Dictee – dictees [3840]
Groot Goois Dictee 2026 [Hilversum, 9e keer)
(geen titel, auteur: Raymond Serré)
1. Veel
kinderen in Nederland dobberen rond in een sociaal-economische [sociaal +
economisch =
socio-economisch, GB/VD ook: sociaaleconomisch = m.b.t. de sociale economie, hier
niet van toepassing dus]
brij van juristocratische woorddiarree. Het lijdt geen twijfel dat veel ouders
verzuipen in de websites over bijstand.
2. Die bijstand manifesteert zich als een sociaal-juridisch vangnet, gekenmerkt door een geïnstitutionaliseerde herverdelingssystematiek [andere samenstellingen in GB en VD met ‘herverdeling’ krijgen (ook) een tussen-s] waarbij, middels bureaucratisch geformaliseerde toetsingscriteria en normatief vastgestelde bestaansminima, de existentiële bestaanszekerheid van economisch gemarginaliseerde burgers wordt geregeld.
3. In hun taalsuperioriteitswaan wentelen pseudo-intellectuele [klinkerbotsing] notabelen zich in een aura van vermeende verfijning, terwijl zij met pedant jargon en ostentatieve cultuurverwijzingen vooral hun eigen existentiële leegte academisch trachten te camoufleren. Laaggeletterdheid neemt bijna logaritmisch [rare uitdrukking hier, exponentieel zou beter zijn – zegt mijn wiskundige gevoel – logaritmen maken van getallen juist kleinere getallen, exponenten juist grotere] toe, maar vanuit de upper ten zijn serieuze pogingen om normale taal te gebruiken met een lampje te zoeken.
4. Laat academisch geprivilegieerde [de i hoor je bij het voorlezen niet!] en discursief [bij redeneren stap voor stap te werk gaan] geconditioneerde hoogopgeleiden [GB] hun neiging tot semantische complicatie en terminologische exuberantie temperen, en zich inspannen om hun communicatie te reduceren tot toegankelijk en begrijpelijk taalgebruik.
5. Weten zij wat hotsknotsbegoniavoetbal is? Wat het verschil is tussen een propper [VD: lokker bij een discotheek, maar zie ook hierna!] en een vouwer [iemand die wc-papier ‘vouwt’ t.o. ‘propt’]? Laat Jan en alleman en zijn broer Jan Publiek in hun waarde en hang niet de grote jan [VD, lemma ‘jan’ * zie helemaal onderaan!] uit met je taalfratsen.
6. Stichting Leergeld zorgt ervoor dat kinderen die dreigen tussen wal en schip te vallen toch mee kunnen doen, door bijna alles voor hen te regelen wat zij nodig hebben. Leergelders spreken de taal die nodig is, taal vanuit het hart met maar één [zo voorgelezen, dus niet ‘uhn’] passie: kinderen helpen.
7. Of zoals onze juristocratische bureaucraten zouden zeggen: “Leergelders articuleren daarbij een empathisch [vgl. pathos, pathetisch – Rein geen h – enige (domme) fout, toch nog net gewonnen – Lizi 2 fouten en een hele reeks deelnemers, waaronder ‘liefhebbers’ met 3 fouten …] georiënteerd communicatief discours [conversatie]: een affectief geladen, intrinsiek gemotiveerde taal vanuit het hart, gedreven door een monomane altruïstische passie: het faciliteren en emancipatoir versterken van kinderen”.
NB vlak voor het inleveren heb ik
'sociaal-economisch en 'grote jan' nog verbeterd ...
(:-))!
* Lemma ‘jan’: matroos – jantje, vero: ober, een (hele) jan (flinke vent), de (grote) jan uithangen, een hele jan (het ventje), een echte jan (opschepper), een jan van een appel (een grote), een slap jantje (sukkel), zoete jan = zoete koek (vgl. jan-in-de-zak), Brielse jannen (soort aardappel) en een jan is ook een soort kleipeer. Ook nog gevonden: een jan(tje) of jen is een jaar gevangenisstraf. Verder een jan van een bram (geweldige opschepper). De rest is in principe ‘Jan’. Een felle jan is nog een pocher. Daar is ouwe jan en jonge jan in: (lade)kast met van alles en nog wat. Van jonge jan en lange jan krijgen: op z’n donder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten