Dictee - dictees [0853]
Groot
Gomarus Dictee 2016 Gorinchem
(geen
titel, auteur: de heer Bot)
1.
"Tijdens mijn oratieplechtigheid in de aula van het academiegebouw van de
TU Delft wil ik u meenemen naar de wereld van de mug, een vliegend insect uit
de orde tweevleugeligen.
2.
Een mug is een primitieve versie van een vlieg en heeft een klein en fragiel
lichaam, zes dunne pootjes, meestal twee veerachtige antennes waarmee zeer goed
geur waargenomen kan worden en een kleine kop met vaak zichtbare zuigsnuit.
3.
Deze irritante insecten kunt u bestrijden met chemische insecticiden of
doodslaan met een opgerolde krant, maar u kunt ze gek genoeg ook elimineren.
4.
Het gaat dan natuurlijk niet om de eerdergenoemde vervelende vampiristische
wezens, die in Egypte verantwoordelijk zijn voor de beruchte westnijlziekte(!), maar om een zespotige, op afstand bestuurbare robotmug, de zogeheten
Flexbug (komt voor in Kinderdictee Den Haag 2010).
5.
Hij maakt extreem realistische zoemgeluiden en kan echt vliegen, zonder te
pletter te slaan tegen allerlei obstakels, dankzij ingenieuze geluids-,
bewegings- en lichtsensoren.
6.
Als je hysterisch wordt van het gezoem om je hoofd moet je als de wiedeweerga
het aan-uitknopje zoeken of wachten totdat hij zijn accuutje heeft
leeggevlogen.
7.
Ik weet niet hoe ik mijn inaugurele rede over muggen moet vervolgen",
verzuchtte de hoogleraar, krabbend aan zijn zwemmerseczeem, terwijl hij aan een
ovale picknicktafel onder een eik zat en er rustige muziek uit zijn minuscule
mp3-speler kwam.
8.
Hij besloot eerst richting de Zuidas van Amsterdam te gaan, om – na een chique
kapper bezocht te hebben – in zijn vierkamerappartement relaxed zijn actie te
vervolgen.
9.
's Avonds wandelde hij nietsvermoedend het ogenschijnlijk ongevaarlijke woud in
om een handvol geleedpotigen te bemachtigen voor de soep, die zijn vrouw zou
serveren als voorafje bij een luxueuze stapel met siroop overgoten
pannenkoeken.
10.
Hij waande zich eerst in een jungle, waar hij als orang-oetang of chimpansee
moest meewerken aan geavanceerde sciencefictionfilms, maar al snel voelde hij
zich apetrots op het ingenieuze onderzoek naar muggen.
dinsdag 26 januari 2016
0853 Dictee dinsdag 26 jan 2016 (1): dictee Groot Gomarus Dictee 2016 √ x
zondag 24 januari 2016
0852 Dictee zondag 24 jan 2016 (1): Shoot-out Voorburg 2015 √ x
Shoot-out dictee Voorburg 2015
ex-aequodeelnemers worden niet vlak bij elkaar aan een tafeltje geplaatst en moeten (bijv.) 5 (super)moeilijke woorden of uitdrukkingen opschrijven. Wie de minste fouten heeft (max. 1 per woord of uitdrukking), wint de shoot-out. Vergelijk het maar met strafschoppen na een voetbalwedstrijd. Het verschil met het dictee is, dat je wel tegelijkertijd woorden kan laten opschrijven, maar dat het nemen van
2 strafschoppen tegelijk – het kan wel natuurlijk – nogal omslachtig is … Is er dan nog geen beslissing, omdat 2 of meer deelnemers hetzelfde laagste aantal fouten hebben, dan komt er steeds 1 woord of uitdrukking bij, totdat er een beslissing verkregen is.
donderdag 21 januari 2016
0851 Dictee donderdag 21 jan 2016 (1): dictee Sjolem (Oefendictee februari) - uitleg √ x
Dictee - dictees [0851]
Woordenlijst
– Sjolem – februari 2016
Dit is de uitleg bij blogpost [0850]
A. 1)
sjolem = tussenwerpsel: gewone begroetingsformule: goedendag, hallo, dag, 2)
wohltemperiert = goedgeluimd, 3) filosemieten = vrienden van de Joden, 4) Joodse
= het volk betreffend (ze deed nergens meer aan, dus het volk, niet de
godsdienst = joodse), 5) fiancee = verloofde (man: fiancé), 6) vader-Jood = kind
van een Joodse vader en een
niet-Joodse moeder, 7) (dubieus) ex-Aramese,
oud-Aramese, voormalig Aramese, 8) doordesemd = geheel doortrokken; desem =
zuurdeeg, 9) pan-Arabisch = strevend naar vereniging van alle gebieden waar
Arabieren wonen of gewoond hebben in één groot rijk (panarabisme) en 10) mansoir =
mannelijke erfgenaam.
