woensdag 9 maart 2022

2627 Dictee zaterdag 12-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (510) √ x

Dictee – dictees [2627]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 347, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (510)

1. Vieren Zimbabw(e)anen ook oudjaar en Nieuwjaar, oud en nieuw, het oud-en-nieuwfeest? Onderdelen van een drumstel kunnen de hihat [haaj-hèht] [twee met een pedaal tegen elkaar beweegbare bekkens] en de snaredrum [snèhr-druhm] (caixa [kahj-sjaa] – met snaren eronder – ook: snaardrum) zijn. Het nirwana was het hoogste doel van de Indiase goeroe. Hersenen is een typisch geval van plurale [mv. pluralia] tantum, politie en ijs zijn voorbeelden van singularia [enk.: singulare] tantum. De vingers van de lepralijdster zworen langzamerhand af [afzweren, afvallen, letterlijk]. De verrader zwoer zelfs zijn eigen vader af [afzweren met eed]. Vgl.: de vinger zweerde of zwoer, hij zwoor een eed. In het hondenhok van de twee bon(s) vivants zaten alleen twee whippetjes [windhond]. Komt het jeu de boules uit Frankrijk? Ik heb nu mijn buik al vol van dat gejeu-de-boul. Het spel is trouwens (heel erg) verwant aan la boule lyonnaise, la boule de fort en petanque. Het meervoud van woordenspel is jeux de mots. Jeunes premières [+] zijn vrouwelijke hoofdrolspeelsters in een stuk met een liefdesintrige. Een jezuïetencollege is per definitie jezuïtisch. Die iezegrim [brompot – ijze(r)bijter, beisponem, uitbijter, mopperaar] had veel weg van een stalen jezus.

2. Mag hij nog ik-weet-niet-hoeveel bloopers maken? Ik wist het woord niet meer voor, je weet wel, een naakte man. Die loopt in z'n blote
je-weet-wel. Die heeft een je-weet-weloutfit. Het is waar: het werd op JIMtv verteld. Kunnen ninjutsuers ook jiujitsuen? Moest u bij jodenkers ook meteen aan jojodenkers ([!] hun jojo-effect komt van het jojoën; ze hebben dan gejojood) denken? Jammer, dat dicteenomaden daar geen streepje mogen zetten … Krijg je met jodhpurs eerder rijbroekanesthesie (het caudasyndroom)? Joh toch, is het waar dat mensen met joie de vivre [levensvreugde] vaak 'joechei' roepen en geobsedeerd zijn door de joik, een ingehouden Laplandse (Lapse) zangstijl? De jonge turken waren geen derdegeneratieallochtonen [derde generatie]. Jolie-laides [aantrekkelijk lelijke vrouw] hebben vaak veel jolijt, ook op Jom Kipoer. De joint venture had een aanzienlijk jointventurekapitaal. De voetbalclub Juventus trekt vooral spelers aan die in hun juventus [jeugdige volwassenheid, 25-40 jaar] zijn (en liefst ook juveniel – jeugdig).

3. De junta [ch] had enkele junior managers in dienst. Jumelles [mv.] is de naam voor een toneelkijker. Zou in het Jurassische gebergte (daar wonen Jurassiens in de Jura) nog iets te vinden zijn van het jurassische tijdperk [jura]? Kan je van daaruit de junonische [trots, majestueus, godin Juno] buurplanetoïde [tussen Mars en Jupiter] zien? Sommige Jordaanbewoners (Jordanezen) beheersen het jordaanvibrato. De
JP-norm [balkenendenorm] geldt hier niet. Het is daar Joris en Trijn [soms liefde, soms ruzie], al is hij een domme joris en zelfs een
joris-goedbloed. Klein Jobje met zijn joppie zal wel weer Joppie zijn [kind van de rekening]. Hollanders zijn maar kaaskoppen. Kun je met een kabas [armkorf, hengselmand] kabassen (niet meer in VD: listig stelen)? In een Israëlisch kabinet kan zelfs de kabbala [geheime leer en mystiek van de joden in de middeleeuwen] een rol spelen. Het kabuki is een specifiek mannelijk en traditioneel Japans toneel. Bij het kwartetten kwamen we de kaardrog [zekere rog] tegen. Kaapstatters [uit Kaapstad] drinken als regel kaapwijn (Kaapse wijn) en gebruiken als toetje vaak Kaapse wolken en geen Kaapwolken, want dat zijn twee extragalactische sterrenstelsels in de zuidpoolstreek van de hemel, die uit een menigte telescopische sterren en nevelvlekken bestaan.

4. De kaddisj is een joods gebed [zeg maar kaddisj: zand erover]. Verwante termen zijn: doxologie, laudatie en laudatio. Is er verschil tussen de kajapoet- oftewel kajapoetiholie [lichtgroene etherische olie] en de neroli(olie) [uit oranjebloesem]? Kaisoi, paksoi en tatsoi [Chinese sla] zijn verwante (of juist niet-verwante?) Chinese bladgroentesoorten [n/s]. Het kaizen is een Japans managementsysteem. De kadushi is een zuilcactus op de Antillen en leverancier van vruchtvlees voor heerlijke soep. Katjangs [peulvrucht: erwt, boon] kun je in kadjangs [gedroogde bladeren als emballagemateriaal] wikkelen. Ach toe, ram mij niet met je rammei [= stormram]. De kakadoris [kwakzalver, ook: kakkedoris] had aan de wand een Japanse kakemono [schilderij] hangen met een kaketoe [papegaaiachtige] erop. Hij wilde de kakies voor de behandeling wel graag cash ontvangen. Een blotevoetendokter [blote voeten] loopt soms zelf op zijn blote kakkies. Een markies heeft een markizaat, een kalief een kalifaat. Het wordt stilaan tijd, dat je het wat kalmpjes aan (kalm aan) gaat doen: geniet van je kalissedrop [geen mv.] en van de kalmoes [waterplant]. Komt het 'to kalon k'agathon' (het mooie en het goede) soms uit het Kalmuks? Het Griekse cultuurideaal vatten we samen met 'kalos k'agathos' (schoon en goed), ook wel: 'kalokagathia'. Wil je gebakken kaketoe-eieren? Ik heb zelf de sluipschutter kaltgestellt [uitschakelen, VD, GB: kaltgesteld - ww. kaltsellen]. De kanaalzwemmer gaat van kanaal naar kanaal (met een kanaalkiezer), de Kanaalzwemmer van kust naar kust (met zwemvliezen). De knautia wordt ook honingbloem, scabiosa of schurftkruid genoemd. Op de Kanaänitische bruiloft (te Kana) werd water in wijn veranderd. Schrijf je Kamper steur, kampersteur, of beide? Beide! Op het kamerbrede tapijt van de Eerste Kamer werd de motie over de NS Kamerbreed aangenomen.

5. Kikkererwten zijn kekers. Met kandijsuiker kun je canderen. Het jongste hoofdtijdperk van de geologische tijdschaal wordt naast kaenozoïcum ook wel neozoïcum genoemd. Het was kantje boord, de kantjil onderging een kantjeboordredding. Een canticum, een kantiek, is een kerkgezang. Een dicteetijger is een lettervreter en een kommaneuker. Een loodlijn is een kathete oftewel cathetus. Je kunt een dreun op je kanis, je harses, krijgen! Kun je met cassonade [geen mv.[bruine keukensuiker] een kanonnade [s] uitvoeren? Ze maakte een reverence [s], een knicksje. Het kandidaat-Kamerlid werd door de journalist kapotgeschreven. Cimbaloms zijn citers. Cembalo's zijn trouwens klavecimbels. De kapsoneslijer belandde uiteindelijk in het kapucijner klooster [kapucijnenklooster met kapucijner monniken]. Het kaposisarcoom herken je aan pijnloze roodblauwe of – bruine huidvlekken. De karakoelschapen zijn genoemd naar een dorp in Oezbekistan.

6. Jan karde weg met zijn bromfiets, Piet kartte weg met zijn skelter (gocart). Het Japanse karoshi [dood door te hard werken] is een heel andere manier van heengaan dan een kamikazeactie. Zie het (de) karonje [feeks] in heur karikel [licht tweewielig voertuig]! De karetschildpad pieste – doet hij dat dan? – tegen de kariatide [vrouwenbeeld als steunpilaar]. Kastelozen [n, maar loos!] zijn paria's van het kastensysteem. Het kasparhausersyndroom [jong niet leren praten, dan oud ook niet meer] is genoemd naar Kaspar Hauser. Waar gebruiken ze kastanje-eek voor? Als je kassiewijle bent, ben je
kassie-zes. Cashewnoten groeien aan de kasjoeboom. De kasgeld-bv richtte zich nu op kasjmieren handtassen uit Kasjmir. De schreeuw ging door merg en been: door karyocyten (beenmergcellen) dus? Het kasjroet is het geheel van de joodse spijswetten. Zoeken op '*bq*' geeft alleen: barbecue (afkorting: BBQ) en becquerel (afkorting: Bq). Zoeken op '*dq*' geeft: schuldquote en vin délimité de qualité supérieure – aanduiding op Franse streekwijn die de plaats van herkomst garandeert (afkorting: V.D.Q.S.). Zo geeft '*gq*': belastingquote, haringquota, dragqueen en de afkortingen van de internetextensie en de
ISO-landcode van Equatoriaal-Guinee, respectievelijk: gq en GQ.

7. Met '*lq*' vinden we: pulque (in Mexico uit het sap van de agave bereide alcoholische drank), differentiaalquotiënt, decalqueren (verouderd voor calqueren), calque (overgenomen tekening). De oogst voor '*mq*' is: unum idemque (unum et idem: een en hetzelfde), tamquam in speculo (veluti in speculum: als in een spiegel), tamquam alter idem (als een tweede ik), spemque metumque inter dubii (zwevend tussen hoop en vrees), quocumque nomine (onder welke naam ook), quocumque modo (op welke manier dan ook), mq (internet: Martinique), MQ (ISO-landcode), limquat (dwergcitroentje, nauw verwant aan de kumquat), kumquat (zure, op sinaasappel lijkende vrucht), in utrumque paratus (op alles voorbereid) en in utramque partem (aan beide kanten). Met '*pq*' is de schrale oogst: S.P.Q.R. (Senatus Populusque Romanus, senaat en volk van Rome). Met '*uq*' zochten en vonden we: bouquet (in verband met wijn en likeur het geheel van geur- en smaakeigenschappen), bouquet garni (bosje kruiden om bouillons te aromatiseren), bouquetreeksboek (GB, VD nog: B – volgens VD bestaat de Bouquetreeks uit bouquetromans) (damesroman), bouquiniste (verkoper van tweedehands – GB:
2(d)e-hands
boekenook: tweedehandsboeken) en consilio manuque (met raad en daad). Een truqueur en truqueuse vervaardigen namaakantiek.

8. De oogst voor '*xq*' is: exquis(iet) (uitgelezen, voortreffelijk) en cadavre exquis (taalspel waarbij de spelers volgens zekere regels een tekst produceren). '*yq*' levert ons: yquem (een witte bordeauxwijn). Een paar hits vinden we voor '*tq*': de afkorting e.t.q. (e tutti quanti – en alle(n) die erbij behoren), de afkorting GTQ (genormeerde
valuta-aanduiding voor de
quetzal van Guatemala), hinc atque hinc (van weerskanten), hodie atque heri (nog maar sinds korte tijd), lichtquant (foton), de afkorting t.q. (tutti quanti – allen van dat slag), TQM (total quality management), trente-et-quarante (uitbreiding van het kansspel rouge-et-noir met twee velden: couleur en inverse) en unus atque idem (een en dezelfde). Bruikbare dicteetermen met '*rq*' zijn: turquoise (adjectief: turkooizen), het turquoise (znw. = tafweefsel), satis superque (genoeg en meer dan genoeg), retorqueren (iemand met eigen woorden bestrijden), remarquabel (opmerkelijk), perquisitie (huiszoeking), marquise (markiezin – markies, markizaat), marqueterie (mozaïek van gekleurd hout of marmer), marquee [ie] (lichtkrant op beeldscherm), marque (gedenkteken), marqué
toneelspeler-verrader), demarqueren (synoniem: markeren), bifurqueren (een bifurcatie vormen) en barquette (bakje van bladerdeeg voor ragout).

 

 


2626 Dictee vrijdag 11-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (509) √ x

Dictee – dictees [2626]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 348, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (509)

1. De combinatie '*sq*' belooft een redelijke oogst aan bruikbare termen: ab ovo usque ad mala (van het begin tot het einde), absque causae cognitione (zonder kennis van zaken), absque hoc (zonder het genoemde), absque ulla conditione (onvoorwaardelijk), ad nauseam (usque) (tot walgens toe), amicus usque ad aras (iemand die bereid is zich voor zijn vriend op te offeren), arbeidsinkomensquote (afkorting: aiq.), a solis ortu usque ad occasum (van zonsopgang tot zonsondergang), bal masqué, beroepsquerulant, bisque (soep), bisque de homard (bisque d'homard, kreeftensoep), confisqueren en confisqueerbaar [maar: confiscatie], de afkorting c.s.q.n. (conditio sine qua non), demasqué (ontmaskering) en demaskeren, desquamatie (afschilferen), en dextra fidesque (ik geef er mijn hand op), esquire (beleefdheidstitel in Engeland: weledelgeboren heer - achter de naam - Esq.), een flatsquare [bnw.] beeldscherm, fresquiste (frescoschilderes), gants mousquetaires (+ handschoenen met grote kap), integer vitae scelerisque purus (van onbesproken levenswandel en vrij van schuld) en je-ne-sais-quoi (ik-weet-niet-wat).

2. Maar dat is niet alles: kaasquiche, kennisquiz, kiesquotiënt (kiesdeler), lansquenet (thans niet meer gespeeld kaartspel), manibus pedibusque (uit alle macht, met hand en tand), marasquin (soort van kersenlikeur), masqué (bij het biljartspel door een ervoor liggende bal niet bereikbaar), mesquinerie (bekrompenheid), misquote (misplaatst citaat), mosquito (piepkastje), mousqueton (musketon, soort van karabijn), pasquinade (paskwil), plusquamperfectum (voltooid verleden tijd), premier-risqueverzekering, profil en trois-quarts, quisquiliën (prullen), quousque tandem? (hoe lang nog?), remis velisque (velis et remis: met de meest mogelijke spoed), secundis temporibus dubiisque rectus (in voorspoedige en in onzekere tijden standvastig), sesquipedalia verba (ellenlange woorden), sesquiterpeen (organische verbinding zoals farnasol), short squeeze (prijsopdrijving), squaleen (acyclische onverzadigde koolwaterstof), squameus (schubachtig), squaredansen, ik heb gesquasht, squatter (kolonist), squaw (indiaanse vrouw), status quo, toties-quotiesaflaat [toties quoties], trois-quarts (van een gezicht - niet van voren, niet van opzij), usquam terrarum (ergens ter wereld), usque ad aras (tot de offerdood), usque ad mortem (tot in de dood) en verbruiksquotum.

3. Wat levert '*aq*' op? Onder andere: AQ (landcode Antarctica), veel aqua zoals aqua destillata (gedestilleerd water), aquaduct, aqua et igne interdictus (verbannen: water en vuur ontzegd), aquafitness, aqua fortis (sterkwater) [aaneen!], aquamanile (kan water voor priester), aquam a pumice postulare (iets onmogelijks willen), aquam infundere in cinerem (de put dempen als het kalf verdronken is), aqua pompa (aqua pumpaginis, pompwater), aquariaan (aquarist -
aquarium
houder/liefhebber), aquarobics (aerobics in het water), aquatel (drijvend hotel), aqua vitae (brandewijn), aquifer (ondergronds waterbassin), aquilae senectas (een krachtige ouderdom), attaque, attaqueren, blonde d'Aquitaine, caquelon (kookpotje), chapeau claque (gibus), craqueleren (craquelé vertonen), demaquillagecrème (voor afschminken), eau de labbaraque (bleek- en vlekkenwater, mond- en gorgelwater), incorrupta fides nudaque veritas (niet te verbreken trouw en de naakte waarheid), jaquemart (staande figuurtjes op een klok) en witlaquéboekenplanken [laqué als znw., anders evt. met laqué als bnw. wit laqué boekenplanken of zelfs witlaqué – vgl. witgelakt aaneen – boekenplanken].

4. Verder troffen we ook nog aan: maquis (verzetsgroep, leden: maquisards), maquiladora (assemblagefabriek), Nasdaq (schermenbeurs in New York), plaque (op tanden; GB en VD ook: tandplak, GB ook nog: tandplaque), plaquettepenning,
praesta-quaesumus (priester die alleen de mis leest), raquette (sneeuwschoen), rastaquouère (exotisch heerschap), taquineren (lastigvallen), tourner casaque (de huik naar de wind hangen), utraquist (calixtijn, aanhanger van een zekere richting der hussieten) en vaquero (cowboy, Mexicaans veedrijver te paard).

