dinsdag 25 november 2025

3807 Dictee dinsdag 25-11-2025 (2) – dictee Groot Dictee Veto en Filologica 2025

Dictee – dictees [3807]

Groot Dictee Veto en Filologica 2025

1. In de half verduisterde [evt. aaneen] studentenkamer, waar het gordijn al dagenlang als een orang-oetan(g) [uitspraak] scheef hangt en het bed onopgemaakt is als een memento van moreel verval, ontwaakt een achenebbisj(e) figuur [figuur is een de-woord of het-woord, aggenebbisj(e) kan ook; zelfde uitspraak]. Een vermoeid academisch wezen, geplaagd door intellectuele hybris [ook hubris, andere uitspraak] en slaaptekort. Op het nachtkastje balanceert een outillage van twee cappuccinobekers, een half afgekloven [evt. aaneen] potlood, een hoopje hasjiesj en een vergeeld notitievel vol doorhalingen, herschikkingen en gemêleerde wanhoopskrabbelingen. Ze lijken als het ware op zee-egels. De wekker, die reeds lang geen symbool van discipline meer is maar een relikwie van zijn aspiraties, knippert negen uur zevenenvijftig, als een aantijging. De agenda op zijn bureau is een allonge [uitklapbaar blad in een boek]: half afgewerkte [evt. aaneen] to-dolijstjes [geen 2e streepje] en geannuleerde voornemens en fungeert als museum van nalatigheid.

2. Buiten loeit de wind als een weggeëbde herinnering aan een wereld die wél functioneert. Binnen echoot slechts fluorescerende wanhoop. De baliekluiver opent zijn laptop met bravoure en elan, die onmiddellijk protesteert met een onheilspellend gezoem. Het scherm toont een lawine aan meldingen en waarschuwingsvensters. Zijn professor heeft hem nog ge-e-maild, maar hij verplaatst die naar gedeletete e-mails. Een document laadt traag: Samenvatting Hermeneutiek.docx. In de marge prijkt een zin die hij zich niet herinnert te hebben geschreven: “Het bestaan is een voetnoot bij de twijfel.” Hij glimlacht schamper. Zijn onderbewustzijn citeert zichzelf, maar staat toch onder zijn eigen auspiciën. Hij probeert zich te concentreren op het hoofdstuk over fenomenologische bewustzijnsstructuren, maar zijn gedachten kapseizen ideeëloos bij de tweede alinea, gebagatelliseerd.

3. Deze catechisatie werkt niet en fibromyalgie blijft over. Het toetsenbord plakt van de gemorste energiedrank, het bureaublad oogt als een digitaal slagveld van onvoltooide bestanden na jiujitsu. Hij probeert te studeren, maar zijn gekoeioneerde gedachten dwalen af naar de antiquaire koelkast, die als weze het een abattoir nochtans maar één halflege yoghurtbeker bevat en een geur van existentiële vergetelheid verspreidt. Een stem in zijn hoofd herhaalt fiduciair de mantra: nog [geen N] drie weken. Maar drie weken lijken nu eerder een kosmische eeuwigheid, bevolkt door notities, resumés, en weggetipp-exte schuldgevoelens.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten