maandag 25 december 2017

Dictee maandag 25 dec 2017 (2): dictee Dictee 300 van 856 oefendictees [1244]

Dictee - dictees [1244]

Nou vooruit, dan 300 ook maar als voorproefje ...

Dictee 300 (CCC) Jubileumallegaartje

1. Half. De halfgare halvegare (halvezool, mafkees, mafjanus, etc.) had om halftwee [GB ook: half twee (!)] een afspraak met zijn halfbroer. Hij had er half en half (GB, bijwoord) op gerekend met hem een broodje half-om-half (niet te verwarren met een broodje halfom) te eten en een curaçaotje te drinken. Zijn peettante bespeelde naast de halve viool ook de driekwartviool. Anderhalve cent en twee halve centen (halvecenten) maken samen een halve stuiver: daar kon je een halvestuiversbroodje mee kopen (een zevend'halfje is trouwens zes en een halve stuiver, een pietje). Anderhalve man en een paardenkop zagen dat het halvemaan [GB ook: halve maan] was. De winnaars van de kwartfinales komen in de halve finale. Een halvemaantje [croissant] kun je eten, bijvoorbeeld op het halve-eeuwfeest. De Maagdenburgse halve bollen kreeg je nauwelijks uiteen. De Rode Halvemaan is in Iran wat het Rode Kruis bij ons is. Alles went, behalve hangen en een vent. De rechts- en de linksback trainden tweeënhalf uur samen. Met een twee-en-een-halvecentstuk kon je twee en een halve cent verrekenen. Een halfopen deur is een halfgesloten deur. Een halfvol glas is een halfleeg glas. Halfbegrepen wijsheid is geen wijsheid (bij halfbeschaafde volkeren). Het boek (met halfmarokijn) had een halfmarokijnen band. Half beneveld rakelde hij die halfvergeten historie weer op in het halfvrijstaande huis. Zijn halfbroer en -zuster waren geen bloedverwanten van hem. Een twaalf-en-een-halfjarig huwelijk hield al twaalf en een half jaar, dus langdurig stand.

2. Brugge. In de handel is een beurs een openbaar gebouw waar de kooplieden op bepaalde uren bijeenkomen om te handelen of over handelszaken te spreken (genoemd naar het huis de Beurs [Huis Ter Beurze] in Brugge). In de Bloedprocessie wordt het Heilig Bloed rondgedragen. Een Bruggelinge is een inwoonster van Brugge of van Brugse afkomst. Een bepaalde kapel te Brugge heet het Heilig Bloed. Aldaar is het hoed (4 maten of een halve hectoliter) een oude inhoudsmaat [voor graan]. De volksopstand tegen het Franse bewind te Brugge op 18 mei 1302 wordt Brugse metten genoemd. Brugge had de stapel [= stapelplaats, opslagplaats van goederen] van al de goederen die in de haven van Sluis aankwamen. Brugge is het Venetië van het Noorden; ook Amsterdam en Giethoorn zijn dat. De orde van het Gulden Vlies is door Filips van Bourgondië ingesteld (te Brugge in 1429).

3. Amsterdam. Heel bekend was veilinggebouw De Zon in Amsterdam. Wall Street geldt als symbool van het Amerikaanse kapitalisme en ontstond toen New York nog Nieuw Amsterdam heette. Tijdens de vrijmarkt op Koninginnedag was Amsterdam afgeladen vol. De Vondelparkjeugd frequenteerde in de jaren zeventig (70) het Vondelpark. Vroeger had je in Amsterdam het Paleis voor Volksvlijt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB, zie de betreffende website) is een rijksinstelling te Amsterdam. Amsterdam is het Venetië van het Noorden. Veense bonen komen uit Veenstad (tuinbouwgebied tussen Amsterdam en Leiden). De UvA is de universiteit van Amsterdam. De naam 'Stopera' is een samentrekking van 'stadhuis' en 'opera'. In het internationale spellingsalfabet staat Amsterdam voor de a. De Satisfactie van Amsterdam was het verdrag waarbij deze stad het gezag der Staten van Holland erkende (1578). Provo's waren provocerend en ludiek. De Portugese Joden (Sefarden, Sefardim; GB ook: Sefardiem) zijn omstreeks 1600 uit Portugal gekomen en vonden te Amsterdam een wijkplaats. Vroeger had je het AP (Amsterdams Peil); dat is nu het NAP (Normaal Amsterdams Peil). De uitdrukking 'voor pampus liggen' dankt zijn naam aan een zandbank (Pampus) in het IJsselmeer ten oosten van Amsterdam.

4. Het Palingoproer vond in 1886 plaats. Een over-'t-ij-kijkertje is een zeer vol glas jenever. Wat in Rotterdam een openluchtboekhouder is, is in Amsterdam een boekjesgast (een tallyman dus). Het Noordzeekanaal loopt van Amsterdam naar IJmuiden. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft neogotische en neorenaissancistische stijlkenmerken. Bezoek vooral de Munt in Amsterdam. Groot-Mokum (Mokum) is Amsterdam. De midkapindex is een beursindex in Amsterdam. De Maagdenhuisbezetting vond plaats in 1969 (een maagdenhuis was een weeshuis voor meisjes). Het (Amsterdamse) Lieverdje is de beeltenis van een Amsterdams straatjochie op het Spui in Amsterdam en was gelieerd aan de provobeweging.

