vrijdag 20 april 2018

Dictee vrijdag 20 apr 2018 (1): dictee Groot Dictee Terneuzen 2018 [1308]

Dictee - dictees [1308]

Groot Dictee Terneuzen 2018

De 41 groene woorden moesten door de liefhebbers worden ingevuld, de 41 rode door de specialisten en blauw is commentaar.

NB Invulformulieren voor liefhebbers en specialisten op aanvraag verkrijgbaar!

Sorry, eh, excuses, eh, verontschuldigingen! (auteur: Marc de Smit)
De voorbije jaren, beste deelnemers, bent u hier, nota bene onder toezicht van een zo gerenommeerd instituut als deze bibliotheek, vaak door mij bespot en vernederd, en weidde ik u als een aangeschoten hert bijna uit [uitweiden = ontweien = van ingewanden ontdoen] met zo onmogelijk mogelijke dicteewoorden. Ik wil mij voor mijn puberale gedrag bij dezen graag verontschuldigen. Meer nog. Ik wil mijn leven zelfs beteren! Kan ik, vroeg ik mij daarom af, een dictee maken waarin nu eens géén vreemdtalige woorden zoals het Franse marrons glacés [gekonfijte tamme kastanjes] of het Engelse mindfulness voorkomen, een dictee waarin ik u niet teister met het Portugese axé [Braz. muziekstijl], het Spaanse mañana, een Duits minnekästchen [geschenk bruidegom aan bruid] of het Italiaanse arrivederci? Bestaat er een dictee dat dusdanig gebrijd [brijen = tot moes worden] is, zo gemoesd, dat er louter Nederlandse woorden ingevuld moeten worden? Kortom – en u begrijpt vast al waar ik heen wil – zonder mijn toevlucht te zoeken tot boeboelaas [SR: boeman] of paella's, geen begrippen aan u te vragen als het Arabische dhuhr [gebed na middaguur], sjeik of asr [namiddaggebed], het Noorse krill [walvisaas], het Turkse külliye [bijgebouwen moskee], het Chinese feng shui of – en dat zou wel helemaal het toppunt van kwelzucht zijn – het Japanse karesansuis (zentuinen zijn dat). (Woorden uit het Swahili als chikungunya [muggenvirusziekte] of uit het Thai, zoals het onomatopoëtische tuktuk en, uit het Hindi, gulab jamun [deegballen] bijvoorbeeld, zouden daarbij al helemaal uit den boze zijn. Om nog maar te zwijgen van de Mauritaanse munteenheid, de ouguiya. Enfin, u snapt het principe.) Kan ik met zo’n dictee de goedbedoelende liefhebbers en dito specialisten toch een goedbedoelde hak zetten? Weten jullie wat? Laten we het gewoon eens proberen, waarbij u na afloop ervan, want aan ruziën heb ik een grondige hekel, hopelijk niet met me wrijt [wrijten = twisten, krakelen]. En ik noem het:

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal [GDNT] 

(Daar gaan we dus…!)

De late middeleeuwen waren een tijd waarin de Nederlanden nog grotendeels groedenland [groed(e), gors: groen buitenland, begraasde aanwas] waren. Het was al wel een tijd waarin ons nijvere volk met ravenzwarte, vermiljoene [GB, bnw. vermiljoen] of soms saffraankleurige barkentijnen (door sommigen tegenwoordig onverbloemd zeeroversschepen genoemd) de wereldzeeën bevoer. Tewerkgesteld zijn op de P.C. Hoofttractors van hun tijd was beslist geen pretje. Een- en andermaal moesten kluiverringen worden vervangen, kapiteinssterren schoongemaakt of een vouwwand vernieuwd. Als een snij- of kimsent [vlak door schip, niet horizontaal of verticaal] bij de bouw van het schip niet goed doordacht was en er onderweg bakzeil gehaald moest worden omdat het vaartuig toebloks stond [geen beweging of voortgang meer mogelijk] of anderszins niet vooruit wilde, hees de bemanning een paar koorden (gewoonlijk wat bulle- en/of sliptouwen), werden de lijken gemarld [marlen = aan de zeilen vastmaken] of somwijlen geseisd [seizen = vastsjorren], en kon men met nautische reuzenschreden algauw weer verder met af en aan zeilen [ook: af- en aanzeilen]. Maar niet alleen op zee wisten onze voorouders ertegenaan te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de legendarische hooipeilers, alom bekend en onmisbaar in die brandgevaarlijke tijden, en had je last van verstopte aâren [aderen] die afgetapt moesten worden, of was er soms een apk nodig voor je slont [achterstuk van tong], dan kon je zonder dure zorgverzekering terecht bij heel kundige (!) chirurgijns. Legers werden gedrild voor de strijd in bataljonsscholen, mitsgaders in andere oefeningen, smeden rakelden bekwaam met hun sleisijzers [rakelijzers], en kantklossters maakten in hun vrije tijd de fraaiste versieringen van ripszij of kripstaatsruiveniers kende men toentertijd [ook: toendertijd] duidelijk nog niet! En kijk, wat doet die duivenhandelaar daar? Zowaar, hij mandt toppers in (!!!), de snoodaard! 

Acta est fabula [handeling is ten einde gekomen], beste dicteeschrijvers. Wat vondt ge ervan, om het maar eens in het Oudstandaardnederlands [+ varianten] te stellen? Een paar edities geleden heb ik u via een referendum geënquêteerd over het toenmalige dictee, maar dat risico ga ik niet nog eens lopen. Wie weet vond u het in deze vorm wel geslaagd, en wilt u in een volgende editie nog meer van dittum, maar ik maak het mijzelf liever gemakkelijker en u moeilijker. Deswege zal ik u in een eventueel volgende editie gewoon weer als vanouds een tekst met hersenbrekers als asafoetida [duivelsdrek, een specerij] en dergelijke gedrochten voorschotelen. Voor vanavond staat beneden de koffie nu evenwel warm en de chablis koud. Dus, om in de sfeer van het kernthema van dit jaar te blijven: bezaansschoot aan [matrozen: op naar de borrel]!