donderdag 1 december 2016

Dictee donderdag 01 dec 2016 (4): dictee Groot Castricums Dictee 2016 [1009]

Dictee - dictees [1009]

Groot Castricums Dictee 2016

Waar moet het heen met onze democratie? (auteur: Gerard Wortel)

1. Geen besogne is heden ten dage zo fascinerend en zo excessief profijtelijk als filosoferen over de portee van de democratie, of je dat nu in je eentje doet vanuit je biedermeier crapaud (ook: biedermeiercrapaud - GB: alleen znw.; VD: znw. en bnw.), ondertussen een pistolet met half-om-halfgehakt verorberend, dan wel het democratische gedachtegoed bediscussieert met een stel Europagezinde vegetarische pensionado's in een à-la-carterestaurant.

2. Het feit dat het volk, dat wordt vertegenwoordigd door parlementariërs met een premier als primus inter pares, deel uitmaakt van de macht, geeft de burgerij [v.] een geprivilegieerde positie, waarin het opportuun is om coûte que coûte alle knowhow over onze gelauwerde staatsvorm scrupuleus te absorberen en van alles wat het landsbelang aangaat op-en-top haar [!] pakkie-an te maken.

3. Nochtans geven onze mandatarissen, mogelijk ten gevolge van een te grote distantie tussen Tweede Kamerleden en de
doorsnee-Nederlander, ons niet te allen tijde het gevoel dat we au sérieux genomen worden, zodat het vertrouwen in elkaar bijwijlen schabouwelijke contouren tentoonspreidt. Als we niet willen dat ons staatsbestel versjteerd wordt en het electoraat ervantussen gaat, moet eenieder constant op zijn qui-vive zijn.


4. Het allerbelangrijkst voor onze parlementaire deputatie is dat ze verbaal feeling blijft houden met de achterban, hetgeen inhoudt dat ze redundant taalgebruik of koeterwaals vermijdt, het chicaneren van de opponent reduceert tot het strikt noodzakelijke en nooit ofte nimmer met dedain reageert op ingezondenbrievenschrijvers.

5. Een primordiale reflectie op de wijze waarop onze actuele staatsvorm fungeert kan ertoe leiden dat de democratie een contemporain cachet krijgt, waarbij het accent komt te liggen op courage, confidentie en engagement, met als gevolg dat er in ons land minder polarisatie en meer coöperatie zal zijn.

6. Wil de politiek haar relatie met de burgers niet voorgoed vernachelen, dan is het van belang dat de veelal degoutante en machiavellistische betogen van het Haagse politieke establishment als de wiedeweerga veranderen in attractieve, appellerende  en ter zake doende debatten waarbij de burgers zich thuis voelen en waarin ze niet als Jut en Jul worden afgeschilderd. Zo kan ook een
normen-en-waardendebat weer plausibel gaan klinken.