woensdag 22 juli 2015

Dictee woensdag 22 juli 2015 (2): dictee Man [691]

Dictee - dictees [691]

Man

Zowel in het Nederlands als in het Engels is het 'man'. Eens kijken of we daar een column aan kunnen wijden. We beginnen kaal met 'man'. Dat geeft 6 treffers. Allereerst 'man' als znw. (meervoud: mannen, verouderd mans, en verkleinwoord mannetje, manneke, manneken) met veel betekenissen: 1) mens (zonder onderscheid van geslacht) – a) de gemene man (het volk), b) we missen een vierde man (bij het kaarten), c) spreekwoord: de derde man brengt de spraak of praat (a)an – samen heb je vaak niet veel te bespreken, d) op de man af, zonder omwegen, synoniem: rechtstreeks, ongegeneerd, à bout portant, ad hominem,
à brûle-pourpoint, de but en blanc, e) als de nood aan de man is of komt, f) de gaande en de komende man, g) man voor man (een voor een), h) als één man (unaniem, eensgezind), h) anderhalve man en een paardenkop = een zeer gering aantal, i) spreekwoord: een gewaarschuwd man telt voor twee, j) een man van eer, van karakter, van principes, k) een man van zijn woord, l) hij is er de man niet naar, m) de man met de hamer, n) dan ben ik uw man – mij moet je hebben, o) de gewone man, p) de vieze man, q) als een man = flink, r) hij is wat mans – durft veel, s) de man van haar hart, van haar keus, van haar dromen, t) aan de man komen = trouwen, u) iets aan de man brengen = kopers vinden, v) met man en macht, w) met man en muis vergaan, x) man te roer: nieuwe roerganger nodig, y) zijn man (houden, als men in de sport 'man to man' (!) speelt), z) de laatste man = libero bij voetbal, aa) op de man spelen (de persoon i.p.v. de zaak), bb) eerst de man en dan de bal …, cc) onze man in Leuven (of …) en dd) onze tweede man.
Verder: 2) is 'man' ook de aanduiding voor 'manna' (Bijbeltaal), 3) man. = in orgelwerken: manuaal (op het grootste van de handklavieren te spelen), 4) MAN = Movimentu Antiyas Nobo (Nederlands-Antilliaanse politieke partij), 5) MAN = (historisch) Milieuactiecentrum Nederland (aan de SP gelieerde groepering) en 6) werkwoord 'mannen': de baas blijven, synoniem: aankunnen.
Er zijn 480 voorbeeldzinnen waarin 'man' voorkomt, een heel beperkte greep daaruit: een bereisd of belezen man, een man van de dag, een man van de daad, een man van eer, de Geleerde Man = een beroemde herberg, een man naar Gods hart, de IJzeren Man bij Vught, driekwart kan per man (melkreclame), de kleine man (de arbeider), een man of acht, een man van naam, De Modderen Man (dichtbundel van K. van de Woestijne), man overboord!, dat is geen man overboord, man overboord, een eter minder …, waar werd oprechter trouw ter wereld ooit gevonden dan tussen man en vrouw? (J. van den Vondel), de Man van Smarten (Christus), de sterke man, een man uit één stuk, Sinterklaas, goedheilig man, de twaalfde man (het publiek) en een man van weinig woorden.
Genoeg zo, en geen woord Spaans bij deze keer dus. Als taalkundige lijkt me wel een mooie afsluiter: een man een man, een woord een woord …