Dictee – dictees [3854]
BeNeDictee 108 Dian Harderwijk
Hieronder 80 genummerde zinnen. Vooraan staat de taal in vet en erachter na een gedachtestreepje een zin met (in vet en rood) per zin 1 invulitem.
Toelichting in [blauw]
Etymologie
1. Abnaki – De vismarter of pekan is de grootste soort marter en komt voor in de noordelijke naaldwouden van Noord-Amerika.
2. Akkadisch – Een ziggoerat is een piramidevormige tempel met terrassen, in het oude Mesopotamië en Perzië. [uitspraak: ie]
3. Algonkin – Een geliefd ontbijt is hominy, een dikke pap van maisgries met koude slagroom. [uitspraak: hoh-muh-nie]
4. Arabisch – Een Noord-Afrikaans symbolenschrift is Tifinagh, voorheen o.a. door Toearegs gebruikt om veelal korte boodschappen op rotsen te krassen, in Marokko geherintroduceerd om teksten in Tamazight te schrijven. [Berberschrift]
5. Arowaks – Een sarasara is een garnaal.
6. Australisch Aboriginal – De kowari is een klein vleesetend buideldier uit Australië.
7. Bargoens – Andere woorden voor een heitjespiejijzer zijn: kwartjesvinder, kleine scharrelaar en klaploper.
8. Belgisch-Frans – De verkorting van universiteit is unief.
9. Berbers – Een tighremt is een lemen Berberkasteel of een met twee of vier torens versterkte woning met of zonder binnenplaats, waar een of meer (boeren)families wonen.
10. Catalaans – Een talayot is een uit grote natuurstenen opgetrokken torenvormig gebouw, bijvoorbeeld op Mallorca en Ibiza.
11. Deens – De Deense vlag is de Dannebrog.
12. Engels – Natuurlijk uit
Shakespeare:
back-wounding calumny ofwel in
de rug wondende laster.
13. Esperanto – Het klavarskribo is een vereenvoudigd notenschrift voor klavierinstrumenten, waarbij de muziek in verticale kolommen staat die de lijnen van de zwarte toetsen voorstellen.
14. Fins – Tot 1 januari 2002 was de markka de munteenheid van Finland.
15. Frans – Dat vraag je à brûle-pourpoint: op de man, vrouw af.
16. Fries – Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries.
[boter, brood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan, is geen echte Fries]
17. Germaans – Hij heeft een boerenvuur geblouwd. [met armen op de borst warm slaan]
18. Grieks – Een oenochoë is een oud-Griekse,
m.n. Attische of Korinthische buikige wijnkan met één, boven de rand uitstekend
oor. [uitspraak
oj-noo-koo-wee, mv. oenochoai
– GB zou hier Oud schrijven]
19. Hawaïaans – Bloklava ook wel aa-lava
is een dikvloeibare, met gasbellen gevulde lava, die aan de
oppervlakte in blokken stolt.
[uitspraak aa-aa-laa-vaa]
20. Hebreeuws – Die is mesjoggaas, hartstikke gek. [ook: mesjoggenaas][ook: mesjogge + veel varianten]
21. Hindi – Het Phagwa [g van goal] is een Hindoestaans holifeest dat uitbundig wordt gevierd, waarbij mensen gekleurde poeders naar elkaar gooien en de strenge sociale regels en hiërarchie niet gelden. [phagwafeest, holifeest]
22. Hongaars - Een heiduk [oe] is een stropende, lichtgewapende Hongaarse soldaat.
23. Iers – Een bodhrán is een Ierse handtrommel, gebruikt als percussie-instrument in Ierse folkmuziek. [uitspraak: bau-rahn]
24. IJslands – De tölt is een van de gangen van een paard. [uitspraak: tuhlt]
25. Indisch – Het in de Indische cultuur flexibel omgaan met afspraken noem je jam karet. [uitspraak: djahm]
26. Ionisch – Toen de Grieken onder Xenophon op hun terugtocht uit Azië naar het vaderland de zee terugzagen riepen zij uit: “Thalassa! Thalassa!”
[ook: Thalatta]
27. Italiaans – Twijfel je? Zou je willen, maar ook niet: vorrei e [ee] non vorrei. [uitdrukking twijfel]
28. Japans – Uitermate gezond, eet een uchiki kuri, een feloranje pompoen met zoet vruchtvlees. [uitspraak: oetsj-kie-koe-rie]
29. Jiddisch – Hij heeft voor ons gedavvend (gebeden). [ww. davvenen]
30. jongerentaal – Hij is helemaal delulu
[uitspraak duh-loe-loe]; misleid door schone schijn of
overspannen verwachtingen. [delusional
(begoocheld, een waandenkbeeld hebbend)]
31. Keltisch – Eetbaar is dulse, een zeewiersoort met donkerrode bladeren. [uitspraak: dahls]
32. Koptisch – Een mammisi is een kleine Egyptische tempel ter ere van de geboorte van een godheid of een farao.
33. Koreaans – Een chaebol is een Zuid-Koreaans industrieel conglomeraat. [uitspraak: dzjèh-buhl]
34. Krim-Gotisch – Een twintigtal ofwel een stijg eieren.
35. Latijn – Het is nu of nooit:
(aut) nunc(,) aut nunquam.
36. Limburgs – Een buutreedner is een feestredenaar die tijdens het carnaval optreedt
37. Maleis – Hij sprak met verzuchtende toon:
“Alles
vergeefs, voor niets, voor tjoema”.
38. Maori – De naam waarmee Maori’s
Nieuw-Zeeland aanduiden is Aotearoa.
[GB]
39. Marathi – Steekvliegen kunnen surra [oe] overbrengen, een bloedziekte bij o.a. paarden,
dromedarissen, olifanten en herkauwers.
[surah (oe aa) = een weefsel]
40. Marokkaans – De begroeting ewa [ee] heeft de strekking ‘hoe is het?’ of ‘wat is er?’
41. middeleeuws Latijn – Een ventriloquist is een buikspreker
42. Misjnaïsch Hebreeuws – De masora [s] is de traditionele Hebreeuwse tekst van het O.T.
43. Modern Latijn – De aepyornis is de uitgestorven reuzenvogel van Madagaskar.
44. Nahuatl – In Mexico wordt uit het sap van de agave de alcoholische drank pulque bereid. [uitspraak: poel-kuh]
(45 t/m 49). Nederlands – Door klimaatverandering worden we in de
Lage Landen geobsedeerd door de resultaten van de 45.
hoofdgetijdenstationslangetermijnzeespiegelstijgingsmetingen.
In Zoetermeer worden de BeNeDicteevrienden door de uit
46. GD [afkorting Gelderland] afkomstige gastvrouw onthaald, niet voor een huiskamerdictee in haar
47. daggelderswoning maar voor een buitendedeurtje waar een ontbijt met de variant
48. dian-van-gelder wordt geserveerd en op de achtergrond een symfonie door
[variant op hans-van-gelder = roggebrood]
49. Het Gelders Orkest wordt gespeeld. [HGO]
50. Nepalees – De thangka is een geschilderd of geborduurd banier met een voorstelling uit het leven van Boeddha dat boeddhisten bij hun huisaltaar hangen of bij processies meedragen.
[geen h uitspreken]
51. Oekraïens – De Holodomor [niet + e] was een d.m.v. collectivisatie van de landbouw veroorzaakte hongersnood in de Oekraïense Sovjetrepubliek in 1932/1933, soms beschouwd als vorm van genocide.
52. Oudfrans – Om de schapenvachten te reinigen heeft hij ze met kokend water geschoud. [schouden = schouwen = broeien - o.a. varkenshuiden]
53. Oudhoogduits – De afkorting Ohd. is die van Oudhoogduits.
54. Oudnoors – De kosmische wereldboom Yggdrasil uit de noordse mythologie verbindt negen werelden. De naam betekent "paard van Odin", verwijzend naar Odins offer aan de boom, doordat Odin negen nachten aan de boom hing, fungeerde de boom als zijn galg en werd de boom dus zijn paard.
55. Papiaments – Een ander woord voor baisait is maîtresse. [bijzit, Antillen]
56. Perzisch – De god van het kwaad en de duisternis volgens de leer van Zarathoestra is Ahriman.
57. Picardisch – Een ander woord voor kasseiweg is kalsijde.
58. Pools – De Sejm is de Poolse volksvertegenwoordiging.
59. Portugees – De ipecacuanha is een kina-achtige plant uit Zuid-Amerika, waarvan de wortel in de geneeskunde wordt gebruikt.
[uitspraak: ie-pee-ka-kwahn-jaa]
60. pseudo-Engels – Een rover maakt zich schuldig aan sackjacking als hij bij een beroving een autoruit inslaat om een tas te grijpen en er daarna vandoor gaat.
61. Quechua – Afkomstig uit Zuid-Amerika is het geestverruimende plantenbrouwsel ayahuasca. [uitspraak: aa-jaa-wahs-kaa]
62. Rotwelsch – Als je een situatie hebt beknijsd, dan heb je aandachtig geloerd. [beknijzen = bekijken, overdenken]
63. Russisch – De cesarevitsj is de oudste zoon van de tsaar, de troonopvolger.
64. Sanskriet – Een Indiase ruimtevaarder noem je een vyomanaut.
65. Servisch Een Servische nationalist is een četnik.
66. Shona – Een Afrikaans, m.n. Zimbabwaans muziekinstrument, bestaande uit een plankje met circa 30 metalen lamellen die getokkeld worden is een mbira.
67. Singalees – Een Vaddah is een lid van de oorspronkelijke bevolking
van Sri Lanka.
[uitspraak:
vah-daa]
68. Slavisch – Bij een touche is sprake van een kort blazen op een trompet ofwel een trompetstoot.
69. Sotho – Een naam voor gierst of sorghum is milocorn. [uitspraak: maai]
70. Sranantongo – Een tyuku is een steekpenning. [uitspraak: tjoe-koe]
71. straattaal – Een jonko klappen is een joint roken. [uitspraak: dzjohng-koo]
72. Swahili – Hij leed aan chikungunya: een door muggen verspreide subtropische virusziekte die voorkomt rond de Indische Oceaan, gekenmerkt door hoge koorts en hevige spier- en gewrichtspijnen. [uitspraak: tsjie-koen-goen-jaa, g van goal]
73. Taino – Als je ciguatera hebt, dan heb je een visvergiftiging
opgelopen.
[uitspraak: sie-gwaa-tee-raa]
74. Thai – Doe je aan muay-thaiboksen, dan kies je voor een harde vechtsport waarbij naast de reguliere bokstechnieken ook het geven van elleboogstoten en knietrappen is toegestaan.
75. Tibetaans – In de Tibetaanse meditatietechniek qi dao staat een harmonische beweging centraal. [uitspraak: tsjie-dauw]
76. Tsjechisch – De haček is een diakritisch teken, bestaande uit een V‑vormig haakje boven een letter. [uitspraak: haa-tsjèhk]
77. Turks – De pendjerelik is een deel van een kameeltuig dat, indien vervaardigd in een van de voor oosterse tapijten toegepaste technieken, in Europa wel als schoorsteenmantelloper gebruikt wordt. [uitspraak: pèhn-dzjuh-ree-liek]
78. Vietnamees – De ingrediënten van de Vietnamese bouillon pho zijn o.a. rijstnoedels, kruiden en (rund)vlees. [uitspraak: fuh:]
79. Vlaams – Het Frans-Vlaams gerecht potjevleesch van kip, konijn en rundvlees in gelei wordt koud gegeten.
80. (Zuid-)Afrikaans – Lijfspreuk - van Paul Krüger, president van de Zuid-Afrikaanse Republiek aan het einde van de 19e eeuw – die in onze huidige tijd nog immer zo van toepassing is, dus wees hoopvol: “Alles sal regkom”.