zondag 26 november 2017

Dictee zondag 26 nov 2017 (1): dictee Portaelsdictee Vilvoorde 2017 [1216]

Dictee - dictees [1216]

Portaelsdictee Vilvoorde 2017

De 73 woorden in rood moesten door de specialisten worden ingevuld, de 75 blauwe door de liefhebbers. Toelichting in groen tussen vierkante haken [ ].

Een odyssee (auteur: Jan Deroover)

1. Dit verhaal gaat over de reisimpressies van Jean François [Jan Frans, Jean-François] Portaels, een negentiende-eeuwse
schilder-reiziger, visueel chroniqueur en zijn odyssee, toentertijd [thans ook: toendertijd] geen sinecure [VD ook: sinecuur], zonder tgv's en dat ging dus niet op z'n janboerenfluitjes. Geboren in het jaar des Heren 1818, op 3 april volgens de gregoriaanse kalender, onder Hollands bewind. Hij was molenaars- en brouwerszoon in een familie waar keukenmeidenfrans en Marollenfrans werd gesproken, vermoedelijk nog het meest in Vilvoords dialect. Hij trok naar het Louvre als voorbereiding van het admissie-examen voor de Prijs van Rome, waaraan een reisbeurs verbonden was om in Italië de antieken te gaan bestuderen. Hij bereidde zich consciëntieus voor.


2. Op 7 oktober 1842 won hij de Prijs van Rome [Prix de Rome, v.a. 1663] en kon hij beschikken over heel wat middelen, want Portaels' vader was geen croesus en hij had nog niet geërfd. Voor zijn afreis had hij zijn valies volgepropt met een pardessustje [overjas], een
houtje-touwtjejas, een zonnehoed, naast nog wat victualiën. Zijn vader sprak hem toe: "Heil zij met u en hoed (!) u voor gevaar!" Hij vertrok mit heißem Bemühn [met vurige ijver]. Hij verplaatste zich met een kales [VD; met GB ook: calèche, andere uitspraak], dan weer een droschke, getrokken door een span behemoths [groot en sterk viervoetig dier; Bijbel: B] of paarden met een sjabrak [dekkleed], terwijl lipizzaners voorbijijlden. Om de tijd te verdoen [doden] vermeide hij zich met bezique spelen en trente-et-quarante.


3. Via onze oosterburen en via het Schwyzerdütschsprekende deel van de Confoederatio [VD] Helvetica trok hij de Alpen over. Aangekomen in Rome, la città eterna [de Eeuwige Stad, Rome], vond hij een tijdelijk verblijf bij de Zusters [VD: zusters van het Heilig Hart, maar: Zusters van het Arme Kind Jezus] van het Heilig Graf, zwartgekouste [als: witgehandschoend] kanunnikessen, niet kortgerokt, buren van de barrevoetse monniken. Het was een prachtig monasterium met een peristyle [zuilengang] met pen-en-gatverbindingen in stucmarmer en stucco lustro [beide: kunstmarmer] en muren bezet met spachtelputz. Hij kon acclimatiseren in de aanliggende tuin, waar duizendguldenkruid woekerde naast juffertje(s)-in-'t-groen en hyacinten. Portaels maakte er kennis met de Italiaanse keuken met prosciutto [achterham], cacciucco [vissoep], panettone [brood, Kerstmis], cappuccino en maraskinotaartjes [vgl. marasquin = maraskijn], eens iets anders dan paardensteak of kippenragout of boekweitebrij uit de Brabantse keuken.

4. Het was de bedoeling Bijbelse taferelen te schilderen, ook ignudi [ignudo = naaktfiguur] zoals zovele voorgangers. Hij maakte er zijn eerste schetsen, veelal chiaroscuro [clair-obscur], tekende in situ [ter plaatse], in plein-air [vrije natuur] op vergépapier [met waterlijnen]. Bepaalde lijnen werden benadrukt met gallusinkt,
3,4,5-trihydroxybenzoëzuur [galluszuur], later verantwoordelijk voor inktvraat. Na zes weken stuurde hij een eerste reeks werken naar de juryleden, naast een souvenirtje voor zijn moeder en een ansichtkaart naar Navez [vees], zijn oud-leraar. Via de Pontijnse moerassen [in regio Latium, drooggelegd door Mussolini; evt. Moerassen] en over Napels trok hij naar het Apennijns Schiereiland.


5. Een onvoorzien oponthoud vond plaats bij het verderzetten [BE] van de reis, want in Napels werd hij aangevallen door de loucheste Italiaanse maffia [enk., m/v] en hun zijn/haar Napolitaanse mastiff [Engelse dog] (ook: mastino napoletano = Italiaanse dog]. In Palermo nam hij de stoomboot en reisde door naar Malta. Het schip verdwaalde, hij had sjlemazzel [pech], want de kapitein vond de Leidster niet, de Poolster, beneveld door de limoncello [citroenlikeur] zag hij alleen de Andromedanevel. Zijn ausdauer was op de proef gesteld. Hij kon bekomen in een van de grands hôtels [ook: grand hôtels!]. Maar hij moest besparen op zijn reiskosten en vond een refuge [toevluchtsoord] bij de johannieterridders of hij verbleef sub Jove frigido [onder de blote hemel]. Hij zette zijn homerische tocht verder [BE] richting Athene, bezocht de Akropolis en genoot van de Griekse yoghurt en tzatziki [gerecht]. 

6. Hij reisde naar Thessaloniki via de Landengte [maar VD heeft: landengte; istmus, mv. istmi of istmussen] van Korinthe waar vroeger de Isthmische Spelen plaatsvonden. Hij aanschouwde in de verte Constantinopel en had een prachtig uitzicht op de ziggoerats [tempeltoren] en campaniles [klokkentoren] met jaquemarts [figuurtje op klok]. Aldaar aangekomen bezocht hij de binnenstad waar hij zich tegoed deed aan köfte [Turks gerecht] en nargileh [waterpijp] rookte. Hij zette zijn reis verder [BE] naar het Midden-Oosten via Smyrna en Baalbek met zijn Romeinse tuinen en kruip-in-door-sluipsteegjes [wdb.:
kruip-door-sluip-doorsteegjes]
. Hij bereikte de Oriënt.


7. In december kwam hij aan in Damascus. Er woedde een strijd tussen sjiieten en soennieten, allen moellahs [ook: mollahs - geestelijke], waarbij nazaten van de Loutere Broeders [school van islamitische filosofen – 10e eeuw] bemiddelden via een derwisj [o.a. bedelmonnik]. Gelukkig vond hij snel onderdak in een lokaal klooster, voor hem zijn mekka. Hij trok verder naar het Beloofde Land en bezocht Bethlehem waar hij de middernachtmis bijwoonde in de kerk van de grot van de Annunciatie [r.-k.: Maria-Boodschap], aan de buitenkant begroeid met in bloei staande ster-van-bethlehem. Op onnozele-kinderendag [= Onnozele-Kinderen] ging hij verder naar Egypte en had er een relâche forcée [gedwongen oponthoud] omwille van een koortsepidemie ten gevolge van de chikungunya [virusziekte; muggen – NL: goen, BE: koen]. Hij kon gelukkig een beroep doen op de medewerkers van de Rode Halvemaan [avant la lettre ...].

8. Jean François trok verder naar Thebe, de oud-Egyptische [ook: Oud!] stad, en verbleef er bij een lokale fellah [landbouwer] in een bedoeïenentent, een twee-onder-een-kapwoning avant la lettre. Hij moest beschutting zoeken tegen samoem [ook: samoen] en chamsin [ook: kamsin], beide ghibils [hete woestijnwinden] in Noord-Afrika. Hij konterfeitte kamelen en dromedarissen, Saharaanse taferelen en leidde een seminomadisch bestaan, want de lange reis kostte hem geld en hij lag bijna aan de gallemieze(n) [blut zijn]. Hij voer de Nijl af in een dhow [boot] of een feloek [zeilboot, VD ook: feloeka]. De lokale bevolking, vooral islamieten, vierde het einde van de ramadan en hij werd uitgenodigd via zijn dragoman [ook: drogman – tolk] en prud'homme [vertrouwensman, maar: monsieur, Joseph Prudhomme] op het Suikerfeest [Ied-al-Fitr].

9. Op 2 april, de dag voor zijn 28ste (28e) verjaardag, beleefde hij het toppunt van zijn reis. Hij was de invité [vr.: invitée] van de wali [= vali: gouverneur], Mohamed Ali, onderkoning van Egypte. Portaels droeg een kasjmieren jacquet en een pashmina [sjaal] en een ravenzwarte ceintuur. Hij werd met egard(s) ontvangen, nu zou de jeugd dit propz noemen. Hij kreeg de opdracht zijn staatsieportret te maken tegen een hoge prijs en had zijn mecenas gevonden. De wali lag neergevlijd op een ottomane, een chaise longue, bekleed met patchwork [met lapjes] in een paisleypatroon [abstract, kleurrijk], met ernaast een gueridon [tafeltje], waarop een Ierse (!) whiskey stond in een
façon-de-venisekaraf. Hij dronk er verse muntthee en rookte op aandringen van zijn hoge gast(heer) uit een soort tjilm [pijpje voor opium]. Het driegangenmenu bestond uit rode zeebrasem, lavash [brood] gedept in dukkah [mengsel om brood in te dippen] en een croquembouche [nagerecht].


10. Uitgerust trok hij verder naar Gizeh waar hij de sfinx en de piramides schetste. Het werd stilaan tijd voor onze eerste Syriëganger terug te keren naar Vilvoorde, waar hij à bras ouverts werd verwelkomd. Hij werkte zich te pletter. Hij tekende oosterse vrouwen, nooit met een decolleté en niet shabby gekleed, wel in een berthe [kanten pelerine] van orleans [zekere stof], al dan niet met een haik [sluier], dan weer in een abaja [gewaad moslimvrouwen] of gewaden van chalcosienkleurige [koperglans] chintz [stof, ook: calicot, indienne, sits] en barège [japonstof] in jonquillekleur [gele narcis]. Hij portretteerde de zus van Leopold II, Marie Charlotte, in Lombardische [ook: Lombardijs, betreffende Lombardije] kledij in een chemise [hemd] in régence [zijden japonstof] met suçon(s) en kanten pelerine. In 1849 huwde hij Navez' [vees] dochter. Hij reisde later Europa af, was aanwezig bij de opening van het Suezkanaal en werd ook directeur van de Brusselse Academie [eigennaam] waar o.a. Ensor, Van Gogh [maar: Vincent van Gogh] en Van Rysselberghe tot zijn leerlingen behoorden. Hij overleed op 8 februari 1895 en ligt begraven op het kerkhof van Laken, het Belgische Père-Lachaise [de beroemde begraafplaats van Parijs].