vrijdag 27 oktober 2017

1187 Dictee vrijdag 27 okt 2017 (2): dictee Oegstgeester Dictee 2017 √

Dictee - dictees [1187]

Oegstgeester Dictee 2017

(geen titel, auteur: Rolien Paulus)

De onderstreepte woorden moesten worden ingevuld.

1. Het jaar 1925 was het geboortejaar van een memorabele, balorige en bij tijd en wijle excentrieke inwoner van Oegstgeest: Jan Wolkers, wiens naam gegrift staat in het geheugen van zowel de fine fleur der vaderlandse literatoren [GB ook: tt] als dat van Jan en alleman. Zijn poëtische en prozaïsche nalatenschap kenmerkt zich door een alleszins beeldende taal, waarin de gerenommeerde schrijver zonder iets te bagatelliseren, zich consciëntieus rekenschap geeft van wat zijn leven bepaald heeft.

2. De condities voor de schrijver in spe waren tenslotte sterk aanwezig: het orthodox-christelijke biedermeiermilieu waarin hij opgroeide, stond garant voor een gedegen educatie in de tale Kanaäns, waarbij farizeeërs en schriftgeleerden [bij joden, dus: s] een niet te veronachtzamen rol speelden. Zij beïnvloedden met hun apocalyptische gedachtegoed, waarin sombere toekomstvoorspellingen de boventoon voeren, op onappetijtelijke wijze de jeugd van Jan.

3. Een centrale plaats in Wolkers’ oeuvre neemt de sleutelroman Terug naar Oegstgeest in. Het boek verscheen in 1965, niet lang na zijn debuut Serpentina's petticoat. Het is een trefzeker, eerlijk portret van een onherroepelijk voorbije wereld van kroepketels en korsetten met baleinen. In alle boeken van Wolkers tref je een santenkraam van saillante personages aan die al dan niet in de agglomeratie van Oegstgeest gewoond hebben, zoals het rooms-katholieke vriendinnetje Ans en de NSB'er Van Grouw.

4. Een dominerend en tenhemelschreiend motief in het autobiografische werk van Wolkers is de verhouding tussen de adolescent Jan en de Bijbelvaste vader, een steile calvinist, die pretentieus een wekelijkse kerkgang, een dagelijkse lezing in de Heilige Schrift en uiteraard een christelijke school decreteerde en die ervan overtuigd was dat God de mens uit liefde kastijdt. In deze burgerlijke omgeving wordt de agressie van de hoofdpersoon ten opzichte van de vader steeds pregnanter. Hij kan jeremiëren wat hij wil, zijn chagrijnige [ook: sacherijnige] vader blijft een pietje-precies op het punt van de Statenbijbel. In deze machtsstrijd trekt de hoofdpersoon altijd aan het kortste eind zonder een verguisde zielenpiet te zijn.

5. Desalniettemin bestaan er tezelfdertijd [ook: terzelfder tijd] ook wederzijdse gevoelens van liefde tussen de ik-figuur en de vader. Wanneer het slecht gaat met de comestibles- en delicatessenzaak vanwege een gebrek aan klandizie in crisistijd, rent de ik-figuur naar de concurrent om de eigen winkel te foerageren. 

6. Ook tussen de 'ik' en zijn oudere broer bestaat jammer genoeg een haat-liefderelatie. Hij verafgoodde zijn broer, maar keerde zich soms ook faliekant tegen hem. De 'ik' ontvreemdt op een bepaald moment alle foto’s uit de portefeuille van zijn broer. Ook al zaten daar geen staatsieportretten in, toch vindt de 'ik' zijn daad achteraf gênant als zijn broer in de Tweede Wereldoorlog overlijdt aan difterie.

7. Oorzaken van frustraties zijn in Jans romans in ruime mate aanwezig. Het minderwaardigheidscomplex van de 'ik' wordt gesymboliseerd door het litteken op het voorhoofd, ontstaan door de bovengenoemde kroepketel die toentertijd [ook: toendertijd] bij baby’s gebruikt werd. Erik, de hoofdpersoon uit Kort Amerikaans, ervaart dit uiterlijke kenmerk als kaïnsteken; het weerspiegelt zijn eenzaamheid en isolement.

8. De reikwijdte van zijn interesses was bijkans onbegrensd. Voordat hij verhalen en essays schreef, volgde Wolkers al een opleiding tot schilder-beeldhouwer. Zo werd hij onder meer geïnviteerd door de Franse regering om een jaar in Parijs bij Zadkine te werken, die hem de finesses van het vak bijbracht. Hij beeldhouwde onder andere het beeld 'Moeder en Kind', dat in Het [hoort bij eigennaam] Plantsoen in Leiden te bewonderen valt.

9. Daarnaast was Jan gefascineerd door de natuur en hij vermeide zich naar hartenlust in de lommerrijke contreien van Poelgeest en Endegeest, die een voedingsbodem vormden voor zijn encyclopedische kennis van flora en fauna. Over de spelling van namen van dieren en planten hoefde hij niet te prakkiseren (ook: prakkeseren) : sliptong, ganzeriken, fluitenkruid, berenklauw, dovenetel, guichelheil en przewalskipaard vormden absoluut geen spellingkwesties voor hem. Kortom, Jan was een natuurvorser van jewelste (GB ook: vanjewelste en van je welste)!

10. Later ontvluchtte deze flamboyante rauwdouwer [ook: rouwdouwer] de Oegstgeester microkosmos en ontpopte zich als een
non-conformistische
bohemien, die zich, desnoods gehuld in adamskostuum, een prominente plaats verwierf in de hoofdstedelijke avant-garde. Nee, hij was geen brave hendrik, geen
negen-tot-vijftype. Integendeel: hij was een bon vivant, die een literaire [GB ook: tt] escape uit het burgermansmilieu zocht in de onttaboeïsering van de seksualiteit. Scabreuze scènes als in Turks fruit choqueerden [ook: shockeerden] menig opvoeder in de jaren zestig terwijl de contemporaine middelbareschooljeugd er stiekem wel pap van lustte en besmuikt applaudisseerde voor dit enfant terrible van 's lands letteren.

 
 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten