maandag 24 november 2025

3803 Dictee maandag 24-11-2025 (2) – dictee BeNeDictee 101 Diest Bob √ x

Dictee – dictees [3803]

BeNeDictee 101 Diest Bob

De 80 vet, rood en genummerde items moesten worden ingevuld.

Commentaar in blauw.

Een 1 kruiwagenvol [VD, net als handvol] punten (auteur: Bob van Dijk)

(maar waarom er juist geen punt staat achter Drs. P)

1. Ik had mij vanmorgen overslapen [BE] en was zodus [BE: dus] aan de late kant toen ik vandaag naar Diest 2 toe reed [ergens naartoe rijden] voor de presentatie van dit dictee. Toen ik 3 ei zo na [bijna] op mijn voorganger 4 toereed [BE: toerijden, wielersport] werd ik staande gehouden door twee
5 schabletters [veldwachter, sj, ook: schabeletter, sch]. De vermeende overtreding leidde niet tot een
6 knak [bekeuring] maar wel tot een ademanalyse – om halftien ‘s morgens; snapt u de Vlaamse logica? – die door de adjes [politieagent] tot mijn verbazing blaastest werd genoemd. 7 Niet, dus. Een stelletje 8noobs [newbie, beginnelingnoe:p] en 9 wacho’s [watje + macho] waren het. Ik heb hen als domme maar 10 HWN’er [hardwerkende Nederlander] uitgelegd dat ik juist de dag ervoor door mijn urologe aan een cystoscopie onderworpen was. Ik speelde de onderliggende partij met mijn 11 klabanus [mannelijk geslachtsdeel] in deze 12 cringe [gênant] situatie, terwijl zij met vaardige handen het blaasinstrument bespeelde. Dát was tenminste nog eens een blaastest! De champetters [veldwachter] konden er wel om monkelen [meesmuilen]. Ik heb zowel de ademtest 13 alsook de adamtest met glans doorstaan en ontving nu eens niet de [ook: het] bekende gele 14 keycord met logo maar een fraaie 15 bobbic [balpen, bic, met boblogo … voor Bob en de bob], waarmee ik deze alinea op het laatste moment nog heb kunnen toevoegen aan de dicteetekst.

2. Awel, genoeg gedold. To the point om tot de pointe van dit puntige verhaal te komen.

3. U kent mijn 16 geschwärm [gedweep] voor de
17 Griekse ij, neergepend in mijn gelijknamig boekske dat overigens nog slechts na scrutineus [uiterst grondig en zorgvuldig] speurwerk en met een 18 goedgevulde [GB, VD] buidel bij een

19 oudeboekhandel [het boek is oud, niet de handel] te bemachtigen is. Met 20 eerder vermelde [wel: bovenvermeld, etc. – maar eerdergenoemde – 63] ij bedoel ik dan overigens de gestipte ij zoals die in Vlaanderen zo beeldend en beeldig is vermomd. Wij Ollanders zouden dat heel chauvinistisch de Hollandse ij kunnen noemen, maar meestal zeggen wij lange ij. Klopt die benaming echter wel? Even een 21 dtp’erig [desktoppublishing – ook: difterie, tetanus, polio] filosofietje.

4. Zoals uitgebeeld in de titel van dit pamflet – en u dacht vast al: daar gaat-ie weer met zijn
22 Griekse-ij-ijdeltuiterij – neemt in een moderne, elektronisch weergegeven tekst de zogeheten korte ei ruimtelijk gezien bijna anderhalfmaal zo veel schrijflengte in beslag als de vermeende lange ij. Let wel: schrijfléngte; het is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt. Of, zoals Drs. P [wijlen]
23 olewesjolem het in zijn veerpontlied ‘Heen en weer’ formuleerde: Als de pont zo lang was als de breedte van de stroom / dan kon hij blijven liggen, zei me laatst een econoom. De lange ij is dus eigenlijk helemaal niet lang maar juist kort, en de korte ei is daarmede juist lang. Door 24 nudging [onnadrukkelijke beïnvloeding van het menselijk gedrag, bv. vlieg in urinoir] probeer ik u te overtuigen dat we het voortaan dan ook moeten hebben over de gestipte korte ij wanneer we de digraaf [combinatie van 2 letters tot één klank: ch, oe] ij bedoelen (hé, wat grappig: de naam Dijkgraaf bevat een digraaf).

5. Met deze mathematisch-filosofische prelude zoomen we nog verder in op de nieuwgevormde gestipte ij, namelijk op de puntjes ervan: de hoofdrolspelers van dit dictee.

6. De punt, stip of tittel is volgens Van Dale een leesteken. Paulien Cornelisse voegde daar laatst in de Volkskrant nog een betekenis aan toe: misschien is de punt op de i wel een diakritisch teken. De Turken kennen immers juist de stiploze i: de Stichtse acteur met Ottomaanse roots Sadettin Kırmızıyüz heeft er wel drie. Ze kennen daarnaast blijkbaar ook de gewone gestipte i zoals in Sadettin, maar dat is hogeschoolgrammatica over ongeronde gesloten voor- en achterklinkers; vraagt u daarover maar aan 25 rasneerlandicus drs. Bert Jansen, een
26 ras-Bussumer en dus ook 27 raslandgooier
[in de stad Naarden wonen de erfgooiers, in de Gooise dorpen de landgooiers] (hetgeen hij misschien een 28 locofaulisme [scheldwoord voor de inwoners van een bepaalde plaats of streek] vindt).

7. De punt dus. Die kent een kortere geschiedenis dan het geschreven woord.

8. Na het minoïsche en myceense 29 Protogrieks, onder kenners van de klassieke filologie gekscherend ook wel het 30 Lineair non-A non-B genoemd, gingen de Oude Grieken modern 31 Oudgrieks spreken en zelfs schrijven, het laatste op hun eigen wijze:

DUISENDVOORCHRISTUSCORTOMMAC

MAARDATVANIESUSWISTENZETOEN

NOGNIETSCHREEFMENACHTEREEN

DOORINCAPITALENSPATIESENLEES

TECENSBESTONDENNOGNIET

9. Een lastige 32 aanwenst [aanwensel], dat vonden ze zelf ook wel. Omdat geschreven teksten bedoeld waren om te declameren (33 hoi polloi [massa, gewone volk, gepeupel] was als de huidige
34 Krethi en Plethi [Jan Rap en zijn maat] van de PVV: niet zelf kunnen lezen maar voorgelezen moeten worden), bedacht Aristophanes van Byzantium rond 200 voor Christus – plaats en datering zijn bekend, dus het is zeker niet 35 s.l.e.a. [sine loco et anno, ook: s.a.e.l.] te noemen – drie leestekens die aangaven hoeveel adem iemand nodig had om het volgende fragment voor te dragen, te weten: de komma, een middelhoge punt (-) vlak voor een kort fragment; de kolon, een laaggeplaatste punt (-) voor een langer stuk; en de periodos, een hoge punt (-) voor een nog langer stuk met een pauze vooraf. Wij noemen dat nu respectievelijk komma, dubbelepunt en punt. Een baanbrekend novum dat – zelf blind – Homerus’ werken met diens 36 epea pteroënta [gevleugelde woorden] vleugels liet krijgen. De 37 steilorige [eigenwijs, nukkig, dwars] Romeinen vonden dit systeem
38 Ilias post Homerum [iets volkomen overbodigs]: ze zouden 39 ad calendas graecas
[met sint-juttemis, nooit] hun Griekse buren volgen en volhardden met 40 caligare in sole
[ziende blind zijn]. Zo bleven ze ten eeuwigen dage
INDEKASTMETDEOUDEBOVENKASTELLENDE. Laten wij ons trouwens niets verbeelden: in die tijd waren wij, gehuld in berenvellen, nog bezig om met een
41 kruiwagen vol [hier los!] zwerfkeien 42 cromlechs [door een foutje was dit woord al ingevuld: laatneolithische steencirkel] in elkaar te flansen terwijl we tegen elkaar brabbelden in het 43 Ingveoons
[= zie *] of een 44 dupe [nepversie van een duur merkproduct – djoe:p] van dit
*
 Noordzee-Germaans.  

10. We slaan een aantal eeuwen over.

11. Het gevleugelde ‘Hebban olla uogala’ uit 1083 is – terecht of onterecht want er zijn Vlaamse professorandussen die het wagen te bekampen –
45 te boek gesteld [te boek stellen] als oudste ganzenpennenproef van de Hollandse
46 canaux, canards, canaille [kanalen, eenden, schelmen, typering van Holland en de Hollanders]. De rest van dit 
47 hoogmiddeleeuwse [net als laat- en vroegmiddeleeuws] 48 billet-doux [liefdesbriefje, mv. billets-doux] zoekt u overigens zelf maar op.

We zijn met dit vogelgedicht inmiddels twaalf eeuwen later dan Aristophanes’ baanbrekende en puntige taaluitvinding en wat zien we bij Neerlands eerste regel? Die begint met een majuskel, er komen onderkastjes, hij kent woordscheidingen, en de zin wordt afgesloten met onze jeune premier of, zo u wilt, onze 49 prima donna: de punt. Het begint al wat te lijken.

