donderdag 23 april 2015

Dictee donderdag 23 apr 2015 (1): dictee 2015 2College Tilburg [605]

Dictee - dictees [605]

18e Cobbenhagendictee Tilburg (auteur: Corné van Doorn)
[Geen geannoteerde versie beschikbaar]

Naturel

Nu u hier al of niet gespannen zit, trachte u zich eens een landschap voor te stellen: bucolisch met zorgeloze herders, weidse bosschages, niet-geleewiekte zwanen, wellicht enkele schalkse faunen in een pas de deux met lieflijke nimfen oftewel een meer exotisch tafereel met eindeloze sawa’s met her en der een verspreide ketapang [Indonesische boom].

Tegenwoordig is in veel contreien deze authentieke natuurlijkheid vervangen door het quasinaturel van de grootstad: chique Parisiennes bijvoorbeeld, opzichtig flanerend met haute-couturetasjes over avenues en boulevards, zich neervlijend op een gestyled terrasje, waar zij, nippend aan hun talrijke bordeauxs, in een opwelling van narcisme, hun foto’s bewonderen, zojuist geüpload en meteen geliket.

Wat vind je nog aan natuur terug in onze verstedelijkte agglomeraties: de menselijke maat wordt verbrijzeld door versteende mastodonten die met hun abjecte puistenkoppen een de ogen schrijnend reliëf vormen, naar verluidt ontsproten aan het brein van megalomane architecten gemanaged door de hybris van ABN'ers en ING'ers, toch verantwoordelijk voor talloze crises.

Als reactie hierop zie je nochtans een serie groene initiatieven zoals moestuintjes waarin gestreste stedelingen hun rust vinden door de teelt van pastinaak, savooiekool, courgettes, rode bieten, asimina's [Amerikaanse fruitboom of vrucht ervan: pawpaw], paprika’s en rodekool; zo zet Amsterdam zich in de spotlights middels een onlineplatform met geenszins ideeëloze plannen voor een tulpenrijkdom en verticale schooltuinen, didactisch een vorm van natuureducatie. Houd je echter gedeisd voor een ontheemde uit het Nedersaksische in het nabije Oost-Groningse verzeild geraakte wolf en, oei, een agressieve oehoe.

Bedreigt de virtuele wereld ook niet ons onszelf zijn: is een intiem rendez-voustje van in elkaar verzonken amoureuzen nog mogelijk in deze tijd van niet-versmade cyberseks en van sociale media die mensen verleiden hun wel en wee schaamteloos en voor een op sensatie geilend publiek tentoon te spreiden? En bezit een robot voor een dementerende oudere in zijn of haar morbide en caleidoscopisch bestaan het levinasiaanse [volgens de filosoof Levinas] gelaat van de humane hulpverlener?

En wat te denken van onze taal: hoe natuurlijk zijn in de schrijftaal overgestileerde zinsconstructies en in de spreektaal dat geaffecteerde toontje waarmee parvenu’s in hun ogen minder belangrijke mensen als waren het ordinaire bombazijnen negligés bejegenen, de vleiende woorden van loverboys of dictees voor ingewijden of masochisten die in feite onze spelling ridiculiseren? En, ten slotte, is het fonologische “hij wort” niet natuurlijker dan het morfologische “hij wordt”……? Geen retorische vraag, maar geheel te uwer beoordeling!