5. Ook '*eq*' verzekert ons van een rijke oogst, (een selectie): adequaat (geschikt voor het beoogde doel), aequa lance (onpartijdig), aequo animo (kalm), ars aequi (de rechtspraak), atletiekequipe, bonum et aequum (wat recht en billijk is), chef d'équipe, co-equipier, EQ (emotionele-intelligentiequotiënt), equalizer, equatie-uurwerk, equerre (trommelkruis), equinoctium, equinox [equinoctiaal, equinoxiaal], equivoque, equivocatie [taalkunde], equus publicus (iemand die zich – in schijn dan wel werkelijk – uitslooft ten algemenen nutte), ex aequo et bono (naar recht en billijkheid), exequatur (goedkeuring van de aanstelling van een consul in een vreemd land door de regering aldaar), exequiën (uitvaartplechtigheden), gedesequilibreerd (uit zijn evenwicht), haud passibus aequis (van navolgers: ver achterblijvend bij hun voorbeeld), hongermannequin, inadequatie (ontoereikendheid) en inconsequent (onlogisch).

6. Om te vervolgen met: instar montis equus (een paard zo groot als een berg), intelligentiequotiënt (afkorting: IQ), judo-equipe, letteren requisitoriaal (juridisch: ambtelijke opdrachten of verzoeken), mannequinage (beeldhouwwerk aan gebouwen), messa da requiem (requiemmis), non sequitur (ongerechtvaardigde gevolgtrekking), obsequium (obediëntie, kloostergehoorzaamheid), olie-equivalent (rekeneenheid voor energieverbruik), partibus aequalibus (met of in gelijke delen, afkorting: p.aeq.), per consequentiam (bijgevolg), perequatie (vereffening), postcheque-en-girodienst [1918-1986: PCGD, wel in wdb.] en plus aequo (meer dan billijk, dan nodig).

7. De afronding van deze serie is: prequel (film of aflevering die laat zien wat aan een serie voorafging), private equity (het beleggen in
niet-beursgenoteerde bedrijven
), private-equityfonds, quasi umbra persequi (iemand volgen als zijn schaduw), requisitoir (eis van OMOpenbaar Ministerie - 2025 ook: rekwisitoor), sauve-qui-peut (algemene ordeloze vlucht), sequel (vervolg op een succesvolle speelfilm), sequenza (bijzonder virtuoos solowerk in de moderne muziek), sequitur (daaruit volgt), sequoia (reuzenpijnboom), tequila (sunrise), warmte-equator (isotherm die de plaatsen met de hoogste jaartemperatuur met elkaar verbindt) en ten slotte: zichtcheque.

8. '*oq*' geeft veel min of meer bekende woorden; een selectie daaruit is: alloquium (aanspraak, apostrof), bilboquet (vangbekertje), bloque (biljart: een rechtuit, met forse stoot te maken of gemaakte bal), breloque (hangsieraad), cacoëthes loquendi (praatzucht), chloroquine (kie-nuheen antimalariamiddel), choquant (aanstootgevend, ook: shockerend), coq-à-l’âne (wartaal), coq au vin (gerecht, gestoofd in wijn), coquero (cocakauwer), coquette (behaagziek meisje), coquille (schelp), coquille Saint-Jacques (jakobsschelp), croquis (schets), eloquentie (welsprekendheid), epoque maken (vergelijk ook: belle époque, epochemachend), equivoque (ondubbelzinnig), evoqueren (= evoceren, voor de geest roepen), furor loquendi (spreekwoede, praatzucht), hoquetus (muziek: 13e-eeuwse compositietechniek) en hora locoque consuetis (op de gewone plaats en tijd).

9. De slotserie voor genoemde combinatie is: leptoquark (theoretisch elementair deeltje), loquomanie (praatzucht), magniloquentie (grootspraak), maroquinerie (marokijnwerk), moquant (schertsend, bespottend, honend), moquette (fluweelachtig trijp: een moquette gangloper [VD] – ook: moquettegangloper: VD en GB), pendeloque (hanger van edelgesteente), reciproque (omgekeerde in de rekenkunde zoals 11/7 en 7/11, x en 1/x), roquefort (sterksmakende(!) Franse schapenkaas), studium immane loquendi (geweldige drang om te praten), suffoqueren (stikken, smoren), toque (genitaal beschermstuk), toqueren (manier van schilderen), troqueren (ruilhandel drijven), tu quoque, Brute (tu quoque, fili mi: et tu, Brute, ook gij, Brutus?), usus loquendi (spraakgebruik), ventriloquiste (buikspreekster), moqueca (moh-kèh-kaa - traditioneel Braziliaans visgerecht) en colloquium doctum (toelatingsexamen universiteit).

10. Een kathaar is een middeleeuwsesekteketter [middeleeuwse sekte]. Een kaugek is een zeezwaluw, een kauwgek is dol op kauwen. Een kauri (kinkhoorntje) is een schelp. Het katrienerad is een huidziekte. Had ik met deze kat-in-de-zak, een soort linnen, een kat in de zak [miskoop] gekocht? Of was het juist kat in 't bakkie [een gemakkelijk werk]? Het woord 'katjoesjaraket' wordt vaak fout geschreven. De kauw vind je bij ons in torens (torenkraai!), de wouw alleen op trektocht. Heeft dit apparaat de Kema-keur [Kema: Instituut voor Keuring van Elektrotechnische Materialen]? Kelkkafjes staan aan de voet van aartjes. Het werd een keizersnedebevalling [n/s]. Zullen we gaan keet schoppen of kebab eten? Het kemalisme is genoemd naar de grondlegger van de moderne Turkse republiek [Mustafa Kemal Atatürk]. Hij droeg een kekke [vlot, modern] outfit. De kawina is creools-Surinaamse dansmuziek. Nou vooruit, nog een uitsmijter dan: hippopotomonstrosesquipedaliofobie (ziekelijke angst voor lange woorden - let op: GB p, VD pp). Lange woorden, dat zijn sesquipedalia verba.

 

 


maandag 7 maart 2022

2625 Dictee donderdag 10-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (508) √ x

Dictee – dictees [2625]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 349, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (508)

1. Bij Bovenkarspel moet je aan een kerspel (parochie) denken. Er was kemirinoot [zaad, specerij] in de kemenche [Turkse schootviool met
2 snaren
] geraakt. Dat komt ervan als muziek en eten samengaan! Kendo is stokschermen, kempo is een bepaalde oosterse vechtsport verwant aan karate. Het inlandse dorpshoofd, de kepala kampong (ook: loerah) – zijn vrouw was een kenau met gestolen kepie [militair hoofddeksel] op – leed aan keratitis (hoornvliesontsteking). De kerstomaat(!) werd abusievelijk verkocht als kersttomaat. Een keynote is een grondtoon. Kerygma is (de essentie van de) geloofsleer. Kevlargaren is aramidevezel en heel sterk! Moet de Keuringsdienst van Waren (afkorting: KvW) ook keukenmeidenlitteratuur keuren? Word je op een ki-station [kunstmatige inseminatie] bevrucht met kunstmatige intelligentie? Rode Khmers dragen geen khimars (hidjabs). Kieper de kiepkar maar om! Eerst kickte hij op paak, maar nu is hij afgekickt. Een kijk-in-de-pot is een pottenkijker, een janhen, een keukenpiet. De vip [very important person] deed de kick-off.

2. Raar dat je, gezien de schrijfwijze van kijk- en luistergeld, alles in enen moest betalen. Met Poerim eet je kiesjeliesj (hamansoren – dus niet: gremzelisj, zeker pesachgebak). Bij kick-and-rushvoetbal zie je vaak kick-and-rush (geen meervoud). Een kiebitzer is geen bietser maar een ongevraagdadviesgever [ongevraagd advies]. Gelukkig blijft het werkwoord kiebitzen [VD] onvervoegd! Wel interessante vervoegingen zijn: quizzen, ik quiz, hij quizt, zij quizde, wij hebben gequizd (‘Nederlands’ – nu 2022 ook: kwissen), buzzen [ook: zoemen], ik buz, hij buzt, zij buzde, wij hebben gebuzd (Engels), winozzen, ik winoz, jij winozt, zij winozde, wij hebben gewinozd (Nederlands). Het werkwoord winozzen komt uit de internetomgeving: waar was ik naar op zoek? Het werkwoord kirren kan te maken hebben met een klomp aarde en pluimgras (hij kirde, heeft gekird – met een kluitje in het riet sturen dus). Kimberliet is diamanthoudende, blauwe aarde
(Zuid-Afrika). De Kinderboekenweek is de week van het kinderboekenweekgeschenk, van het kindje op moeders voorleesschoot en bij sommigen het verzorgen van het steenbreekachtige kindje-op-moeders-schoot. Dat is een kingkong: een groot en sterk monster. Dat is wel een erg kingsize kinkajoe (rolstaartbeer). Let op: poelet is soepvlees, poulet is kip. Kinseys onderzoek richtte zich op Congo-Kinshasa. Klezmorim spelen traditionele Joodse klezmer.

3. De een-na-laatste [= de op een na laatste] pre-q-zoekactie voor onze moeilijkewoordenverzameling [moeilijke woorden] is die naar '*iq*': abdiqueren (abdiceren: afstand doen van kroon), arbeidsinkomenquote (afkorting: aiq.), aliquis in omnibus, nullus in singulis (iemand die een beetje thuis is in alles, maar niets geheel beheerst – vergelijk een expert die steeds meer van steeds minder weet tot hij alles van niets weet versus een manager die steeds minder van steeds meer weet tot hij niets van alles weet), aliquottonen op een aliquotvleugel, met angélique wordt de plant engelwortel aangeduid, met als synoniem angelica (de angelica is ook een soort van luit met vijftien tot twintig snaren), het verschil tussen een antiquaar [boeken] en een antiquair [antiek], antiqua homo virtute ac fide (een man van ouderwetse deugd en trouw), antiquark (zeker elementair deeltje), applique (appliqué: opgelegd versiersel), ars antiqua (Franse polyfone muziek uit de dertiende eeuw, antoniem: ars nova), bezique (Frans kaartspel), brique briquet (steenrode aansteker) en cacique (stamhoofd – VD ook: kazike).

4. Het vervolgactieresultaat is: chef de clinique, chiqueling(e), meerdere chroniques scandaleuses [+], clique (aanhang in ongunstige zin), cliquet (tourniquet), chroniqueur, communiqué, een concours hippique met de concours-hippiquewinnaar, corps diplomatique (afkorting: CD), daiquiri (cocktail van citroen, vruchtensuiker, rum en geklopt ijs), denique coelum (eindelijk de hemel – riepen de kruisvaarders – vgl scala caeli = jakobsladder - en R/rorate coeli desuper, de omnibus aliquid, de toto nihil (steeds iets anders maar nooit met een goede afloop, zeg maar: twaalf ambachten, dertien ongelukken), expliqueren (expliceren: uitleggen), hic et ubique (hier en overal), illiquide (gebrek aan contanten, aan cash), iniquiteit (onbillijkheid), IQD (de Iraakse dollar), liquefactie (vervloeiing), liquida (vloeiklank, meervoud: liquidae), liquidatie-uitverkoop, liquor (ook: hoffmann(s)druppels, sterkwater [aaneen!]), Mozambique, musique concrète en nettiquette.

5. Vervolgens vinden we: niqueteren (bij paarden), non liquet (het onopgelost blijven van een kwestie), obliquus (muziek: met traps- of sprongsgewijze voortschrijding), opéra comique (vergelijk: opera buffa, opéra bouffe), oratio obliqua (indirecte rede) versus oratio directa (directe rede), per obliquum (op slinkse wijze), vloeibaar (liquid) petroleumgas (afkorting: lpgliquified petroleum gas), piqueren is een piqué (effectstoot bij biljarten) maken, reliquiarium (reliekhouder), république des lettres (de republiek der letteren, res publica litteraria), saupiquet (pittige saus, ragout), semper et ubique (altijd en overal), stare super vias antiquas (in de voetsporen van zijn voorvaderen gaan, de oude wegen bewandelen), suum cuique (ieder het zijne, elk wat hem toekomt), suum cuique tribuere (niet meer in VD: ieder het zijne geven) en tandem aliquando (eindelijk eens).

6. En dan het overblijvenderestproduct [overblijvende rest] '*nq*': au banquet de la vie, infortuné convive (rampzalige gast aan de dis van het leven), nunc aut nunquam (aut nunc, aut nunquam: nu of nooit, denk aan nonouders), banqueroute de la science (faillite de la science, het bankroet van de wetenschap), blanquette (ragout), blanquette de veau (kalfsragout), cinq-à-sept (bezoektijd aan de maîtresse), conquistador (Spaanse veroveraar), contra-enquête, delinquentie, donquichotterie, enquête valétudinaire (voorlopig getuigenverhoor), ex quocunque capite (uit welken hoofde dan ook), face-to-face-enquête (maar: face to face), franquisme (falangistische politieke beweging in Spanje rond de voormalige dictator Franco), gallupenquête, grootinquisiteur, inquilien (commensaal), inquisitoir strafproces (onderzoekend), jonquille (sterk geurende gele narcis, gele tijloos), la plus noble conquête de l'homme (het paard), paddenstoelenquiche, petanque (Provençaalse variant van jeu de boules), petanquen, quicunque vult (ieder die wil), quinquagesima (zevende zondag voor Pasen, vastenavondzondag) en quinquies (lid 5).

7. En dan nog een staartje: quinquet (niet meer in VD: olielamp met dubbele luchtstroom), reconquista (tijdperk van de herovering van het Iberisch Schiereiland op de Moren), saltimbanque (kunstenmaker), sub quocunque titulo (op welke rechtsgrond, onder welk voorwendsel dan ook), tele-enquête, tranquil (bedaard), tranquillamente (tranquillo: muziek: rustig, bedaard, kalm - trankilo, Antillen), tranquilliteit, tranquillizer (zenuwstiller), va-banque (spelen), va-banquepolitiek en vie manquée (leven waarin men zijn roeping of talent niet heeft kunnen realiseren).

8. Je bent wel klassenpatiënt, maar kan een klassevent als jij wel klassenbewust zijn in een klasseloze maatschappij? In deze klassiek Arabische omgeving spreken ze nog klassiek Arabisch. De kwartfinalist klasseerde zich, na al eerder de achtste finales te hebben overleefd, voor de halve finale (demi-finale, semifinale) – en werd dus met de halvefinaleplaats halvefinalist – door de tegenstander te declasseren (overspelen). Die militaire informatie was eerst geclassificeerd, maar werd later gedeclassificeerd (vrijgegeven). De klappei [babbelaarster, kwaadspreekster] had wel een kiyu (graad bij het judo). De blondine onderging de doçuur [het gedoceerd worden] door haar lerares klassiek Latijn.

9. De châteauneuf-du-pape is een krachtige rode rhônewijn uit het zuiden van het Rhônegebied. Cherrybrandy is kersenlikeur. De causa finalis (meervoud: causae finales) is de (juridisch) op een doel gerichte oorzaak. Zijn vrouwelijkeklasgenotenlijstje was nog lang niet compleet. Schrijf je nu klaarstaan of klaarzitten aan elkaar? Zijn de spelling(s)regels wat dat betreft gelijk gebleven? Zou hij gelijk hebben, dat deze klokken gelijkgaan? De gelijkmaker zorgde uiteindelijk voor een gelijkspel. De kiur is een uitgestorven reuzenvogel van Madagaskar. Een son et lumière is een klank-en-lichtspel. Een KKK'er is van de Ku Klux Klan. Was onze economische crisis ook een soort kladderadatsch?

10. Met '*klav*' vinden we: rijkbloeiende klaverzuring, qwerty- en azertyklavier [vgl. ook – Duits – qwertzklavier/toetsenbord], klavechord(s) (GB, VD ook: klavichord(s)), klavarskribo, klavecimbelspeler, bloklava (Hawaïaanse aa-lava, schollava), baklava (zeer zoet Turks honinggebak). Met '*clav*' komt er: balaclava (bivakmuts), doctor Clavan, claviatuur (toetsenbord), clavicula (sleutelbeen), claviger (sleuteldrager: conciërge van een gymnasium), clavis (sleutel), clave (elk van twee hardhouten staafjes, meervoud: claves), en- en exclave en stilte-enclave. Hij is klem geraakt tussen de preibalen: zou de prij, de feeks, de helleveeg, hem dan toch nog kleinkrijgen? De klinisch bioloog en de kletsica behoorden tot hetzelfde – Frans aandoende – cliqueje. Ik kan er niets aan doen: je moet je jas aandoen en pas op dat die lelijke hond je niets aandoet! De kloosterordegemeenschap sprak Kloosterlatijn. De kloekgebouwde narcissus had een goed ontwikkeld klok-en-hamerspel. Die klotegriet behoorde tot de KMar [NL: Koninklijke Marechaussee – Kmarns = Korps Mariniers, NL].

 

 


zondag 6 maart 2022

2624 Dictee woensdag 09-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (507) √ x

Dictee – dictees [2624]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 350, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (507)

1. Er is praktisch geen practicum vandaag: de ruhmkorffklos is kapot! Met een klisteerspuit gaf je vroeger een klysma. Een coterie is een kliek van standgenoten die anderen stelselmatig uitsluiten. De gewaagde sprong van de (het) klif is een ware cliffhanger. Met '*kler*' vinden we: tallyklerk, telegrafist-klerk, sprinklerinstallatie, de klerikalen en het klerikalisme, klereschool, klerenkast (kleerkast van een vent), hippe kleren en hippiekleren, gymnastieklerares, disco-, camping- en carnavalskleren, antiklerikaal en advocatenklerk. Met '*cler*' is de oogst: ars clericalis (schrijfkunst), arteriosclerose (atherosclerose, aderverkalking), cleresie (cleresij: kerkgenootschap), de clergé (clerus, bestaande uit clerici, enkelvoud: clericus), clerihew (vierregelig, humoristisch gedichtje), clergyman (donker pak met collaar van
rooms-katholieke geestelijken
), fin-de-siècleroman (maar: fin de siècle), multiple sclerose (afkorting: MS), recycleren (recyclen, ik recycleerde, ik recyclede), sclerodermie (ziekelijke verharding van het bindweefsel in de huid) en sclerofyten.

2. De kniesster – tevens skiester [misschien ook nog wel skister!] – was een crack in het kniezen. Zij kreeg ervan langs [VD aaneen] met de knuttel [strafwerktuig op schepen]. De 2025 KNIL'ers GB [vgl. KNILKoninklijk Nederlands-Indisch Leger] hadden last van knijten [mugjes]. Choquant (shockerend), shocking, wat een respondent op de dictees verwoordde: "Ach, al die Latijnse termen bekijk ik niet: je komt ze alleen maar in Breskens tegen!" De knip-en-plakgeneratie houdt zich voornamelijk met knip-en-plakwerk bezig, als ze al geen knäckebröd eet [vgl. smörrebröd = smørrebrød GB, VD alleen met ø]. Een knockdown is een graadje lichter dan een knock-out. De kobmeeuw vloog in de zoo boven de kob (een antilope). Koeweit en de Koerilen hebben elk hun eigen koeterwaals. De koekenbakker bakte koekebrood en pannenkoeken. De kokardebloem is een tuinsierplant. De koek-en-zopietent [koek-en-zopie] stond in de koek- en Hanzestad Deventer. Tijdens het koffie-uur gedijde de koffiedikkijkerij; er werd ook nog koffiegedronken (van coffeepads, anders geschreven: koffiepads) en er werd koffie verkeerd genuttigd.

3. Zoeken op '*kola*' geeft alleen: kolaboom, kolanoten en kola-extract, naast pikolan (een draagstok van bamboe). Veel meer vind je met '*cola*': chocolade-ei, bricolage (broddelwerk), cérémonie protocolaire (protocollaire ceremonie: voorgeschreven plechtigheden bij een officiële gebeurtenis), chocoladefondue, -mousse en
-milkshake, ecolander (kruising van een heckrund met een Schotse hooglander), colatie (colatuur: filtreren), focolarini (leden van een kleine gemeenschap van leken en priesters voor het 'Werk van Maria'), interscolair [VD ook: sch], lightcola, coca-cola (koolzuurhoudende bruine frisdrank op basis van kola-extract), cola-pils, cola-tic, percolator (doorzijgapparaat), piccola morte (tijdelijk verlies van bewustzijn door narcotica of extase), pina colada (cocktail van kokosmelk, ananas en rum, veelal met ijs), rucola (wilde slasoort), sc(h)ola cantorum (koor van geoefende zangers in gregoriaanse gezangen), sint-nicolaasgebak van Sint-Nicolaas en una giornata particolare (een zeer bijzondere dag).

4. Raak vooral niet in de war: de colaplant is de kolaboom, kola's zijn de vruchten ervan. Hij wil overal zijn kokkerd, zijn grote neus, in steken. Köfte is een Turks gerecht van gebakken (lams)gehaktballetjes met kruiden. Het kohlpotlood levert de make-up voor je ogen. Een kojak is een kruising tussen nerts en sabel. Een bouffante [lange gebreide wollen das] wordt trouwens ook sabel genoemd. Het Land van Kokanje staat niet vol met kokanjemasten. De koks-in-'t-ruim borgen de kokendhete vleet op. Een koksiaanse en een coccejaanse hebben slechts dit gemeen: hun genus. Koka! De judodemonstratie van de judo-equipe liep ten einde. De kondee is de haardracht zoals
Indo-Europese vrouwen in voormalig
Nederlands-Indië die hadden. Kondt ge wel tijdig beslissen? Een comprimé (comprimés, comprimeetje) is een pastille van samengeperste droge stof, vooral van geneesmiddelen. Kun je met een ijskompres een turbocompressor koel houden? De compressibiliteit bepaalt de uiterste compressie, hoever je kunt comprimeren. Tot hoever kun je met je avances gaan bij haar? Tot hoe ver zou ze met me mee naar de noordpool willen? Ik kom pas als mijn morele kompas compassie getoond heeft. In ons bedrijf is hij mijn compagnon, bij onze misdaden mijn kompaan. Het eet- en drinkgerei werd gebruikt bij het eet-en-drinkgelag [beide niet in wdb.]. Op de kolchoz [groot collectief Russisch landbouwbedrijf] werden kolbaszworstjes geserveerd. Het gaskomfoor was voorzien van alle comfort. Ben je nog op het koninginnedagfeest geweest?