B. 11) manoir = groot Frans landhuis met bijgebouwen en
grond,
12) klokvrij = gezegd van Joden die niets meer doen aan hun religie, 13)
radicaalsjwarts; sjwarts = (van joden) orthodox, 14) peies = haarlokken,
slaaplokken, 15) talliet katan = (bij joden) klein gebedskleed, 16) Sefardim =
Sefarden = de Spaanse en Portugese Joden, 17) sjidoech = het arrangeren van een
huwelijk, 18) ketoeba = huwelijkscontract, 19) sjadchen = huwelijksmakelaar en
20) kalle = bruid.
C. 21) bomma = grootmoeder, 22) -pa (samengetrokken van bompa!)
= grootvader, 23) commilitones (enkelvoud: commilito)
= wapenbroeders, 24) der
jüdische Selbsthass = de haat van de Joden jegens zichzelf, 25) ik ben geen
klaagmuur = ik ben niet bereid je klagen eindeloos aan te horen, 26) de
Kristallnacht = nacht van
9 november 1938 waarin de SS in Duitsland een
grootscheepse pogrom hield tegen de Joden, 27) het Neurenberger (=
Neurenbergse) proces = proces(sen) die na WO II in Neurenberg tegen
oorlogsmisdadigers van het Derde Rijk werden gevoerd, 28) de Endlösung =
algehele uitroeiing van de Joden, besproken op de Wannsee-Konferenz van 20
januari 1942, 29) Holocaust = Shoah = de massale moord op de Joden in WO II (de uitroeiing in het algemeen is 2x met kleine letter!) en 30) david(s)ster =
zespuntige ster gevormd door twee gelijkzijdige driehoeken die elkaar kruisen,
als symbool van het Joodse volk (ook in de oorlog: Jodenster).
D. 31) antisemitisme
= racisme gericht tegen de Joden = Jodenhaat, 32) gesjmad: sjmadden = dopen,
tot het christendom bekeren,
33) niet-Messiasbelijdend: een Messiasbelijdende
jood = een jood die aan de joodse wetten en gebruiken vasthoudt, maar
tegelijkertijd Christus als de Messias erkent vgl. Jodenchristen = judaïst, 34) sjabbat
= sabbat, sjabbes =
'de joodse zondag', 35) sjikse = christenmeisje als dienstmeisje, 36)
sjabbesgoj = bij Nederlandse joden: niet-Jood die op de sabbat vuur en licht in
joodse huizen verzorgt, 37) dude (Engels, niet in wdb. - 2020 wel!, uitspraak: d(j)oedd(uh))
= kerel, vent, 38) bar mitswa = feestelijk gevierde, godsdienstige
meerderjarigheid van de joodse jongen aan het eind van zijn 13e levensjaar; hij
heeft van dan af de plicht de positieve geboden na te komen en het recht in de
synagoge de Thora voor te lezen, 39) moheel = mool = besnijder (verwijderen
voorhuid) bij de joden en 40) sjokkel = schatje.
E. 41) chickie = meisje, 42) clitoridectomie = verwijdering van de clitoris, m.n. als (bij ons: verboden) besnijdenisritueel, vergelijk circumcisie, VGV = vrouwelijke genitale verminking, 43) bat mitswa = bar mitswa voor een meisje, 44) Pascha = Pesach = herdenking van de exodus (uittocht) uit Egypte, 45) seideravond (ook seder) = elk van de eerste twee avonden van het israëlitisch paasfeest (bij liberale joden en in Israël alleen de eerste avond van het paasfeest), wanneer de huisvader te midden van zijn gezin de betekenis der plechtigheden van die avond verklaart of voorleest tijdens de rituele maaltijd, 46) blintses = kleine pannenkoeken, 47) fleisjig(e) = met vlees bereid en daarom apart te houden van melkgerechten en milchig(e) = met melk bereid, 48) sjuchten = ritueel slachten, 49) hechsjeirem (ook: hechsjers, enkelvoud: hechsjer) = koosjerverklaringen (koosjer = volgens de orthodox-joodse godsdienstige voorschriften geschikt en bereid; rein, antoniem = treife) en 50) Poerim = Hamansfeest = Lotenfeest = joods feest op 14 en 15 adar (Hebreeuwse maand, bij ons in februari of maart; in hun jaartelling is het nu al 5776), ter herinnering aan de redding van de Joden door Esther, die Hamans opzet verijdelde alle Joden in Perzië te vermoorden (Esther 6 – 9).
F. 51) gremzelisj = bepaald pesachgebak, 52) kiesjeliesj = hamansoren = gefrituurd
dun deeg in ruitvorm dat bij Poerim wordt gegeten,
53) Chanoeka = Gannek =
Hanukka = Inwijdingsfeest = Lichtfeest
= herdenking inwijding van de tempel,
54) Loofhuttenfeest = Soekot
= zevendaags joods feest, gevierd in oktober, ter
herdenking van de tocht door de woestijn na de uittocht uit Egypte, toen het
volk in hutten leefde, 55) afgedavvend: davvenen = bidden, 56) -geprakkeseerd
('af' is weggelaten; ook 'prakkeseren' bestaat echter, mag dus ook zonder
streepje), prakkeseren (prakkiseren) = piekeren, 57) mazzeltof = tussenwerpsel:
gelukgewenst, 58) bemazzeld = mazzel, geluk hebbend, 59) begeind = in een
vrolijke bui verkerend en 60) schlemiel = pechvogel.
G. 61) cheider = school voor
orthodoxe joden, 62) Talmoedhogeschool = jesjiva = jesjieve – Talmoed =
interpretatie van en aanvulling op de Misjna; tussen 200 en 500 na Christus
ontstaan verzamelwerk, waarin al die aanvullingen op het O.T. (Oude Testament)
te vinden zijn, die het maatschappelijke, burgerlijke en godsdienstige leven
van de israëlieten regelen, 63) schriftgeleerden: niet de Bijbel, dus kleine
letter,
64) rooms-katholiek: neofiet = persoon die pas in een monnikenorde is
opgenomen = novice, 65) jehoedem (of jehoedes, enkelvoud: jehoede) = Joden, 66)
sjachariet (meervoud: sjachariets) = ochtendgebed,
67) mincha (meervoud: mincha's,
minchot) = namiddaggebed,
68) maäriev (meervoud: maäravim) = avondgebed, 69) mezoeza
= fragment uit het Oude Testament, op een rolletje perkament geschreven en in
een busje aan de deurpost bevestigd, bij vrome joden en 70) moutse(s) = stukje
brood of zegenspreuk daarbij.
H. 71) matse(s) = ongezuurd brood, 72) reb (meervoud raboisai) = meneer, 73) sjivve zitten = de rouwperiode van zeven dagen – na de begrafenis van een familielid – in acht nemen, waarbij thuis op lage krukjes of op de grond wordt gezeten, 74) misjpooche = familie, en vandaar bij elkaar horende groep personen, 75) sjelosjiem = rouwperiode van dertig dagen, 76) sjnoderen = een gift toezeggen voor een goed doel, 77) de Rode Davidster = de Joodse (!) pendant van het Rode Kruis, 78) gojim * (ook: gojims, enkelvoud: goj) = niet-Joden en 79) splendida vitia = mooi schijnende zonden.
* Dat is VD, mv. van GB zijn gojem en gojiem.
I. PS
Nul fout in dit dicteetje?
J. 80)
Nou, mazzel en brooche dan: vergeet je brogues [gaatjesschoen] niet!
zaterdag 16 januari 2016
0850 Dictee zaterdag 16 jan 2016 (1): dictee Oefendictee februari 2016 √ x
Dictee - dictees [0850]
Oefendictee
februari 2016
NB Uitleg in blogpost [0851]
Sjolem!
1.Wees welkom, wohltemperierte filosemieten! Mijn Joodse fiancee – haar vader was
vader-Jood en haar moeder ex-Aramese, doordesemd van het pan-Arabische gedachtegoed; zij had vrouwenoren en hij ook nog ander mansoir
(en hij woonde ooit in een manoir) – praktiseert het joodse geloof niet meer en
is dus klokvrij. Ze vertelde: ik ben wel joods opgevoed, mijn opa was
radicaalsjwarts (mét peies en talliet katan!) en mijn oma van moederszijde – ze
behoorde tot de Portugese Sefardim – werd aan hem gekoppeld – duidelijk geval
van sjidoech met ketoeba – via een sjadchen; daardoor werd ze kalle. Die bomma
en -pa waren uitgesproken commilitones in der jüdische Selbsthass.
2. Ze hebben WO II (herdacht op Jom Hasjoa) nog meegemaakt (maar ze waren geen klaagmuur) en weten alles van vernietigingscommando's, de Kristallnacht, het Neurenbergse proces, de Endlösung, de Holocaust (typisch geval van een shoah), david(s)ster en het antisemitisme. Maar ze zijn erdoorheen gekomen en haar ouders hebben een goede jeugd gehad. Ze waren zeker niet gesjmad en niet-Messiasbelijdend; op sjabbat hadden ze een sjikse en een sjabbesgoj, die het licht aandeden. Toen haar broer, typische dude, dertien af werd, was het bar mitswa. Besneden? Ja: door de moheel of mool! Gelukkig hoefde haar zus – een sjokkel, een echt kippetje van een chickie – nooit een clitoridectomie te ondergaan, wel vierde zij, toen ze dertien werd, bat mitswa.
3. Rituele feesten waren er te over: Pascha of
Pesach: herdenking van de exodus uit Egypte, dat paasfeest werd begonnen met
seideravond (lekker die blintses; fleisjige en milchige producten werden goed
uiteengehouden – denk ook aan sjuchten, de hechsjeirem waren belangrijk!),
Poerim of Hamansfeest, ook wel Lotenfeest genoemd, met gremzelisj of pesachgebak
(dat ten onrechte, want dit hoort bij seideravond!) en kiesjeliesj of
hamansoren en Chanoeka
(Gannek, Hanukka, Inwijdingsfeest, Lichtfeest of
chanoekafeest), waarbij de inwijding van de tempel herdacht werd (het
Loofhuttenfeest, Soekot, blijft verder onbesproken).
4. Er werd wat afgedavvend en -geprakkeseerd tijdens die feesten! Ik heb een onbezorgd bestaan geleid met veel mij toegeroepen 'mazzeltof'. Ik was bemazzeld en voelde me begeind en was mijns inziens nooit de schlemiel. Als kind bezocht ik de cheider, later zat ik op de Talmoedhogeschool (jesjiva, jesjieve) met veel schriftgeleerden, maar daar ben ik afgehaakt, want zo'n monnikenbestaan als neofiet en novice was tenslotte niets voor mij (Ik was duidelijk in de war met het rooms-katholicisme!).
5. Zij is
daarna in de Jodenbuurt terechtgekomen en via de omgang met veel jehoedem,
waaronder een albertibasvertolker, heeft ze mij toen leren kennen. Voor het
sjachariet, mincha of maäriev moet u dus niet bij ons zijn, noch voor de mezoeza.
Wij eten nog wel moutses en matses en men zegt nog wel reb tegen mij; we zitten
zo nodig sjivve en steunen misjpooche met sjelosjiem, wij sjnoderen de Rode
Davidster, maar ten diepste zijn we nu echt gojim met splendida vitia.
PS
Volgens mij gaat mijn verhaal ergens de mist in, maar zonder complete stamboom
van mijn familie zal dat buitengewoon lastig te achterhalen zijn …
donderdag 14 januari 2016
0849 Dictee donderdag 14 jan 2016 (2): dictee De muzikante (uitleg) √ x
Dictee - dictees [849]
Het dictee staat in 0847!
De
muzikante (uitleg)
1.
Burkina Faso staat wel in de wdb., zijn hoofdstad Ouagadougou niet.
2. Bratsch: driesnarige altviool met een vlakke kam, waardoor de snaren tegelijk
kunnen worden aangestreken (contra, zigeunerviool).
3. Caixa: Braziliaanse snaredrum.
4. C-klarinet [begin zin!]: niet-transponerende klarinet met een buislengte van 52,5 cm.
Van transponerende
instrumenten is de partituur in een andere toonhoogte genoteerd dan die wordt
gehoord, bv. de altsaxofoon en de besklarinet.
5. Cornet-à-pistons: ook wel piston (verkorting), koperen blaasinstrument met
ventielen.
6. Guiro: klein slaginstrument.
7. Buza-maffia: Ministerie (instelling, niet het gebouw) van Buitenlandse
Zaken. Wegens de verkorting (én de hoofdletter(s)) komt er een koppelteken.
8. Refugié, man, refugiee, vrouw; betekenis: vluchteling(e).
9. Expatriate: expat (langere tijd werkzaam in buitenland) of vluchteling.
10. Dp: displaced person = persoon die (ten gevolge van oorlog of onderdrukking)
geen domicilie meer heeft.
