zondag 29 april 2018

Dictee maandag 30 apr 2018 (1): dictee Oefendictee (oud) 514 [1319]

Dictee - dictees [1319]

Ach, laat ik ook Oefendictee (oud) 514 maar vast publiceren ...

Dictee 514 (DXIV) Specialistendictee (14)

1. Een barquette is een bakje voor ragout. Bastioneren (van bastions voorzien) heeft niets met bastonneren (met stokken schermen) te maken. Een bijna witte legering is het bathmetaal. De balletdanseres oefende barrevoets aan de barre [uitspraak: bahr, baar]. Wat kan die rivier bandjiren [wassen en buiten oevers treden]! Op en onder zijn balaclava [bivakmuts] was de baklava [gebak] nog te zien. Hij bakkeleit vaak als hij in Bahrein is. Banzai [tw., Japanse heilroep, hoera], het bonsaiboompje, is alweer gegroeid! Dhaka [niet in VD] is de hoofdstad van Bangladesh. Bengaalse inwoners zijn Bengali [Bengalen, Bengalezen, Bengali's - GB kent Bengali alleen als taal]. Komt de Barbarijse steenpatrijs uit het land der Berbers? Ja, Barbarije is het land van de Berbers. Hij liet zijn barbertje [mandje] (van: Barbertje moet hangen) op de bart [het brugdek] vallen [evt. ook bard = volksdichter]. Heeft Bartje – ja, die uit het Drentse Drenthe – ooit in een historisch wagenspel voor bard [volksdichter] gespeeld? We eten blakaipesi [pih-sie] (zwartoogboontje). Gaan wij gebukt onder de Bataafse mythe [onterechte identificatie van de Nederlanders met de Bataven]? Het schip kan alle zeilen bijhebben [uitgespannen hebben staan]. Er ligt een berbertje [vloerkleed] op de vloer. Bismillah [Arabische vrome uiting bij het begin van enigerlei onderneming – het basmala is het uitspreken van 'Bismillahi rahmani Brahim' als formule ter begeleiding van een goede daad], we gaan bismarckharing vangen! De bigshot [kopstuk] genoot zichtbaar van zijn biryani [stoofschotel met basmatirijst].

2. De biocoenose [uitspraak: see, seu] is een levensgemeenschap. Het horloge van die linkerd loopt op de binkert [verkeerd dus]. Het meervoud van 'bel-esprit' is 'beaux-esprits' [iemand die thuis is in en aangenaam weet te spreken over literatuur (GB ook: tt) en kunst]. Schrijf met 3 hoofdletters: ik heb ge-BBQ'd [gebarbecued GB: ook wel bbq]. Ik koop altijd bildtstars [aardappel]. Uit een reisverslag: zij beevaardden [op bedevaart gaan] en strandden in de bekade havenkom. Gezocht op '*mi' (een selectie): prix d'ami (vriendenprijs), agami (trompettervogel), origami (Japanse papiervouwkunst), lapsus calami (schrijffout), salami (soort cervelaatworst), umami [oe] (natriumglutamaat), en ami (als vriend), tali rami (touw van rameevezels), tatami (mat bij judo), swami (godsdienstonderwijzer), faux ami(s) (valse vriend(en) in de taalkunde), à demi (voor de helft, half), BMI (body mass index), meltemi (meltemia, koude noordenwind in de Egeïsche Zee), sashimi (Japans gerecht), tu quoque, fili mi (Caesar: et tu, Brute, ook gij, Brutus) en mimi (mimietje, salonmeubel).

3. Ook: krimi (criminele misdaadfilm), surimi (visgehakt of -pasta), amor proximi (naastenliefde), salmi (ragout van gebraden gevogelte of wild), NMi (Nederlands Meetinstituut), KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut), res angusta domi (armelijke huiselijke omstandigheden), SMI (Swiss Market Index), cumi (culturele minderheid), Vaticanum I (!) en halloumi (van schapenmelk gemaakte kaas uit Cyprus). Bassdrum (GB) mag volgens VD ook 'basdrum' zijn [andere uitspraak!]. Een basset [ah, èh] is een hond. Als haviken zaten zij te batikken en te punniken. De hooligans [voetbalvandaal] verbouwden de hovercraft [luchtkussenvoertuig]. Die twee batsmen [speler met bat] waren beslissend. De beauté du diable [duivel] is de schoonheid van de jeugd. Ze beleefden goede dagen, beaux jours, die ladykillers, de beaux garçons. Bedeguar (bedegar) is hondsrozenspons [gallen wilde rozen]. De bedstedegenoten (spondengenoten) deelden het bedsteetje.

4. Op een beeldenaar kan een beeltenis staan. Hij was behept met vooroordelen. Beid (archaïsch: + t) de tijd: we moeten beiden de tijd beiden. Harelbeke pakte de eersteperiodetitel, het is al hun derde periodetitel. Tiewraps zijn kabelbinders. Deze nota is in het beleidschinees [niet in wdb.] geschreven. Hij berstte [barsten] van de koppijn. Beaverteen is bevertien [andere uitspraak!], moleskin [Engels leer]. Je moet je niet blind kijken op dit ene incidentje. Je hoort geen verschil tussen 'bogies' (draaibaar onderstel) en 'bogeys' (slag meer bij golf). Hij had net een blauwtje gelopen, had het koud en ging een potje blouwen [met de armen slaan – boerenvuur maken]. Vroeger had men een bellenmeisje (met een kleur als een bellefleur). Belies zijn sukkelachtige vrouwen. Ik stemde in onder beneficie van inventaris [boedelbeschrijving]. Het beneficeconcert [benefietvoorstelling] was ter benefice [voordele] van de weduwe. Zij kreeg het beneficiegeld. Thans wordt om teksten in Tamazight [Berbertaal - als zodanig niet in wdb., lijkt een correcte samenstelling, ook: Berbers - overigens is een Amazigh een Berber] te schrijven het Berberschrift (Tifinagh) gebruikt. In sommige streken heerst nog steeds mond-en-klauwzeer (MKZ).

5. Dat is ben trovato, goed bedacht! Een cul-de-sac is een doodlopende straat, steeg of betoog (!). Ik wil een biefburger. In een oorlog is veel confiscabel [verbeurdverklaard kunnende worden]. Dit bloemperk heeft een bielsen [bnw. met s, mv. znw. met s of z - let op: biel, mv. biels, biels, mv. bielsen of bielzen] omranding. Gezocht op '*ni' (een selectie): afghani (munt), aniani (rijstmesje), mani (geblokte Palestijnse omslagdoek), nil humani (niets menselijks), rani (Indiase vorstin), maharani (vrouw van een maharadja), guarani (munt – PYG, Paraguay) [uitspraak: gwaa], biryani (stoofschotel), lilangeni (munt – SZL, Swaziland), goeni (jute), Mark Rutte is een soort houdini [boeienkoning, ontsnappingskunstenaar], fini (uit, af), passé(s) défini [imparfait, imperfectum, o.v.t.], kundalini (scheppende energie), blini (pannenkoekje), tortellini (pasta) en grissini (soepstengels).

6. Ook: animus domini (de wil eigenaar te zijn), focolarini (groep leken en priesters), martini (vermout), crostini (geroosterd brood), ejusdem anni (van hetzelfde jaar, afkorting: a.ej.), zamboni (dweilmachine), ngoni (voorloper banjo en gitaar), cannelloni en tortelloni (pasta's, de grote – de kleine heten tortellini), somoni (munt – TJS, Tadzjikistan), peperoni (onrijpe Spaanse peper – maar wat is pepperoni – pikante salami), yoni (hindoeïsme: vrouwelijk geslachtsorgaan), arni (waterbuffel), hôtel garni [geen maaltijden], bouquet garni [kruidentuiltje], uni (universiteit, eenkleurig) en in communi (gemeenschappelijk). Gezocht op '*pi' (selectie): capo di (tutti) capi (baas der bazen), goenoeng api (vulkaan), okapi [giraffeachtige], napi (knol yamswortel), sapi (inlands rund), epi (verkorting van episiotomie), canis in praesepi (boosaardige dwarskop), pipi (urine), tipi (indianentent), swipi (zweepslang), scampi's [tijgergarnalen], popi (populair), topi (tropenhelm, lierantilope), mupi (stadsinformatiezuil), Tupi (indianentaal) en xiang qi (Chinees schaakspel).

7. Ze rijdt in een minietje en draagt een mini-jurk. Gezocht op '*oi' (een selectie): oi (muziekstijl), ma foi (beslist), livre de bonne foi (te goeder trouw geschreven boek), hoi, ahoi en hiephoi, koi(karper), hors la loi (vogelvrij), hoi polloi (de massa), quant-à-moi (wat mij betreft), culte du moi (eredienst van het ik), rendez-moi (diefstal door een wisseltruc), excusez-moi (pardon), op de bonnefooi, hertshooi (sint-janskruid) en hertshoorn, lakooi (violier), apenkooi en melkooi (!), zonder emplooi (werkloos), mongolenplooi, massooi(boom), renvooi (verwijzing), konvooi (gewapend escorte), pokken- en klerezooi, mal de roi (scrofulose, tb, tbc van de lymfklieren), crachat de roi (ridderorde), plus royaliste que le roi (roomser dan de paus), camelot du roi (monarchistisch propagandist in Frankrijk), mevroi Pieters, malgré soi (malgré lui: tegen wil en dank) en je-ne-sais-quoi (ik-weet-niet-wat).

8. Een envoi is een princestrofe. 'Iemand in het ootje nemen', schrijf je dat met een of met twee o'tjes? Gezocht op '*ri' (beperkte selectie): waza-ari (bij judo), rastafari (aanhanger rasta), een matahari (!, femme fatale, spionne), lari (munt Georgië – GEL), in statu pupillari (als onmondige), imari (porseleinsoort), kenari (kanarieboom, beide niet meer in VD), redenering a pari [analogieredenering], sari (vrouwenkledingstuk uit India), ad aperturam libri (bij de opgeslagen bladzijde), homo unius libri (hij heeft al een boek …), dernier cri (nieuwste modesnufje), montes auri polliceri (gouden bergen beloven), enfant chéri [lieveling], hodie atque heri (nog maar sinds korte tijd), her(i)heri (eenpansgerecht), bersaglieri (Italiaanse lichte infanterie), hoeri (eeuwig jong blijvende maagd met gazelleogen in het paradijs), poeri (paleis), peri (gevleugelde geest), apud novercam queri (aan het verkeerde adres zijn) en kafri (scheldwoord negroïde Surinamer).

9. Verder: grigri (amulet), piripiri (gerecht), kasiri (drank), daiquiri (cocktail), kukri (mes Gurkha's), usus fori (rechtsgebruik), millefiori (kunstglas), lori (halfaap), goliathlori, nori (zeewier voor de sushi), particeps tori (bedgenoot), depri (depressief), potpourri [medley], boletri(boom), kankantri (wilde kapokboom), santri (leerling Koranschool), verba magistri ('s meesters woorden), kauri (kinkhoorntje), amphigouri (nietsbetekenend gedicht), bistouri (operatiemes), suri (Surinamer), bansuri (Indiase dwarsfluit) en spes incerta futuri (de onzekere hoop op de toekomst). Gezocht op '*si' (selectie): dalasi (munt Gambia – GMD), septum nasi (neustussenschot), in parenthesi (tussen haakjes), in thesi (in theorie), moksaleisi, kukaleisi (oe, ih, VD: snelkookrijst), suggestio falsi (valse ingeving), perdendosi (langzaam afnemend), RSI (repetitive strain injury), Farsi (Perzisch), trassi (garnalenpasta) en watoessi [Afrikaans rund]. 

10. Gezocht op '*ti' (selectie): pedati (buffelkar), vigore mandati (krachtens lastgeving), melati (bloempje), fruges consumere nati (nietsnutten), coati (neusbeer), chapati (plat Indiaas brood), locus delicti (plaats delict, pd), spermaceti (uit potvissen), oloysiketi (SR, halsketting), moksimeti (Surinaams gerecht), staartagoeti (acouchy), adverso flumine niti (vergeefse moeite doen), ouistiti (penseelaapje), (ma)loti (munt Lesotho – LSL), mi-parti (voor de helft), roti (Surinaams gerecht, maar rowti = SR appelvink of dikbekje!), palma-christi (wonderboom), lacrimae christi [fijne donkerrode wijn uit de streek bij de Vesuvius], tosti [croque-monsieur], rösti [gerecht van gesnipperde of geraspte aardappel] en afritti [zaadhaartjes van de Egyptische katoen].