maandag 30 maart 2015

Dictee maandag 30 mrt 2015 (4): dictee Groot Gents Studentendictee 2015 [578]

Dictee - dictees

Groot Gents Studentendictee 2015

[Er is een geannoteerd dictee beschikbaar: leentfaar@zeelandnet.nl of laat je op de maillijst 'Annotatie' zetten.]
 
Liefde in Keiem

De warme zonnestralen schenen ongenadig neer op een bucolische lenteweide achter de neogotische Onze-Lieve-Vrouwekerk. Een langzame zweetdruppel parelde van Daves nek recht in de iets te wijde V-hals van zijn Velvet Underground-T-shirt. Had hij nu maar het geduld van wijlen zijn oudoom Alfons De Rycke, primus perpetuus van het Grootseminarie te Brugge, erekanunnik-titularis van Bommerskonte [Bommelskonten!] en omstreken, en voor eeuwig bekend om zijn negentiende-eeuwse epistolaire imbroglio met een benedictijnerabt. Inderdaad, Alfons’ oeuvre getuigde van een no-nonsense oer-Vlaamse kloekheid en terzelfder tijd [los!] van een onapologetisch [on!] antisemitisme waarbij met name de Asjkenazische Joden het moesten ontgelden. Dedju [nonde(d)ju]. Waar bleef zijn teerbeminde Sabrinaatje toch?

Terwijl hij daar te midden van het West-Vlaamse natuurschoon zijn tijd beidde tot sint-juttemis, inspecteerde hij of de caipirinha, de baguette met quinoa, en zijn geëmailleerde eau-de-colognefles de dodentocht in zijn antiquarische deux-chevaux overleefd hadden. Dat was het geval, en uit dankbaarheid prevelde hij een Ave Mariaatje. O, Vlaanderland waar mijnheer de schoolmeester nog ge-a.u.b.’d wordt in plaats van gejijd of gejoud en nordic walken iets voor janetten uit de stad is. Een land waar grootmoeder op vrijdag noordzeekrab in bechamelsaus met kroketten klaarmaakt. Een mythisch eldorado aan de Noord-Franse grens waar Sabrina in een bikinietje met polkadots sans gêne door het hooi rollebolt als een seduisante geperoxideerde Griekse sibille.

Spontaan vlijde Dave zich neer in het groen, haalde zijn ney boven en begon een petillant deuntje te spelen. Het maakte plots niets meer uit of Sabrina met haar twee dikke bordeauxs nog kwam picknicken. Hij ging ervan uit dat de dag toch niet verspild was, stak zijn ney weer weg, haalde zijn fluit boven en speelde lustig voort onder het gekwinkel van de kauwen, de roodborstjes, de oehoes en een hopeloos verdwaalde mississippialligator [aaneen]. En zo was het goed.