5. De Lastage was een buurt waar vroeger werven waren. Een (groene) krul was een openbaar straattoilet. Een spotnaam voor de inwoners van Amsterdam en Zaandam is koeketers. Koperen knopen waren lagere ambtenaren. Het KIT is het Koninklijk Instituut voor de Tropen. De tegenspeler van Katrijn was Jan Klaassen. Het hoed is een oude inhoudsmaat (ca. 10 hl.). Hoever bent u met de vraag, hoe ver Amsterdam van Parijs ligt? Het groene hart van Holland ligt tussen vier steden in (wel – zonder toevoeging: – het Groene Hart). Was Amsterdam eerst paaps, later werd het geus. De zinspreuk van een maatschappij van beoefenaars en beminnaars der wetenschappen en kunsten te Amsterdam luidde 'felix meritis' oftewel 'gelukkig door verdiensten'. De Februaristaking was een protest tegen anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezettingsmacht. Een drijfsijs is een Amsterdamse eend.

6. De naam van de groep Cobra staat voor Copenhagen, Brussels, Amsterdam. Het Blauwhoedenveem zou volgens het donorprincipe een extra 'a' krijgen (Blaauwhoedenveem). De naam 'Artis' is een verkorting van 'natura artis magistra' oftewel 'de natuur is de meesteres van de kunst'. Een van de betekenissen van 'amsterdammertje' is parkeerpaaltje. Het AMC is het Amsterdams Medisch Centrum. De verandering in de regering van Amsterdam door de calvinisten op 26 mei 1578 wordt Alteratie genoemd. De AEX is de Amsterdam Exchanges Index (een beursindex van Amsterdam). Een aapje was voor de Tweede Wereldoorlog een huurrijtuig in Amsterdam. Het Aansprekers- of Biddersoproer vond plaats in 1696 (omdat alleen de gemeente nog mocht begraven).

7. Brussel. Het wetstratees is het politiek jargon, genoemd naar de Wetstraat in Brussel. Zijn Waterloo (VD) vinden is definitief verslagen worden. De VUB is de Vrije Universiteit Brussel (ook: ULB, Université Libre de Bruxelles). De Brusselse olievlek is de steeds veldwinnende (maar: veld winnen!) verfransing die van Brussel uitgaat. De verbrusseling is de verschuiving van politieke beslissingen en beleid van nationale overheden naar de Europese Commissie. De Marollen is een volksbuurt in Brussel. Het land van Bruegel is het Pajottenland, ten zuidwesten van Brussel. De Gordel is een jaarlijks wandel- en fietsevenement rondom Brussel. Reed de couponnetjestrein [Belgische beleggers op weg naar Luxemburg] vaak? Brussels lof, Brusselse spruitjes en Brusselse kermis (let wel: geen Vlaamse kermis, maar bepaald soort biscuit!) zijn allemaal te eten. De geuzelambiek is een zwaar soort bier.

8. Antwerpen. De drie zustersteden zijn: Antwerpen, Brugge en Gent. Het Steen te Antwerpen is de gevangenis. De bijnaam van Antwerpen is sinjorenstad. Antwerpen is de belangrijkste Scheldestad. Het poesjenellentheater (de poesjenellenkelder) is een marionettentheater in Antwerpen. Een pagaddertoren is een uitkijktoren uit de Spaanse tijd in Antwerpen en omgeving. Antwerpen is het Jeruzalem van het noorden. De hel van Deurne vind je bij Antwerpen. De Franse furie was een aanval op onder andere Antwerpen.

9. Gent. UG of UGent staat voor Universiteit Gent (vroeger: RUG, Rijksuniversiteit Gent). De Pacificatie van Gent (1576) zou alle Spaanse troepen moeten verdrijven. De witte kaproenen van Gent vormden de burgerpolitie die witte kaproenen droeg en een rol speelde bij verschillende opstanden. De jan-van-gent (meervoud:
jan-van-genten of jan-van-gents)
is de bassaangans (genoemd naar Bass Rock). Hou en trouw (of getrouw) is getrouw onder alle omstandigheden; dat is de leus van de stad Gent (Fides et Amor). Een Gentenaar woont in Gent. De bijnaam van Hendrik van Gent (Henricus Gandaversis) is 'Doctor Solemnis' (letterlijk: verheven doctor).


10. Mechelen. Het Opsinjoorken is de naam voor een pop die vroeger in processies werd rondgedragen en waarvan het ontstaan teruggaat op een oud Vlaams volksgebruik om mannen die hun vrouw mishandelen, te bespotten. Uit Mechelen kennen we het Mechels hoen, de Mechelse herder, Mechelse kant en Mechelse was. Een mechelaar ten slotte is een zekere munt.