zondag 20 november 2016

Dictee zondag 20 nov 2016 (1): dictee Groot Alphens Bloemrijk Dictee 2016 [992]

Dictee - dictees [992] 

Groot Alphens Bloemrijk Dictee 2016

Levenstucht (Auteur: Ego Flos (oftewel: J.C. Bloem zelf); barragezin: Gert-Jan Windhorst, oud-leraar Groene Hart Lyceum)

1. Bijna ieder mens verkeert in omstandigheden, die hem noodzaken een groot deel van zijn leven aan de een of andere studie of werkkring te geven. Al vroeg begint dit, op de eerste dag van de lagere school, en dit duurt vele jaren lang, voor velen – vooral voor degenen, die in de kracht van hun leven, of nog eerder, sterven – tot aan hun dood.

2. Een groot deel van hun overige tijd wijden ze aan allerlei bezigheden, die men meestal met de naam liefhebberijen aanduidt, een naam, die, toen hij nog onverflauwd zijn oorspronkelijke betekenis bezat, misschien niet slecht was, die thans evenwel tot een ellendige gemeenplaats is geworden. De flauwste beuzelingen duidt men ermee aan, en tevens de meest weidse vreugden van hart en intellect.

3. Over laatstgenoemde vreugden, in verband met de noodgedwongen dagelijkse bezigheden, wilde ik het nu eens hebben. Voor het merendeel der mensen is hun betrekking een goedig-aangenaam iets. Zij stappen ' morgens welgemoed naar hun werk, en komen na afloop niet minder en niet meer welgemoed ervan terug. Dat zijn de eenvoudige, suffe Jannen, Pieten en Klazen der maatschappij.

4. Anderen daarentegen gevoelen wel degelijk de saaiheid van de dagelijkse levenssleur. Voor hen is het werk een onvermijdelijke last. Zij onderwerpen zich er morrende aan en beschouwen de tijd van de dag, die zij eraan moeten geven, als een rijstebrijberg, waar zij zich steeds weer opnieuw moeten door eten, om tot de schaarser stonden van hun vreugde te geraken.

5. Deze mensen mogen meer onze sympathie hebben, omdat zij niet zo hopeloos-alledaags als de meesten zijn: het valt niet te loochenen, dat zij voor de maatschappij minder nuttig zijn dan de eerste categorie. Zij kunnen wel dragen, maar niet heffen. Die dit wel kunnen, vormen een derde groep, die mij de edelste van houding lijkt.

6. Ook voor hun gevoel is ieder kwartier, aan het vervelende dagwerk besteed, vijftien minuten te veel. Maar zij hebben het inzicht, dat met dit gevoel tot een goede evenwichtigheid samengaat. Zij zien in de grauwe dagelijksheden des levens een tegenwicht, een tucht voor andere, schoner neigingen, wier stroom zonder deze tucht vermoedelijk buiten haar bedding zou treden, en aldus vervloeien en tenietgaan.

7. Deze levenshouding is weliswaar de moeilijkste. Maar wie haar zich eenmaal duurzaam heeft eigen gemaakt, zal voorzeker daardoor de grootste bevrediging in het leven vinden.

8. (Barragezin) Het bevreemdt je dat men - in verhalen over de Oudshoornse villa - zich het landhuis als een pied-à-terre herinnert en het meest stupide is wel dat - volgens allerlei ge-sms'te en geappte berichten - Bloem uit hoofde van bepaalde teksten een
rock-'n-rolllegende avant la lettre zou zijn.