5. Het koningsbrood (driekoningenbrood) eet je op het driekoningenfeest (Driekoningen, 6 januari). Op Epifanie komen de wijzen uit het Oosten (Caspar, Melchior en Balthasar) bij het Christuskind. De koninginnedagvierder kon het koningschap geen reet schelen. De kongeraal werd met congadrums verdreven. De klant is koning: hij is Koning Klant (dichterlijke vrijheid, niet zo in wdb.). Hartenbeesten zijn hertenbeesten (kongoni's, niet in VD). Bij de crash vlogen de kop aan staart (tête-bêche) [vgl. kop-staart-] gestapelde bierglazen in het rond, de kop-en-schotels bleven heel. Het kooltje-vuur is wel een adonis [plant], maar geen jongeling van zeldzame schoonheid. Leggen kooi-eenden kooi-eieren? Nee; dat zijn batterijeieren. Een kookaburra is een ijs- oftewel lachvogel. In het Koninkrijksstatuut staat vreemd genoeg niets over de koninkrijkszaal [Jehova's getuigen, jehova's]. De kortaangebonden vrouw droeg een kort aangebonden corselet. Het kornoeljehouten kastje kraakte in zijn voegen. De ara papegaaide (geval van echolalie): koppie-krauw (tussenwerpsel: uitroep van een papegaai, tegen een papegaai zeg een mens liefkozend (gewoon): koppie krauw of kopje krauw). Het kordon kreeg na afloop cordon bleu te eten. Met een kornet kun je vissen, een kornet kun je dragen. De kornet speelde op zijn bugel (kornet) en at bonbons uit een cornet [papieren doosje voor bonbons]. Zijn obligaties zaten in de blikkendoos.

6. Hij ging kopje-onder, maar kwam weer boven water, hij kwam weer helemaal erbovenop. Een korakora is een Moluks verplaatsingsvehiculum. Ik ben die 100 hellermunt, die koruna, meer dan kotsbeu. Bij een kostuumfilm speelt een costumier een rol, maar dan wel letterlijk! Kortgeleden zei hij nog, dat de laatste zege lang geleden was. Een creools-Surinaamse vrouw zie ik nog niet meteen de koto [op een citer lijkend Japans snaarinstrument] bespelen. Naar kouroi (jongemanenkelvoud: kouros, naakt – vrouw: korè, mv. korai - gestileerd) mag ik graag kijken. VD schrijft kravatten, van GB moet je cravates schrijven en kun je dus een cravateverzameling hebben, terwijl dat bij VD een kravattenverzameling is! De krabbekat [ww.] droeg een kousenband. Een krantencorpus kan vele miljoenen woorden bevatten (het letterkorps is daarbij niet van belang). Met dat krankjorume porem (ponem) van hem was hij in de lorum. Er is geen koutje aan de lucht (hier wordt niet de kauw - vogel - bedoeld), zo koutte hij vrolijk voort. Zijn gekout eindigde pas in het historische kraantje-lek [tapperij, uitspanning]. Een krabbenschaar is een krabbenpoot, een krabbenscheer een plantje, de scheren.

7. Zo, eerst in Danzig (thans, Pools: Gdańsk, niet in wdb.) de krakowiak dansen en dan een lekkere krambamboeli [punch, ook wel: jenever]! Hoeveel krachs (crashes) zijn er in de twintigste eeuw wel niet geweest? Zoeken op '*loi*' geeft veel mooie dicteewoorden: alkaloïde, allopolyploïde, aloïne (aloëbitter), aspidosperma-alkaloïde, blaxploitation, bouilloire (schenkketel, theeketel op een bijpassend komfoor), catharanthusalkaloïde (vinca-alkaloïde), een cello-intro, celluloid en celluloïde, colloïd en colloïde, cloisonné (van vaatwerk, email; antoniem: champlevé), in de couloirs der Kamer, cycloïde (radlijn, roltrek), émail-cloisonné, ergotalkaloïde, esprit gaulois (boertige grappigheid), floid (voor buitentennisbanen), hoi polloi (de menigte, de massa), horeca-exploitant, hors la loi (vogelvrij), hypocycloïde, iboga-alkaloïde, loipe, loirewijn, moment de gloire (finest hour), een acute myeloïde leukemie (betreft het been- of ruggenmerg), oloysiketi (Sranantongo: halsketting), parloir (spreekkamer), piccoloïst, ploing (nabootsing van het geluid van een snaar die wordt getokkeld), solo-instrument, tabloidpers en tetraploïde.

8. Vervolg: princesse lointaine (onbereikbare geliefde), varioloïden (lichte vorm van pokken, hoofdzakelijk bij gevaccineerden) en webloid (samentrekking van web en tabloid). Om dit dictee tot normale proporties op te blazen, zoeken we naar '*oil*': hard-boiled, empiretoilet, eau de toilette (verkleinwoord: eau de toiletteje), contrepoil? (tegenvleug) en tegenvleug (contre-poil?) = cirkeldefinitie (gelukkig staan al die woorden nu niet meer in VD), een vaatwand coilen [spiraaltje in de bloedbaan naar zwakke plek brengen], boilie (aasbolletje voor sportvissers), aardgasboiler, à la belle étoile (in de openlucht, onder de blote hemel), jetfoil (draagvleugelboot), langue d’oïl (taal in Frankrijk boven de Loire), parboiled (snelkokend), passepoil (boordsel, paspel), passepoileren, poilu (soldaat aan het front, in Frankrijk in de Eerste Wereldoorlog opgekomen benaming), renvooiletter, spoiler, toile (model in katoen van een
haute-coutureontwerp – haute couture
), toile cirée
(Belgisch-Nederlands, spreektaal: wasdoek), voilà (ziedaar), voilage (overslaggordijn), voile (sluier) en een zoïlus (kleingeestig criticus).