vrijdag 27 mei 2016

Dictee vrijdag 27 mei 2016 (1): dictee HAN Juridisch Dictee 2016 [917]

Dictee - dictees [917]

HAN Juridisch Dictee 2016

Luctor et emergo? (auteur: Gerard van Keeken)
's-Gravenhage, 24 mei 2016

Lief dagboekje,

Enigszins gênant doe ik hierbij de confessie dat ik je de laatste tijd schromelijk heb verwaarloosd en tekortgedaan. Vanaf het moment dat ik ex-VVD-Tweede Kamerlid (!) ben, komt het er niet van met enige frequentie te reflecteren en beslommeringen te noteren, waardoor je momenteel meer een annuarium dan een diarium wordt. Ik bied je daarvoor redelijk stoïcijns mijn welgemeende en oprechte excuses aan.

Quasi-enthousiast (GB) mijmer ik over mijn preministerperiode. Ik mis de informele periodiek terugkerende collegiale
met-de-benen-op-tafelbijeenkomsten, waarbij ik werd vergezeld door de goedlachse trawanten, fractie-employés en overige partijdignitarissen teneinde te komen tot een herijking van onze gezamenlijke strategieën. Vergis je niet, het ging er hectisch en occasioneel ook geëmotioneerd aan toe. Mocht ik hierbij kornuiten geïrriteerd hebben, dan is het fair hiervoor een mea culpa uit te spreken.


Ter vergelijking wil ik opmerken dat de wekelijkse conventen van de ministerraad, sinds mensenheugenis in de Trêveszaal, als padvindersbijeenkomsten te kwalificeren zijn. Ik ben vanzelfsprekend ten volle bereid om, indien gewenst, mijn collega-bewindslieden voor deze typering mijn ootmoedige verontschuldigingen te offreren.

Enige tijd geleden heb ik mij parlementair moeten verantwoorden voor het ensceneren van een fotomomentje op een Amsterdamse gracht. Mijn departementsmedewerkers hebben mij hierover abusievelijk pertinent en aantoonbaar onjuist geïnformeerd. Als enige pikanterie en uiting van mijn joie de vivre heb ik mij gepermitteerd in mijn outfit de kleur oranje te laten terugkeren. Mijn optreden in de volksvertegenwoordiging getuigde niet van eloquentie, maar was eerder een debacle. Het spijt me echt fenomenaal.

Kortheidshalve wil ik nog enkele punten notifiëren. Mijn gedachten gaan naar het gedoe aangaande  het op non-actief stellen van de patholoog-anatoom professor Maat. Vrijwel tegelijkertijd speelde het niet kunnen traceren van een bonnetje door departementale ICT'ers. Ten slotte memoreer ik de, ook door meester Jan Vlug in een van zijn internetbijdragen geconstateerde, volstrekt ontoereikende financiële bijdrage inzake het aanwezig zijn van een strafrechtadvocaat tijdens het verhoor van een verdachte door de hermandad. Het woord 'sorry' is bij al deze wederwaardigheden van toepassing en heb ik herhaaldelijk gebezigd.

Ik beëindig deze contemplatie met het gewag maken van de prognose dat het komende jaar geen krankjorum annus horribilis maar een superbe annus mirabilis zal worden. Rest mij de wens uit te spreken dat het jou goed moge gaan. Met oprechte gevoelens van genegenheid groet ik, jouw minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur.