Dictee – dictees [3827]
Groot Dictee van Kampen 2026
Leuke happening, 100 deelnemers, Jeroen 3 fouten, Rein 3 fouten (rare kwestie I en blunders II en III, zie aldaar).
Mooi Kampen (auteur: Harry Goedegebure)
1. Als ik tijdens mijn me-time door de straten van het aloude centrum van Kampen mijns weegs ga, bekruipt mij frequent het gevoel dat ik in de middelleeuwen loop.
2. Ik zie nu nog maar drie van de zeven stadspoorten, waarvan er enkele in de vijftiende eeuw werden verplaatst vanwege de primaire expansie van de stad, die samen met de ravelijnen [buiten de vesting, demi-lune] en courtines [hoofdwal, gordijn] onderdeel uitmaakten van het verdedigingswerk; net als de gracht die nu deel uitmaakt van het in de Engelse stijl aangelegde park met de iaënde ezels en bullyende [treiteren] nijlganzen.
3. Maar zo zie ik ook de restanten van de kloosters waar de minderbroeders, tertiarissen, augustinessen en moderne devoten hun godvruchtige arbeid verrichtten; laatstgenoemden hielpen [afkorting!] o.a. met het buiten de stadsmuren begraven van de slachtoffers van de pest.
4. Hoe fraai is ook het interieur van de schepenzaal [plaatselijk en als eigennaam ook wel met S] met zijn witgeschilderde bergstenen schouw ter ere van keizer Karel V [Romeins cijfer] en gedragen door twee kariatiden [vrouwenbeeld, schraagbeeld], met het houten tongewelf en de ronde schilden met tenanten [schildhouder]; hier spraken de schepenen en raden recht waarbij de opgelegde straffen varieerden van het ‘aan de kaak stellen’ [openlijk bespotten, etc.] tot aan het ‘radbraken’ [van een misdadiger alle ledematen breken].
5. Tijdens mijn promenade langs de eeuwenoude IJssel, bepeins ik dat deze meanderende rivier Kampen veel heeft gebracht, zoals de ommelandsvaart [vaart om een kaap heen, waardoor je in een andere zee komt] naar het Oostzeegbied, waar de toenmalige merchandisers [marktonderzoekers] met de beroemde koggeschepen [I GB kogge + n, maar kogschip en koggeschip, raar! – VD kog en kogge met mv. koggen] handeldreven in allerlei negotie [handel].
6. Al mijmerend kom ik bij de brug die zo rond 1450 voor het eerst werd gebouwd als een paalbrug en vervolgens in de vorm van een schipbrug als remplaçant [II zitten knoeien en de cedille kwam er niet – vgl. commerçant], vanwege de doorvaart om tol te kunnen heffen; eeuwen later verschenen er vaste verkeersbruggen, waaronder een baileybrug die uiteindelijk is vervangen door de brug met de gouden wielen.
7. Aan de overzijde zie ik ten slotte [III – onbegrijpelijke blunder – ik kon me bij de bespreking niet herinneren dat ik het woord had opgeschreven, laat staan dat ik erover had nagedacht …] het Kampereiland dat bij een [cijfers]
14(d)e-eeuwse ruiling door Zijne Hoogwaardige Excellentie Jan van Arkel, destijds bisschop van Utrecht, is overgedragen aan de stad Kampen; de hannekemaaiers [Westfaling die hier kwam om gras te maaien] oogstten destijds het puike hooi, de benzine [voor de paarden dus], wat de connaisseurs [kenner in specifieke zin] tot ver over de grens konden appreciëren
8. Kortom, aan de slinger van de IJssel is het goed toeven in het melancholische en historische centrum onder het genot van een chardonnaytje of een zogeheten Blond Schaap [merknaam - plaatselijk bier] uit een lokaal fust, al luisterend naar het splendide concert van de virtuoze beiaardier op het [cijfers] 48 klokken tellende carillon.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten