dinsdag 1 mei 2018

Dictee dinsdag 01 mei 2018 (4): dictee Oefendictee (oud) 515 [1323]

Dictee - dictees [1323]

Ook Oefendictee 515 (oud) verdient het om gezien, gelezen, gedicteerd en herhaald te worden. Reacties uiteraard welkom!

Dictee 515 (DXV) Specialistendictee (15)

1. Gezocht op '*ui' (selectie): horror vacui (de afschuw der natuur van het ledige), socii individui (onafscheidelijke genoten), zee-ui [zeeajuin], heui (groet), meui (moei = tante, beide niet meer in VD, net als meu en meuje), feng shui (zekere Chinese kunst), zaaiui [ant.: pootui], malgré lui (tegen wil en dank), ennui (verveling), point d'appui (steunpunt), quasi umbra persequi (iemand volgen als zijn schaduw), Kamper ui (kamperui), compos sui (zichzelf meester) en in sudore vultus tui (in het zweet uws aanschijns). Gezocht op '*vi': peccavi (ik heb gezondigd), kokkelevi (kuifleeuwerik), in brevi (binnenkort), manu brevi (brevi manu: zonder omhaal), dividivi (peulen), het KIvI [NL: Koninklijk Instituut van Ingenieurs] en de uvi (uitvoeringsinstantie – zoals GAK, GSD, GUO, SFB, USZO en UWV). Gezocht op '*wi': Kawi (Oudjavaans, taal), wewi (wetenschapswinkel) en kiwi (vogel, vrucht). Gezocht op '*xi': in praxi (in de praktijk), flexi (flexwerker), dixi (formule beëindiging rede) en buxi (combinatie van bus en taxi). Restant op '*zi': nazi [nationaalsocialist], lazzi (mv., kwinkslagen), uzi [machinepistool, ook schot voor schot] en jacuzzi [bubbelbad].

2. Waarom heet bilzekruid ook malwillempjeskruid? Vanwege giftigheid? In België waren tripartites, tripartiete regeringen, gebruikelijk. Dit bedrijf heeft te veel bleeders [verlieslijdende onderdelen]. De blanc-bec [melkmuil, lafbek] genoot zichtbaar van het blanc-manger [nagerecht]. De witte verf was vergeven van de blanc fixe [kunstmatig bariumsulfaat]. Black boxes (GB, VD: vluchtrecorder; Ned. box - boxen) zijn oranje. Bordeauxse pap wordt ook aangeduid met bouillie bordelaise; verwar het niet met soepvlees uit één stuk, bouilli. Hij zou het bijdehandste jongetje bij de hand nemen. De bijbehorende landerijen zullen erbij horen. De verf was afgebeten. De huiseigenaar zou bij de afrekening flink van zich af bijten. In een
bijna-thuishuis (!) heb je al gauw een bijna-doodervaring (bde). Toen de comicus quasi bijkwam uit de verdoving, zouden we niet meer bijkomen van het lachen. Eentje oké, maar twee billets-doux [liefdesbrieven]? Hij droeg een billentikker [kort jasje] en ging met de billenwagen [te voet]. Op het billboard [groot reclamebord] werden bilborden [ankervoering] te koop aangeboden.


3. Het bird's eye view (!) [vogelperspectief] van de roman werd gepresenteerd. Dit is vlees met bite [mondgevoel, pittigheid]. Het was in- en in-, ijs- en ijs- en steenkoud, zeg maar bitter koud. Aan blanquette komt roux te pas (een blanket is trouwens een peer). Veel koeien heten Blaar of Bles, veel hondjes Fikkie, Mops of Blom. Vorige week vluchtten zij halsoverkop. De SEH is de Spoedeisende Hulp en daar werken SEH-artsen. Die vader-zoonrelatie is danig verstoord. Bijna-geld [op korte termijn te gelde te maken producten] is near money. Patchoeliolie [kruid van de lipbloemen] is goed voor het vrijgebeuren [krachtig erotiserend dus]. Hij savoureert [met smaak nuttigen] teppanyakigerechten (Japans, niet te verwarren met teriyaki, sukiyaki en souvlaki). Hij lust graag doppertjes (doperwten). Het synoniem van 'mouches volantes' is 'muscae volitantes' [zwarte vlekjes, oog]. Deze kwalificatie is qua context slecht getimed. De man had een tijdelijke breakdown [geestelijke inzinking], maar leefde op toen zijn basketbalploeg de wedstrijd met een geslaagde break-out [uitbraak, tegenaanval] winnend afrondde.

4. Ze kreeg een letale [dodelijk] dosis gif. Zijn (wenk)brauwen [brauw, brauwe] waren nogal harig. Een brave crillon is een apostrof [aanspraak] aan een strijdmakker. Hij had bühneangst [Ned.: n/s]. Waarom moet ik bij høken [uit zijn dak gaan] toch altijd aan brønstedzuur [moleculen kunnen een proton afstaan aan een base] denken? In de brousse [jungle] moet je jezelf vaak behelpen met een broes [sproeier, douchekop]. In de brocante [znw.], (deels in cijfers:) die 2e-handswinkel [anders ook: tweedehandswinkel of tweedehands winkel] verkochten ze ook broccatello [een marmersoort]. Ik voel me bluesy [bloe-zie] [melancholiek, bluesmuziek]. De dakgoot had een buitenboeiing (boeiboord(en)). In de overvliegende Boeing 747 vond de boeiing [het boeien] van een terrorist plaats. Je gebruikt odeur tegen de bodyodour [oo-dər] (lichaamsgeur, lijflucht]. Vanwege de vele bonussen leefde de man nu in bonis [gegoed, welgesteld]. Samen verorberden ze twee bombes glacées [ook bombe: bij banketbakkers, halfbol ijsgerecht in twee kleuren]. Naast de bocconia [siertuinplant] stonden begonia's [scheefblad. idem]. Het bleue [bedeesd, schuchter, timide] meisje en haar nog blodere zus walgden van Danish blue [blauwgeaderde schimmelkaas]. Een blinde daas is een blindaas [steekvlieg]. Het motto van Dolle Mina [de beweging] en blijf-van-mijn-lijfhuizen is 'blijf van mijn lijf'. Dit drachtige paard komt uit Drachten. Blousons noirs waren nozems.

5. Een BMX is een bicycle motocross. Je hebt al twee bo's [boterham] op. Maar wil je nog een bootje? Een bodhisattva belichaamt een soort uitgesteld boeddhaschap (het nirwana). Niet alle Stanfriezen spreken zowel Boeren- als Stadsfries. In de boekerij stonden vele boekenrijen. Hij en zij droegen beiden een boernoe [ook: boernoes, Arabische ruime lange mantel, mv. boernoesen]. De geur van het bloemenboeket en het bouquet van de wijn bedwelmden hem bijkans. Hij lijdt aan een
ik-complex. Was da kreucht und fleucht, wat daar kruipt en vliegt. Een copepode is een roeipootkreeftje, een langoustine is een nieroogkreeft en kreeften eet ik à la nage [in het kookvocht opgediend]. Deze wijk is gebouwd in de stijl van de Nieuwe Truttigheid.


6. Toppunt van decadentie: een truttemie [truttig meisje] in een truttenschudder [DAF, DAF'je]. Hij truutte [schertsen, flauwe grappen] en maakte dus een truterij [flauwe grap, scherts]. Gezocht op '*zy': crazy [gek, dol], fuzzy [vaag], jazzy [jazzachtig], dizzy [duizelig] en feedingfrenzy (honger naar nieuws, leidt tot 'opblazen' ervan). Op '*xy': acetoxy [organisch-chemische groep], hydroperoxy [idem], methoxy [idem] en ethoxy [idem], alkoxy (eenwaardige zuurstofhoudende alifatische radicalen), epoxy(hars), proxy (hulpprogramma, vergelijk firewall) en sexy (met veel sexappeal). Showy is opzichtig. Op '*vy': groovy (met herhalende muziek), heavy [zwaarwichtig, emotioneel beladen], navy [marineblauw] en de kooi van Davy (lampenkooi, daviaan, daviaanlamp). Op '*uy': badguy, goodguy, GUY (op motorrijtuigen Guyana), uy (internetadressen Uruguay), UY (landcode) en wiseguy [denkt alles beter te weten]. Op '*ty' (selectie): afterparty, arty [pretentieus kunstzinnig], celebrity [beroemdheid, ook: celeb], civil society [de burgerlijke cultuur], commodity [grondstof voor verwerkende industrie], community [groep mensen met verwante interesses], corporate identity [corporate image, beeld van een onderneming], employability [(flexibele) inzet van werknemers], de kansen staan fiftyfifty [voor ieder de helft], free publicity [gratis reclame, via de media], high fidelity (hifi – getrouwe geluidsweergave), high society (beau monde, upper ten, elite), moiety (een van de twee exogame onderdelen van een stam), nifty [handig, slim , met aantrekkelijk uiterlijk], nifty fifty [aandelen New York], novelty [nieuwtje, snufje], permissive society [waarin (te) veel getolereerd wordt] en
quick-and-dirty [snel, mindere kwaliteit, goedkoop].


7. Ook: royalty [voor schrijver boek], shanty [gangspillied], shitty [lullig, waardeloos], the victim of connubiality (het slachtoffer der trouwerij), varsity [roeiwedstrijd], videonasty [hard pornografische videofilm], virtual reality (cyberspace), warranty [toezegging verzekerde aan verzekeraar], working majority [in parlement] en zloty (de Poolse munt – PLN). Op '*sy': classy [stijl hebbend], cosy [theemuts], daisy [biscuit met madeliefje], ecstasy (lovedrug, liefdespil, xtc), fantasy [kunststijl film, lit(t)eratuur], gipsy [zigeuner], glossy [chic tijdschrift], sissy [homo, slappeling], so easy [knijpbril, geen randen om glazen], speakeasy [clandestiene drankgelegenheid], stressy [stresserend], sy (internet Syrië), SY (landcode Syrië), teacosy [theemuts], the very pink of courtesy (het toonbeeld van beleefdheid) en tipsy [licht dronken, aangeschoten]. Op '*ry' (selectie): alt.country [moderne muziek – met country], ariary [munt Madagaskar, MGA], better safe than sorry [het zekere voor het onzekere – nemen], (but) that's another story [maar dat is een ander verhaal], captain of industry [topman bedrijfsleven], cattery [kattenfokkerij], cash-and-carry [zelfbedieningsgroothandel], comstockery [zedenmeesterij t.a.v. lit(t)eratuur], cranberry [(vrucht) lepeltjesheide], crosscountry [veldrit], curry [kerrie(saus)], dirty harry [rouwdouw, rouwdanus – GB ook: rauwdouwer en rouwdouwer], dory [open roeiboot kabeljauwvisserij], gentry [lage adelstand Engeland], God's own country [vinden Amerikanen en Nieuw-Zeelanders van hun eigen land], henry (eenheid van zelfinductie), hickory (notenboom), in een hurry [in haast], lavatory [toilet, wc zonder wasgelegenheid], military [zwaarste onderdeel paardensport], mimicry [camouflage], minor poetry [tweederangspoëzie], mockumentary [mockumentaire = film als documentaire], neverending story [oneindig], nursery [nursing: seksueel verpleegstertje spelen], old glory [oude roem, Amerikaanse vlag], query [informatieverzoek aan een databank], recovery [verkoeverkamer], Rotary, scenery [scenerie, coulissen], short story [kort verhaal, novelle], slurry (schlamm - kolenslik) en een sobstory [tranentrekker].

8. Verder: spread-eagle oratory [bombastische nationalistische retoriek in de VS], scullery [keukentje, kooknis], succes- en suspensestory [GB ook: successstory, suspense = spanning], tapestry (sterke geweven stof), the age of machinery [eeuw van de machines], tilbury [rijtuig: 1 paard twee personen], tory's en whigs [conservatieven en liberalen in Engelse parlement] en wherry (lichte sportroeiboot). Een stoppy [achterwiel in de lucht bij remmen] is het tegenovergestelde van een wheelie [voorwiel in de lucht]. Geef de betekenissen van playboy [versieren vrouwen] en pleeboy [standaard voor wc-rollen]. De b-boy [breakdance-boy] verzamelde dinky toys [speelgoedautootjes]. Geef een definitie van: back-wounding calumny [in de rug wondende laster], holdingcompany [houdstermaatschappij – van aandelen], close harmony [meerstemmige zangstijl, geen mv.], hominy [dikke pap], tawny (port – alternatief: ruby), tiffany [decoratieve jugendstilstijl in de glassierkunst] en de vang van Prony [toestel om mechanische arbeid te meten]. Hoe schrijf je lammy(coat) [mouton retourné(s) = BE: jas van lamsleer met de vacht aan de binnenkant], tommy [Britse soldaat] en slummy mummy [ploetermoeder]? Wat is: royal jelly [koninginnengelei], rockabilly [meng­vorm rock en country], hillbilly [= country], een brouilly [zekere beaujolais] en een grizzlybeer [heel groot]? Met '*ky*' selecteren we: spooky [griezelig, eng], sneaky [gluiperig, uitgekookt], husky [poolhond] en de jansky (afkorting: Jy – eenheid radiostraling). Kiyu is een leerlingengraad bij budo. Met '*hy*' kiezen we: de wet van Murphy [alles wat mis kan gaan, gaat mis], touchy [delicaat, hachelijk], kitschy [kitscherig], flashy [flitsend], dinghy [jol, rubberboot], catchy [goed in het gehoor liggend] en acouchy [staartagoeti].