zondag 11 juni 2017

Dictee zondag 11 juni 2017 (2): dictee Dicteecompetitie Aalsmeer (4) [1130]


Trubbels in het Palingmeer (auteur: Bert Jansen)

De woorden en woordgroepen in vet en onderstreept moesten worden ingevuld.

1. Welkom in het Palingmeer, oftewel Aalsmeer. In dit epyllion zullen – ik zeg het met enige emfaseDichtung und Wahrheit onontwarbaar uiteenlopen, zéker voor onze Vlaamse vrienden, die deze parel aan de Westeinderplassen tot voor heel kort nog niet op de kaart zouden hebben kunnen aanwijzen.

2. In het wapen van Aalsmeer dat een faas moet ontberen zien we een Hollandse leeuw met in zijn klauwen een zwarte lebaal tegen een blauw fond. Het verwijst naar de tijd dat de visserij een belangrijke economische pijler was. Niet alleen werd er op paling gevist, maar ook coelacant, cobia en hozebek vonden geregeld een roemloos einde in de vesanen van menige loze visser. Ciguatera was indertijd dan ook een veelvoorkomende doodsoorzaak. De eerste symptomen van deze ziekte – jeuk en gevoelloze lippen – lijken onschuldig. Die symptomen verdwijnen snel, en de patiënt voelt zich weer beter. Maar kort daarna is er sprake van een recrudescentie: er treden hevige viscerale klachten op, men raakt in shock en 20% sterft binnen enkele dagen.

3. Na de droogleggingen – in het midden van de negentiende eeuw – ging het met de visserij snel bergafwaarts en schakelde de bevolking halsoverkop oftewel halje travalje (ventre à terre dus) over op de landbouw. Vooral de aardbeienteelt beleefde een hoogtepunt. Vexillologen zullen er geen been in zien in de rood-groen-zwarte vlag de rode vrucht, het groene blad en de zwarte aarde te herkennen.

4. In de belle époque werden de eerste kwekers gesignaleerd: de veengrond bleek een uitstekende voedingsbodem voor de bloementeelt en de eerste eikers met rozen voeren richting Amsterdam. De rozen maakten plaats voor miniamaryllissen en eschscholtzia's, maar tegenwoordig ziet men ook veel salzafij en aloëetjes in de kassen. Bloembollen worden, ook heden ten dage nog, in goenizakken vervoerd.

5. In Aalsmeer vind je geen campaniles met jaquemarts, maar de bijna een eeuw oude watertoren in art-decostijl is een beeldbepalend monument aan het meer en wordt tot de mooiste watertorens van ons land gerekend. In 1994 werd de toren buiten gebruik gesteld. Aanvankelijk wilde de gemeente hem verkopen, maar dat stuitte op hevig verzet van de Aalsmeerders. Naar luid van zeggen, nam menige vergadering zulke tumultueuze vormen aan, dat de hermandad eraan te pas moest komen omdat er een handgemeen dreigde.

6. Gelukkig bleef het bij enig duw- en trekwerk. Enkelen van de inwoners repten zelfs tout court van een moerlemei, toen er geopperd werd een luxehotel in de toren te huisvesten. Een ondernemer schetste de verzamelde menigte een fraai toekomstperspectief van state-of-the-arthoreca, die Aalsmeer zou opstuwen in de culinaire vaart der volkeren. Heftig gesticulerend ventileerde hij zijn ideeën over lucullische maaltijden geserveerd op famille-roseserviesgoed en fritporseleinen borden. Hij dacht daarbij geenszins aan ordinaire tabouleh (ook: taboulé, GB) met kolbaszworstjes als garnering. Nee, hij dacht eerder aan een kopje borsjtsj (ad libitum in cyrillisch schrift) als appetizer en vervolgens escabeche met szechuanpeper, overgoten met gecorseerde wijnen als saint-estèphe en saint-julien. En croquembouche als dessert en champagne à gogo!

7. Een creabea, type wilhelmina-vooruit, nam toen het woord en riep geëmotioneerd dat daarmee een belangrijk stuk cultureel erfgoed verloren zou gaan ten faveure van ordinair winstbejag. 'Lucri causa kraait dan weer victorie', zo kraaide zij. Zij meende dat de watertoren de perfecte ambiance was voor het ten gehore brengen van medleys met orkesten die ruimte geven aan bijzondere instrumenten. Zij noemde met name de kemenche, de Ierse bodhrán alsmede de oboe. Ook zag zij wel een plaats weggelegd voor exotische muziekstijlen als mbalax en bhangra.

8. Een wethouder van de gemeente – een rechts-extremist en aanvankelijk een gedreven voorstander van het plan de watertoren tot horeca-etablissement om te vormen – liet zich door haar overtuigen en sindsdien staat deze bestuurder bij zijn achterban dan ook bekend als sjaak-afhaak.

9. Burgemeester Hoffscholte zoals altijd tiré à quatre épingles in zijn double-breasted colbert was de enige die zijn quant-à-soi wist te bewaren en de gemoederen vermocht te sussen. Zijn bonhomie vermag dan ook vriend en vijand te behagen. Literair angehaucht als hij is, brak hij een gedamasceerde lans voor het doen herleven van de tijd van de retrozijnen. Met veel brio schiep hij het beeld van om het landjuweel strijdende dichters in spe die hun haiku'tjes en clerihews voor het uitzinnige publiek declameren. Hij kon zich nu al verheugen op de ingenieuze telestichons die men met uiterste precisie zou fabrieken.

10. Dit was voor een doblootje achter in de zaal het sein het woord te nemen. 'Ik vind dat taal door iedereen begrepen moet kunnen worden en u gebruikt woorden die ik niet begrijp. En dat geldt ook voor dat mallotige dictee dat u jaarlijks voorleest. In het laatste dictee – dat van oktober 2016 had de schrijver het bestaan woorden als pastinaak, geparaisseerd en chintz te gebruiken. Ik vind dat elitair.' Het woord 'elitair' was weer gevallen, hoewel men zo'n vreemd woord niet verwacht had uit haar gelipgloste mond. De burgervader ging er eens goed voor zitten, bleef placide, hoewel de haren hem te berge rezen, en dupliceerde, van de weeromstuit nog geaffecteerder dan gewoonlijk: 'Mevrouw, moeten wij dan allemaal tot monosyllabische stamelaars vervallen? Mag ik niet vrijelijk putten uit mijn gereedschapskist met archaïsche woorden? Vindt u dat wij allen een tien voor taal verdienen, zoals het jarenzeventigideaal voorschreef? Wilt u terug naar die sturm-und-drangperiode, waarin men er versjwartste ideeën op na hield en geëchauffeerde querulanten een extreem gelijkheidsideaal nastreefden? Ikzelf kan een marathonloper op mijn elektrische fiets nog niet bijhouden, maar moet ik daarom de banvloek over triatlons en andere sportevenementen uitspreken? Ik ga er zomaar van uit dat u deze vraag als retorisch opvat', zo besloot de burgervader zijn relaas, terwijl hij zijn apotropaeïsch ten hemel geheven armen liet zakken. Of het nu was omdat de eerste burger te veel 'moeilijke' woorden gebruikte of dat de opposante zich had laten overtuigen, zal nooit geheel duidelijk worden, maar vast staat dat de harpij met de gefacelifte fysiognomie en basané teint weer ging zitten en de rest van de vergadering niet meer gehoord werd.

11. De kwintessens van dit verhaal: hoed u voor mensen die genoegen nemen met mediocriteit.