zaterdag 11 februari 2017

Dictee zaterdag 11 feb 2017 (2): dictee Groot Dictee Bommelerwaard 2017 [1060]

Dictee - dictees [1060]

Groot Dictee Bommelerwaard 2017

De Bommelerwaard: eenheid in verscheidenheid

(auteur: streekarchivaris Jan Buylinckx)

1. De Bommelerwaard was niet altoos een schiereiland begrensd door Maas en Waal, in hoogte aflopend van het noodoosten naar het zuidwesten; voor de totstandkoming van de bedijking vanaf de 11e (elfde) eeuw was het een moerassig gebied met sterk meanderende [slingerende] rivieren, waar in tijden van transgressie [uitbreiding zee over land] bewoning nauwelijks een reële optie was.

2. Het is bepaaldelijk geen coïncidentie [toeval] dat de plaatsen in de streek ook tegenwoordig nog gesitueerd zijn op de hooggelegen oeverwallen langs de rivieren of voormalige rivierbeddingen, maar alleen Zaltbommel groeide door zijn strategische ligging uit tot een plaats met allure waar al vroeg allerlei rechten werden uitgeoefend, zoals het gruit- * [niet in wdb.] en het muntrecht, en die in de 13e (dertiende) eeuw door exemptie [onttrekking] uit het landrecht een stedelijke status verkreeg.
           * Gruitrecht was vroeger een kruidenbelasting op gruit; een soort van voorloper van het huidige accijns op bier. In de middeleeuwen moest over gruit een bepaald bedrag afgedragen worden aan mensen, die het gruitrecht in pacht hadden, zoals de adel en gemeentes. Met de komst van de hop werd het gruitrecht vervangen door een accijns op de hoeveelheid gebrouwen bier. 

3. Aldus begiftigd door leden van considerabele [aanzienlijke] Gelderse adellijke dynastieën [regerende families] domineerde de stad het omringende platteland zodanig dat de etymologie [woordafleidkunde] van de aanduiding Bommelerwaard ook zonder exactere explicatie [uitleg] bij voorbaat zonneklaar is.

4. Voor dorpen in de streek zoals Nieuwaal en Velddriel was Zaltbommel enerzijds eeuwenlang van eminent belang als rechtscentrum; als locatie waar inwoners obligate [verplichte] fiscale transacties moesten vereffenen; als domicilie van de ambtman [drost, baljuw], de landsheerlijke [van: landsheer] mandataris in de streek en als marktplaats voor agrarische producten, maar anderzijds leden de dorpen in tijden van conflictsituaties en blokkades van de stad zwaar onder de last van de rampokkende [met een bende rovend en plunderend] aanvallende heerscharen die de plattelandsbevolking koeioneerden terwijl de stedelingen zich relatief veilig konden wanen door de protectie van de stedelijke fortificaties.

5. De Gemeentewet 1851 bracht een codificatie [opstellen wetboek] die een einde maakte aan het odieuze [ergerlijke] onderscheid tussen steden en rurale [landelijke] gemeenten; voortaan was er in dezen sprake van egaliteit [gelijkheid] en uniformiteit, wat feitelijk de opmaat betekende naar latere gemeentelijke herindelingen.

6. Slimmeriken zullen zich realiseren dat door de ministeriële en provinciale bemoeizucht geïnitieerde samenvoegingsgolf binnen afzienbare tijd ook de twee laatst overgebleven Bommelerwaardse gemeente zal bereiken en tot één gemeente zal samensmeden; wat hopelijk de vermeende animositeit tussen beide definitief beëindigt, zodat voor de Bommelerwaard een glorieuze toekomst in het verschiet ligt.

[R.: o fouten]