Dictee – dictees [3828]
Groot Delfts Dictee 2026
Mijn generatie (auteur: Trude Gerritsma)
1. Ze was een getalenteerde pianiste. In haar gloriedagen trad ze op in heel Europa.
2. Pianospelen was haar leven, ze had nooit tijd gehad voor amoureuze affaires; haar piano was haar amant.
3. Toen ze klein was, moest zij acte de présence geven tussen (?) de schuifdeuren, gênant vond ze dat.
4. Het publiek kon zo’n frêle meisje, dat zó ambitieus pianospeelde, wel appreciëren en applaudisseerde altijd lang.
5. Ze mijmerde veelal (?) over haar jeugd, haar carrière, haar einde.
6. Ze was ideeëloos wat betreft haar nalatenschap, waar moesten die honderden dagboekschriftjes, balboekjes, kattebelletjes [briefjes!], brieven en boeken met aantekeningen in de kantlijn naartoe?
7. Haar enige erfgenamen, dochter en zoon van haar zus werden geacht de majestueuze patriciërswoning leeg te halen.
8. Ze behoorden tot de generatie babyboomers: druk, druk met alles en iedereen.
9. De nicht, inmiddels pensioengerechtigd, bevond zich te midden van stapels papieren en boeken op de zolder van het imposante huis.
10. In kleermakerszit torende ze ternauwernood boven de stapels uit.
11. De neef kwam poolshoogte nemen, vroeg quasinonchalant of ze in al die boeken nog briefjes van vijfhonderd had gevonden en verdween weer snel naar zijn stamcafeetje.
12. Het was een hele klus om alles minutieus te onderzoeken en natuurlijk was zij als vanouds de kop van Jut.
13. Die broer van haar was alleen geïnteresseerd in materiële zaken, niet in dagboekjes, paperassen, blocnotejes en bibelots [uitspraak bie-buh-loos].
14. Hij hield zich liever bezig met padellen, pubquizzen en domme series bingewatchen.
15. Hij vond zijn zus maar een tuthola met haar leesclubjes en haar aerobics.
16. Ze trok een willekeurig boek uit de stapel; tante had voorin een quote van William Shakespeare geschreven: “Muziek begoochelt soms het gemoed, en maakt wat goed is slecht; wat slecht is, goed”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten