Dictee –
dictees [3232]
Vragen en
opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com
Oefendictee
februari 2017 (4), geheel herzien naar situatie 2023
Dictee
van de dag (909)
Oefendictee
februari 2017 (4)
1.
Inwoners van Tietjerk heten biezensnijders. Je kent het verhaal van
Mozes in het biezenmandje? Zelfs de bekende Mexicaanse plant
mozes-in-het-biezen-mandje staat in VD. Bifurqueren is een bifurcatie
[vorkvormige splitsing] vormen. In een
bigbrothermaatschappij zou een big bazooka [drastische
economische of financiële maatregel i.v.m. crisis] niet nodig
moeten zijn. Een bigfoot is een yeti [volksgeloof:
sneeuwman] . Een bigot [oht/oo]
lijdt aan bigotterie [schijnheiligheid].
Ik zweer bij mijn rode bijbel, de Michelingids [ook:
socialisme, groene bijbel: GB]. Altijd lastig: 'epididymis'
[bijbal] schrijven [mv. epididymides]! De Bijbel van deux
aes is de Deux-aesbijbel [met zekere
kanttekening m.b.t. dobbelsteen gooien].
Het Bijbellezen gebeurde vanaf een bijbellezenaar. Wat is
klistervorming [bolknop] bij planten?
Onderschat dat bijdehante bijdehandje niet. Een bijker [imker,
bijenhouder] heeft een imkerij (bijkerij). De apidologie [bijenkunde]
bestudeert ook apitoxine [bijengif] en
de apicultuur [bijenteelt]. Een
bijenorchis heeft rozerode of bleekroze bloemen. Ik heb hem uit zijn
flauwte bijgeholpen, dat leidde tot zijn bijkomen. Lopen moeder- en
dochterklok altijd gelijk? Een snauw [sneer]
is geen prauw [vaartuig Indonesische archipel].
Was die del [slons, slet, snol]
bijna-bloot of bijna bloot? Is het niet zo, dat een
bijzit meer ligt [vgl. baisait - mv. s]? Kijk: een bijzige [tochtige]
koe.
2.
Bikramyoga is een heet gebeuren [in ruimte van
40oC].
We gaan met Jan Bil z'n wagen [met de
benenwagen, te voet]. Wat zijn bilboquetten [vangbekertje
met (koord
en) bal,
ook: duikelaartje]? Wij biljarten elke week in dat café
billard. Het was daar kontschudden [kontshaken,
dans, stripnummer]; ik moest er wel kond van doen
[bekendmaken]. Ze hadden veel van Billie
en Bessie Turf [stereotiepe dikkerdjes].
Op deze locatie waren de locals [plaatselijke
bewoners] oververtegenwoordigd. Een birmaan is een burmees
[kat]. Iemand een wedgie geven is birren
[broek in
reet].
In BE staat BIS voor Begeleid
Individueel Studeren.
Heerlijk, die biryani [stoofschotel gebakken
vlees, basmatirijst, etc.], hoeveel birr
[munt Ethiopië,
ETB] kost dat? De nizam [titel
van de vorst van Haiderabad] verorberde graag een bisamzwijn
[dat van het bisam(bont)].
Een biscuit buste (biscuitbuste)
kun je niet eten [is van kalk]. Met
biscotti di Prato worden cantuccini
[mv.: knapperige, tweemaal gebakken Toscaanse
bitterzoete amandelkoekjes] bedoeld. Een bisectrix (VD
– deellijn hoek) wordt ook
bissectrice genoemd. De Arabier had zojuist biest [eerste
melk koe na kalven] gegeten en trok bij het weggaan een mooie
bisht (overjas) aan. Hij wist overigens
niets af van een Papoease bisjpaal [boomstam
bij dodenritueel]. In BE betreft de biv [mv. 's - initiaalwoord] de belasting op de inverkeerstelling.
Hoe zat het met de cuisson [gaarheid]
van dat bizongerecht?
3.
[20-02-2017] Pas volgende week te zien
in het online-GB: athomegevoel. Je moet
maar net willen weten dat bl de
internetextensie is van Saint-Barthélemy.
Laten we eens even '*mozes*' onderzoeken (een
selectie): mozes kriebel (verzwakte
krachtterm), een kalf Mozes (een echte
goedzak, een goeie sul), Mozes en de profeten (=
geld!, naar (Bargoens)
moos = geld), mozesboom (stekelige
mispelboom, vuurdoorn), mozestraan (traangas),
mosen [knoeien, prutsen, (geld)
verprutsen (ook:
vermosen)], Sam en Moos zijn twee stereotiepe Joden, die in
moppen worden opgevoerd, jatmoos [jatmous =
handgeld, ook: dief, zwendelaar], Bargoens: het is een
ribbemoos van een vent (een
grote, ruwe kerel), bemosen (bevuilen,
bezoedelen), Mozes en Aäron (fig.:
staat en kerk - vgl. Kerk en Staat), de baard van Mozes (de
plant slaapkamergeluk), daar kom ik met de boeken van Mozes
(aangesjouwd met zware en oude boeken),
de vijf boeken Mozes (schertsend: vijf oude
ongetrouwde zusters of vrijsters), zo dom als
't kalfke Mozes
(zeer dom) en het wetboek van Mozes (de
Pentateuch (Thora: Genesis, Exodus, Leviticus,
Numeri en Deuteronomium).
4. Nog
een paar dingetjes, gevonden via VD-label 'SR':
aguma (bladgroente), ajinomoto =
ve-tsin, alakondre [ih/ie]
= zekere ketting, alatapepre
(ih) = kleine rode chilipeper, angalampu
[goal, oe]
= Chinese roos, anyumara (joe,
zoetwaterroofvis), aytkanti (lederschildpad),
baithak gana = [trad. Hindoestaans]
muziek, bakru
[ah, oe] =
bosgeest, basya = assistent-dorpskapitein, boyo = ovengerecht,
cellshop = telefoonwinkel; is een buru
[oe – blanke
Surinamer, afstammend van immigranten uit Nederland die zich in
1845-1850 als boeren in Suriname vestigden] ook een bakra
[straattaal: blanke (m.n.
een Nederlander)]?, de coming-out [outing,
uit de kast komen] werd met een cook-out [uitje
met buitenshuis bereide maaltijd] gevierd, mag je doksen
[eend, m.n. muskuseend] zomaar
afschieten?, dyarpesi (djahr-pih-sie
– groente), dyompofutu (hinkelspel),
dyugudyugu (gedoe, drukte, ophef),
fayalobi (sierheester, ook: bloem ervan),
fyofyo [fjoh-fjoo]
= (ook:) magische ziekte (in
het wintigeloof - ook: bedwants), gadodede
(ih) = commelina (onkruid),
gropesi (groo-pih-sie
goal)
= taugé, handicraft
[èh ah:] =
kunstnijverheid, kawai: zekere zaden, ook als hangertje, krawkraw
[vroeger: u! kraa-kraa]
= chips van de cassave, krobiya (zekere
zoetwatervis), kukaleisi (koe-kaa-lih-sie)
= snelkookrijst, kutai = hoogkijker – vis, motyo [moh-tsjoo]
= prostituee, obia = voorwerp met magische kracht, ograi = boze oog,
oloysiketi [oh-loj-sie-kih-tie]
= halsketting, owrukuku [oo-roe-koe-koe]
= uil of lanspuntslang [ook:
labaria], piaiman = indiaanse sjamaan = priester-tovenaar/genezer, popsicle [pohp-sih-kuhl]
= waterijsje, ijslolly, rakhi [raa-kie]
(katoenen armband), rowti [roo-tie]
(dikbekje = appelvink met een oranje buik),
sangrafu [sahn-graa-foe]
(kruidachtige plant), siksiyuru
[oe] = een soort van zingende
cicade, tarateyketting [ee
– hals], tayer (groente),
tyuku (tjoe-koe
– steekpenning), tyuri
(tjoe-rie
– smakkend geluid van verachting),
wiper [waai-puhr] (ruitenwisser),
yarabaka [ah - rest aa]
(zeemeerval) en yorka (geest
overledene).