woensdag 23 maart 2022

2643 Dictee vrijdag 25-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (523) √ x

Dictee – dictees [2643]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 334, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (523)

Zuid-Afrika (persoonlijke ervaringen n.a.v. dictee Kaapstad)

1. [ANSAlgemene Nederlandse Spraakkunst] Zuid-Afrika is een fantastisch land, grotesk, los van Hollandse wortels en Engelse roots en multi-etnisch georiënteerd. Je vindt er Nederlands-Antillianen, New Yorkers, Amerikaans-Samoanen, Azerbeidzjanen, Bagdadders, Centraal-Afrikanen, Djiboutianen, Equatoriaal-Guineeërs, Faeröerders, Guinee-Bissauers, IJmuidenaars, Jamaicanen, Hawaïanen, Israëliërs (Israëli's), Khartoemers, Koeweiters, Lelystedelingen, Korinthiërs, Limaërs (Limenen), Maldegemmenaren, Marshalleilanders, New Delhiërs, Ninovieters (uit Ninove), Oirschottenaren, inwoners van Plymouth, Qatarezen, Reykjavikers, redenerende Rhedenaren, Seychellers, Sierra Leoners, Sint-Pieters-Leeuwenaren, Sudanezen, (GB/VD ook: Soedanezen), Tadzjieken, Tokioërs, Tuvaluanen, Uruguayanen (Uruguezen), Veghelaars, Wervikenaars, Vughtenaars, Windhoekers (maar dat zijn autochtonen daar!), Zagrebbers, Watermaal-Bosvoordenaren, Zimbabwanen en inwoners van Yamoussoukro en Yaoundé.

2. In het feeërieke Kaapstad-Centrum, waar meest gefortuneerde Kaapstatters wonen, heb je geen idee van de townships, de krottenwijken met golfplaten op houten kotjes, waar meest niet-blanken wonen, maar waar langzamerhand mandelahuizen (niet in wdb., vergelijk vogelaarwijken) verschijnen, die de nodige voorzieningen hebben en de facto een tweekamerwoning zijn. In V&A (naar Victoria en Alfred) Waterfront is voor de toerist heel wat te beleven. Er is ook een gate(way) voor de ferry(boot) naar Robbeneiland, waar Nelson (die van die huizen) lang gevangengezeten heeft. Ook kun je er voor een helicopterview [2025 VD raar: c, maar Nederlandse uitspraak - zal opgelost worden] over de stad een helikopter – of zo u wilt: heli of helicoptère (niet meer in VD) – boeken. Het Zuid-Afrikaanse parlement zetelt ook in de hoofdstad van de West-Kaap, een van de drie provincies waarin de voormalige Kaapprovincie is opgedeeld.

3. De wijn is prima. De Kaapse wijn of kaapwijn streelt de tong. De hugenoten hebben hun kennis van wijn uit Frankrijk meegebracht. Kijk niet raar, als u de volgende wijnstokken aantreft: sauvignon, sémillon, silvaner, syrah, tempranillo, traminer, zinfandel, merlot, pinot (noir en blanc), riesling, grenache, gamay, cinsault, chasselas, cahors en cabernet. Wijnstokken brengen druiven voort en van druiven wordt uiteindelijk wijn gemaakt. Hebt u alle soorten al geproefd: zwijmelwijn, vouvray, vonkelwijn (echt uit Zuid-Afrika; proeven doe je met een
taste-vin
), vintage port, vinho verde (Portugees), spätlese, slobberwijn, silvaner, sherry, sekt, sauternes [zelfde mv.], saupiquet, sangria, samos, saar- en rijnwijn, rosé, rioja, rijstwijn, rhônewijn, riesling, retsina, reserva en crianza, prosecco, een premier cru onder de pleegzuster bloedwijnen, een okshoofd muskaatwijn – of was het muscadet [ook: muskadel]? – naast mirre- en mirtenwijn, made(i)ra [uit Madeira], malaga, lambrusco, lacrimae christi, kir royal, 'een goed glas wijn' is een hypallage [VD, mv. s], chateau migraine is hoofdpijnwijn, gewürztraminer, een demi-sec cyperwijn, cava (via de méthode champenoise geproduceerd, dus niet via de méthode traditionnelle - die buiten de champagnestreek), chardonnay, chianti en côtes du Rhône (rhônewijn), bordeaux, blanc de blancs met bismarckharing, bergerac, beaujolais en amandelwijn.

4. Amsterdam-Kaapstad is een langeafstandsvlucht met de KLM van wel twaalf uur. Een widebody is een vliegtuig met een zeer brede romp (geen airbus). De vliegtaks is alweer afgeschaft. Een ulv is trouwens een ultralightvliegtuig. Bij de take-off moet je het beginsel 'safety first' respecteren. Aan boord zijn de purser, de stewards en een of meer stewardessen (verkleinwoord: stewardessje; verwar haar niet met secretaresje of secretaressetje!), en hopelijk ook de piloot en de copiloten, alsmede de boordwerktuigkundige, de mecanicien. Voor skysurfen en -diven was ons toestel niet geschikt. We zijn niet in een remous [snelle stijgingen en dalingen in luchtlaag] geraakt. Ergens boven de Sahara hadden we ons point of no return [te weinig brandstof om – nog – terug te keren]. We zijn niet door de geluidsbarrière gegaan: de maximale snelheid was ongeveer acht tiende mach (afkorting: Ma, de geluidssnelheid). Een hypersone vlucht geschiedt boven mach 3. Met een lijntoestel en een charter maak je geen looping.

5. De executiveclass (businessclass) bevindt zich qua prijs tussen eerste klasse en toeristenklasse in. De afkorting f.o.p. [èh-voo-pee] betekent: free on plane. De bemanning heet ook wel crew. Er is een dashboard aan boord, maar van paradise-by-the-dashboardlight komt meestal niets terecht. Een cityhopper maakt geen lange vluchten. Aquaplaning van een ambulancevliegtuig op de landingsbaan is gevaarlijk. Een pipercub is een licht eenmotorig vliegtuigje. Polymethylmethacrylaat gebruik je onder andere voor geschutskoepels in vliegtuigen. Shimmyen is heen en weer zwaaien van vliegtuigen. Bij de stealthtechnologie creëer je beperkte radarreflectie. Een aileron [rolroer, vleugelklep] zit achteraan [voorzetsel] een vliegtuigvleugel.

6. Vanaf de Tafelberg (je komt daar met een 'hijsbakkie') heb je een fantastisch uitzicht over Atlantische en Indische Oceaan. Ook de Akropolis van Athene is trouwens een tafelberg. De bijnaam van Kaapstad is de Moederstad. De gemeente Kaapstad, het wetgevende centrum van Zuid-Afrika, telt thans [zeg: 2010] drie miljoen negenhonderdduizend inwoners. Daarvan zijn er twaalfhonderdduizend Afrikaanssprekend. Jan van Riebeeck vestigde er in 1652 een verversingspost voor de passerende schepen van de Vereenigde
O
ost-Indische Compagnie (VOC). In de Tafelbaai werd voet aan wal gezet en men begon onmiddellijk met de bouw van Kasteel de Goede Hoop. Het vijfpuntige fort werd door een wal en palissades beschermd (een zogenaamde palissadebescherming [n/s]). Cricket en rugby zijn belangrijke sporten in Zuid-Afrika.

7. Bij Groenpunt (Green Point; niet in wdb.) werd een nieuw voetbalstadion gebouwd voor het wereldkampioenschap voetbal 2010 (het WK voetbal). Mijn hotel, het Ritzhotel, stond in de wijk Sea Point (Zeepunt; niet in wdb.). Wereldberoemd zijn de Kirstenbosch Botanische Tuinen. Je vindt daar een speciaal voor Mandela gekweekte variëteit van de paradijsvogelbloem, de strelitzia. Normaal zijn de bloemen oranje en blauw, maar deze speciale soort heeft gouden (gele) bloemen. De nationale bloemen van Zuid-Afrika zijn de protea's. Kijk voor prachtige plaatjes maar eens op internet; suggestie: www.gozuidafrika.com. De vuvuzela of olifantentrompet hoor je niet veel meer in de stad.

8. Er was ook een excursie naar Hermanus, 100 kilometer beoosten Kaapstad. Aan de kust daar kun je walvissen spotten. Het is de paringsplaats voor de zogenaamde zuidkapers. De zuidkaper leeft van kleine roeipootkreeftjes en dierlijk plankton die hij met de grote bek uit het water zeeft. Hij eet ook regelmatig volwassen krill [walvisaas]. Het zijn baleinwalvissen en ze blazen een V-vormige wolk waterdamp uit. Cetaceeën zijn walvisachtige zoogdieren. De zuidkaper is samen met de bultrug een van de best bestudeerde baardwalvissen.

9. De safari heb ik gemist. Daar is met onlineboekingen voor safari's om leeuwen en impala's te zien, wel iets aan te doen. Je kunt naar het Krugerpark gaan voor een een- of tweeweekse excursie.

10. Na Mandela en De Klerk is er een waarheidscommissie ingesteld. Voor die tijd was er een blanke volksstaat. Een pijladder is razendsnel. In die tijd was er een pasjeswet. Ook in Zuid-Afrika zijn er nijlpaarden, hippopotamussen (hippopotami). Ook zijn er meerdere soorten neushoorns (rinocerossen). Het Namibische bevrijdingsleger Swapo voerde een lange, verbeten strijd. Nagana (ook: ngana) is een door trypanosomen in het bloed veroorzaakte besmettelijke ziekte. Waar woont Sarie Marijs? Daaronder bij die mielies en die groene doringboom! De Geloftedag(!) is de nationale gedenkdag in de Republiek van Zuid-Afrika. De naam van de grootste diamant ooit gevonden, luidt: Cullinan. De Bosjesmannen (ze heten ook San) vormen een dwergstam in Zuid-Afrika. De Boerenoorlog duurde van één jaar voor tot twee jaar na de negentiende eeuwwende [1900]. Black Power [VD] was de (leus van de) emancipatiebeweging van de zwarten (GB: kleine letters - voor de leus). Ik zou de beweging met hoofdletters doen en de leus met kleine letter. Conform GB dus!

 

 

 

 


maandag 21 maart 2022

2642 Dictee donderdag 24-03-2022 (2) – dictee BeNeDictee 2022-02 en 2022-03 √ x

Dictee – dictees [2642]

BeNeDictee 2022-02 en 2022-03

Het dictee moest in 2 delen (A en B) in zijn geheel worden opgeschreven (oei ... 2294 woorden). Echter, alleen de 150 ‘kernwoorden’ (vet en cursief) telden mee bij de beoordeling. Sommige stukken, waarin geen kernwoorden voorkwamen, werden alleen voorgelezen – i.v.m. de context – maar hoefden niet te worden opgeschreven. Toelichting in blauw.

Dichtung und Wahrheit (auteur: Bert Jansen)

Deel A (ochtendsessie) [81 kernwoorden]

1. Voor dit BeNeDictee (eigennaam) gaan wij ver terug in de tijd, tot vlak na de Tweede Wereldoorlog [WO II mag bij dictee niet, tenzij zo uitgesproken]. De euforie waarin de Nederlandse bevolking zich na de bevrijding [wel: Bevrijdingsdag, maar ook: bevrijdingsfeest] op 5 mei 1945 wentelde, leidde tot de geboortegolf, waar ik een product van ben. Drie jaar na de Hongerwinter [die specifieke van 1944/45 met hoofdletter, anders kleine letter], op 18 januari 1948 – de tijd dat men nog op stenen tafelen schreef – ben ik namelijk geboren, en wel in Amsterdam, Neerlands hoofdstad, dat, met heden ten dage een inwonertal van bijna 900.000, met kop en schouders uitsteekt boven de nummer twee: Rotjeknor, zoals Rotterdam met een hypocoristicon (of, met een aan het Duits ontleend woord, kosewort) [vleinaam zoals Ab en Eefje] ook wel genoemd wordt. Het dankt zijn naam aan de ligging bij een in de dertiende eeuw aangelegde dam in de rivier de Amstel. De groei zat er al snel in en kort na 1300 kreeg Amsterdam stadsrechten.

2. Januari werd toen ook nog wel louwmaand genoemd (een variant van looimaand, de maand waarin het leer gelooid werd). Volgens de republikeinse Franse kalender heet deze maand nivôse [sneeuwmaand]. Overigens heeft onderzoek uitgewezen dat in die naoorlogse tijd geconcipieerde kinderen op latere leeftijd aan ontwikkelingsstoornissen zijn gaan lijden. Mijn ADHD [ADHD- is denkbaar! – samentrekking - ligt niet echt voor de hand] en
leer- en gedragsproblemen zijn daarmee wetenschappelijk verklaard ...

3. Het geluid van heimachines begeleidde mijn opgroeien. Mijn eerste herinneringen dateren van mijn derde levensjaar. Gezeten op mijn opa’s knie speelde ik met zijn montre à tact [blindenhorloge], terwijl mijn oma op de chaise longue [ligstoel, dut- of luierstoel] lag. Op de rugleuning van zijn crapaud [beklede ligstoel, crapaudje] lag een antimakassar [kleedje tegen olie en vet in het haar]. Een
bonheur-du-jour(s) [ook: bonheur(s), salonkastje met spiegelglas], met daarin een pêle-mêle [raam met foto’s, ook bijwoord: overhoop, door elkaar] met familiefoto’s uit lang vervlogen [wel: langverhoopt] tijden, bedekte de hele wand van hun piggelmeehuisje. Heel spannend vond ik de cilinderkast met geheime laatjes, waar altijd wel een kokinje [brok suiker, babbelaar, ook: kokanje, toffee, kokindje, andere uitspraak] voor mij in lag. Uiteraard was de huiskamer nog tv’loos; de eerste televisie-uitzending dateert immers van 2 oktober 1951. In Nederland althans, want België volgde pas twee jaar later, zeg ik met enige schadenfreude [leedvermaak]. (De eerlijkheid gebiedt mij wel te vermelden dat België met de ingebruikneming [in gebruik nemen] van de eerste spoorlijn, namelijk die tussen Mechelen en Brussel, op 8 mei 1835, Nederland op vier jaar achterstand zette; te(n) onzent werd de eerste spoorlijn, tussen Amsterdam en Haarlem, op
20 september 1839 in gebruik genomen.)

4. Ik zal een jaar of tien geweest zijn, toen ik voor het eerst tv-keek [ww. tv-kijken – de toelichting in GB – ook ‘tv keek’ – tellen we niet mee en rekenen we fout … = gezichtspunt ‘preciezen’]. Er was maar één
[1 is fout] gezin met televisie in ons huizenblokje. Gezeten op het balatum (een vloerbedekking bestaande uit bitumen en guttapercha – zeker melksap – gedrenkt in vilt) keken de buurtkinderen op woensdagmiddag naar Swiebertje, Dappere Dodo, de Verrekijker en Pipo de Clown – mits de pata's [schoenen, geen papa’s uiteraard – de context ging een beetje verloren] in de gang werden achtergelaten natuurlijk. Ook Fred Kaps fascineerde mij bovenmatig. Hoe speelde hij het toch voor mekaar dat zout eindeloos te laten stromen uit dat minuscule zoutvaatje? Ook zijn publiek begreep er geen syllabe van, terwijl het erbovenop zat met zijn neus.

5. De vijftiger jaren waren ook de tijd van de gezelschapsspelletjes; aanvankelijk speelde ik fanatiek boter-kaas-en-eieren (oxo, voor onze zuiderburen); later werd er veel gerummikupt, geyahtzeed en gedominood.

6. Buiten spelen [GB ook: buitenspelen infinitief – goed rekenen, infinitief – zou dat alleen op voetbal slaan? - toch maar fout rekenen! - VD heeft het expliciet los!] deden wij echter het liefst. Voor het kubbspel [houtblokken omgooien] togen we naar het braakliggende terreintje tegenover de touwslagerij. Daar hadden we ook een baantje gecreëerd waarop gejeu-de-bould [jeu-de-boulen, jeu de boules spelen] en getai-chied [tai chi, tai-chiën, wel: tae-bo en tae-boën] werd. En omdat nog maar alleen de happy few over een auto beschikten [happy few is meervoud!], stoeprandden [ww. – eigenlijk alleen infinitief, VD = stoepen] we dat het een lieve lust was.

7. In die tijd zat er in de Amsterdamse woonwijken een winkel op elke straathoek: een groenteman, een drogist, een melkboer [alle drie: winkel of persoon!]. Ze sloten alle [winkels, maar ‘personen’ is denkbaar --- > dan: allen * - toch maar alle vanwege de winkel] om zes uur; van een 24 uurseconomie [GB, VD ook: vierentwintiguurseconomie **] was nog lang geen sprake. Toen ik onlangs – à la recherche du temps perdu (herbeleving van een lang voorbije tijd) – mijn oude buurtje opnieuw bezocht, moest ik constateren dat de winkels van weleer hadden plaatsgemaakt voor nagelstudio’s, massagesalons en wereldwinkels.

** Laatste beschouwing: volgens Taaadvies, naast 24 uurseconomie ook - niet voor dictee dus - ook 24-uurseconomie en 24-uurs economie goed.

8. Het was de tijd van verzuiling: men was rooms-katholiek of protestant – gemeenschappen die zich niet vermengden. Iedereen bleef in zijn eigen sociale bubbel, al heette dat toen anders. Op alle formulieren was een vakje waarin men geacht werd zijn of haar (in die tijd waren er nog niet meer smaken) denominatie in te vullen. Op privacyeffecten werd toen geen acht geslagen. Iedereen vulde volgzaam, zo niet soumis [onderworpen, gedwee], zijn geloof in. Niemand die op het idee kwam in te vullen: ‘Waar bemoeit u zich mee?’ Van het Suikerfeest, oftewel het Ied/Eid-al-Fitr [ie-tahl-fie-tuhr] had geen mens nog ooit gehoord, laat staan van het Offerfeest, oftewel het Ied/Eid-al-Adha [ie-tah-lah-taa].

9. Een paar dagen vóór mijn vijfde verjaardag werd mijn jongste zusje geboren. Mijn moeder lag nog in het puerperium [kraambed] toen de dakpannen om ons huis door de lucht vlogen en glasgerinkel het stormgeraas overstemde: een noordwesterstorm [noordwester is ook bn. naast zn., maar GB en VD hebben als lemma noordwesterstorm, eigenlijk is dat – (strenge) dicteeregels: alleen goed – maar noordwester storm zou denkbaar zijn] in combinatie met springtij deed in Zuid-Holland en Zeeland de dijken bezwijken en zorgde ervoor dat grote delen van ons land overstroomden. De Watersnoodramp [pas recent in VD, specifiek met hoofdletter, Februariramp] kostte aan meer dan duizend achthonderd mensen het leven.

10. Op mijn protestants-christelijke lagere school – een prima term, die nochtans in basisschool gewijzigd moest worden – werden de kindjes stilzwijgend geïndoctrineerd: de martelaren van Gorkum
[19 katholieken, door de geuzen opgehangen – VD, Gorinchem dus fout] bestonden niet voor ons; wel kregen wij diep medelijden met die arme watergeuzen, die door die vuige katholieken over de kling gejaagd werden.

11. De dag werd er met gebed begonnen, gevolgd door psalmzingen [wel: psalmen zingen], een ambigue [dubbelzinnige] term, want het is ook zeemanstaal voor het op je blote knieën schrobben van het dek met puimsteen en zand. Ook geen lolletje natuurlijk. Ook catechisatie [= cat], door ons oneerbiedig kattenbak genoemd, hoorde bij de stichtelijke opvoeding, maar was niet besteed aan deze
Groot-Mokumer [Amsterdammer].

12. Braaf bezocht ik elke zondag de eredienst, waar, ná de perikoop [Bijbelgedeelte, periscoop op onderzeeër], een lange uitleg volgde. Ik kreeg daar niks van mee, want toen was ik al ingedut, dromend van mijn dulcinea [geliefde. D… is die van Don Quichot] die ik na de dienst zou ontmoeten. Overigens keek ik in die tijd wel met nauwverholen afgunst naar de toffelemonen [Bargoens – katholieken, ook: tofelemonen, andere uitspraak]: even biechten en de weg naar het eeuwig leven lag weer even zonder hindernissen in het verschiet.

13. De wederopbouw kwam in Nederland maar moeizaam op gang. Welvaart was – ook tien jaar ná de oorlog – nog lang niet binnen ieders bereik. Ook niet binnen dat van mijn ouders. Ja, wij woonden op de bel-etage [quasi-Frans, pseudo-Frans] van een eenvoudige, maar fatsoenlijke portiekwoning en er was genoeg te eten, maar voor een koelkast (ijskast, voor sommigen) moest gespaard worden. Nederland dreigde in het prepiltijdperk qua inwonertal uit zijn voegen te barsten; de introductie, in 1962, van de anticonceptiepil – die overigens niet zelden tegen acnevorming [vetpuistje] werd gebruikt … – maakte regulering van het kindertal beter mogelijk.

14. Stagnerende welvaart, dreigende overbevolking en angst voor het communisme waren dan ook de belangrijkste aanjagers van de emigratiekoorts in Nederland, die in 1956 haar hoogtepunt bereikte. De overheid speelde hier handig op in, en startte een actieve, grootscheepse én tendentieuze campagne om mensen tot emigratie te bewegen. De emigratielanden – voornamelijk de VS, Canada en Australië – werden voorgesteld als landen (over)vloeiende van melk en honing. Een wereld van mooie plaatjes – vrijstaande huizen met een limousine [gesloten luxeauto, waarin de bestuurdersplaats van de passagiersruimte gescheiden is] voor de garage, een armidatuin [tovertuin, Armida is een tovenares] rondom en een azuurblauwe zee als achtergrond – moest de emigrant in spe [beoogd, toekomstig] rijp maken voor de landverhuizing. Velen maakten de grote stap ondoordacht. Zo ook mijn ouders. En Australië – een land met bijna tien keer meer schapen dan mensen – werd het land van belofte. De eerste cesuur [rustpunt, verssnede, breuk] in mijn nog prille bestaan ligt in februari 1960.

Deel B (middagsessie) [69 kernwoorden]

15. Op de laatste dag van die maand gingen mijn ouders, mijn twee zusjes (twaalf en zeven jaar) en ik scheep op de Groote Beer [eigennaam schip], een tot emigrantenschip omgebouwd troepenschip. Port Said, in het noordoosten van Egypte, was de eerste embarcadère [aanlegplaats]. We mochten er een dag passagieren. Voor het eerst in mijn leven zag ik mensen van kleur in het echt. Nu nóg, meer dan zestig jaar later, kan ik de geur oproepen van kruiden als ras el hanout [kruidenmengsel voor couscous], ketoembar [gemalen koriander] en koenjit [gemalen] – dat te(n) onzent ook wel kurkuma genoemd wordt – die opstegen uit de mobiele eettentjes [niet: etentjes] in de straat. De klaaglijke roep van de muezzin [moskeebeambte], die vanaf zijn minaret opriep tot gebed, en de mannen in hun witte djellaba’s (een soort kandora – lange wijde mantel) maakten mij angstig, en ik bleef dicht in de buurt van mijn ouders. Voor het eerst ook zag ik een dromedaris buiten een dierentuin.

16. Na het Suezkanaal volgde de grote oversteek: twee weken lang niets dan water. Bij het passeren van de equator [evenaar] kwam Neptunus aan boord en werd je gehansd [hanzen = dopen, inwijden, ook: henzen], wat je een heus gekalligrafeerd [schoonschrijven] getuigschrift opleverde. Pas in Fremantle (de havenstad van Perth) konden de passagiers weer debarkeren [ontschepen, van boord gaan]. Twee dagen later arriveerden we in Melbourne, onze eindbestemming. Van daaruit werden we naar Norlane gebracht, een dorp 60 km ten zuidwesten van de hoofdstad van Victoria. Daar wachtte ons een nissenhut [halfronde barak uit gegolfd plaatstaal], een variant van de romneyloods [variant van nis(sen)hut], een woord dat dankzij Bob in Van Dale staat opgetekend. Voor al te veel uitweiden over ons verblijf in down-under [andere kant aardbol, o.a. Australië] is hier geen plaats; dat bewaar ik voor een volgend dictee. Voor nu kan ik melden dat de in het vooruitzicht gestelde vrijstaande woning met uitzicht op zee nooit bereikt is. Vóór 1960 ten einde was, kwamen wij op een strowis aandrijven [arm en berooid aankomen] in de Rotterdamse haven. Een illusie armer, een ervaring rijker, een lot dat een derde [1/3 is niet goed - één ook niet - je kunt geen 'uhn' lezen] van de emigranten trof.

17. Ná de lagere school ging ik naar de mulo [meer uitgebreid lager onderwijs], een niet meer bestaande onderwijsinstelling voor kindjes die té onhandig waren om naar de technische school te gaan en té dom voor de hbs [GB: hogere burgerschool, VD: aaneen]. Het leren kon mij maar matig boeien: mijn primaire belangstelling ging uit naar biljarten – geen ankerkader 47/2 [met dunne krijtlijnen op het speelvlak], maar het simpelere carambolebiljarten (punt scoren doordat de rode bal de twee witte raakt) – en brommer rijden [los – niet in wdb., wel: autorijden – volgens de ‘preciezen’ – volgens de ‘rekkelijken’ zou brommerrijden naar analogie van ponyrijden, paardrijden en crossrijden wellicht wel kunnen ...]. Met mijn Kreidler Florett met een 50cc-motor [50 cc], dus officieel een motor, was ik de snelste van de buurt, wat destijds aanzienlijk prestige genereerde. Maar helaas was mijn gebrekkig bedrade [bedraden: van bedrading voorzien] puberbrein niet risicoavers [afkerig van risico]: met duizelingwekkende vaart nam ik de kruisingen; mijn beschermengel zat immers op de dickeyseat [buddyseat, duozitting bij de motor achterop]. Dat wil zeggen: tót het moment dat hij op een dag níét meereed. Dat was op 8 september 1965, toen zat Rob, mijn schoolbuddy [maatje], bij mij achterop. De tweede cesuur [in deel A invulwoord – maar deel A was al ingeleverd … (:-))] in mijn leven …

18. Het was een druilerige herfstdag, niet bepaald een ideale dag om een stukje te gaan toeren [toeren: ritje maken, touren: op tournee gaan]. Maar plicht riep, want ik moest mijn krantenwijk ‘lopen’ (de Nieuwe Rotterdamsche Courant [NRC], geen feuille de chou – minderwaardige krant – dus). Kort nadat ik de krant door de brievenbus geduwd had, en terwijl ik mijn helse machine nog maar in de eerste versnelling had gezet, slipte een zware wagen met aan het stuur een bejaarde man op het natte wegdek en schoof naar de overzijde van de weg, waar juist op dat moment de twee schoolvrienden reden. Ze werden geplet tussen zijn auto en een bulldozer [grondschuiver, schuiftrekker – met rupsbanden].

19. Meer dood dan levend belandden we op de SEH [Spoedeisende Hulp, vgl. SEH-arts] van het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, waar ik vele dagen later wakker werd in een ziekenhuisbed, een ic-bed
[
ic: intensive care], met katheters [afvoerstift, sonde] verbonden aan geheimzinnige apparatuur. En waar liefdevolle verpleegsters (gelukkig stonden er toen nog geen verpleegkundigen aan je ziekbed) aan mijn sponde mij vertelden wat mij was overkomen en hoe het er met mij voorstond [heugen, voor de geest zweven]. Ik wist toen natuurlijk nog niet dat in de krant van 9 september, nota bene op de vóórpagina, stond te lezen: ‘Brommotor botst, twee zwaargewonden’. De laatste regel van het artikel luidde: ‘Onderzocht zal worden of Bert Jansen zijn brommotor te goeder trouw bereed.’

20. Het zware letsel waar de krant gewag van had gemaakt, bestond (buiten hematomen – bloeduitstorting – en snijwonden over het hele lichaam) in een schedelbasisfractuur en tal van (gecompliceerde) botbreuken, waaronder een verbrijzelingsfractuur. Na drie maanden en verscheidene operaties werd ik naar een revalidatiecentrum overgebracht, het Goois Kinderziekenhuis in Huizen. Ik werd er een maand later achttien én mobiel. Vanaf dat moment was het revalidatiecentrum voor mij één grote speelplaats. Ik maakte wheelies [rijden met voorwiel in de lucht - vs. stoppy's - achterwiel] in de gangen met mijn rolstoel en wist de hoofdzuster te omzeilen bij het binnendringen van het zusterhuis. Het behoeft – denk ik – dan ook geen betoog dat ik not amused [niet blij, teleurgesteld] was toen ik hoorde dat ik op de iden [idus, 15e dag van o.a. maart] ontslagen zou worden; het betekende weer naar school, leren en in het gareel lopen, terwijl ik liever fiolen liet zorgen [zich nergens om bekommeren – bij VD staat in lemma ‘violen’ (3) ook: violen laten zorgen: dat is dus ook goed].

21. Nadat ik op miraculeuze wijze mijn mulodiploma had behaald, werd ik opnieuw in het ziekenhuis opgenomen, toen voor een verlengingsosteotomie [osteotomie: doorzagen van een botstuk]. Door een reeks medische contrecoups [tegenslag, tegenspoed] lag ik opnieuw achttien maanden in ziekenhuizen en revalidatiecentra, waarvan acht maanden aan bed gekluisterd, net genoeg om – in navolging van de hafiz (kent de Koran uit zijn hoofd) – alle bladzijtjes [bladzijdetjes heeft andere uitspraak] van de tweedelige Oosthoek vanbuiten te leren.

22. Nadat ik ontslagen was, ging ik naar het avondlyceum, dat ik in 1972 als abituriënt [heeft eindexamen gedaan] verliet. In datzelfde jaar begon ik aan mijn studie Nederlands. Mijn belangstelling ging toen vooral uit naar de transformationeel-generatieve taalkunde
[tgg, laatste g = grammatica] en naar de studie van de spreekwoorden (… wie hier het juiste woord invulde, vergaarde eeuwige roem … paremiologie/paroemiologie – spreekwoordenkunde). Tijdens mijn studie werkte ik als chauffeur, mysteryguest [zogenaamde klant om winkel te ‘testen’] en als verkoper in de juweliersboetiek in het chique Alpha Hotel (maar: een chic hotel), een [1 is fout, één ook, geen verwarring met ‘uhn’ mogelijk] van de grand(s) hôtels [allebei goed] van onze hoofdstad. Het contrast met het studentenleven – waar het miegelde [krioelen] van de catweazles [schichtige, wereldvreemde excentriekeling] en het bon ton [welgemanierdheid in spreken en handelen] was je onverschilligheid te tonen in kleding en moraal – kon niet groter zijn.

23. Na mijn studie werkte ik als docent op het Rhedens Lyceum in Velp, maar al snel werd het mij benauwd rond het hart bij de gedachte tot mijn vijfenzestigste nog slechts over Karel ende Elegast en het kofschip te moeten praten, en ik nam ontslag: mijn
sturm-und-drangperiode [onrustig tijdperk adolescentie] was nog niet voorbij. Ik deed de opleiding voor croupier, verkocht lingerie en flirtte [op speelse wijze toenadering zoeken] in de marge steeds met het onderwijs. De laatste twintig jaar werkte ik als examinator voor de staatsexamens.

