maandag 3 augustus 2026

3856 Dictee maandag 03-08-2026 (1) – dictee Groot Deventer Dictee 2026

Dictee – dictees [3856]

Groot Deventer Dictee 2026

(Geen titel, auteur: Wim Daniëls)

Rein: 1 fout – buiten mededinging, plaatselijke winnares slechts 3 fouten: heel goed.

Commentaar in blauw.

1. Bij voorbaat mijn excuses voor mijn wellicht enigszins onkiese of onethische gynaecologische vergelijking, maar als openbaarvervoerreiziger zie ik het Centraal Station van Deventer (*) als een baarmoedermond.

* Wim: c s (mogelijk op grond van het woord ‘van’, Rein: C S, mede op grond van het woord ‘het’ – eigennaam – de enige ‘fout’ – betwistbaar dus). VD heeft alleen ‘centraal station’ met wel afkorting CS!

2. De Keizerstraat – nomen est omen (de naam voorspelt het) – is successievelijk de baarmoederhals, de cervix, die me naar de baarmoeder van Deventer leidt, de Brink.

3. De Brink is omzoomd door kastanjebomen en platanen, enkele prestigieuze panden, diverse restaurants met zowel exquise (uitgelezen, voortreffelijk, ook: exquisiete) gerechten als stamppotmaaltijden, en joyeuze (zwierig, groots) cafés, waaronder de onvolprezen Hip (wel: De Hip, maar ‘onvolprezen’ haalt die hoofdletter D onderuit).

4. Een saillant (opvallend, in het oog springend) detail op de Brink vind ik het natuurstenen miniatuurlabyrint in het plaveisel, dat is uitgevoerd in zwart-wittinten (aaneen, zoals in GB grijstint en in VD groentint, zwarttint, wittint, etc. – wel groene tint, zwarte tint en zwart-witte tint(en) – Wim had zwart-wit tint; uiteindelijk is het – m.i. ten onrechte – allebei goedgerekend).

5. Maar metterdaad zijn het nochtans de straten en steegjes die vanuit de Brink verder de stad in kronkelen, die essentieel (wel: essentiële als bnw.) zijn voor Deventers charme.

6. Ik vergelijk het met het (Rein: ‘het’ vergeten – werd gepardonneerd) concipiëren van nieuw leven, dat evenmin in de baarmoeder zelf plaatsvindt, maar boven in een (geen accenten, je kunt hier niet ‘uhn’ lezen) van de eileiders.

7. Daar pogen enkele bijkans uitgebluste zaadcellen, overgebleven van de talloze miljoenen die in een alles-of-nietspoging (wel: alles of niets) van acquit (start – vgl. de acquitstoot bij het biljarten) zijn gegaan, toegang te krijgen tot een minuscuul eitje dat daar na de eisprong is beland.

8. Wie eenmaal de goudomrande zijpaden van de Brink heeft verkend, kan weer afzakken naar de Brink en zich daar, zoals een bevruchte eicel zich nestelt in het toegewijde slijm van de baarmoeder, neervlijen op een terrasstoel, met uitzicht op de fontein, waaruit de Stedenmaagd (eigennaam - staat bovenop - voorzetsel, Taaladvies, GB - de Wilhelminafontein) oprijst, een naam(!) die mijn toch al heikele (netelig, hachelijk) vergelijking ten slotte (aan het eind, niet tenslotte = per slot van rekening) helemaal onderuithaalt.