woensdag 23 maart 2016

Dictee woensdag 23 maart (1): Groot Dictee Sneek 2016 [877]

Dictee - dictees [877]

Groot Dictee Sneek 2016

Was ich noch zu sagen hätte (auteur: Gerard Wortel)

Het atypische thema van dit dictee is gelieerd aan de Frankfurter Buchmesse anno tweeduizend zestien, waar Nederland en Vlaanderen getweeën gastland zijn, alhoewel de causaliteit tussen de Duitse titel en het verhaal van deze scribent de facto irrelevant is, aangezien de auteur sowieso geen ruimte biedt aan addicten als verstokte sigarettenrokers of amechtige sjekkiepaffers, hetgeen de titel wel heimelijk evoqueert.

Nochtans is het de bedoeling – althans een ietsiepietsie – met dit dictaat de relatie tussen beide landen enigszins aanschouwelijk te maken, zonder dat het geheel ontaardt in affreus gewauwel of rechttoe rechtaan fabuleren met als uiterste consequentie dat de goochemerds onder u ervantussen gaan.

Aangezien het Nederlands nauw verwant is aan het Hoogduits lijkt een kort traktaat over de leenwoorden over en weer een beregoed issue, een linguïstisch ambiëren waarbij acribie cruciaal is, zodat er zich bij de lezer een aha-erlebnis kan voordoen die hem a posteriori als het ware in de houdgreep houdt en dientengevolge een heuse eyeopener oplevert.

Voor de bühne zou deze uitvoering op-en-top fameus zijn. Desalniettemin zou een referaat over dit onderwerp rücksichtslos tot een obstakel leiden, puur omdat de synopsis hiervan niet op één A4'tje past, nog daargelaten dat de doorsnee-Duitser überhaupt niet op gevlei of bestoefen zit te wachten.

Naar verluidt is onze oosterbuur daarentegen wel hogelijk receptief voor een bejegening met egards, waardoor het zomaar kan geschieden dat zijn vermeende lauwheid omslaat in een gargantuesk onthaal met apfelstrudel, noordzeegarnalen en gepocheerde coquilles met bakabana, waarna de flessen schnaps en moezelwijn in groten getale worden achterovergeslagen en de jolijt uiteindelijk eindigt in weifelend geschuifel op schlagermuziek.

Ten slotte zij gezegd dat ter compensatie van zijn mateloze deugdelijkheid en loyauteit de Duitser het breugeliaanse Oktoberfest volop lauwert en dat zijn laisser-fairegevoel daarbij niet onderdoet voor dat van de nuchtere Fries, die zich op dit moment casueel verlustigt aan een ongecompliceerd dictee.