vrijdag 6 maart 2026

3822 Dictee vrijdag 06-03-2026 (1) – dictee Groot Zeeuws-Vlaams Dictee [Terneuzen, feitelijk Oostburg en Sas van Gent] 2009 √ x

Dictee – dictees [3822]

Groot Zeeuws-Vlaams Dictee 2009

(feitelijk: Oostburg en Sas van Gent) 

[5 november 2009]

Auteurs: Rob van Bedaf en Marc de Smit, voorlezer Oostburg: Rein Leentfaar, voorlezer Sas van Gent: pastor Niek van Waterschoot

De 40 invulwoorden zijn cursief en groen gedrukt. 

Geachte Hella Haasse,

1. Het valt mij zwaar dit verzoek tot u te richten. U hebt onlangs de eerbiedwaardige leeftijd van negentig jaar gevierd, voorwaar geen kattenpis, als u het mij vraagt. Ik hoop u in gezondheid te treffen. Terugkijkend op uw omvangrijke oeuvre verdient u een welverdiende rust. Mocht u gehoor geven aan uw grenzeloze schrijfdrift, dan kan ik mij goed voorstellen dat uw prioriteit ligt bij vrije associatie en dat u uw creativiteit niet in dienst stelt van het landsbelang. 

2. Tegemoetkomen aan een verzoek als dit is veelgevraagd en mogelijk een zware overschatting van mijn overredingskracht. Toch wil ik een beroep doen op uw talent als romancière. Het zou getuigen van weinig respect en ethisch faliekant onjuist zijn wanneer ik mij tot u zou richten uit een behoefte ons nationaal geweten te sussen. Dat stadium is de Staat sowieso gepasseerd. Ik spreek tot u als een aangevreten entiteit. Nederland bloedt, mijn ledematen worden gepijnigd, mijn gewrichten kermen, doornen dringen diep in mijn vlees, receptoren van mijn centrale zenuwstelsel krijgen tegenstrijdige signalen te verwerken en mijn politieke tong bauwt slechts holle retoriek, onmachtig de juiste toon te zetten de samenleving te vrijwaren van discriminatoire sentimenten.

3. Geachte Hella – hoe graag zou ik u 'lieve Hella' willen noemen om mijn bede kracht bij te zetten, misschien wel om bij u in het gevlij [vaste uitdrukking; anders ook: gevlei] te komen, beste, bovenste beste Hella: uw jeugd werd beïnvloed door het spanningsveld tussen het kolonialisme en nationalisme – mijn schuld, daar doe ik niet moeilijk over – wat u heeft aangezet tot het schrijven van de bewierookte novelle Oeroeg. Uw belangstelling voor de Germaanse heldensagen en de sagenfiguren bracht u ertoe in Amsterdam de studie Scandinavische taal- en letterkunde te volgen. U herkende echter direct de voorkeur van de bezetter voor de Germaanse symboliek, waarop u de studie afbrak. Op zo'n principiële manier kun je dus stelling nemen. U verkoos uw inzichten te verwoorden door het beoefenen van een kunstdiscipline, de bellettrie in uw geval. Is kunst dan het anarchistische baken dat sturing kan geven aan een verzuurde levenssfeer?

4. Overtuigd stelling nemen dat ik geen
oer-Hollandse samenleving meer ben en blijf valt mijn natie zwaar. Zij wordt beproefd door het mefistofelische dilemma hoe te reageren op de haatgevoelens die een bekrompen nationalist uit zijn demagogische trukendoos haalt. Verstaat u mij juist, mijn burgers zijn in aanleg geen slechte mensen. Het is de angst – wat treft ons hart dieper? – die hun vilein wordt verkocht waardoor zij zich niet meer senang voelen in hun eigen land. Voorwaar Hella, het leitmotiv (leidmotief) van uw novelle Oeroeg.

5. Ik schaam mij diep, Hella, dat u op uw respectabele leeftijd met een ruim bemeten historisch besef van menselijke dwaling, kennis moet nemen van de factor angst die in ons land is gezaaid en thans daadwerkelijk ontkiemt. Me dunkt, u hebt uw portie verderfelijke superioriteit al eerder moeten verteren. Hoe moet ik mij wapenen en een frontlinie vormen? Zelf een blitzkrieg beginnen?

6. U hebt met uw scherpzinnige novelle blootgelegd dat tegenkrachten in kaart brengen in termen van goed of fout slechts polarisatie in de hand werkt. Het probleem dat ik heb ontreddert mij. Het huist in de harten van de individuele burger zelf. Demoniseren ligt op de loer, strategisch handhaven van een cordon sanitaire werkt niet. Doodzwijgen bevalt me niets. Ik schaak zo naar een patstelling. Beter is de burger rechtstreeks te raken in hun hart door hen een sociaal liefdesdrama door de strot te duwen waar alles in menselijke maat wordt verteld en de hartbrekende dilemma's
klip-en-klaar naar voren komen, opdat prudentie een proeve en innerlijke kracht blijkt vanjewelste [GB in toel. ook wel: van jewelste, van je welste].

7. Hella, nu ik moet vrezen voor de onvoorspelbare krachten in ons democratisch bestel, moslims in gebreke blijven een confessionele politieke partij te stichten, ik krachtens de grondwet op het Opperwezen geen appel doe, de rechtsprekende macht studeert … dicht ik de Kunst als vrijzinnig domein der verbeelding die louterende kracht toe deze voortwoekerende veenbrand fluks te blussen. O Volk, lees!

8. Daarom verzoek ik u nog eenmaal de pen ter hand te nemen tot het schrijven van een sociaal drama waar geen populistische bloodaard een bres in kan slaan en wij collectief ons van nature kleinburgerlijke moraal mee weten te overstijgen. Dat vraag ik u, hartgrondig!

Extra zin in geval van een ex aequo:

9. De antisemitische jezuïet, een degoutante querulant met achttiende-eeuwse ideeën, verbeidde lijdzaam de komst van de geëxcommuniceerde antiquaar die de compromitterende trucfoto's van hem en zijn maîtresse in de chique jakobijnenclub had rondbezorgd in het monnikenklooster.

 

 


donderdag 5 maart 2026

3821 Dictee donderdag 05 maart 2026 (3) – dictee Terneuzen [feitelijk Oostburg en Sas van gent] Dictee 2012 √ x

Dictee – dictees [3821]

Terneuzen Dictee 2012 [4 april]

Vriendschap en andere ongemakken
(specialisten 38/liefhebbers 40) (Marc de Smit)

1. Hij heette Désyré, met twee accents aigus
[GB ook: accent aigu's] en een i-grec. Een
priester-genezer die aan gyromantie [cirkels] deed, rond het millennium vanuit de Equato-Guinese bushbush aan een dreigende ABC-oorlog ontsnapt, geëmigreerd naar het land van Bruegel [VD] en zich daar gesetteld.

2. Breugeliaans werd hij evenwel niet, mijn vriendlief. Na eerst smidsenbouwer [GB, VD: smidsebouwer] en reetrekker te zijn geweest en vervolgens comitélid van een amateurtae-boclub, vond hij zijn roeping: diskjockey. Mogelijk rappelleerde de vorm van de compact discs (ofwel cd's) hem aan zijn oudvaderlandse beroep, wie zal het zeggen?

3. Ik leerde Désyré kennen toen hij voor een opnamestudiootje coulissemuziek samplede [2024 ook: sampelde], niet echt zijn pakkie-an, maar zo gaat dat zo altemet. Liever committeerde hij zich aan iets nieuwerwets, zei hij, zouk bijvoorbeeld, of iets uit Amy Winehouse' speci jazzrepertoire, u weet wel, die vorig jaar sjewijne gegane diva die nu haar eeuwige doornroosjesslaap houdt, de zielenpiet.

4. Het toeval wil dat ik epoden-, burlesken-, arabesken- en zelfs akteschrijver ben geweest, dus al snel kreeg ik het volgende lumineuze idee: Désyré portretteren in een boek!

5. Mijn vriend bleek evenwel een gewezen pappert [zuiplap] te zijn, wat ik totaal niet had bevroed, en toen die wetenschap mij tijdens de voorbereidende pourparlers ter ore kwam, gaf mijn dierbaar Désyreetje mij een no-go. Snaps [uitspraak, anders schnaps], clairet die in de kleur keel
[= rood, witte = clairette!], welteverstaan , kava, tequila, ja zelfs nog maar een simpele malvezij, zulke reminiscensen zouden hem, zei hij, vast en zeker te veel worden vooral dan die derde, de worteldrank [kava = kawa, bedw. drank!, geen cava = wijn]!

6. Ik zuchtte, kuchte, vlijde mij als een couchpotato neer op de bank in zijn twee-onder-een-kapwoning van de geopzoomerde vogelaarwijk en ik keek hem met ogen als röntgenstralen stoïcijns aan. 'Désyré,' becommentarieerde ik zijn besluit, 'zo'n vie de bohème, waarom je ervoor generen? ’t Is toch niet alsof je bij de V-Mannen of een SS'er bent geweest?'

7. Het was een poging om bij hem in het gevlij
[vaste uitdr., anders ook: gevlei] te komen die ten ondomme was, en hij wees mij hierna nota bene linea recta de deur. Ik was knotsstupéfait, en ik heb hem nimmermeer weerom gezien.

8. 't Schijnt, maar dat is hearsay, dat hij een
Noord-Koreaanse liefdezuster heeft ontmoet, en dat hij tegenwoordig drenteniert benoorden Pyongyang.

9. Conclusie? Vriendschap is mooi, beste toehoorders, maar kom vooral niet te dichtbij.

 

 

 

3820 Dictee donderdag 05 maart 2026 (2) – dictee Dictee Terneuzen 2011 √ x

Dictee – dictees [3820]

3820 Dictee – donderdag 05 maart 2026 (2) – dictee Dictee Terneuzen 2011

Dictee Terneuzen 2011 [23 maart]

Memoires (auteur: Marc de Smit, rood: specialisten)

1. George Bush, aanhanger van de Amerikaanse vorm van republicanisme, gelooft in het goede van de mens. De democratische waarden van zijn land dienen als voorbeeld voor heel Moeder Aarde (terra mater). Yasser Arafat noemt hij een leugenaar. George gelooft in de God die hem heeft geroepen tot het niet bepaald laag-bij-de-grondse ambt van president, zo lees ik in de biografie George W. Bush, Cruciale beslissingen, Balans 2010. Zonder de Heer zou Bush jr. zijn drankzucht niet onder controle hebben gekregen. Nadat het wonder van alcoholische ascese zich heeft voltrokken, bekeert George zich tot het christendom als een volgeling van de wedergeboorte.

2. In zijn adolescentie kon George maar niet geloven dat alles meezat. Hij zag zichzelf als middelmatig student, een soort schlemiel eigenlijk, en toch kreeg hij toegang tot zowel Yale als Harvard. Zo heeft God de echtelieden verootmoedigd om hun wens een gezin te stichten niet te verhoren. Zij hadden dus al besloten tot adoptie toen Laura waratje in verwachting bleek van een tweeling. Hatsekiedee! Maar de lieftallige dochters Barbara en Jenna kwamen veel vaderliefde tekort: pappie was druk met een blitzcarrière in de oliebusiness en het bestieren van een baseballcluppie genaamd de Texas Rangers. De tweeling steunt pa actief in zijn campagne voor de presidentsverkiezing in 2000.

3. Het jaar 2001. Dinsdagochtend, nine eleven. Ik kauw mijn kroon los op een karameltoffee. Op de wandeling van de autostoet naar de ingang van de Emma E. Booker Elementary School, Sarasota, Florida, waar Bush aandacht wil vragen voor zijn onderwijshervormingswet, fluistert Karl Rove het volgende in George' oor: "Mister President, er is een ernstig vliegtuigongeluk gebeurd. Een Boeing 767 is in een van de torens van het World Trade Center gevlogen."

4. "Bijlo! Hoe is dat op klaarlichte dag nu mogelijk? Dat moet wel de allerallerbelabberdste piloot van de wereld zijn geweest. Ik rond dit eerst af, Karl. Laura zou het me niet vergeven. Is alles oké (OK - eigenlijk een afkorting!) met de meiskes?"

5. George zit op een klein podium … op zo'n kleuterklasstoeltje, zijn kleermakersspieren tintelen van de ongemakkelijke houding, wanneer chief of staff van het Witte Huis Andy Card zo snel mogelijk rustig op hem af loopt, door zijn knieën buigt alsof hij haasje-over wil gaan spelen, en zegt: "Mister President, een tweede vliegtuig is in de zuidelijke toren gevlogen. Amerika wordt aangevallen!"

6. "Godsammekrakepitte! Wie waagt het om New Yorkse gebouwen aan te vallen! Houd de Air Force One paraat. Bel Condi!"

7. "All done, mister President. Dick Cheney zit al in de kazemat. U blijft voorlopig in de lucht."

