woensdag 29 juni 2022

2784 Dictee vrijdag 01-07-2022 (1) – dictee Dictee van de dag (621) √ x

Dictee – dictees [2784]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 236, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (621)

Beroepen (1): de kleermaker en de metaalbewerker

Zie ook blogpost 2783! 

1. De bassinwijdte is de broekmaat over het zitvlak gemeten, althans volgens de kleermaker. Zitten als een boeddha (in boeddhahouding, onbeweeglijk) is in kleermakerszit (lotushouding). Een bukskinwerker is een soort van grootwerker (werkt met reeds uitgesneden onderdelen). Er zijn confectie- en maatkleermakers. De coupe is de snit (vorm) van een kledingstuk. De coupeur en de coupeuse nemen je de maat. Is je colbertje (zijn je colberts) nu – je hebt toch meer dan een colbert? – al versleten? Een lummel is een stalen veer die een kraag strak houdt. De legerkleermaker is een non-combattant, een niet-strijder. Zonder kleermakersfournituren kan de kleermaker (tailleur, tailleuse, tailor) niet werken en zonder foerage [levensmiddelen] kan hij niet leven. Tegen Pasen moeten kleermakers vaak overwerken: iedereen wil op zijn paasbest zijn [op eerste en tweede paasdag]. Een paspel (passepoil) is een smalle omboording van knoopsgaten. Deze pompier [oh, ie, ook brandweerman!] werkt in een confectiemagazijn. Soms werkte de ridder van de schaar rechtdraads [volgens de scheringdraad], maar soms ook dwarsdraads [dwars op de draad]. De sartor resartus (meervoud: sartores resarti) is de mens die door alle eeuwen heen hetzelfde is, maar steeds een andere mode omarmt. Een snijder heet gewestelijk ook wel schreur [kleermaker]. Ze gebruiken Spaans krijt (kleermakerskrijt, Venetiaans krijt – om af te tekenen). Dat geldt evenzo voor Chinese speksteen (beeldsteen, agalmatoliet, pagodiet, wassteen, steatiet – met speksteen teken je op glas). Bij strossen gebruik je de tafellakensteek (negsteek,
ik-en-jijsteek, overhandse steek – om zelfkanten te verbinden
). Een tailormade is een damesmantelpak, gemaakt door de kleermaker. De vestiarius (meervoud: vestiarii) werkt in het klooster [zorg voor kleren, misgewaden, etc.]. Een zwartwerker [maakt gelegenheidskleding voor heren] kan heel goed ook witwerker [betaalt legaal belasting] zijn.

2. Metaalbewerkers kunnen heel wat materialen aan: albionmetaal (lood met een dunne laag tin), Algerijns metaal (witte legering van tin, koper en antimonium of antimoon), antifrictie- [wrijving verminderen] en babbittmetaal [witte tinlegering met antimonium, lood en koper], bathmetaal (zink en geelkoper), brittanniametaal (brittanniazilver = zilverwitte legering van tin met messing, antimonium, lood of bismut – let op: Britannia), christoffelmetaal (verzilverd nieuwzilver = verzamelnaam voor legeringen van koper, zink en minimaal 5% nikkel), goudmetaal (een goudkleurige alliage), halsmetaal (lagerbrons – voor lagers – ook legerbrons!), hardmetaal (een metaalcarbide (carbide = verbinding van koolstof met een metaal of met silicium) voor snijdende randen), konelmetaal (legering van kobalt en nikkel met wat ferrotitaan), half- (kijk bij het lemma 'zilver', daar thans niet meer 'halfedel' – wel halfedel i.v.m. adelstand) en onedele metalen, monelmetaal (nikkel, koper en ijzer), mumetaal (ijzer met nikkel en een weinig molybdeen, koper of chroom), ook niet-metalen als chloor, een non-ferrometaal (bevat geen ijzer); prinsmetaal (prinsrobertsmetaal, koper en zink) lijkt op goud, reclametaal is geen metaal, rosemetaal (tin, lood en bismut, voor clichés), speculum (spiegelmetaal, koper en zink), amalgama (amalgaam, stereotypiemetaal – metalen letterplaten), sterrometaal (smeedbare koper-zinklegering), widiametaal (vooral wolfraamcarbide in een kobaltmatrix) en woodsmetaal (bismut, tin, lood en cadmium), dat een laag smeltpunt heeft.

3. Een metaalbarometer (doosbarometer) is een aneroïdebarometer. Sommige voorwerpen krijgen een tefal- [thermoplastische kunststof, vergelijk teflon] [tef­lon + alu­mi­ni­um] of metaalcoating. Werkt hij in de groot- of in de kleinmetaal(industrie)? Roest is een soort gehydrateerd ijzeroxide. Een metaalplastiek is een metaalsculptuur. Metaalbeits is een vloeibare stof en tast de oppervlakte van metalen aan.
Tetra-ethyllood is een voorbeeld van een organoloodverbinding (een klopmiddel). Het aes triplex is een sterke wapenrusting. Engelse aarde is een donker-asgrauwe of bruinachtige delfstof. Met een acetyleenbrander snij(d) ik metaal. Een alcoxide is een alcoholaat. Anataas is een dioxide van titanium. Een guts is een beitel (holijzer). Het biljoengoud is een goud- of zilveralliage. Het blanchement is de plaats waar de te munten metaalschijven vooraf mechanisch of chemisch gereinigd worden. Boor (borium) met atoomnummer 5 en symbool B is een niet-metaal. Een verbinding ermee is een boride [Bh, 105 is bohrium]. Boulewerk is inlegwerk van dunne reepjes of blaadjes metaal in hout. Een bracelet is een armband van edelmetaal (GB -VD alleen bij lemma 'edel' nog edel metaal = edelmetaal!). Een bracteaat is een munt uit de middeleeuwen, maar ook een plant: voorzien van bracteeën (= schutbladen).

4. Werken voor een braspenning is voor een minimale beloning. De oorspronkelijke braspenning werd geslagen door Jan zonder Vrees. Brokaat is gekleurd papier met figuren in metaalpoeder. Een broots is een trekfrees. Calx is een poedervormig residu uit metaaloxiden. Een chelaat is een verbinding met in de molecule een ligand(e) (= aan een centraal atoom gebonden). Ken je de chinhydronelektrode = een metaal in een verzadigde oplossing van chinhydron in water? Cloisonné [van email: verhoogd] en champlevé [verdiept] zijn antoniemen. Met een cachet-crampon (crampon = sluitplaatje) sluit je een brief. Wat doe je met een drijfbeitel [metaalbewerking]? Ebaucheren is een model in was of klei maken voor een beeld in marmer of metaal. Het EDTA [ee-dee-tee-jaa] is
e
thyleendiaminetetra-azijnzuur [om metaalionen te verwijderen]. Bij de fischer-tropschsynthese [productie van vloeibare en gasvormige koolwaterstoffen] worden metaalkatalysatoren gebruikt. Een flightcase [zware met metaal versterkte koffer] gebruik je voor kwetsbare apparatuur.

5. Ftalocyanine is het tetra-azatetrabenzoderivaat van porfyrine, toch?. Het groengoud gebruik je als bladmetaal. Een haloïde is een metaalzout van een halogeen. Heavy metal is harde hardrockmuziek. IJzerniobaat is columbiet. Hobben is bewerken met een hobstempel. Hydrothermale modder tref je aan in onderzeese groeven. Een ingot (baar) is een blok metaal. Inlegwerk (synoniem: intarsia, marqueterie) is een mozaïek van metaal. Een inro (netsuke) is een zegeldoosje (ook: gordelknoop). Jingles zijn bijgeluiden (nee, dit betreft niet: het zoemen!) van mechanische muziek. Karatering (witte, rode of gemengde) is vermenging van goud met een ander metaal. Kanonspijs [kanonmetaal, geschutbrons] kun je niet eten. Kathodoluminescentie is uitstraling van licht. Een kornnagel is een keurnagel (center, centerpons voor putjes in metaal). Je hebt klinkklaar goud, klinkklare boter en klinkklare onzin. Een metaal kan koudbros [na gloeien wel goed smeedbaar] zijn. Een kristalliet is een microscopisch klein, imperfect gevormd kristal. Legeren is alliëren (amalgameren).

6. Het (de) lurex is goud-, zilver- of bronskleurig garen uit metaal. Het lustre is metaalglazuur op keramiek, bijvoorbeeld in een lustre [bnw.] jasje [ook lustrejasje, znw.]. Mercantilisme meet rijkdom aan edelmetaal. Kwikzilver heette ook wel mercurius. Metalliseren is tot metaal maken, een metallo is in het Belgisch-Nederlands een metaalarbeider. Mica is glimmer. Nichroom bestaat hoofdzakelijk uit nikkel en chroom. Het niëllo is graveerwerk in blanke metalen. Oxaalzuur (ethaandizuur, zuringzuur) is een kristallijne stof, die meestal als een dihydraat in veel planten voorkomt, dikwijls als monometaalzout.

7. Het PAN [pee-jaa-èhn] is het peroxyacetylnitraat, maar ook een personal area network. Het pyridylazonaftol (symbool, ook: PAN) is een indicator bij titraties van metaalionen. Metaalcomplexen van porfyrine komen in de natuur voor. Het peruzilver heeft weinig zilverwaarde (2%). Dit piccolootje is een fluitje van metaal (maar niet: van een cent!). Pleet is metaal met een laagje edelmetaal overdekt. Een arts gebruikt een plessimeter bij indirecte percussie = erop kloppen. In België staat pmd [pee-jèhm-dee] voor plastic flessen, metaalverpakkingen en drankkartons. Pyriet is zwavelkies (erts: één atoom ijzer met twee atomen zwavel). Het repoussé is een decoratietechniek voor plaatmetaal (achterzijde inhameren = voorkant in reliëf).

8. Robineren is geeletsen [glas overtrekken met poedervormige verfstof]. Rodium heeft symbool Rh en atoomnummer 45. Met een roulette maak je stippellijnen in metaal (vooral bij de crayonmanier = etstechniek: effect van krijtlijnen en vlakken). Rubidium (Rb, 37) en ruthenium (Ru, 44) schelen in atoomnummer zeven plaatsen. Radiolampen schoperen (scoperen) is ze vlamspuiten. Schroot is staal- of ijzerafval. De seizing is een reep pakkingstof tussen twee metaalvlakken. Shredderafval ontstaat bij gebruik van een shredder [mokermolen voor autowrakken, ook: papiervernietiger]. Een
sla-emmer aan de arm hebben is met een meisje gearmd lopen. De smeetang (smeedtang) is de tang der smeden. De stem van Stentor (hij was een van de Grieken voor Troje) klonk als metaal en zo luid als die van vijftig anderen; daarnaar is de stentorstem dan ook genoemd. Bij de sterkearmschaafmachine staat het werkstuk stil [beitel aan het uiteinde van een arm – voor klein werk]. Sterlingzilver (standaardzilver) bevat 92 procent zilver.

9. Strontium, een zilverwit onedel metaal, heeft atoomnummer 38 en symbool Sr. Thermiet is een mengsel van metaaloxiden en aluminiumpoeder: vergelijk het thermietprocedé [aluminium als reductiemiddel voor metaaloxiden]. Tinol is een metaalmengsel van tin, lood en een vloeistof, direct gereed voor solderen. Transmutatie is het veranderen van een metaal in een edeler (doel van de alchimisten of alchemisten). Het uranyl is de atoomgroep UO2 [uu-woo-twee] (U, uraan, 92). De voltameter (geen voltmeter!) wordt in dezelfde context gebruikt als de coulombmeter (meten elektrische stroom). De wervelstroom is een door een bewegend magnetisch veld in een stuk metaal geïnduceerde stroom, de stroom van Foucault (ook: Eddy). Met een wijer wordt het gat in de steel van een pijp geboord. De man was witgloeiend (witheet) en het metaal was ook witgloeiend; men liet het in koud water schrikken. Zaponvernis is een dikvloeibare oplossing van cellulosenitraat in amylacetaat met aceton. Zeefdruk wordt ook serigrafie genoemd. Zijgen van gestold vloeibaar metaal wordt ook segregeren [ontstaan van plaatselijke verschillen in de samenstelling] genoemd. Zilver is een chemisch element uit de elfde groep van het periodiek systeem, atoomnummer 47, een edelmetaal (eigenlijk: half edel = (VD) halfedel – maar dat alleen m.b.t. de adel) met het hoogste geleidingsvermogen voor warmte en de kleinste soortelijke weerstand van alle metalen (symbool: Ag [aa-gee] - argentaan is nieuzilver).

 

 


maandag 27 juni 2022

2783 Dictee donderdag 30-06-2022 (1) – dictee Dictee van de dag (620) √ x

Dictee – dictees [2783]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 237, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (620)

Beroepen (2): de lettergieter (hij grijpt ook lettergrepen), de letterzetter, de meubelmaker, de (hoef)smid, de zuivelbereider, de vuurwerkmaker en de katoenplukker

Zie ook blogpost 2784! 

1. In 'aarzelaar' zit een sjwalettergreep. Een sjwarts is trouwens een orthodoxe jood en een versjwartster nar is een dwaas, een idioot. De apostrof is het afkappingsteken. Aso en lesbo zijn afko's. Ambisyllabisch is tot twee verschillende lettergrepen behorend. De amfibrachys is een drielettergrepige versvoet [kort-lang-kort]. Een anaclasis is een woordspeling. Een antepenultima is een voorvoorlaatste lettergreep, de penultima de voorlaatste [en de ultima de laatste]. In bacchische verzen wordt telkens een korte lettergreep door twee lange gevolgd. De 'ut' is de eerste aretijnse lettergreep, genoemd naar Guido van Arezzo. Een redondilla [lj] is een van nature Spaanse dichtvorm met rijmschema 'abba' [aa-bee-bee-aa].

2. De cambozola is een Duitse blauw-witte schimmelkaas van gepasteuriseerde koemelk; de naam is ontstaan uit camembert en gorgonzola. Een charade (logogrief) is een lettergreepraadsel. Een choriambus is een antieke vierlettergrepige versvoet. De custos (custode, reclame die met meervoud: alleen n! – verder: s) is de bladwachter. De drielettergrepige dactylus klonk door- en doorkoud [dubieus: door en door koud]. Garamond (garmond = lettersoort van
9 punten
) is naar een Franse lettergieter genoemd. In diens vak gebruik je ook een gegate lepel [met gaatjes]. Het schrijven van 'filoge' voor 'filologe' is een voorbeeld van haplografie [schrijffout: weglating]. Bij haplologie laat je een lettergreep weg: 'heilegeest' in plaats van 'heilige geest'. Een voorbeeld van dittografie [schrijffout: dubbel schrijven] is het schrijven van 'kotter' in plaats van 'koter'. De hendekasyllabus (hendekasyllabe) is een elflettergrepig vers in de Italiaanse poëzie. Het ritme is de cadans. Rijk rijm is rime riche [gelijkrijm, lettergreeprijm zoals in genomen/vernomen en ligt/licht]. Het woord 'alchemie' (alchimie) heeft een prothetische beginlettergreep (het onlogische 'al').

3. Het hiragana is het Japans lettergrepenschrift in cursieve vorm, het katakana dat in hoekige vorm. Jozozout is een lettergreepwoord van jodium en zout. Justificatie is het vergelijken van een nieuwe letter met de matrijs [holle vorm]. De knop is een stukje overtollig gietsel onder aan een pas gegoten letter (een gies, bij junks zijn knoppen echter: mescaline – lijkt in werking op lsd). Het letterkorps (lettercorpus) is de lettergrootte. Bij het melismatisch gezang zing je verschillende noten op één enkele lettergreep, bij het syllabische gezang slechts een. Een mesostichon [naamdicht met middenletters] houdt letterlijk het midden tussen een acrostichon [idem: beginletters] en een telestichon [idem: eindletters]. Napalm is een lettergreepwoord van nafteenzuur en palmitinezuur (aluminiumpalmitaat). Het nife [nie-fuh] (nikkelijzer) is een lettergreepwoord van de chemische symbolen voor nikkel (Ni
[èh-nie]) en ijzer (Fe [èh-vee]). Denk ook aan de nifeaccu
(nikkel-ferrumaccu of nikkel-ijzeraccu). Een ottava rima (meervoud: ottave rime) is een strofe van acht verzen.

4. Een oxytonon [zelf dus niet!] is een woord met de klemtoon op de laatste lettergreep. Het woord 'klemtoon' is er dus zelf geen. Paralexie [leesblindheid] lijkt ernstiger dan het dyslectische probleem bij dyslexie [woordblindheid, letters verwisselen, etc.]. Welke spondeïsche [versvoeten van twee beklemtoonde lettergrepen - of: lang - lang] verzen ken je zoal? Een tachotype (velotype) is een schrijfmachine waarop men met één aanslag lettergrepen of woorden typt. Tempex (piepschuim) is een lettergreepwoord van temperatuurexpansie. Een vocalise is een zangoefening op een klinker of op de lettergreep 'la'. Verbigeratie is de voortdurende, zinloze herhaling van woorden of lettergrepen, als pathologisch verschijnsel. Een epenthetische lettergreep of klank is ingelast, zoals in 'hoenders' de d. Bisyllabisch is tweelettergrepig. Apocoperen is een slotklank of -lettergreep weg laten vallen (weglaten – eind i.p.v. einde).

5. Waren we toch helemaal de letterzetterij vergeten! Baisseren is zetsel op de juiste hoogte brengen. Distributie is op te bergen zetsel. Afgesleten of afgebroken letters gaan naar de hel (de hellebak), het is helgoed. Nu weet ik het ook, Alex [Zwalve, helaas overleden], de kastlijn is de gedachtestreep [n/s]. Het nijphoutje (nijper) is letterzettersgereedschap. Het zetsel was in pastei [overhoop, door elkaar] gevallen. De deleatur is het weglatingsteken (afkappingsteken, apostrof). Met het visorium worden de bladen van de kopij vastgezet. Er volgen nu drie regels wit. Muggen- is letterzifterij.

6. Het chippendale is een stijl in meubels, uit de achttiende eeuw, mede gekenmerkt door de sterk gebogen knieën van de stoelen en de opengewerkte, gebeeldhouwde rugleuning (de chippendales zijn gespierde, met name seksueel aantrekkelijke jongemannen). Een ebenist is een schrijnwerker in ebbenhout. De polijstschaaf dient voor het zuiver gladmaken van werkstukken. Met meubelmaken kun je als meubelmaker je vak uitoefenen. Zaling is doorzakken van planken.

7. De maarschalk was vroeger een hoefsmid, paardendokter. Denk maar aan merrie (paard) en schalk (deugniet). Een raps [geen rasp dus] is een hoefsmidsvijl om feilen bij te werken. Met een renet (hoefsmidsvijl, kromgebogen mes – vgl. krombuigen) verwijdert men het overtollige hoorn. De travalje is een hoefstal. Het paard moest er halje travalje (halsoverkop) in. Keteldoofheid is lawaaidoofheid als beroepsziekte van ketelsmeden. Een pioentje is een klein stukje zilversoldeer, gereed voor gebruik. Een torsade is in de goudsmederij een soort van cantille [goud- of zilverdraad op kleding], een zeilijzer is daar een magneet. Een vuist hanteren de scheepssmeden als zware hamer.

8. Rooms-katholieken hebben abstinentiedagen [vrijwillige onthouding, m.n. van voedsel, drank en seksueel verkeer]. Analoogkaas is imitatiekaas. Een bacteriedrankje kan de spijsvertering bevorderen. Getrouwd zijn zonder boterbriefje is in concubinaat leven. Het cirkant is een verpakking voor zuivel, een soort beker met twee rechte en twee ronde zijden. Het woord 'crèmerie' wordt in Belgisch-Nederlandse spreektaal gebezigd voor ijssalon. Een komenij was een winkel van zuivelproducten, kruideniers- en fijne vleeswaren. Een lactobacil is een melkzuurbacterie. De listeria veroorzaakt listeriose (een infectieziekte met als mogelijk gevolg meningitis). Een melksteen is een soort van jaspis. Het moermandieet zou helpen tegen kanker. De locatie van het perslokaal was niet duidelijk. In Nederland staat PZ [pee-zèht] voor Productschap Zuivel, in Vlaanderen staan PZ's voor politiezones. Retinol – alcoholische vorm van vitamine A1 komt voor in levertraan en zuivel. De rzs [èhr-zèh-tèhs] was in Nederland de rijkszuivelschool. Een smoothie is een alcoholvrije koude drank. Een veganist [vegetariër plus] gebruikt ook geen eieren en geen zijde.

9. Een cartouche is een patroon voor handvuurwapens. Een cascade is een vuurwerk dat een waterval nabootst. De hesperidenfontein is een zeker kunstvuurwerk. Een luchthuiler is een gillende keukenmeid. Je hebt lust- en ernstvuurwerk. De recul is de terugstoot van een vuurwapen bij het afschieten (en een recueuil een verzameling of bundel). Een riotgun is een schrootgeweer (sproeier). Met een telescoopvizier kun je scherp waarnemen. Een sterrenkijker, die baarsachtige vis, kan dat ook!

10. Afritti zijn de zaadhaartjes van de Egyptische katoen. De aïda (vergelijk: de Aida van Verdi) is een katoenen weefsel met kruisjes en openingen, gebruikt voor zomerkleding. Het akon is de zijdekapok. De bandanadruk is een manier van katoendrukken. Het barège is een luchtige doorschijnende japonstof. Bevertien (beaverteen) is een katoenen stof, vergelijk: moleskin. Byssinose is een katoengerelateerde aandoening [door stofdeeltjes]. Bombazijn is een sterk weefsel van katoen, vaak verward met pilo. Komt het calicot uit Calcutta? Monsieur Calicot is het prototype van de opgedirkte manufacturiersbediende. Het chino gebruik je voor uniformen, het chintz voor theemutsen en het chenille als boordsel of belegsel. Het cloqué is stof met wafeldessin. Cottonpads zijn wattenschijfjes. Diemit (diemet) is een sterke katoenen stof met keperverbinding. Egreneren is de ruwe katoen van pitten ontdoen. Het fil d'Écosse 2025 is glansgaren. Gossypol is het werkzaam bestanddeel van katoenzaadolie dat de spermaproductie remt. Het indienne (de sits) is een Oost-Indische katoenen stof. Jaconnet is fijn katoenen mousseline. Het (de) jumelkatoen is Egyptische katoen. De kaardmachine [vezels evenwijdig leggen] gebruik je voor wol of katoen. De kameez
[kaa-mies/z] is een lange, ruime bloes van Indiase en Hindostaanse vrouwen. De kurta [oe] is een vrij kort, ruim hemd van rijkversierde katoen van Indiërs en Hindostanen. Het methyleenblauw is een thiazinekleurstof. Het nankinet(te) lijkt op het nanking [Chinese katoenen stof van vale of rossig gele kleur], bijvoorbeeld gebruikt in nanking kousen [nankingkousen]. Het (de) nansoek is een licht katoenen weefsel voor lingerie. Het napolitaine is een gekeperd weefsel van strijkwol en katoen. De obi is een katoenen sluitband om een judopak, maar ook een Japanse gordel. Het orleans is een geweven stof voor vrouwenkleding. Het (de) peau de pêche is een fluweelachtige stof. Het pilo is een soort van glad fustein. De ramee [vezelstof van ramee] is goedkoper dan het (de) popeline (poplin, denk aan popelinen jurken [popelinejurken]). Renforcé is hetzelfde als madapolam [grof gekeperd katoenen weefsel]. Zijden rips [dichtgeweven geribde stof] behoort tot het ribbetjesgoed. Rosanilinekleurstof heeft als basisstructuur trifenylmethaan. Een sweater is een katoenen of acryl sweatshirt [acrylsweatshirt]. Een toile is een model van een haute-coutureontwerp. 'Zanella' is letterlijk het laatste woord van dit dictee: een meestal zwart weefsel van katoen en kamgaren in satijnbinding, vooral als voeringstof gebruikt.

 

 


zondag 26 juni 2022

2782 Dictee woensdag 29-06-2022 (1) – dictee Dictee van de dag (619) √ x

Dictee – dictees [2782]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 238, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (619)

1. De amish vormen een sekte van mennonieten (menisten, doopsgezinden) in de Verenigde Staten. De ammonshoorn [GB ook: ammonshoren] is een zeer gespecialiseerd deel van het hippocampusgebied in het limbisch systeem (verbonden met o.a. de frontale hersenschors). Ammoniumpurpuraat is murexide (purperzuur). Salmiak is ammoniumchloride. Bij amnestische afasie kun je de juiste woorden niet vinden. Een amoebeabces is een tropisch leverabces. Amoedim (VD – enkelvoud: amoed) zijn lessenaars voor de voorganger in de synagoge. A mon avis (volgens mij) rook de amontillado [zekere sherry] als amoom [balsem uit gelijknamige plant] en hij smaakte nog van geen kant ook. Aluinslib is een bezinksel.

2. De uitdrukking 'americain' is een verkorting van filet americain [maar: mal/stock américain]. Ben je op de alv [aa-èhl-vee], de algemene ledenvergadering, geweest? Met veel ambages (omhaal van woorden) betuigde hij dank. Een amict [linnen doek] is een humeraal (voor de priester). Bij het schoonrijden maakte ze een amorboog [figuur bij schoonrijden = kunstrijden], kijkend naar de amor aan de wand, een Amorfiguur (een amor). Priesters hebben wellicht een aangeboren amor Dei [liefde tot God]. Hij heeft zijn positie amore et labore (door liefde en arbeid) bereikt. Zijn Zuster Theresa [2025: Moeder Teresa en moederteeresasyndroom] en Gandhi amores (enkelvoud: amor) et deliciae generis humani, de lievelingen van de mensheid? Amor himself schiet met amorspijlen. Het AMP [aa-èhm-pee] is het adenosinemonofosfaat. De ampèrage geeft het aantal ampères weer. De term 'ampersand' is een verbastering van 'and per se and' en is een drukkersterm (&, en-teken, et-teken). De amphigouri[‘s] is een nietsbetekenend (nietsbeduidend) gedicht. Een amsterdammertje is onder andere een soort van Goudse kaas. Een amulet is een fylacterion (talisman, totem). Een amuse-gueule is een appetizer [klein hapje of drankje vooraf]. De amusie is toondoofheid en de amv
[aa-èhm-vee] is de algemene muzikale vorming.

3. Een anaalplug is een buttplug [soort dildo = kunstpenis, godemiché]. Een ana [letterwoord] is een meisje dat lijdt aan anorexia nervosa, een anorectica dus. De duim van de anachoreet (kluizenaar) zweerde, maar hij zwoer bij de anabole steroïden. De zalm is anadroom [rivier opzwemmen], of misschien toch catadroom [afzwemmen]? Het afvalwater wordt anaeroob gezuiverd [organische verontreiniging omzetten in methaangas]. De anakoesie is absoluut gehoorverlies. Een anafylactische shock kan bij herinspuiting van hetzelfde soortvreemde eiwit optreden. Een analist voert een analyse uit, een analysant(e) ondergaat een psychoanalyse. Chrestomathieën zijn analecten (analecta, bloemlezingen). De anastatica is de roos-van-jericho (dus niet: ster-van-bethlehem – [GB]). Herken je het anapestische: 'Kan het zijn, dat de lier, die sinds lang niet meer ruiste' (Da Costa's versregel) [anapest – drielettergrepige versregel kort-kort-lang]? De anaptyxis is de svarabhaktivocaal ('melluk'). Het anarithmon gelasma is de eindeloze deining van de golven der zee. Engeland is 'a nation of shopkeepers' [winkeliers].

4. Anatto (orleaan, bixine) is een plantaardige kleurstof. Een anbi [letterwoord] is een algemeen nut beogende instelling. De
Belgisch-Nederlandse oudgediende, de ancien, had een hoge anciënniteit. Het ancien régime trof je aan voor en na de Franse Revolutie, dat was een meer gematigd regime (regiem). Wijsbegeerte is de dienstmaagd van de godgeleerdheid, de ancilla theologiae. Ik zeg het een- en andermaal: "Je bent geschift". Eenmaal, andermaal, ten derden male: verkocht! Andersbegaafd is een eufemisme voor minderbegaafd. Het sint-andrieskruis is het andreaskruis, een X-vormig kruis bij overwegen(! - over de spoorlijn). De andromeda is de lavendelheide (rotsbes) [en de Andromeda een sterrenbeeld op het noordelijke halfrond]. Trek je anekdoteboek [n/s] eens open voor een goede grap. Anerytropsie is roodblindheid.

5. De angelieke [engelachtige] musica bespeelde haar angelica [luit]. Angina is keelontsteking, angina pectoris hartbeklemming (hartkramp, stenocardie) en angina temporis is gebrek aan tijd (tijdnood). De anglaise is een 18e-eeuwse Engelse dans. Een angry young man is een kunstenaar of schrijver. Het angostura-elixer [ook: -elixir] komt uit de bast van een Zuid-Amerikaanse boom. Toen zijn angstgegner als allereerste uit het gelode buisje geloot werd, kreeg hij spontaan stress- en angstdiarree, alle angstmanagement ten spijt. Anxiolytisch is angst tegengaand, angstwerend. De angwantibo is de beermaki, een soort van halfaap. In de indianentaal Tupi heet de slangenhalsvogel anhinga. Toch hebben anhidrose [ontbreken zweetsecretie] en anhydride [verbinding die door verlies van water uit andere stoffen ontstaan is] wel iets gemeen, maar wat? Toch zeker de eerste drie letters … Een anijspeper is een szechuanpeper. Een amorce is een klappertje, een papieren slaghoedje. De amour du blâmable is de verderfelijke liefde voor de onderwereld. De angalampoe is in Suriname de Chinese roos. Hun gemoed was zuiver, ze waren animae (enkelvoud: anima) candidae (enkelvoud: candida): zuivere karakters.

6. Mijn boezemvriend noem ik mijn animae dimidium meae. Een animal scribax (meervoud: animalia scribacia) is een dwangschrijver [dwangmatig]. Hij deed het animo deliberato, met voorbedachten rade. Anisool is fenylmethylether, anisocorie is de ongelijkheid in grootte van iemands pupillen. Een kruising à niveau is gelijkvloers, is dat ook platvloers? Het Anjerfonds (Prins Bernhardfonds) is verbonden met prins Bernhard, de Anjerrevolutie is gelieerd aan Portugal (april 1974). Een anyumara is een zekere grote Surinaams-Nederlandse zoetwaterroofvis. De Egyptische ankh is een sleutel- of hengselkruis. Met annexe zaken is cum annexis. Sinds anno dazumal is Breskens al niet meer zelfstandig. De Annunciatie is de rooms-katholieke
Maria-Boodschap. Anni mirabiles (enkelvoud: annus mirabilis = wonderjaar) en anni horribiles (enkelvoud: annus horribilis = rampjaar – vgl. Rampjaar 1672) zullen elkaar als regel afwisselen. Een anofeles is een malariamuskiet.

7. Een in de anonimiteit verdwenen anonymus, is dat zoiets als een anonymus in libro non edito [een ongenoemde in een niet-uitgegeven boek]? Veroorzaken anorexantia (eetlustremmers, enkelvoud: anorexans) nu anorexia [broodmagerheid]? Het anorthiet [natuurlijk aluminiumsilicaat van calcium] behoort tot de familie der plagioklaasveldspaten. Vond in 1633 ook al een anschluss plaats [geen idee]? Je schrijft wallingant, intrigant en flamingant, maar, overigens ook met 'zj' [zèh-tjee] uitgesproken, sergeant en arbitrageant. Antarctica, de Antarctische landmassa, ligt in antarctis [zuidpoolgebied]. Bij een centraal antennesysteem [cai = centrale antenne-inrichting – CAI = computer-aided instruction - see-jaa-ie] ligt een (verder) antenneverbod voor de hand. Het anthem, is dat het clublied? Ja. Het ABS [aa-bee-jèhs] is het antiblokkeerremsysteem (antilock braking system). Een anticoagulans is een bloedverdunner (antistollingsmiddel). Met een antigeweldschip(!) kun je niet varen. De hemistichomythie (antilabe) is een passage in een drama, waarin twee sprekers om beurten telkens een half vers (hemistiche) zeggen. Een monoklonaal antilichaam wordt voortgebracht door een
type B-lymfocyt. 1000 [in cijfers] is de antilogaritme van 3 [in cijfers – grondtal is 10 ...]. Antimoonoker is cervantiet (Sb2O4)
[èhs-bee-twee-joo-vier]. Een antimycoticum is een antischimmelmiddel. Had hij een antiqua (een Latijnse staande drukletter) in de hand?

8. Zij was een antireclame voor de antirimpelcrème. Dankzij voldoende antitrombine [eiwit in bloedplasma dat de bloedstolling remt] in het bloed leeft hij nog. Antisemieten en antisemitisme zijn tegen de Joden gericht. Geef mij maar een anisetje, een glas anisette [witte onschuld, anijslikeur - anisettetje]. Zijn mijn anklets (sokken) al droog? De antifouling [verf of coating] moet de scheepshuid of offshoreconstructie beschermen. Heeft zij een annuïtaire hypotheek [jaarlijkse vaste som aan aflossing + rente]? Vertelt de (geïmplanteerde) antennespriet [niet in wdb.] waar de antilopehaas zich bevindt? Een welsprekend man een Cicero noemen, is een antonomasia. De antroponymie bestudeert antroponiemen (persoonsnamen). Een anxiolyticum is een angstwerend middel. De ANWB [aa-èhn-wee-bee] was oorspronkelijk de Algemene Nederlandsche Wielrijdersbond (nu: Koninklijke Nederlandse Toeristenbond-ANWB).

9. Hij ging à outrance, tot het gaatje. Kunnen Parijse apachen en indiaanse Apachen ook de apachedans uitvoeren? Obsidiaan [zwart of grauw vulkanisch glas] is apachetraan. Een apartotel is een aparthotel. Vader, à pas de géant (met reuzenschreden), en moeder, à pas comptés (met afgemeten schreden), beenden eropaf (GB: erop af). Het apenbrood van de baobab [apenbroodboom] was vergiftig (giftig = toxisch), we schrokken ons een apenhoedje. Apofthegmata (apofthegma's) zijn zedenspreuken. De APM [aa-pee-jèhm]
(anti-personnel mines) is een antipersoneelsmijn. Toen kon hij à plus forte raison (met des te meer reden) naar de rechter stappen. Het à point gebakken vlees is binnenin nog rood. De apollo was van een apollinische schoonheid, zeg maar: hij was als Apollo. Hij had de drankfles à portée (binnen bereik), maar zag daar zelf de portee (reikwijdte) niet van in. Een voorbeeld van aposiopesis is: 'Ik zal ze!'. De zwaardlelie (gladiool, gladiolus) wordt ook wel twaalf apostelen (apostels) of twaalf-apostels (alle niet meer in VD) genoemd. Waarom schrijf je a posteriori en a-posteriorisch zo?

10. Het Apostolaat des gebeds is een geestelijk genootschap. De Hongaarse vorstin mocht heel lang geleden de titel Apostolische Majesteit (rex apostolicus) dragen. De Apostolische Kamer heeft de zorg voor de goederen en rechten van de Heilige (de Apostolische) Stoel. De 'apostolische vaders' is de aanduiding voor zeven kerkvaders. Zouden ook de apostolische gemeenten de apostolische geloofsbelijdenis aanhangen? Een farmacopee is een apothekersboek. Apotropaeïsch is afwendend, bezwerend. Appeler un chat un chat is het kind bij de naam noemen. Ik drink alleen wijn met de aanduiding A.C. [aa-see], appellation contrôlée. Het appeltje der liefde (oranjeappelboompje) groeit wel, maar je kunt het niet eten. De appestaat is het eetregelcentrum in de hersenen. Een applement vult een hoek aan tot 360 graden (vergelijk complement (90) en supplement (180)). GB geeft alleen appliqueren (VD ook: appliceren – 2021: GB ook!), naast applique en appliqué (versiersel).

 

 

 


zaterdag 25 juni 2022

2781 Dictee dinsdag 28-06-2022 (1) – dictee Dictee van de dag (618) √ x

Dictee – dictees [2781]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 239, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (618)

1. Het hylozoïsme is een monistische leer van de oude Ionische [hoofdletter I!] filosofen [alle stof leeft en alle leven is aan stof gebonden]. Zij won de achtste finale en de kwartfinale, maar verloor de halve finale. De apicultuur is de bijenteelt. Hij zag dat ik haar vasthad en vasthield. Op Koninginnedag [Koninggsdag] gingen we apies kijken. Ons eerste team, onze A-ploeg, heeft gewonnen. De lomperd benadrukte het met veel aplomb. In Nederland is een apo [aa-poo of aa-pee-joo] een arbeidsplaatsenovereenkomst. Als je eind voor einde zegt is dat een apocope (dat woord heeft 3 meervoudsvormen volgens VD, volgens GB echter niet die op n – 2021 wel!). De apokoinou is een zinsconstructie waarin een woord of een woordgroep tegelijkertijd deel uitmaakt van twee syntactische verbanden. De trui was antracietkleurig.

2. Een ap [aa-pee] is de anus praeternaturalis, een kunstmatige uitgang. De chirurg bracht al veel ap's aan. Een apc'tje [aa-pee-see] bevat acetosal, fenacetine (vroeger met 'ph'!) en cafeïne. Hij kreeg er een in het café. Wat hebben apenjaren en apenstaarten, dat apegapen, apekool, apelazarus, apetrots, apezat en apezuur niet hebben? Juist, de tussen-n! Zij hield à peu près (ongeveer) dertig katten. Laten we maar verdergaan en verder werken. Approaches zijn slagen in de richting van de green bij het golfen, een approche was een loopgraaf. Hier was geen approuvement (approbatie) van de bisschop voor nodig. De apraxie is het onvermogen tot het uitvoeren van doelgerichte bewegingen. Het is 'take it or leave it', 'à prendre ou à laisser' (graag of helemaal geel zei mijn opa altijdniet – ik denk: van geheel). In 1853 keerde de protestantse Aprilbeweging zich tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland.

3. Après coup (achteraf beschouwd) had de aftersun (de après-soleil) na het après-skiën niet goed gewerkt, après tout (alles welbeschouwd, after all). Een apso is een Tibetaanse leeuwhondje. De apsis (abside) is de halfronde of veelhoekige uitbouw van het kerkkoor. Waarom schrijf je het meervoud als a priori's, maar het adjectief als
a-prioristisch? Bij het a prima vista (op het eerste gezicht, van het blad af) zingen raakte ze van haar à propos. Zijn afgezette pink werd op aqua fortis (sterkwater) [aaneen!] gezet. Ogen reinigen doe je (maar één keer – althans steriel) met (hetzelfde) aqua destillata. Je bent bij mij apud novercam queri (aan het verkeerde adres), dat had je al a puero (van kindsbeen af, van jongs af aan) kunnen weten.

4. Een aquarist houdt zich bezig met zijn aquarium, een aquarellist met zijn aquarellen. De Waterman (Aquarius) staat in de dierenriem. Aqua vitae is brandewijn, aquavit is aguardiente (eau de vie), een Scandinavische sterkedrank (GB ook: sterke drank), gedistilleerd uit graan en aardappelen. Zie daar, die arabeskenversiering! A quoi bon (cui bono, waar is dat goed voor)? Het ging mis, à qui la faute (wiens schuld is het), die van Kemkers of die van Kramer (OS 2010)? De arabinose is een monosacharide met aldopentosestructuur, waarvan in de natuur beide enantiomeren, D- en L-arabinose, voorkomen (bent u er nog?). Arabia felix is het schiereiland Arabië, Arabia petraea is het gebied van de Sinaï. Een araucaria is een apenboom.

5. De aravot (van de beekwilg) worden gebruikt met Soekot. Arbeid adelt, maar adel arbeidt niet. De adv [aa-dee-vee] is de arbeidsduurverkorting (zie ook: atv – t = tijd). De arbiter elegantiarum (arbiter elegantiae, elegantiarum arbiter, elegantiae arbiter; het meervoud van de eerstgenoemde vorm met arbiter is arbitri) is de persoon die de toon aangeeft in mondaine kringen. Hij was op het feest tevens de arbiter bibendi (feestleider, meester van het drinkgelag). Het Belgische Arbitragehof ziet vooral toe op het juist uitoefenen van bevoegdheden. Waar is het Permanent Hof van Arbitrage (van Internationale Justitie) gevestigd? Vredespaleis, Den Haag. Paste de arboarts de Arbowet correct toe? In Nederland kende de arbvo [letterwoord] arbvonummers [van: arbeidsvoorziening] toe. Daarmee was je ingeschreven bij de RBA [èhr-bee-jaa], het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening. Het ARC [aa-èhr-see] is het aids related complex (ziekteverschijnselen bij aids). Een arcadia, een herdersroman, beschrijft het land van onschuld en vrede (Arcadia, Arcadië ligt op de Peloponnesus). De arcana coelestia zijn de hemelse geheimen, de arcana imperii de staatsgeheimen en de arcana sacra de heilige mysteries. Een arc de triomphe (meervoud: arcs) is een triomfboog.

6. Een archeopteryx is een vogelsoort uit het juratijdperk. Kom je in de Bijbelse archeologie ook archeo- en neofyten (oude en nieuwe cultuurplanten) tegen? De archiefrat [wetenschapper die veel in de archieven zit] brengt geen besmettelijke ziekten over [hoogstens die van het archiefrat(-) zijn]. Vakantie, à ravir (verrukkelijk)! Een arbitrageant doet soms in wissels, maar een
valuta-arbitrageant weer niet. Archonten waren overheidspersonen in het oude Athene. Gewezen archonten vormden het hoogste gerechtshof in het oude Athene, de areopagus. Stelt de Arctische (boreale) flora en fauna in de buurt van de Arctische cirkel nog wat voor? Ouderdom leidt tot en de oudere lijdt aan de arcus senilis, een kring om de pupil van het oog. Een ardenner behoort tot een ras van kleine Belgische trekpaarden. Bij het ARDS [aa-dee-jèh-rèhs] (adult respiratory distress syndrome) zijn je longblaasjes beschadigd. De amante (minnares) sprak ardentia verba (vurige, hartstochtelijke woorden). Is chorologie echt hetzelfde als areaalkunde [betreft aardoppervlak]?

7. De toenmalige plaatsgenoten van Vincent van Gogh heetten Arelaten (kwamen dus uit Arles). De Arend is een sterrenbeeld aan de rand van de Melkweg. De aretijnse lettergrepen als 'ut' hebben we aan Guido van Arezzo te danken. Het argent comptant (kasgeld) was ontoereikend. De ARGO [letterwoord] is in België de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. Een argumentum ad rem raakt de zaak zelf, in tegenstelling tot een argument ad hominem (dat is op de man af). Wie wordt graag met argusogen bespied? In een aride [droog, dor] klimaat heerst ariditeit. De ariary is de munteenheid van Madagaskar [symbool: MGA]. Argyrie is zilververgiftiging.

8. Een arietta (ariëtte) is een kleine aria. De aristolochia is de pijpbloem. Een aristoteliaanse is een peripatetica. Aritmetica is rekenkunde. Een armen-en-benenboot is een schip met een lading rondhout. De armenocide is een vergeten genocide. De armes parlantes zijn een familiewapen waarvan de voorstelling zinspeelt op de familienaam, bijvoorbeeld een os voor Van Os. In een armidatuin, een tuin van Armida, kun je toveren. De aron hakodesj is de heilige ark in de synagoge, een kast waarin zich de thorarollen bevinden. De aronskelk heeft nog een andere schrijfwijze, althans volgens van Dale [aäronskelk], de aronsbaard niet. De aronsstaf (niet meer in VD) is de koningskaars.

9. Hij luisterde arrectis auribus, met gespitste oren. Bij het schermen is een arrêt een tegenaanval. Arrivederci Roma, tot ziens Rome! Zij verwarde – ze kende immers geen Latijn – de ars antiqua (Franse polyfone muziek uit de dertiende eeuw) met de ars amandi, de liefdeskunst. Arsenicumkies [zilverwit tot staalgrijs mineraal] is mispickel, arseniet is het zout van arsenigzuur. De art-brutvoorwerpen (van primitieve of pseudoprimitieve kunst – art brut) passen niet bij de art deco. Het gebouw heette 'Arti et amicitiae': aan kunst en vriendschap gewijd. De kunstmatige intelligentie [ki], de artificial intelligence, kort je af met AI, net als Amnesty International. Wat was zij à rebours, tegendraads (averechts). Die brief werd a remotis (terzijde, apart - in het ronde archief, de prullenbak) gelegd. Arma Christi zijn rooms-katholieke passiewerktuigen. De arni is de waterbuffel en de arnica is de wolverlei (het valkruid). Een arrière-goût is een onaangename bijsmaak, een arrière-pensée een (verzwegen) bijgedachte.

10. Die arthuristica verslindt Arthurromans. Kijk daar, een artist's impression van de wolkenkrabber, de skyscraper. Is een artium liberalium magister [meester in de vrije kunsten] een
art-nouveaukunstenaar (in een art-decotijdperk – art nouveau en art deco)? Is de art pompier [salonschilderkunst van ca. 1870-1915] hetzelfde als de artprint [met computer gemaakte prent]? Artrose is gewrichtsslijtage. Met de afko artt. [voluit uitspreken] kort je 'artikelen' af. Een florin is de Arubagulden, de munteenheid aldaar. Een arve (naam afkomstig uit het Zwitsers-Duits) is een alpenden. Een aryballus is een oliekruik, het aryl een organisch-chemische groep en het aryn een kortlevende aromatische verbinding. 'Wie van as is, was'
(V. Vroomkoning). Tefra is vulkanische as. Ja, toen het te laat was, was hij de sadder-and-wiser
(sadder-but-wiser) persoon. Wil je mij asap [acroniem, letterwoord – as soon as possible] doen weten of de asam echt een tamarinde is [ook: assem, asem]? Blauw asbest is crocidoliet, bruin asbest amosiet en wit asbest chrysotiel. Asbestkanker heet ook wel diffuus mesothelioom. Een ascaride is een spoelworm.

11. Een asdicinstallatie (anti-submarine detection and investigation committee) vind je op onderzeeboten. Het ascocarp (antoniem: basidiocarp) is het vruchtlichaam van de zakjeszwammen, genoemd naar de ascus, de cel waarin bij de zakjeszwammen (ascomyceten) de geslachtelijke sporen gevormd worden. De ascotstijl is een glamoureuze Britse kledingstijl. Ascites is buikwaterzucht. Wat hebben astrologische ascendanten [dierenriem bij tijdstip van geboorte] met ascendenten [verwanten in neergaande lijn] te maken? Sacharase is een enzym om rietsuiker te splitsen in fructose en glucose. Tryptase (sub lemma ook: trypsasegeschrapt 2022!) is een eiwitsplitsend enzym in het pancreasvocht, dat werkzaam is in de darmen. Een ases is een noot, maar die kun je niet eten. Asfyxiatie is de verstikkingsdood.

12. Een sheep in sheep's clothing is geen wolf in schaapskleren. Bij de ashrams [leefgemeenschappen India] hadden ze een asherakat (een kruising van serval, luipaard- of tijgerkat en de gewone huiskat). Wil je ketjap asin (zout) of ketjap manis (zoet)? Hij was zo geschikt als een asinus ad lyram (als een ezel tot het bespelen van een lier). Een asocontainer is een laatstekanswoning. Hij klierde de godganse dag, a solis ortu usque ad occasum (van zonsopgang tot zonsondergang). Hij koos à son aise (op zijn gemak) iets à son goût (naar zijn smaak).