zaterdag 19 december 2015

Dictee zaterdag 19 dec 2015 (3): dictee GDNT 2015 [837]

Dictee - dictees [837]

GDNT 2015

Lang leve het heen-en-weer (auteur: Lieve Joris)

Ik was een pensionaatsmeisje met een goeiige nonkel die redemptorist was en 's zondags te allen tijde een soutane droeg. In de Congolese brousse praatte hij Kikongo [in VD bij lemma 'chimpansee'; voordeel Vlamingen] en dronk palmwijn zo zacht als leguanenhuid.

Pontificaal gezeten in mijn bomma's fauteuil, onder de Byzantijnse afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand [niet in wdb.; voordeel voor (katholieke) Vlamingen] in haar karmozijnrode gewaad, een drupje Elixir d'Anvers [eigennaam, niet in wdb.; duidelijk voordeel Vlamingen!] op het ovale bijzettafeltje, liet heeroom tijdens zijn congé sigarenrook de kamer in kringelen.

Op mijn tweeëntwintigste verliet ik dit sacrosancte, breliaanse [niet in wdb., wel op internet, Jacques Brel, voordeel Vlamingen!] universum en verkaste naar Nederland, waar een kotelet [dit wil je niet weten!] een karbonade heette, caoutchouc rubber, een froufrou een pony en een brood niet grijs was maar bruin.

In Mokum voelde ik me algauw [GB, VD: spoedig, Taaladvies was vroeger anders …] senang. Ik leerde jij-bakken pareren, linkmiegels [GB, VD, in VD ook – mijn – linkmichel, dat je net zo uitspreekt:
lihnk-mie-chuhl] vermijden en ervoer mijn expatriatie nooit als een collocatie. Allengs maakte ik kennis met hachee, gruttenpap en krentjebrij, maar ook met saté en spekkoek, en at niet alleen halal maar ook koosjer.


'Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?', weifelde mijn moeder. Ze prefereerde inmiddels dat ik Neerpelts sprak – alles beter dan dat gutturale Hollands. Mijn vader fulmineerde tegen het perfide drugsbeleid van de noorderburen en hun promiscuïteit bevorderende [bij voorkeur los] seksshops, maar hun eloquentie apprecieerde hij en het Groot Dictee miste hij niet één keer.

Jeminee, ben ik na al die jaren verkaasd? Vast en zeker, al val ik geenszins van Scylla in Charybdis wanneer ik – om te spreken met de onlangs verscheiden Drs. P – vice versa heen en weer vaar tussen beide taal- en cultuuroevers.

(Finalezinnen: het onderstreepte woord uit elke zin moest worden opgeschreven)
1. Ze gooide een pot bijna kokende tomaten-groentesoep over zijn broek.
2. Het is geen of-of- maar een en-enverhaal.
3. Mijn dag begint met een caffè latte en twee pannenkoeken met spek.
4. Toen ze trouwde met een F-16-piloot wilde haar vader niet aanwezig zijn op het feest.
5. Ik krijg hier stilaan een déjà-vugevoel. Komen er nog veel van die moeilijke woorden?
6. We hebben anderhalf uur gequeued en toen we aan de ingang stonden, ging de roetsjbaan dicht.