zaterdag 7 november 2015

Dictee zondag 08 nov 2015 (1): dictee Ditjes en datjes (69) [778]

Dictee - dictees [778]

Ditjes en datjes (69) 

A. Vraag: in de spellingsquiz in het maandblad van Onze Taal staat dat je lepeltje-lepeltje zou moeten schrijven: is dat juist? Nee, zo heb ik Onze Taal gemeld: ik voel er veel voor (net als bij balletje-balletje), maar bij de huidige bronnen GB en VD blijft het voorlopig echt 'lepeltje lepeltje'.

B. Ik ben wel fanatiek, echter niet haatdragend. Toch heb ik het woord 'Schiedam' uit mijn vocabulaire verwijderd. Ik maak daar verder geen woorden meer aan vuil. Tot nog toe is dat verder alleen aan Merelbeke en Putten (Biblebelt, Veluwe) gelukt.

C. In een dictee kwam ik tegen 'rousseauaans'. Dat is niet correct: het moet echt 'rousseauïaans' zijn, net als hegeliaans, reviaans, erasmiaans, etc.

D. 'Apetrotse' is een versteende uitdrukking, maar hoe zit dat met 'pauwe(n)trots', dat beslist geen versteende uitdrukking is? De vraag ligt voor bij Taaladvies!

E. Interessante kwestie: vermiljoenen is een ww., als je dat doet, wordt iets vermiljoen (bnw.). De verbogen vorm is vermiljoene: het bnw. 'vermiljoenen' bestaat dus niet! En is het: vermiljoene epauletten. Discussie wellicht mogelijk.

F. In Leuven had ik 'j… c… nog an toe'. Volgens de jury 'aan'. Echter: bij lemma 'allemachtig': nog an toe. Had dus niet fout gerekend mogen worden. Er werd trouwens 'ahn' voorgelezen!

G. Groene Boekje is een eigen- dan wel merknaam. Het is en blijft dus Groene Boekjesspellingsfetisjist!

H. Ik dacht dat 's anderendaags op het verleden sloeg. Het slaat echter op de toekomst (VD: de volgende dag). Daar hoorde dus de tegenwoordige tijd bij ('melden' en niet 'meldden'). Een extra argument was ook nog dat verderop in de alinea nog een tegenwoordige tijd voorkwam.

I. Er was ook nog discussie over Beëlzebub vs. beëlzebub. Met een hoofdletter is dat een uniek begrip, afkomstig uit de Bijbel. GB en VD sterken mij in de gedachte dat dit geen mv. heeft. GB heeft nu zelfs betekenissen: beëlzebub (aap, angstaanjagend persoon) en Beëlzebub (god). Als je het mv. gebruikt, kan dat dus m.i. per definitie niet met een hoofdletter!

J. In Leuven was ik de beste Nederlander, joepie!

K. In Schiedam was er ook nog een reservezin voor de specialisten. Die volgt hierna.

Na afloop gewerd hen een coccejaans bittertje, een van hen kreeg een schiedammertje; de rara-avisfiguur met zijn schiebaart recommandeerde men açaibessensap (Sranantongo: podosiri).