11. Stowaway = verstekeling.
12. Passevolant (Frans: verstekeling, iemand die zich kort ergens ophoudt):
iemand die het vereiste getal moet volmaken, maar geen deel uitmaakt van de
troep. Niet duidelijk is of de vrouwelijke vorm gebruikt mag worden.
13. Cabotage = kusthandel, kustvaart.
14.
De term 'el caballero de la triste figura' (Spaans: de ridder van het droevige
gelaat) wordt gebruikt voor de ridder van de droevige figuur, met name Don Quichot.
15.
Miguel (de) Cervantes schreef het boek Don Quichot
(van La Mancha). Zijn
dienaar was Sancho Panza, zijn strijdros Rocinante en zijn geliefde Dulcinea.
Daarom in onze taal opgenomen: een dulcinea (ironisch: beminde), een rossinant (slecht
paard, knol), een donquichot (iemand die blindelings ijvert voor
hersenschimmige idealen) en een donjuan (naar: Don Juan) is een hoffelijke
vrouwenverleider (vrouwenjager = casanova); deze komt niet voor in 'Don Quichot'.
16.
Occitanië = het deel van Frankrijk dat de provincies Gascogne, Languedoc en
Provence omvat), het taalgebied van de langue d'oc (daar is 'oc' 'ja', in het
taalgebied van de langue d'oïl is 'oil' 'ja').
17.
Marianne = de verpersoonlijking van de Franse Republiek.
18.
Volgens VD is le paysan du Danube: een ruwe kerel die ongegeneerd de waarheid
zegt (letterlijk: de boer van de Donau).
19. Wüstung = in de (late) middeleeuwen door de bewoners verlaten nederzetting
of dorp, waarvan de contouren nog in het landschap herkenbaar zijn.
20. Doesoen = in Indië een desa (één s!) of dorp.
21. Hafa = een harmonie en fanfare, een hafabra heeft ook nog een brassband
(ss!).
22. Bigband (aaneen!) = een groot jazzorkest.
23. Cheerleader = een persoon die bij sportwedstrijden het publiek voorgaat in
het aanmoedigen en toejuichen van de eigen club.
24.
Het werkwoord encourageren betekent: aanmoedigen.
25.
Het werkwoord twilliciteren betekent: solliciteren via Twitter.
26.
Iets oudmodisch = ouderwets.
27.
De fonopost = gelegenheid tot het opnemen en verzenden van gesproken brieven op
grammofoonplaten.
28.
Het bnw. epistolair(e) verwijst naar brieven, de kunst van het briefschrijven.
29. Kassavie (kesavie, kassaaf) is een brief.
30. Aide-mémoire is een kort (diplomatiek) briefje; ook wel: geheugensteuntje.
31. Supplicatie is een smeekbede (ook: verzoek(schrift)).
32. Kyrie eleison = (de muziek voor) een gezongen of gesproken smeekbede.
33.
Met 'répondre en Normand' (letterlijk: antwoorden in het Normandisch) wordt
bedoeld: een ontwijkend antwoord geven.
34.
Met 'le mot de Cambronne' wordt eufemistisch (= verzachtend, verbloemend,
verhullend) een vloek of krachtterm bedoeld.
35.
Het werkwoord supprimeren = onderdrukken
(ook: achterwege laten).
36.
Een postillon d'amour = een overbrenger van minnebrieven, tussenpersoon bij
liefdesaangelegenheden.
37.
Het werkwoord eclipseren = verdwijnen.
38. Urias- of bellerophonsbrief = een brief die de overbrenger in het verderf stort
(hij of zij kon omgebracht worden). Uria komt uit de Bijbel: 2 Samuel 11:14-17
en Bellerophon was een mythische figuur.
39. Cold shoulder = een afwijzing, een repulsie ook, net als een refutatie,
maar dan vooral in juridische zin.
40.
Het RPhO is het Rotterdams Philharmonisch Orkest, HZO is Het Zeeuws Orkest en HBO
is Het Brabants Orkest.
Let bij de rode beginletters op!
0848 Dictee donderdag 14 jan 2016 (1): dictee Groot Medisch Oefendictee √ x
Dictee - dictees [0848]
Groot
Medisch Oefendictee
0. Werken als medisch secretaresse in het UMC Utrecht. Dat is meer dan een leuke baan in een professionele organisatie. Want je werkt hier in een vernieuwende omgeving, waar mensen altijd proberen beter te worden. Hoe goed beheers jij de medische terminologie? Test je kennis en kijk of je beter kunt worden.