12. In de 15de eeuw verschenen er veel teksten van drukkers uit de stad van dogen, 50 bucentauren [galei, vanwaaruit de doge een ring in zee wierp] en de 51 zijderoute: Venetië dus (apperpo: tegenwoordig kennen we ook de
52 Nieuwe Zijderoute en zelfs de Kunstzijderoute langs welke onze Rembrandts en Picasso’s hun weg vinden naar de Chinese 53 fils à papa [rijkeluiszoontje] voor wie elke vorm van luxe algauw 54 toujours perdrix [zelfs het beste gaat vervelen, als je er te veel van krijgt] is). Er werd door hen druk geëxperimenteerd met komma, vraagteken, puntkomma en dubbelepunt, de nieuwe sibben [gezamenlijke verwanten] van de punt. Ook het uitroepteken werd door de gondeliers gecreëerd vanuit de (pauze)punt: ze voegden daar een accentteken voor stemmodulatie aan toe. Het werden de
punto esclamativo in het Italiaans en het point dexclamation in het Frans: een duidelijke verwijzing naar de punt dus. Wij zouden het uitroepteken zomaar eens uitroeppunt kunnen gaan noemen!

13. Alweer skippen we een aantal eeuwen.

14. Terwijl men zich in de 19de eeuw enorm
55 druk maakte over het gebruik van te veel punten (de zogenoemde style coupé of hijgstijl, zoals Hij kwam te huis. Hij zette zich aan tafel. Hij at. Hij dronk. Hij leide mes en vork neer. Hij stond op. Hij stopte eene pijp. Hij ging in den tuin.), woedde er in de 20ste eeuw tot zelfs bij Tweede Kamerleden zoals Henk Tilanus van de 56 Christelijk-historische Unie (VD – CHU), later opgegaan in het
57 Christendemocratisch Appel (VD – CDA), een ware puntenstrijd: de kwestie ging over het gebruik van de afkortingspunt. Die zou alleen gebruikt mogen worden wanneer de laatste letter van het afgekorte woord niet dezelfde was als die van de afkorting: bij het woord ingenieur zou het dus ir zonder punt, maar ing. juist mét moeten zijn, en alle verboden punten zouden moeten worden 58 getipp-ext [onjuiste tekst op papier met correctievloeistof verwijderen]. Het werd in 1960 zelfs een chefsache, en nog in 1993 werd in het Nederlands Juristenblad gedreigd met
ƒ 15.000 boete wanneer men punten plaatste achter mr, dr en drs hetgeen ik hierbij dan ook maar niet doe. Overigens werd de kwestie 59 à bis ou à blanc [hoe dan ook] in de Kamer positief beklonken met een punt chefsachertorte en een goed glas goede
60 malvezijwijn [zekere wijn].

15. Deze afkortingspuntenkwestie brengt ons dan
61 e vestigio [op staande voet] via het modieuze bruggetje bij hetgeen mij leidde tot het 62 leitmotiv [geen L, vernederlandst Duits, ook: leidmotief] van dit dictee: de punt. De kwestie is namelijk: waarom betitelde 63 eerdergenoemde [maar: eerder vermelde – 20] Drs. P – voluit: Heinz Polzer – zichzelf zo puntloos, zonder punt achter de p? Mede geholpen door een zeer informatief essay van prof. dr. Nicoline van der Sijs in het werkje ‘Drs. P en de punt’ daagde het mij dat dit bij de introductie van
64 Heinz P. in 1964, tijdens de tv-show van Willem O’Duys, door beide heren én 65 O’Duys’ goudvis in kom als artiestennaam zo werd geïntroduceerd: drs. met een grote d en een punt erachter, en een grote p juist zonder punt. Dat dat laatste echt van groot belang was voor deze 66 niet zozeer hooggeleerde maar 67 wel hooggeletterde heer, met zijn
68 alom geprezen en 
69 alomtegenwoordige
70 copia verborum [woordenschat] – een sterkzinnige en min of meer 71 alleenwonende [idiot] 72 savant [geestelijke stoornis] met
73 jarenzestigdogearsoverhemden die het
74 alleen-zijn prefereerde; bepaald geen
75 lebemann [bon vivant, levensgenieter, zinnelijke genoegens] dus – blijkt uit een opmerking van een Stad-Utrechtse acadeem [academicus] die ik op het spoor kwam via prof. Van der Sijs: dr. Marjolein Kool. Deze wiskundige, neerlandica, dichteres en
76  vijftiger [50+’er – de Vijftigers vormden een zekere groep dichters rond 1950 – Marjolein is geboren in 1958!] werkte vaak samen met Polzer. Zij, beslist geen femme savante, 77 bas-bleu [blauwkous, geen huishoudelijke zaken] of 
78 bluestocking
[blauwkous], meldde mij desgevraagd het volgende: “En nu het teleurstellende slot van dit bericht. Ik weet dat Drs. P zonder punt achter de P geschreven wordt. Dat is inderdaad geen toeval, want toen ik dat per vergissing een keer wel had gedaan, werd ik daar door Heinz fijntjes, beleefd maar onverbiddelijk op gewezen. Maar ik weet niet waarom dat zo is. Helaas!” En daarom staat er geen punt achter 79 Drs. P. [maar hier: einde zin!] Zo is het punten- en kommawerk dan toch tot een einde gekomen: punt uit! Punt aan de lijn, zeggen de Belgen: point à la ligne. Basta, finito, 80 abis perkara [in Indië: basta!], en daarmee punctum!

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten