zaterdag 25 juni 2016

Dictee zaterdag 25 juni 2016 (2): dictee Groot Dictee Terneuzen 2013 [936]

Dictee - dictees [936]

Ook Terneuzen 2013 verdient een standbeeld ...

Oorlog en vrede (auteur: Marc de Smit, vet-en-groene woorden waren in te vullen voor de specialisten, de cursief-en-blauwe woorden door de liefhebbers)

1. Die zondag tijdens het hazengrauwen slentert de oud-kolonel wat doelloos door zijn geboortedorp. 'Reminiscere,' mijmert hij, een beetje confuus, en langzaam weidt hij zijn blik over een paar
eenentwintigste-eeuwse
résidences en wat ruïneuze kruip-innen die door frisgroene bosschages deels aan het zicht worden onttrokken. Hij gaat op een bankje zitten en frunnikt wat aan zijn heiligedag, die jaar na jaar groteskere vormen aanneemt. Zijn baard binnenkort misschien eens laten barreboksen?


2. Hij overloopt zijn carrière, die begon als een cognacexpert bij een gerenommeerde, in sorbendrank gespecialiseerde slijterij en die vorige maand na ruim dertig jaar trouwe dienst eindigde als reserveofficier in 's lands heer (heir). Waar hij allemaal niet geweest is in die drie decennia, waarvan het begin hem langer geleden lijkt dan het magdalénien. Chronologisch overloopt hij zijn stationnementen.

3. 1979: Libanon, waar hij voor het eerst rode lieb pafte, wat hem een bijna-doodervaring opleverde omdat hij een habitué de loef wilde afsteken. Een manusje-van-alles uit een nabijgelegen centrum voor mishandelde droezen heeft hem toen via mond-op-mondbeademing het leven gered.

4. 1992: Joegoslavië, waar hij met jakobitisch fanatisme het titoïsme verdedigde toen hij een slivovitsje te veel ophad en als afkoopsom twee poed thee nodig had om een boze sergeant-majoor tot bedaren te brengen.

5. 1998: Het afroditische Cyprus, waar hij op een maagdelijk wit Middellandse Zeestrand de liefde van zijn leven vond, nota bene de dochter van de lorrenbos waar hij bijna twintig jaar eerder in Libanon zo knetterstoned mee was geworden. (De wereld is klein!)

6. 2000: Ethiopië, waar hij, toen hij daar eens teff at, ontdekte allergisch te zijn voor glutenvrije producten. (Life's little ironies!) En was het daar?, ja het was daar!, dat hij zijn zonnebril voor vijfduizend birr verkocht aan een Eritrese budgettrice, om er later achter te komen dat die valuta al jarenlang obsoleet was.

7. En als laatste 2005: Indonesië, waar hij dacht mal-Saint-Main te hebben opgelopen, maar het een onschuldig contacteczeem bleek te zijn.

8. Zo prakkeseert hij heel wat af, op deze lenteachtige avond. Hij pulkt afwezig aan het stijlkussentje van wat fluitenkruid, en beseft dan opeens: niet de peace-enforcingmissies waaraan hij heeft deelgenomen, maar zijn privéomstandigheden komen bovendrijven; niet de tsedakot ten behoeve van de lokale bevolking, maar hijzélf... Waarom duikt in eerste instantie niet de gewonde nomadenvrouw voor zijn geestesoog op, of het bijna verdronken Indonesische baby'tje? Niet de dode Falasha of het kapotgeschoten stadsziekenhuis in Sarajevo? Is hij wie weet wel athymisch, of gewoon egoïstisch? Achter hem, in een weiland, nijt een stier (bij wijze van instemming of afkeuring?) tegen een eenzame cipres.

9. Een antwoord op zijn levensbeschouwelijke vragen zal er niet komen. Verder weg dan de transneptunische planeet, dieper in de kosmos verborgen dan enig transitinstrument ooit zal kunnen waarnemen, zich gevormd milliseconden na die welbekende superbigbang, is ooit een stukje ruimtepuin aan een reis van triljarden kilometers begonnen. Boven hem dringt dit meteoroïedje nu de troposfeer van onze terra mater binnen, suist naar beneden en raakt de ex-militair vol op zijn viscerocranium (dat is zijn aangezichtsschedel). Als een lychee spat zijn hoofd uiteen, en ja: zo kan het soms gaan... We survivallen ons door oorlogen heen, en dan sterven we op een manier die een Darwin Award waardig is: op het leven – of de dood – is, noch in vredes- noch in oorlogstijd, geen staat te maken. Gelukkig maar.