zondag 30 oktober 2016

Dictee zondag 30 okt 2016 (1): dictee Oefendictee november 2016 (1) [971]

Dictee - dictees [971]

Oefendictee november 2016

1. Van zo'n middle-of-the-roaddicteetje [dan: muziekdicteetje met noten, anders, bij tekst: middle-of-the-road dicteetje] – zelfs in the middle of nowhere – kun je best wel enigermate gestresseerd raken: veel stress uit zich dan in stresssymptomen. Ik stres vaak, jij strest toch ook wel enigermate regelmatig?

2. De verdere woorden op '*esseren' zijn: adresseren, blesseren (blessuurtje, blessuretje), dresseren en interesseren. Verder gevonden: caresseren (liefkozen, strelen), cesseren (ophouden, vervallen; vergelijk cessie = afstand, overdracht, denk aan een akte van cessie; een cedent doet een cessie [afko] t.b.v. een cessionaris). Ook kennen we de langdurige Eerste en Tweede Kamersessies.

3. Je kunt heel wat af- en omprakkeseren. Dat is een verlengde vorm van 'prakkeseren' (ook: prakkiseren). Die bezigheid wordt ook wel vigileren genoemd. Je kunt ook anestheseren (narcotiseren).

4. Apaiseren is kalmeren of sussen. Dat werkwoord (verbum) kent maar weinig geestverwanten: braiseren is smoren en door de zoeksystematiek van de Dikke Van Dale hoort hier ook archaïseren (archaïsmen, archaïsche vormen of motieven gebruiken) bij.

5. In een nauw verwante (naverwante) categorie horen baisseren: (letterzetterij) [afko] m.b.t. zetsel op de juiste hoogte brengen en paraisseren: 1) (niet algemeen) verschijnen, zich vertonen, 2) bij een notaris verschijnen en 3) voorkomen, vermeld worden (in een lijst, een staat) - op de meerjarenbegroting paraisseert een klein overschot.

6. Met '*iceren' geeft VD vandaag de dag 94 treffers; een paar interessante voorbeelden: abdiceren = abdiqueren, beatificeren = zalig verklaren middels zaligverklaring, calcificeren (verkalken), clarificeren (klaren), demystificeren = demystifiëren, diagnosticeren (!), excommuniceren = tot ex-kerklid bombarderen, expliceren = expliqueren, injiceren (inspuiten), laïceren: (rooms-katholiek) m.b.t. een geestelijke ontslaan van alle bij de wijding op zich genomen verplichtingen, denazificeren, een resultaat nullificeren, pacificeren (pacifiëren), quintupliceren, reïficeren = tot een zelfstandigheid maken, revindiceren (terugvorderen), sinificeren = verchinezen en sofisticeren = iets met suiker.

7. Met '*iseren' levert VD 525 treffers, een willekeurige greep: angliseren (kortstaarten, ook: verengelsen), anonimiseren, boiseren (met houtgewas beplanten), courtiseren (het hof maken), croiseren (! elkaar kruisen), de-individualiseren, taboeïseren, franciseren, geiseren van een geisha, graeciseren, hybridiseren (bastaarderen), israëliseren, mithridatiseren – (laten) wennen aan vergif, noëtiseren, ostraciseren, palataliseren (iets met klanken en gehemelte), palletiseren (iets met pallets), pelletiseren (iets met bolletjes ijzererts), preadviseren, quotiseren, racemiseren, vaarwateriseren, verlatiniseren (verlatijnsen) en wolmaniseren.

8. Hij wilde me überverwensen met bastaardvloeken als: potztausend, bijlo (bilo), corpo di bacco, gommenikke, gossie, gompie, gossiemijne, herejee, jeminee, potje-met-blommen, sacre-nom-de-Dieu, sansodemelatafel, snotver en verdju.

9. De heitjespiejijzer vond in de tiejijs slechts kakies. Met alere flammam wordt studie-ijver bedoeld en met parfait au café koffie-ijs. Kennen jullie de ijsmachine van Carré?

10. Het zeikwijf bediende de zeilwrijver. Waren er in de kleine ijstijd al zeiklijsters? Een weiderij is geen stalmesterij. Een treillijn is een trek- of jaaglijn. Hoe schrijf je sprei-ijzer en hoe sleisijzer? Geef de pleisterstrijker eens aan ... Het monster was leigrijs. De party was keinijg. Zij had een heibedrijf. Op de geinlijn ging het over een fonteinpomp en freinetonderwijs. De feitenstrijd – had hij nu fijt of niet? – bleef onbeslist. De eikentwijg diende als strafwerktuig. De dijklasten werden deimt-deimtsgelijk verdeeld.

11. Hij begrootte de al eerder begrote posten opnieuw.