zondag 13 december 2015

Dictee zondag 13 dec 2015 (1): dictee Groot Dictee Enkhuizen 2015 [831]

Dictee - dictees [831]

Groot Dictee Enkhuizen 2015

Het Groots Westfries (West-Fries) Dictee (auteur Gerard Wortel, titel niet op te schrijven, 5 fouten; alles verstaan!)

1. West-Friesland [1; alleen zo in wdb.] wordt onmiskenbaar geassocieerd met pittoreske VOC-steden als Hoorn en Enkhuizen en met opzichzelfstaande idyllische lintdorpen, waar agrarische bedrijven hoofdzakelijk wittekool [GB, VD] verbouwen, een koolsoort die ten enenmale goed gedijt in een areaal zonder knolvoet, vettekous [niet in wdb., dauwnetel wel], dovenetel en abc-kruid [2, niet in wdb., hoofdletters ABC onzin, ook: parakers, huzarenknoop of champagneblad].

2. Door hun florissante ligging aan het Markermeer en het IJsselmeer ontkomen de West-Friese [herhalingsfout: niet aangerekend] steden bij tijd en wijle niet aan een invasie van pieremachochels en haringvletten, die zonder enig malheur door gelouterde zeebonken en pikbroeken naar de steiger worden geloodst, waar de varensgasten zich vervolgens  pro Deo bezighouden met het breeuwen oftewel kalfaten van de schepen.

3. Hun – met name vrouwelijke – eega's paraderen op doordeweekse avonden zonder enige gêne in hun saffraangele outfit met zonnebril en beatrixkapsel en in veel te nauwe corseletten over de kasseien langs de beschoeiing, terwijl ze als een soort B-actrices in een engelenkoor zongen: "Een pikketanissie gaat er altijd in."

4. Het allesoverheersende gebeier van het carillon overstemt met zijn onverflauwde melodieën het larmoyante gezang van de pseudozangeressen [echt zonder koppelteken!], die dientengevolge onverwijld de [niet bij eigennaam] Drommedaris [eigennaam: met mm!] inschieten [3, helaas echt aan elkaar!] om een-op-een [4, GB: bijwoord] verhaal te halen bij de beiaardier.

5. Dit rechttoe-rechtaangedrag [5, zeker ook goed, verdient zelfs de voorkeur: rechttoe rechtaan gedrag – GB noemt zoiets een 'verbinding'] manifesteert zich ook tijdens luilak, een feest met de naam van een baliekluiver of dagdief, waarbij de rijzige jeugd met veel bombarie en op niet-aflatende wijze op schelklinkende potten en pannen slaat en zo de nietsvermoedende slapers uit hun remslaap sleurt.

6. Deze oud-Hollandse traditie is karakteristiek voor de nijvere West-Fries [herhalingsfout], die geen langslaper duldt, geen dilettant, praalhans of windbuil accepteert, maar die wel de tijd neemt om vanuit zijn maritieme verleden te participeren aan [in] dit Groots Westfries Dictee [eigenlijk ook West-Fries, maar goed gerekend omdat het dictee zo was aangekondigd en aldus als eigennaam kan worden opgevat], dat hij met veel hoerageroep naar alle waarschijnlijkheid als een [fout: is een predicatief bnw.!] appeltje-eitje zal ervaren, waarmee hij de taalfetisjist ontrieft.