1. Occlusie obturatorbypass, herhaaldelijke trombolyse heeft geen effect. Nu weer occlusie met Fontaine III rechts. Dr. P exploreert via de subclaviculaire benadering de arteria subclavia-axillaris overgang.
2. Boven in de midperiferie een oud gepigmenteerd litteken met een actieve satelliet laesie, suspect voor toxoplasmose.
3. De gastro-enterostomie wordt op typische wijze verricht: retrocolisch, isoperistaltisch, side-to-side, van het proximale jejunum op het
pré-pylorisch antrum, met voortlopend PDS 3.0.
4. Partiële parotidectomie. Opwerken van de huid en platýsmalap buccaal en weghechten. Ontwikkelen van de voorste rand van de musculus sternocleidomastoïdeus tot op de musculus digastricus.
5. Alles duidt op een verworven musculus obliquus superior parese OS.
dinsdag 12 januari 2016
0847 Dictee dinsdag 12 jan 2016 (2): dictee De muzikante √ x
Dictee - dictees [0847]
Uitleg in blogpost [0849]
De
muzikante
1. In
Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, had zij heel wat instrumenten
bespeeld, zoals de bratsch, de caixa, de c-klarinet, de cornet-à-pistons en de
guiro. Wegens een hoogoplopende ruzie met de BuZa-maffia moest ze als refugiee
(expatriate, dp) de wijk nemen naar Europa. Ze belandde als stowaway
('passevolant(e)' dekt die lading niet) bij de cabotage.
2. Via Gibraltar (de Rots) en het land van el caballero de la triste figura (u weet wel: Don Quichot, schrijver Miguel (de) Cervantes, Sancho Panza, Rocinante en Dulcinea) kwam ze in Occitanië, waar de Provence deel van uitmaakt. Ze dacht: was ik ook maar een dulcinea, reed ik op een rossinant en werd ik verleid door een donjuan van een donquichot in al zijn bizarrerieën.
3, Frankrijk wordt verpersoonlijkt door Marianne en via via kwam ze ten slotte terecht in de Lage Landen. Aldaar terechtgekomen, werd ze gechoqueerd (geshockeerd) door le paysan du Danube. Uiteindelijk geraakte ze als asielzoekster in een azc in Beneden-Leeuwen, alwaar de inburgering als nieuwkomer onder de wet Wi (Wet inburgering) kon beginnen: ze zou met haar cultuurcoach voor het inburgeringscertificaat gaan knokken.
4. Een echt struikelblok vormde het vak KNS (Kennis van de Nederlandse Samenleving). Maar enfin en afijn, ook dat lukte. Haar muzikaleloopbaanplanning heeft ze daaraanvolgend weer opgevat. Haar verblijfplaats was geen vroegere wüstung en ook geen doesoen, maar er waren wel hafa's, hafabra's en een heuse bigbandgroep, waarvan de chef-dirigent in een symfonieorkest speelde. Hij was zeg maar haar eigen cheerleader die haar encourageerde om te twilliciteren naar 'het betere werk'.
5. Maar ze koos toch voor iets oudmodisch: niet de fonopost, maar de epistolaire kassavie. Het RFO, Radio Filharmonisch Orkest was veel te hooggegrepen voor haar. Haar aide-mémoire zou met r.f.s.v.p. (réponse favorable s’il vous plaît – Nederlands: v.g.a., verzoeke gunstig antwoord) bovenaan veel weg hebben van een supplicatie of kyrie eleison. Bij de filharmonie houden ze van een rechttoe rechtaan antwoord, dus niet van répondre en Normand. Het werd dus niet een soort jawoord voor een verbintenis van haar met het filharmonisch orkest, en le mot de Cambronne kon zij niet supprimeren, toen zij de missive las.
6. Het was maar goed dat Tante Pos geen postillon d'amour
en al geëclipseerd was, anders zou die weleens een urias- of bellerophonsbrief bezorgd kunnen
hebben … De cold shoulder, de repulsie – nog net geen refutatie – ontwrichtte
haar verhoopte POP (persoonlijk ontwikkelingsplan) volledig. Ook het RPhO, HZO
en HBO boden haar geen so(e)laas. Maar eind goed, al goed: ze eindigde met een eersteviolistenbaan
in de showbizzgroep van de plaatselijke
café-uitbater van Tietjerksteradeel (of all places).