8. De gastro-enteritis is de maag-darmcatarre. Worden gatsometers [snelheid auto's] nog gebruikt? Een gauchist is extreemlinks en een gaucho is een nomadische veehoeder. Het Gaudeamus begint met: "Gaudeamus igitur, juvenes dum sumus" [Laten we dus vrolijk zijn
zolang we nog jong zijn]. Gaucherie is linkse lompheid of lompe linksheid. Het gaufreren [wafelmotief aanbrengen] doe je met een plooi-ijzer. Gavialen zijn snavelkrokodillen (als heilig dier aan Visjnoe gewijd). Zijn gavotteritmegevoel [muziekstuk en dans] is sterk ontwikkeld. Mannen hebben nooit gazelleogen [vrouwen wel]. De bruid droeg een gazen sluier, de danseres een gazen tutuutje (met daarin ook nog een tissuetje - zakdoekje). Een bezoar [maagbal] of een gazelle-ei [klein exemplaar daarvan], vind je soms in de maag van addaxen en gazellen. Een titanenstrijd is een reuzen-, maar soms ook reuzegevecht. Gazpacho is koude soep van tomaten, olie en knoflook. Een gearing was heel vroeger al een versnelling. De gebeentenresten zijn op een hoop gegooid. Hoe vindt gebergtevorming als regel plaats?
9. Het geblèr ging door merg en been. Een geborneerd [kortzichtig, kleingeestig] mannetje heeft weinig verstand. Het gebuurtefeest
[de biren] was heel geslaagd. Geco's (gesco's) zijn gesubsidieerde contractuelen. Wat houdt coöptatie in [bestuur dat zichzelf aanvult]? Een grondwet wordt ook met constitutie aangeduid. Ik herinner me gedachteflarden. Goedendagzeggen is gedag zeggen. De onderhandelingen zijn mislukt: het werd voor de ene partij
dag-zeggen-met-het-handje. Gouteren is (ook) het goûter [vieruurtje] gebruiken. De dwarsdrijver liep over van goût de contradiction [dwarsdrijverij, neiging tot tegenspraak]. Zijn optreden was degoutant [onsmakelijk, walgelijk]. De kortgedingrechter behandelt kort gedingen [NL. BE: kortgedingen]. Zijn kruipendgediertekennis was enorm. De jachthonden waren gedesoriënteerd. Tot de geleedpotigen behoren de insecten. We zullen de geëigende maatregelen nemen. Het kindergedrein was niet van de lucht. Een geelwortel is zo geel als kurkuma [oe, oe]. Daar is de geestesziektekliniek. Nou, nog gefeliciflapstaart, hoor!
10. Kwestie van gefemel [zoetsappig huichelen], gefriemel [met je vingers] en gewriemel [krielen, krioelen]. De gehaltebepaling van deze stof valt niet mee. Het Gehenna was oorspronkelijk het
Ben-Hinnomsdal bij Jeruzalem, waar de Israëlieten hun kinderen aan de Moloch offerden (nu: de hel, het verblijf der goddelozen). De gehemeltespleet was goed zichtbaar. Gij zult niet geien [zeilen inkorten]. De meiden geitten [meisjesachtig giechelen en geheimzinnig doen] gisteren nog een hele poos door. Een geitenwollensokkendrager draagt geitenwollen sokken. Gekko's zijn tokehs. Is een gelande [aangelande, ingeland, eigenaar] een geërfde? Ja, vrijwel. De gelande troepen leden verliezen. Een geldboetestraf?