dinsdag 15 november 2016

Dictee dinsdag 15 nov 2016 (2): dictee Oefendictee november 2016 (8) [989]

Dictee - dictees [989]

Oefendictee november 2016 (8)

1. Na het drinken van taffia en ratafia gingen ze raffia kopen. Bij de mocromaffia steken ze vaak een saffiaantje (saffie) op. Ook de cybermaffia is maffia-achtig. Met epitafia (enk.: epitafium) of epitafen (enk.: epitaaf) worden grafschriften bedoeld

2. Doe maar gewoon, doe maar recht op en neer. Heb jij weleens seks in de missionarishouding (zie de Dikke Van Dale), een op-en-neertje of een recht-op-en-neertje, bedreven? Die strip staat bekend om zijn recht-op-en-neerkarakter. Een recht op-en-neer is trouwens een gewone (oude of jonge) klare. Een cilinderzuiger gaat recht op en neer.

 3. Hij schrijft altijd erg rechtop (steil), hij zit rechtop in bed, hij loopt en zit rechtop en hij kan zich op het gladde ijs moeilijk rechtop houden. Punkers dragen stekelhaar, rechtopstaand haar (hanenkam, mohawk). Door de boze droom schoot hij rechtop. Voordat je een paal de grond in slaat, moet je deze rechtop zetten. Een aardse kijker geeft een rechtopstaand beeld. Het achterlijf is het achterste deel van het lichaam van niet-rechtop gaande dieren. Een antefix is een rechtopstaande siertegel. Een bilboquet is een soort van duikelaartje. Een cromlech is een laatneolithische steencirkel, bestaande uit grote rechtopstaande stenen, die om een nog grotere steen geplaatst zijn. De homo erectus is de rechtop gaande mens. Wat is de structuur van een ithyfallisch vers? Een keeshond heeft rechtopstaande oren. Een loutrofoor heeft rechtopstaande oren. Een orthostaat is een rechtopstaande stenen plaat. Een pinguïn is een rechtop gaande watervogel. De pithecanthropus erectus (letterlijk: de rechtop lopende mens) wordt ook javamens genoemd. Een plusteken is een rechtopstaand kruisje. Uit eerbied en bewondering gingen we rechtstaan na de uitvoering van de passion (passie). Een ezel heeft steiloren: rechtopstaande oren (een wolf ook!. Water trappen doe je rechtop in het water. Een zeepaardje (!) zwemt rechtop. Een zoutzak zit niet rechtop.

4. Ziehier een rijke oogst aan '*quis*': (het communautair) acquis [k, niet: kw], acquisitie [kw], een aliquis in omnibus, nullus in singulis (iemand die een beetje thuis is in alles, maar niets geheel beheerst – een manager weet steeds meer van steeds minder tot hij niets van alles weet; een expert weet steeds meer van steeds minder toe hij alles van niets weet, antiquiseren (antiek doen lijken), cadavre exquis [k] (een collectieve tekst), ceux qui savent (zij die (het) weten), conquistador (Spaanse veroveraar van Amerika in de 16e eeuw), croquis [k] (schets), exquis [k] (exquise, meer exquis, meest exquis – GB ook: exquiser, exquist – exquisiet = uitgelezen, voortreffelijk), franquist en franquisme (politieke beweging Spanje), fresquist (frescoschilder), grootinquisiteur (voorzitter), haud passibus aequis [kw] (van navolgers: ver achterblijvend bij hun voorbeeld), le goût de la perfection qui stérilise (het onvruchtbaar makende verlangen naar volmaaktheid), maquisard en maquis(e), perquisitie (o.a. huiszoeking), qui s'excuse, s'accuse (wie zich verontschuldigt, bekent daardoor juist dat hij schuldig is), quisling (collaborateur), cuisse [kwies] (culinair: gedeelte van een (gebraden) kip), reconquista (Iberisch Schiereiland, Moren), requisitoir (eis OM), sum qui sum (Ik ben die Ik ben, Exodus 3:14), ubiquist (voelt zich overal thuis), ultraquist (calixtijn) en ventriloquist (buikspreker).

5. Ten slotte nog wat hits op '*quic*': aquicultuur, donquichotterie, omne animal post coitum triste, praeter gallum qui cantat (na de coïtus is elk dier terneergeslagen, behalve de haan, die kraait), quiche (lorraine), quick-and-dirty, quick ratio, quicksteppen, quicunque vult (ieder die wil) en paddenstoelen- en tonijnquiche.

6. Dan nog '*quia*': credo quia absurdum (ik geloof het omdat het absurd is), reliquiarium (reliekschrijn of -houder)en colloquia docta (mv. van colloquium doctum).