8. George is woedend. Dit is een gotspe! Nu vooral niet in paniek raken, denkt hij. Het volk vertrouwt op mijn wijsheid. Zijn pappa en mamma nog in vijfsterrenskiresort (5 sterrenskiresort) Aspen? Moge de Here mijn woorden vastleggen: ik zal die rabauwen [niet ou!], dat terroristenschoelje, opjagen en berechten, dead or alive. We zullen onze slagkracht tonen. Van Manhattan blijf je af! moet hij hebben gedacht. Wellicht dat ambtsberichten uit WikiLeaks als eyeopener kunnen dienen om de psyche van de machtigste man van de vrije wereld te percipiëren.

9. Zo schrijf je dus geschiedenis. Laat ons vanavond de geschiedenis herschrijven. Zo waarlijk helpe ons het gezond verstand! George zit nog altijd op dat kneuterige stoeltje, antonpieckarchitectuur op zijn Amerikaans, en kijkt zijn onschuldig gehoor in de ogen. Hij spreekt de peuters van de staatsschool ferm toe dat hij nu echt nodig naar het toilet moet – de bestekamer, knipoogt hij, en hij zal er vast eens schalks bij geloenst hebben. Andy Card toetert een wind op zijn tot schelpen gevouwen handen.

10. Op de bril van het toilet voor kleine mensjes spoort George zich aan tot reflectie. De darmen spelen ook op… en denkt na hoe te reageren op deze moordaanslag. Ja, we kunnen er een atoombom op gooien. De laatste en de
een-na-laatste hebben ook een oorlog beëindigd. Maar de vraag is: waarop?

11. Dit is een onzichtbare tegenstander, denkt mister President. Je kunt de moordenaars niet markeren. Ze kunnen niet genuket worden. Je kunt ze slechts aanspreken. Je kunt zelfs zwijgen en hun je andere wang toekeren. De boodschap kun je bij gelegenheid nog eens verduidelijken: we laten ons nooit ofte nimmer provoceren door terreur. Amerika is een jonge, energieke beschaving die veel heeft geleerd van 'hoe de wereld te verbeteren': "Ik – de 43e president van Amerika – verbeter die wereld. Ik roep alle leiders – ayatollahs, grootmoefti's, kaliefen – van moslimstaten op om binnen 24 uur op Camp David te verschijnen. Dit is het moment om te praten. Ook over onze eigen fouten. De gang naar Canossa maken! Vrede vraagt offers. We zullen allemaal – ieder voor zich – onze wonden moeten helen en naar de toekomst van onze kinderen kijken. God bless the world!"

12. En spoelt het closet door.

 

 

3819 Dictee donderdag 05-03-2026 (1) – dictee Zeeuws-Vlaams Groot Dictee Terneuzen (Sas van Gent, Oostburg) 2007 √ x

Dictee – dictees [3819]

3819 Dictee donderdag 05-03-2026 (1) – dictee
Zeeuws-Vlaams Groot Dictee 2007

Zeeuws-Vlaams Groot Dictee 2007 (auteurs: Marc de Smit en Rob Bedaf)

[Dictee Terneuzen – feitelijk Sas van Gent en Oostburg]

[Geen invuldictee! – bron www.dictees.nl, nummer 306]

Op je knieën! [auteurs: Marc de Smit en Rob Bedaf]

1. Thans beeldhouw ik in een groot blok witsteen ter grootte van een gezinskoelkast. Het materiaal is afkomstig uit China, geïmporteerd door een Italiaanse firma en verkocht aan mijn opdrachtgever door een beeldentuinspecialist uit Deinze. Dit alles teneinde een replica te realiseren van een van de wereldwonderen: de Taj Mahal, te India.

2. Uit de stenen koelkast moet ik de geprononceerde koepel hakken van het imposante bouwwerk. Mede door het volume van de steen in combinatie met haar exorbitante hardheid veroorzaakt door het hoge kwartsgehalte kan ik bepaalde stappen in vormgeving routinematig doorlopen. Eenmaal de juiste hoek of ronding bepaald, hak ik zomaar een dag vol zonder dat je al die arbeid eraan af ziet. Het maakt een mens ootmoedig, maar brengt mij niet op de knieën. Ook deze dedicatie zal ik tot een goed einde brengen, houd ik mij plechtig voor. Zo een repeterende inspanning geeft ruimte tot zelfreflectie.

