vrijdag 3 februari 2017

Dictee vrijdag 03 feb 2017 (1): dictee van Aurel Sercu (In memoriam) [1056]

Dictee - dictees [1056]

 Ik kwam nog een juweeltje tegen van de befaamde Aurel Sercu (finale 2e Davidsfondsdictee 1996)

In memoriam

1. Heden doen wij de lage landen bij de Noordzee (ook: Lage Landen), zowel het Koninkrijk der Nederlanden als de Nederlandssprekende provincies in België, diepbedroefd kond van het nakende heengaan van een respectueuze dame van goeden huize.

2. Zij zag het spellinglicht na de Tweede Wereldoorlog en zal ons dra, palliatief geenszins terzijde gestaan, na heel wat commotie niet bijster vreedzaam verlaten op de niet eens gezegende leeftijd van tweeënveertig of iets meer jaar.

3. Dit droeve perscommuniqué hebben wij hierbij ook gefaxt naar enkele overzeese territoria in Centraal-Amerika, zoals de Benedenwindse Eilanden Aruba en Bonaire in de Caraïbische (Caribische) Zee.

4. Wij vergeten evenmin onze taalgenoten op het idyllische zonovergoten Antilliaanse eiland met zijn minuscule en vederlichte kolibries, zijn wuivende kokos- en dadelpalmen en zijn zoetsappige likeur zo blauw als ultramarijn, waarvan wij de welluidende naam nog even tot op het einde van deze trieste mare willen geheimhouden.

5. De ultieme verassing, waarna de urne ter aarde besteld zal worden, zal in aanwezigheid van al degenen die hun condoleanties willen aanbieden, te rechter tijd plaatsgrijpen, meer bepaald op 31 augustus 1997.

6. Haar as, waaruit zij niet als een mythische feniks of als een begoochelende fata morgana zal herrijzen, ruste met het samen ter ziele gegane Groene Boekje van 1954 ten eeuwigen dage in pais [vaste uitdr., anders ook: peis] en vree in het walhalla van de neerlandistiek.

7. Beminde dicteezeloten, verwante acolieten en andere pappenheimers,
Meer dan vier decennia lang heeft u mij in alle loyauteit en voorwaar haast sadomasochistisch geadoreerd, in voor- en tegenspoed, vaak in een ambivalente en intrigerende haat-liefdeverhouding.

8. Vele oudgedienden onder u – zeker de vijftig- en zestigplussers – zijn destijds nog als kleine weetgrage dreumesen van de bevalling getuige geweest of hebben nog gespelemeid onder mijn naoorlogse wieg.

9. Van jongs af heb ik u in levenden lijve geïnspireerd, wie weet met mijn tussen-n zelfs sensueel opgegeild, en tussendoor geappelleerd aan uw intuïtief gevoel voor esthetiek. Uw vragen naar het waarom van mijn vaak excentrieke fysionomie en een ietwat bizar uiterlijk waren legio, en ik kon u jammer genoeg niet altijd bevredigend bescheid geven.

10. Meermaals moest ik, niet zonder enige gêne, me er met een flauw voorwendsel of een jantje-van-leiden van afmaken.

11. Voor een rondje niet altijd lijdzaam spellinggebakkelei hadden we veel veil, maar meestentijds hebben we – de Heer zij gebenedijd – ons vermeid en blij gedijd in jolijt, vaak tot spijt van wie mij vermaledijt.

12. Het haast – waarom niet open en bloot toegegeven – orgastische moment suprême waren de dicteesessies van diverse socioculturele sociëteiten. David en Fons en Jay en Cees en meer dan één
haantje-de-voorste met een vaak riant IQ-cijfer namen eraan deel, en aanstootgevende dicteetorren en slaapverwekkende tseetseevliegen gaven er soms acte de présence, maar steeds vierde de olympische gedachte er traditiegetrouw hoogtij.


13. Ik werd niet altijd dithyrambisch bewierookt, soms zelfs laaghartig verguisd. Chagrijnige (sacherijnige) chicaneurs, vitzieke criticasters, belgzieke kniessters, kneuterige beotiërs en gefossiliseerde neanderthalers verbeidden al van in den beginne betweterig en met cynisch hoerageroep mijn aftakeling als dementie.

14. Hier en daar eiste een snoodaard een draconische facelift of koesterde hij zich in de wrede hoop dat ik in ontiegelijke miserie (B.-N.) en kommer en kwel zou creperen. Maar windt u zich niet op over deze jobstijding: er zijn andere danteske toestanden en cataclysmen in dit ondermaanse.

15. Tijdens mijn funeraliën dus geen gezelliaanse traagzaam voorttrekkende witte wijtenwagens (gew.) of kanonaffuiten in de stille straten, geen halfstok gehesen vlaggen, geen homilieën vol nietszeggende retorische frasen die mij de hemel in prijzen, geen protocollair staatsiegedoe, geen postume Oscars: alles rechttoe rechtaan, zonder tierlantijntjes.

16. Laat gejeremieer mijn uitvaartceremoniën bijaldien in 's hemelsnaam niet denivelleren. Een Te Deum zou een storende dissonant zijn in deze gelaïciseerde tijd. Geen langwijlige requiemmis alstublieft, hoogstens een Magnificat, desnoods met wat karaoke of in van die pretentieloze Jamaicaanse reggae.

17. Voor de rest kan een piëteitsvol weesgegroetje volstaan, maar dan in godsnaam niet in die nieuwe orthografie. Baat het niet, het schaadt ook niet. Melancholische hobo- of contrabasklanken zijn taboe; dan nog liever een hitsige portie cancan. Niet op de sousafoon, die reusachtige toeter die iedereen in deze top vijftig, toch wel de crème de la crème, onderhand wel kent, maar wel op accordeon of ukelele.

18. Alleen enkele boeketten van amaryllissen en akeleien zijn welkom, wegens hun misleidend vocalisme; of een paar van die lelieachtige oerklassieke vrouwentongen, voor wat lekker stoute oudewijvenpraat ondereen.

19. Ik herhaal het tot vermoeiens toe: in geen geval doordeweekse chrysanten, en zeker niet verpakt in crêpepapier of cellofaan. Immers, de herfsttijd en Allerheiligen zijn nog veraf. En zal mijn doodsbericht niet gedebiteerd worden voor een massaal opgekomen meute van al dan niet ex-schoolmeesters?

20. Met name de nog niet gepensioneerde zullen op deze eerste dag van hun welverdiende paasvakantie na al die examenstress wel dringend opgekalefaterd (opgekalfaterd) moeten worden en willen beslist wel andere bloemetjes buitenzetten dan dat ordinaire nepspul. Een klavertjevier, dat eeuwenoude gelukssymbool, in de revers van de heren, zou ik anderzijds wel appreciëren.

21. Mijn doodvonnis werd destijds geratificeerd door onder meer een zekere heer Luc Van den Bossche, Vlaams vicepresident en nog iets meer, onder de aanwezigen berucht wegens een of andere benoemingsstop, en tevens lid van een of ander autocratisch ministerieel comité. Die vileinige daad van die allesbehalve brave maar wel branieachtige en onvermurwbare borst stuitte mij dan ook ten zeerste tegen de mijne. Ten gevolge daarvan is dit sujet dan ook persona non grata.

22. Professor doctor Guido Geerts' aanwezigheid, met wie ik meer affiniteit voel, verlene mijn teraardebestelling echter een flatterend cachet, en verlichte het leed om mijn door velen betreurd heengaan.

23. Dat professor Geerts, die bonafide filoloog van de Leuvense Alma Mater (ook: alma mater), met zijn volumineus driedelig monument van de Nederlandse lexicografie, dat testament van die Sluise en dus Zeeuws-Vlaamse hoofdonderwijzer, vier maanden geleden mijn opvolgster in een millimeterspurt klopte en van jaloezie en nijd haast zo groen deed uitslaan als haar eigen kaft, verzachtte toen mijn lijdensweg in hoge mate.

24. Jan Modaal en zijn even proletarische naamgenoot met de pet, die ik met mijn niet steeds coherente spelling toch wel meer gesard, getart en verward dan gehard heb, en die vaak dreigden zich gekoeioneerd te distantiëren van mijn hocus pocus, wil ik evenwel niet boycotten.

25. Sympathisanten van de nieuwe spelling echter, evenals adepten van dat zogenaamde keitof turbotaaltje en andere kakkineuze yuppies, egotrippers en blitskikkers met al hun kapsones en hun protserig Nederengels, worden onverbiddelijk en onmiddellijk geëxcommuniceerd.

26. Mijn dierbare volgelingen,
Wees niet bedroefd: ik zal niet ten enenmale teloorgaan. Mijn kofschip – dat verrukkelijke mnemotechnische trucje uit mijn trukendoos – zal immers niet onherroepelijk kapseizen.

27. Mijn apostrof en mijn cedille worden niet overboord gedumpt, en zo red ik toch iets van mijn façade. Helaas, mijn geliefkoosde koppelteken zal ik erbij inboeten, maar is het nieuwmodische en trendy liggend streepje niet nóg zinnenprikkelender en minder laag bij de grond?

28. In deze droeve stonde rijzen echter ook minder frivole en meer diepgemeende gevoelens van navrante wroeging onstuitbaar terdege in mij op.

29. Geliefde leerkrachten, van schoolfrikken tot licentiaten,
Ik heb van u nietsontziende kinderbeulen gemaakt, die als onvervaarde dompteurs met een overdosis verantwoordelijkheidszin de arme jochies na de fröbelschool niet alleen meedogenloos drilden in kalligrafie, maar ook treiterden en pestten met bizarrerieën allerhande.

30. Ik weet het: laxisme is uit den boze, maar moesten al die muggen echt zo maniakaal en in zo groten getale gezift worden? Moesten al die huisjes- en andere slakken dan echt per se met hele vrachten natriumchloride te lijf gegaan worden?

31. Hoeveel gedweeë discipelen en pupillen richtten jullie destijds niet hardhandig af met een fikse liniaaltik op de frêle kneukeltjes of hebben jullie niet hardvochtig gebuisd omdat ze mijn capricieuze nukken hartgrondig verwensten of niet genoegzaam beheersten?

32. Teerbeminde journalisten, dito nieuwsgaarders, tekstverwerkingsprogrammeurs, offset- en andere drukkers, typografen en correctoren,
Ik heb jullie met mijn accenten en andere diakritische en pseudokabbalistische tekens het leven zuur gemaakt. Maar hadden jullie misschien liever sibillijnse hiërogliefen (ook: hiëroglyfen), cryptische runentekens, of gewoon brailleschrift verkozen? Bij tijd en wijle kwamen dan ook rechtzettingen en errata voor jullie talloze drukfeilen erbij te pas. Hoofdletters en minuskels waren voor jullie doorgaans een fluitje van een cent, maar waarom mij altijd maar weer gemolesteerd en gemassacreerd met zowel d- als t-fouten?

33. Beste poëten, romanciers, scribenten en andere leden van de literaire schrijversbent,
Houd moed en schep verder ten volle geëxalteerd en extatisch vreugde in de bellettrie. Mijn lieve slechts partieel geïntegreerde allochtonen, of anders gezegd: bastaardkinderen, doordat mijn schepper leentjebuur moest spelen, heb ik jullie een ambigue dubbelspelling, mijn achillespees, in de uiterst gevoelige maag gesplitst, en dat etiket verschafte jullie, mijn dierbare hybriden, een ticket voor een schizofreen bestaan. Mogen deze stigmata jullie achterachterkleinkinderen bespaard blijven.

34. Aan de inwoners van West-Vlaanderen, van alle provinciën mijn meest geliefde, die zich pas ná mijn uitvaart met een streepje mogen optutten: mijn verlate excuses, vóór ik – vergeef mij de enigszins pejoratieve connotatie – er gedesillusioneerd tussenuit knijp en de kraaienmars blaas.

35. Vanuit het hiernamaals draag ik mijn opvolgster, die velen aanvankelijk met onverhuld ongeduld toegejuicht hebben, en die na een frigide artificiële inseminatie met veel kunst- en vliegwerk en na een gebruuskeerde keizersnede als een kant-en-klaarpakket
(kant-en-klaar pakket) tevoorschijn getoverd werd, geen wrokkig ressentiment toe.


36. Die karikaturale persiflage, zo labiel als een bissectrice die uit haar lood geslagen is, heeft nochtans in koelen bloede en als in een authentieke machtsstrijd mijn onbetwiste suprematie geüsurpeerd in een onvervalste blitzkrieg. Toch wens ik haar een eclatant succes toe.

37. Wil haar niet de grond in boren; daar verwijl ik immers al. En dat soort opdringerig gezelschap kan ik missen als kiespijn in een door cariës aangevreten wijsheidstand. Maak van de discussies errond geen welles-nietesspelletje, geen oeverloos dovemansgesprek vol steriel gekrakeel. Want als door die trammelant de lont misschien weer in het kruitvat terechtkomt, wie zal dan tussenbeide komen? Een niet-aanvalsverdrag lijkt me de sluitendste garantie voor een oecumenische spellingvrede.

38. Als een ter dood veroordeelde ga ik nu de ene pijp uit en geef de andere aan Maarten. Ik emigreer en trek vereenzaamd naar de Elysese velden. Verzeil ik na mijn tenhemelopneming in het rariteitenkabinet? Bij curiosa, relikwieën en prullaria uit het Diets, zoals een svarabhaktivocaal, een hypercorrecte h en andere reminiscenties aan lang vervlogen tijden, nog van vóór de vernieuwende en trendsettende deflexie?

39. Daar voeg ik me bij een hele plejade briljante coryfeeën en spellingvirtuozen als Siegenbeek, Te Winkel, en De Vries, die allen ooit hun hart aan de spelling verpandden en die ik in mijn puberteit nog verafgoodde. Ik verkneukel me zelfs op een etherisch rendez-voustje met spellingvisionairen als Kollewijn en Willem Pée.

40. Als deze laatste – God verhoede het – me maar niet parfumeert met zijn controversiële 'odeklonje', die ultramoderne en
avant-gardistische, maar mallotige versie van mijn favoriete eau de cologne!


41. Tot slot nog een postscriptum. Dat mijn krakkemikkige gezondheidstoestand zienderogen erop achteruitging en dat het uiteindelijk faliekant zou aflopen, was al geruime tijd een publiek geheim.

42. Een hufterige plebejer durfde weleens tactloos gewag maken van een grotesk geval van dollekoeienziekte, of – om in Groot-Brittannië te blijven – van een niet eens zo aristocratische variant van boulimie!

43. In de hetze dichtten sommigen mij ooit zelfs suïcidale neigingen toe, niet met het door normale mensen gevreesde maar bij dicteefanatiekelingen geliefde rattenkruit, maar wel met een letale dosis cyaankali, strychnine of – waarom niet – met yperiet.

44. Om maar eens toevalligerwijze wat sluikreclame te maken voor de bakermat van deze gerenommeerde Davidsfondsproef.

45. Maar de steile weg van het Japannese harakiri  – een rite die, zoals spellingfreaks ongetwijfeld wel weten, in het land van de rijzende zon zelf als seppuku geafficheerd wordt – is stilistisch niet aan mij besteed.

46. Een elektrocardiogram bewees dat voor mijn leeglopende accu zelfs een milde acupunctuurkuur funest zou zijn.

47. Uiteindelijk was het evenwel een ondraaglijke pijn aan de graat in mijn rug – een postmortale punctie en dissectie zou later een latente linguïstische hernia reveleren –, die mij geëlimineerd heeft.

48. Ik weet het: het wordt allemaal wat macaber, meer voer voor
pathologen-anatomen. Maar als de recente spellingperestrojka leidt tot mijn fysieke ondergang, dan moet ook de glasnost haar rechten krijgen.


49. Zij het daarom nog niet in haar eigen cyrillische schrifttekens, zowat het enige dat de ex-Sovjet-Russische soldaten en de Tsjetsjeense guerrillastrijders, nochtans hun directe zuiderburen, gemeen hebben.

50. Mocht al deze droefenis een weeïge smaak nalaten, bak dan nog eenmaal mijn welbekende koek in een steel- of andere pan, voor ze door die indringende n een plakkerige bijsmaak krijgt, en trakteer uzelf op een deugddoende slok van mijn goeie ouwe hartsterkende bessenjenever.

51. Maar laten we het misschien minder complex houden, en voor de dames, die mijn ghostwriter weleens een weinig vrouwvriendelijk manspersoon durven noemen, ook wat zoeter. (Tussen twee haakjes, dat van die babbelzieke en langtongige sanseveria's was maar een onnozel machogeintje.)

52. Waarom zouden we dus niet, mede namens de bewoners van dat paradijselijke eiland in Midden-Amerika met zijn geheimenisvolle likeurnaam, een tongstrelende borrel curaçao als afzakkertje achteroverslaan? Skol!

53. Moritura te salutat ...

Aurel Sercu