopende, maar succesvolle kwakzalver. Een donateur begiftigt een donataris. We nuttigden snel een döner-kebabschotel
[döner kebab]. Ik mocht naar de koningin. Wat zijn de do's-and-don'ts? Hij was door- en doornat. Zij kent haar pappenheimers door en door. In een dos-à-dos kun je zitten of rijden. Uit dépit [ergernis] bedankte hij voor de eer. Die koffiedrab kan nog nuttig zijn. In middeleeuwse kerken vindt men drôleries [komische beeldjes]. Daar is die halvegare weer! Eén dux [hertog], twee duces. Een dugazon is een karakter (ingénue of soubrette) en stem van bepaalde soort (mezzosopraan) in Franse operettes. Je kent de afwijkingen: KIDD- en KISS-syndroom, DCD [developmental coordination dis­or­der], dysgnosie [defect denkvermogen], dyspraxie [stoor­nis in het ver­mo­gen tot het uit­voe­ren van ge­rich­te han­de­lin­gen].

6. Hij verslond boudweg – na de bouchee [pasteitje] – de konijnenbout alsof het een koninginnenhapje was. Alle b.o.t.'ers hebben een
b.o.t.-contract [beroeps voor onbepaalde tijd]. Uiteindelijk zouden ze hem het bos in sturen. Ze moesten wel botje bij botje leggen om dat
botje-bij-botje, die Amerikaanse picknick, te kunnen organiseren. Op een breugeliaanse kermis gaat het er breugeliaans aan toe. Denk hierbij aan Bruegel. In bouillie (bordelaise: Bordeauxse pap) zit zeker geen bouilli [soepvlees]. Ik werd opgescheept met twee bourgeois, de ene had meer van een bourgeoistje. Quatsch, dat gekibbel over een bratsch [driesnarige altviool, contra, zigeunerviool]  tijdens de kladderadatsch [economische of morele instorting]. Hij heeft een brique [uitspraak: briek = steenrood] briquet [aansteker]. Gebruik toch een eau de toiletteje! Interessant item: eb-en-vloedenergie. Dat oppervlak is écaillé [geschubd]. Hij leeft van de ecart [koersverschil effectenhandel]. Etsen doe je met een echoppe [brede etsnaald - geen 'puh' uitspreken]. Vleermuizen gebruiken altijd echo-oriëntatie.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten