woensdag 12 oktober 2016

Dictee woensdag 12 okt 2016 (1): dictee Groot Harderwijks Dictee 2016 [963]

Dictee - dictees [963]

Groot Harderwijks Dictee 2016

De liefhebbers moesten de vetgedrukte woorden invullen, de specialisten de cursieve; sommige woorden golden voor beide categorieën.

Een eenvoudige doch voedzame woordenbrij (auteur: René Dijkgraaf)

"De rillettehapjes en de estouffade van vers geplukte [VD: versgeplukte] aagtappelen staan gereed in uw oud delfts, als ik u niet ontrief. Daarna presenteer ik deventerkoek [ook wel: Deventer koek], alsook een cachaçaatje als pousse-café, met uw welnemen."
         Schrijver dezes wil eerst even [de] biecht horen: kunt u erachter komen waar dit ad-hocdinertje – bepaald niet vanuit nostalgie de la boueplaatsvindt? Vanzelfsprekend niet in een mobilhome, dat word je snel gewaar, noch in een mesdjid. Het juiste antwoord wist u vast allang: op slot Bommelstein! Als u de architect van dit kasteel, Marten Toonder, niet kent, gord u dan aan om z.s.m. en zonder captie te maken in deze pijnlijke leemte te voorzien. U gebruikt echt weleens een toonderisme, zoals 'grootgrutter', 'bovenbaas' of 'zielknijper', als u dat ontkent, vind ik u een minkukel! Toonders taalgebruik is fenomenaal. Als u leest: "een koude noordooster brulde over het landschap, regen en ziektekiemen met zich meevoerend", gaat u toch onmiddellijk uw jas aantrekken? Nederlandsetaalverrijking is nochtans slechts een minuscuul deel van zijn enorme belang voor onze cultuur. Maar daarover onder aan [Taaladvies: onderaan, voorzetsel] deze bladzijde meer, met uw goedvinden.
         Marten Toonder wordt in 1912 geboren. Hij begint al jong te tekenen en hij werkt hard, hetgeen in 1943 resulteert in de oprichting van de beroemde Toonder Studio's.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij lid van de nazistische Kultuurkamer, wat hem op een veroordeling wegens collaboratie komt te staan. Pas veel later wordt duidelijk hoe het er echt aan toeging: hij gebruikte zijn lidmaatschap als dekmantel voor verzetswerk, zoals het drukken van het illegale blad Metro, het vervalsen van Duitse stempels en het tekenen van anti-Duitse spotprenten. Hij stelde ook onderduikers tewerk.
       In 1964 verhuist Marten Toonder met zijn innig geliefde vrouw Phiny naar Ierland. Niet ver van de Dáil Éireannlocatie genieten ze intens van de Ierse mystiek en van de prachtige natuur en af en toe natuurlijk van Irish stew. (Madame-jeanettes of
petits-beurres worden daar betrekkelijk weinig gegeten, evenmin kun je je er dooddrinken aan gepetiotiseerdemoerproducten.) In 1982 volgt eerherstel voor zijn TQM avant la lettre met de toekenning van het Verzetsherdenkingskruis.

         Het noodlot spaart hem echter niet: Phiny overlijdt in 1990 en zijn tweede grote liefde, componiste Tera de Marez Oyens, sterft enkele maanden na hun huwelijk in 1996. Hij verhuist kort nadien naar het Rosa Spier Huis te Laren, waar bejaarde artiesten verwend worden – mits ze geen lid zijn van 50Plus [VD: 50PLUS]. Hij verscheidt er in 2005 op drieënnegentigjarige leeftijd.
         We moeten sindsdien verder zonder deze wijze man, die met opgetrokken wenkbrauwen en een twinkeling in de ogen naar de wereld keek en die zijn verwondering vormgaf in kritische allegorieën. Hij verrichtte zijn monnikenwerk aan de Bommelsaga zonder zichzelf ook maar een moment op de voorgrond te plaatsen. Het predicaat 'groots' is hiervoor een understatement en de Nobelprijs voor de Literatuur [GB ook: tt] ging onterecht zijn neus voorbij. Toonder is niet meer, maar over blijven gelukkig zijn zinnebeeldige, cockaynesyndroomachtige wezens. Mogen ze het eeuwige leven hebben! Ze lijken omwille van vermaak met een enkele prinsrobertsmetalenpennenstreek te zijn neergezet, maar hun avonturen zijn een leidraad voor maatschappelijke  en morele kwesties. Wie kent niet de bietekwiet commissaris Bas? ("Ik ga je bekeuren, Bommel! ... Hoe is je naam?") en de schilder Terpen Tijn ("Mijn vibrerend penseel legt de abstracte trillingen van de geest op de eh ... dinges. Vat je, makker?")
         En de heer van stand zelf? Wie is die beer die nooit een hijood of een overhemd van chambray of tarpaulin zou dragen, maar wel immer een geel-rode geruite kamerjas? Dat is Toonder zelf, dat zijn u en ik! Te midden van al het wereldse tumult wil Bommel, vooral tegenover Doddeltje – in zijn ogen geen chickie of potentiële spondengenoot maar een toonbeeld van élégance – een heer zijn. Zijn zelfkennis is echter ontoereikend. Hij beweegt zich, niet op een reesplee, maar in de Oude Schicht, onhandig door het zompige plasdrasgebied des levens, dat soms een onverwacht hoge brinellhardheidsgraad heeft, alsof de spetsnaz eraan te pas kwam. Ook de aanrijtijd naar zijn slot onderschat hij stelselmatig. Tom Poes moet daarom vaak een list verzinnen om hem zonder dyugudyugu uit de puree te halen. Toch voelen we ons aan Heer Ollie verwant, worstelen wij zelf ook niet regelmatig met onze innerlijke beer?
         Toonder kon een iezegrim zijn en hij was zeker van de familie van kleef, maar bovenal was hij een visionair. Al in 1963 voorspelde hij de eenentwintigste-eeuwse kredietcrisis in 'De bovenbazen', een goedgeschreven satire op het ongebreidelde kapitalisme met haar massaontslagen, haar Libor-fraude en haar [3x: zijn, kapitalisme is het-woord] milieuaantasting. Ook 'De liefdadiger' was een voorspellend verhaal: zelfs zonder bhanggebruik "zag hij glazen flats vol licht voor zich, met dunne wanden die een gesprek van buur tot buur mogelijk maken. Verborgen camera's leggen de ruzies vast, die rechtstreeks op televisietoestellen worden uitgezonden". Let wel: dit was vijfendertig jaar voor de eerste Big Brotheruitzending!
         Toonders archaïsche schrijf- en tekenstijl biedt uitzicht op een vreemde en verre wereld, die desondanks sterk verbonden is met het hier-en-nu [GB, maar VD: los!], want zijn tongue in cheek opgezette teksten lijken pas kortgeleden geschreven te zijn. Zijn historiën zijn diepgeworteld in onze literatuur [GB ook: tt] en schilderkunst, daarom zal hij over honderd jaar – maar dan in giegs hypertekst bij een onlinedienst – nog steeds gelezen worden.

Ik weet het niet zeker, maar ik voel dat heel fijn aan. 

PS 
Ik hoop niet dat ik u maag-darmproblemen, hippopotomonstrosesquippedaliofobie of een posttraumatische stressstoornis bezorgd heb ... 

Bronnen: 
De Bommelsaga, Marten Toonder 
Verzamelde poëmen, Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt 1997 
Autobiografie, Marten Toonder 1998 
Bommelcitaten, Uitgeverij Ton Paauw 2006 
Marten Toonder Biografie, Wim Hazeu 2012 
Zeg nu zelf. Bevlogen uitspraken van een heer van stand, Pim Oosterheert 2012 
Een meesterwerk kan altijd kwaad,   Jan Wolkers NRC 17 april 1992 
Weinig weten, alles voelen, Marcel Möhring NRC 2 mei 2012