3. Ik werk solistisch onder mijn carport. Het paard van de buurman, een lipizzaner [m/v], slaat mij gade. Zij slaakt bij tijd en wijle een verzuchtende hinnik. In vervoering van de heroïsche strijd met deze oermaterie dwalen mijn gedachten af. Ik zal u mijn diepste innerlijke roerselen besparen. Mannen fantaseren wat af om hun monnikenarbeid te verlichten. Totdat zich plotseling een beeld opdringt van mijn jeugd op de middelbare school in Rotterdam. Het is mijn aardrijkskundeleraar die zich vilein aandient.

4. Ik continueer mijn plicht, al vraag ik mij af wat die oud-leraar ineens komt doen. Ik heb weinig goede reminiscenties aan mijn middelbareschooltijd en in het bijzonder niet aan deze getroebleerde leraar, die meisjes tot aan huilen toe kleineerde omdat zij Istanboel niet wisten te duiden. Al het beste voor de goede man die ooit trachtte mij over de reling van de eerste verdieping in de aula beneden ons te gooien, maar waarom doemt hij juist nu op voor mijn geestesoog?

5. Waar blijft mijn oudste dochter? Normaliter is zij allang thuis uit school. Zes atheneum, niet gedoubleerd, bètakant. Een energieke, goocheme meid die een gezonde schurft heeft aan school. Met haar karakteristieke analytisch vermogen legt zij mij vaak uit welk een quatsch zij moet leren. Ik kan haar argumenten niet weerleggen. Gelukkig is het beroep van haar vader een schrikbeeld. Mijn eigen schoolcarrière verbeeldt geen voorbeeldfunctie. Zij zal haar weg wel vinden. Zo droom ik verder aan mijn steen, terwijl mijn handen gedachteloos beulen. Ik tracht de aardrijkskundeleraar te vervagen tot een oude prent vol craquelé.

6. De pestilente geur van zijn adem echter is hardnekkig. De luchthamer maakt een monotoon, hinderlijk geluid. Met oordopjes in registreer ik slechts een hypnotisch gezoem. Mijn ogen focussen strak op het profiel dat ik in de steen moet hakken, wanneer ik plotseling de voeten van mijn dochter ontwaar. Ik richt mijn blik omhoog en kijk in de ogen van een getergde teenager die mij rabiaat uitlegt dat school een kwelling is en dat zij vandaag heeft begrepen hoe alle leraren in elkaar steken. Ik zet mijn veiligheidsbril af, bevrijd mijn oren en ga zitten op de designkruk.

7. Drie vriendinnen die zo goed als niet te laat komen in de wiskundeklas: ‘Nog geen minuutje, papa! Wat is nu een minuutje. Kloteschool ... baggerzooi! Hoe kan het anders met al die vrije tussenuren. En de mediatheek is dicht! We komen net op tijd de school binnen, maar die brugwippers staan overal in de weg. Daar zou die conciërge eens wat van moeten zeggen, in plaats van te zeiken dat je een appel eet op de gang. Oké, komen we binnen, zegt Van Z. dat wanneer we op onze knieën vragen of we alsnog naar binnen mogen we geen telaatbriefje hoeven te halen. Ik heb geweigerd. En nu ga ik televisie kijken en een zak tortillachips leegeten. Ze kunnen allemaal creperen.’

8. De aardrijkskundeleraar dringt zich weer op. Gekneveld in een grijsgetint ossuarium verkrampt zijn gezicht tot een omineuze grijns en spert zijn mond. Ik deins terug. Buurmans paard trekt haar bovenlip omhoog en hinnikt smalend.

 

 

 

maandag 23 februari 2026

3818 Dictee maandag 23 februari 2026 (1) – dictee Molenlandendictee basisscholen 2026 √ x

Dictee – dictees [3818]

Molenlandendictee basisscholen 2026

De rode items moesten worden
ingevuld/opgeschreven.

Verkeersexamen (auteur: José Loeve)

1. ‘Ja, Thom, geef maar hier die telefoon!’ Thom schrikt, vlug klikt hij het TikTokfilmpje weg. ‘Ja maar … meester, ik ben aan het oefenen hoor, voor het verkeersexamen! ‘Oefenen doe je maar op je fiets’ zegt de meester streng, en nu hier die telefoon!

2. Die saaie taalles ook, Thom kan zich maar moeilijk concentreren. Telkens ziet hij die grappige beelden voor zich. Het filmpje had hij net doorgestuurd gekregen. Over die challenge, om een week te leven van alleen je zakgeld. Er waren zoveel ideeën; iemand leerde een hond steppen, meiden gingen langs de deur om een ei te ruilen en kwamen uiteindelijk terug met een gloednieuw knutselpakket voor diamondpainting! Er waren ook kinderen die naar de voedselbank gingen om met een smoesje etenswaren los te krijgen.

3. Thom grinnikt hardop. Argwanend kijkt de meester zijn kant op, maar Thom merkt niets. Hij zit met zijn gedachten bij de voedselbank. Keispannend, geheime routes volgen om niet gezien te worden. En dan snel het duurste product kiezen om te gaan ruilen. Of zou dat toch niet zo’n goed idee zijn?

4. Peinzend leunt Thom, ellebogen op tafel, met zijn kin op zijn handen. Wat zou hij zelf doen om aan geld te komen? Stel je voor dat je leven er echt zo zou uitzien, peinst hij. Dat je van alles moet proberen om rond te komen. Heftig eigenlijk.

5. ‘Thom, waar zit je met je gedachten’ roept de meester, ‘Heb je al een groepje?’ ‘Oh ja, het verkeersexamen’, mompelt Thom. ‘Je zou toch met mij gaan?’, zegt Yevpraksiia zacht en raakt zijn arm aan. Verstrooid kijkt Thom opzij. Grote blauwe ogen kijken hem smekend aan. Iedereen noemt haar ‘Yev’, want niemand kan haar naam goed uitspreken, behalve zijzelf. Ze is pas een jaar in Nederland, uit Oekraïne gekomen. Eerst kon ze nog niet goed fietsen, wat ongeveer hetzelfde voelt als niet kunnen zwemmen in een zwembad vol kinderen. Nu gaat het best goed, ze heeft pas een nieuwe fiets gekregen, alleen de verkeersregels vindt Yev nog ingewikkeld. ‘Goed’, zegt Thom, ‘ik help je wel, bij mij in de buurt is het verkeer vrij rustig’. ‘Mooi, nog iemand?’ vraagt de meester, terwijl hij de klas vanachter zijn bril vorsend aankijkt. ‘Ik ga wel mee’ roept Amelie, uit de rij parallel aan die van Thom en ze steekt haar hand op naar de meester.

6. Amelie had steeds naar Thom gekeken. Dat doet ze eigenlijk altijd, al probeert ze dat niet te laten merken. Ze vindt het leuk, hoe zijn haar altijd een beetje te slordig zit, alsof hij hard moet fietsen om op tijd te komen. Ze hoopte dat hij haar zou vragen om de route te oefenen. Net als vroeger. Maar nee, die Oekraïense had natuurlijk weer de aandacht. Sinds Yev van de meester naast Thom moest zitten, lijkt het alsof hij haar vergeten is.

7. Langzaam trekt ze haar regenjas aan en met tegenzin loopt ze achter Thom en Yev aan. Ze mist de gezelligheid, ‘s middags theedrinken bij Thom in de keuken, als haar vader nog niet thuis was van het werk. En in de tijd dat haar moeder voor altijd wegging, was hij altijd in voor een spelletje, of samen huiswerk maken. Nu is het Yev voor en Yev na. ‘Maar goed, nu ophouden met kniezen’, spreekt ze zichzelf moed in. ‘Wat kijk je sip’, vraagt Thom, als ze bij het hek aankomen. ‘Is er iets?’ ‘Nee hoor,’ antwoordt Amelie vlug, ‘ik zat te denken over eh … wanneer we zullen afspreken voor het oefenen’. ‘Oh ja, zullen we vanavond bij mij thuis doen?’, vraagt Thom en met een stoere zwaai, zwiept hij zijn tas achterop zijn fiets. ‘Euhm/uhm/ehm …’ hakkelt ze en bedenkt dat ze eigenlijk langs de voedselbank moet om de wekelijkse boodschappen op te halen.

8. Papa zal niet blij zijn als ze dat zou skippen. Maar ze zegt er niks over tegen Thom, zeker niet waar die Yev bij is, die hoeft het niet te weten hoe arm ze het hebben bij hen thuis.

9. ‘Amelie?’ onderzoekend kijkt Thom haar aan. ‘Eh … ja, bij jou thuis en je ziet me wel verschijnen, dan’. ‘Okay, tot vanavond dan!’ roept Thom en rijdt met een vaartje naar de wachtende jongens op de hoek. Ze ziet nog net vanuit haar ooghoek hoe Yev in de auto bij haar moeder stapt en zonder om te kijken wegrijdt. Met gemengde gevoelens fietst Amelie naar huis.

10. Die avond haast Amelie zich na het eten door de miezerige regen. Snel fietst ze de hoek om naar het industrieterrein, waar de loods staat. Ze is laat, wanhopig ziet ze dat er al een wachtrij staat. Vlug pakt ze de boodschappentas uit haar fietsmand en sluit achter aan.

11. Papa had weinig tijd om gezellig te koken, hij moest overwerken. Het werd weer een snelle diepvriesmaaltijd opgewarmd in de magnetron. En die rotfiets ook, hij is gewoon veel te klein. Hadden ze ook maar fietsen bij de voedselbank. Papa heeft ook geen tijd om naar het zadel te kijken, dat steeds naar beneden zakt. Ze moet ook alles zelf oplossen.

12. Verdrietig vecht ze tegen haar tranen. Eindelijk is Amelie aan de beurt. Vlug laat ze haar pasje zien aan de vrijwilliger en pakt de boodschappen bij elkaar. Deze keer zit er ook wasmiddel bij. ‘Wow, daar zal papa blij mee zijn,’ mompelt ze zacht, ‘wasmiddel is zo duur!’

13. Als ze eindelijk hijgend bij het huis van Thom aankomt zijn Thom en Yev al vertrokken. Teleurgesteld fietst ze richting het park, waar de fietspaden zijn. Daar ziet ze Thom en Yev ijverig rondjes rijden. Van een afstand ziet ze hoe Thom de borden aanwijst en rustig aan Yev uitlegt wat de betekenis is. Als ze even stilstaan, houdt Thom haar zadel even vast. Iets té lang naar haar zin. ‘Hé …!’ roept Amelie luid, ‘konden jullie niet even wachten?’ Geërgerd kijkt Thom op. ‘Nou, sorry hoor’, zegt hij boos, ‘wij hebben gewacht, maar jij was weer te laat Amelie! ‘Zoals gewoonlijk!’ Dat laatste schiet haar in het verkeerde keelgat. ‘Jullie weten niet hoe het is hoor!’ zegt ze met een dikke keel. ‘Ik kon er niets aan doen … Ik … ik moest … papa was weer laat en mijn fiets … het zadel.’ Dan barst ze in tranen uit. Snikkend probeert ze haar fiets te keren, maar ziet door een waas van haar tranen de stoeprand niet. Als ze weer opkijkt, liggen haar boodschappen overal op de straat. Thom staat naast haar. ‘Kom Amelie, zo erg is het nou ook weer niet.’ Verbaasd kijkt hij naar de boodschappen. ‘Wat een rommeltje’ zegt hij, terwijl hij zich bukt om alles op te rapen, ‘waar haal je dat allemaal vandaan, de winkel is toch vlakbij?’ Dan vertelt Amelie alles. Waarom ze niet durfde te zeggen dat ze eigenlijk niet kon vanavond. Dat ze zich schaamde. En van haar fiets, en haar vader, dat hij nooit tijd heeft en dat ze zich zo alleen voelt. Yev is erbij komen staan en slaat haar armen om Amelie heen. ‘Ik begrijp het wel’, zegt ze zacht. Thom slaat zijn ogen neer. Hij voelt zich een beetje schuldig dat hij zo uitviel en draait zich verlegen om. Even weet hij zich geen houding te geven.

14. Wat later fietsen ze stil naar huis. ‘Volgende week weer oefenen, Amelie?’ vraagt Thom zacht, als ze bij zijn huis zijn. ‘Graag!’ antwoordt ze, ‘in de vakantie hebben we alle tijd!’

15. Thuisgekomen slaat Thom met een klap de keukendeur achter zich dicht. Even steekt hij zijn hoofd om de hoek en roept, ‘ik ben thuis!’ ‘Fijn lieverd. Zeg, vergeet je morgen niet om naar het verzorgingstehuis te gaan?’, vraagt zijn moeder vanaf de bank. Thom antwoordt niet. Hij mompelt iets onverstaanbaars en loopt vlug de trap op naar zijn kamer.

16. Hoe kon hij zo stom zijn. Door de zorg voor Yevpraksiia had hij helemaal niet meer aan Amelie gedacht. Hij had haar verwaarloosd! Met pijn in zijn hart denkt hij terug aan haar tranen. De voedselbank! Wat moet dat vernederend voor Amelie geweest zijn en nog steeds, iedere week opnieuw. Er moet toch iets aan te doen zijn? Opeens denkt hij aan het filmpje van vanmiddag.

17. De volgende morgen haast Thom zich naar het verzorgingstehuis. Iedere zaterdag bezoekt hij daar zijn spelletjesopa. Het is niet zijn echte opa, maar Thom vindt het gewoon leuk om ouderen te bezoeken en te luisteren naar hun verhalen. Heel anders dan de tijd van nu. Zo raakte hij bevriend met opa Rob, die vroeger de baas was van de papierfabriek, maar nu met pensioen is. Onderweg overdenkt Thom het plan dat hij gisteravond heeft bedacht.

18. Opa Rob is heel rijk. Misschien kan hij helpen een inzamelingsactie op te zetten voor de voedselbank. En dan de hele klas uitnodigen om mee te doen. Er gewoon open over zijn. Erover praten. Over armoede. Zodat Amelie zich niet meer hoeft te schamen.

19. Enthousiast stuift Thom de kamer van opa Rob binnen. ‘Opa Rob, ik heb een idee!’ ‘Goedemorgen Thom’, zegt opa, ‘nou nou, ga eerst eens even rustig zitten, dan pak ik het schaakbord en wat te drinken; colaatje?’

20. De hele morgen zijn opa en Thom bezig met schrijven en telefoneren. Het wordt een goed plan. Opa Rob heeft nog iets bijzonders toegevoegd aan de actie. Van degene die het meeste geld ophaalt, verdubbelt opa het bedrag én doneert hij een gloednieuwe fiets. De hele vakantie doet Thom er alles aan om de fiets te winnen. Hij verzint de gekste dingen, van TikTokfilmpjes met dansende oma’s tot een caviarace in de gangen van het verzorgingstehuis. Jong en oud heeft het geweldig naar de zin en het wordt een fantastische voorjaarsvakantie.

21. Amelie schrijft zoals elke avond alles in haar dagboek. Haar grootste vriend in al haar eenzame momenten. Lief dagboek, Lieve Thom. Vandaag was je weer mijn allerbeste vriend. We oefenden het verkeersexamen nog een keer. Ik op mijn nieuwe fiets. Ik ben zo blij! Het ging heel goed. Yev fietste alles foutloos. Jij fietste naast mij. ‘Fijn dat je er bent’ zei je. Dat was genoeg. Ik weet het. Jij bent mijn valentijn! De route was hetzelfde, maar alles voelde anders. Lichter. Alsof we eindelijk allemaal vooruit konden fietsen. Zonder ballast.

 

 

 

 

zondag 15 februari 2026

3817 Dictee zondag 15-02-2026 (1) - dictee Hoeveel is 0,11 s? √ x

[Rein Leentfaar – Middelburg]

Hoeveel is 0,11 s?

Bij de Olympische Winterspelen 2026 in Milaan reden op de 500 m schaatsen Jordan Stolz (goud, 33,77 s) en Jenning de Boo (zilver, 33,88 s) tegen elkaar. Het verschil was dus 0,11 s. Hoeveel is dat eigenlijk? Welnu, als je 1, 2, 3, … telt, gaat die 0,11 maar liefst 9 keer in één tel, in één s. Voor een mens niet te bevatten. Om het verschil duidelijk te maken, zou je niet naar het tijdsverschil in s, maar naar het afstandsverschil in m moeten kijken. Hoeveel is dat? Wel, 0,11 gedeeld door 33,77 is 0,326% en 0,326% van 500 m = 1,63 m, afgerond pakweg anderhalve meter. Dat is wel te bevatten.

Wat er gebeurt, is: de rijders rijden dezelfde afstand en we meten de tijd. Bij bv. een werelduurrecord rijden ze dezelfde tijd en meten we de afstand. Dat model is bij die anderhalve meter gebruikt. 

Bij de vrouwen op de 5000 m zaten de beste vier binnen 0,3 s van elkaar (winnares Francesca Lollobrigida met 6 m 46,17 s) Dat is 406,17 s en die nummer 4 had dus 0,3 gedeeld door 406,17 = 0,074% meer aan tijd nodig. Vervolgens is 0,074% van 5000 m afgerond 3,7, zeg maar drieënhalve meter. De nummer 2, onze Merel Conijn, gaf 0,11 s toe, Voor haar zou de achterstand dus 0,11 / 0,3 maal die 3,7 meter = slechts 1,35 m geweest zijn – allemaal: als ze met zijn vieren in dezelfde baan hadden kunnen rijden … Fascinerend!