24. Sinds vier jaar nu werk ik als gids-rondleider in Huis Doorn, het laatste huis van Wilhelm II. Sinds 4 juni 1942 rust hij er voor eeuwig in zijn mausoleum, met vlakbij zijn beaucerons [hond, streek: Beauce] en schnauzers [zekere hond], te midden van jatropha's [plant – iatrofobie = wittejassenangst], berggamanders [plant] en winterakonieten [planten] de typische kasteeltuinplanten, terwijl de rest van zijn misjpooche [familie] in de antieke tempel in het park van slot Sanssouci [Potsdam, Duitsland] is bijgezet.

25. Sinds dertig jaar nu wonen Christl en ik in deze kruip-in [net als kruip-uit een eng klein huisje] in Bussum, waar ik mijn dagen slijt in mijn luie stoel met een spannend boek, genietend van een mooi glas wijn onder handbereik. (Welke stijlfiguur herkennen jullie hier? – Wie hier ‘hypallage’ – hie-pah-laa-chee – invulde, vergaarde eeuwige roem.)

 

 

 

 


2641 Dictee donderdag 24-03-2022 (1) dictee – Dictee van de dag (522) √ x

Dictee – dictees [2641]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee OUD 335, geheel herzien naar situatie 2022

Dictee van de dag (522)

1. Voor het voetjevrijen had hij netjes zijn voeten geveegd. Ik zag een klein vogelijn op een groene tak. Ook de voorjaarslathyrus is een voedsel zoekende plant. De vof-directeur [vee-joo-wèhf - vennootschap onder firma] ging vlöggelen in Ootmarsum. Je zult je handen vol hebben aan deze wilde dame. Het proces-verbaal werd volgepend met waar de agent de huid mee vol gescholden was. Bij het voipen werk je met VoIP [Voice over Internet Protocol]. Hoe kan dat nu: een voorbeeldeloos voorbeeldenboek? Een voorakkoord is een preovereenkomst. De auto zou voorstaan, de inzittenden zouden er goed voor staan. Het was voor de hand liggend dat de
voor-de-gek-houderij die volventibus annis (in de loop der jaren) plaatsvond, ten slotte tot een volte-face (ommezwaai) leidde. De Vopo [organisatie – Volkspolizei DDR] had vopo's in dienst. Met
vop-traverses [voetgangersoversteekplaats] worden in feite vop's
[vee-joo-pee - initiaalwoord] bedoeld. VOS'ers [vee-joo-wèhs] [Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving] kunnen een voscursus [vohs] volgen. Namens de vriezeman werd de leerlingen vrijgegeven (vrijaf gegeven). De bijeenkomst was in de voutenkamer. Een made(i)ra [uit Madeira], my dear?

2. Na de vrimibo (ook: vrijmibovrijdagmiddagborrel) kon de
vrij-katholiek – of was hij oudkatholiek? – zijn gang gaan. De vrijlustige kon vrijuit zijn gang gaan, terwijl het vliegtuig boven hem een vrille uitvoerde. Waren de VWA [vee-wee-jaa] [Voedsel- en Warenautoriteit] en de NMa [èh-nèh-maa] [Nederlandse Mededingingsautoriteit] ooit concurrenten? De vutters zijn de VUT-gerechtigden [vuht] [vervroegde uittreding uit dienstverband]. Je moet je handen niet vuilmaken bij de terugkerende vues d'ensemble [overzicht, algemene beschouwing]. Komt 'vulkaniseren' van de god Vulcanus? Ja. Het wagyurund
[wah-kie-joe] werd wagneriaans de dood ingedreven. Is de Leidsestraat het warm kloppende hart van Amsterdam? Bij het wappen met een wapprotocol is het WAP [wahp] (wireless application protocol) de norm. Het water makende schip dreigde ten onder te gaan, de tenondergang was nabij. Hebben jullie nog wedgwood [golfstok: wedge]? De weddenschap over de weddeverhoging [n/s] kon niet standhouden. Weekendt ge vaak met dat weekendstertje, weergase kwajongen? Het was weinigzeggend dat hij van weisswurst houdt. Hij zou veel weg hebben van een Pipolookalike.

3. Al werkende weg werd het wereldwijde web, het world wide web (www), steeds uitgebreider. De werdegang [ontwikkelingsgang] ervan is interessant. Maakte de wheeler echt een wheelie [voorwiel omhoog; stoppy = met achterwiel]? Met haar wijdvallende en wijduitstaande rok stond ze voor de wijd openstaande deuren. Het wijd en zijd verspreide, wijdverbreide, gerucht werd niet ontzenuwd. Winkelskijken is statten en winstneming is winst nemen. De wild enthousiaste wildebras bleek een wildersiaanse stakingsleider te zijn. De womanizer [rokkenjager] gebruikte een economiser [voorverwarmer, calorisator, niet: katalysator!]. Het WNT is het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Op het WK [wereldkanpioenschap(pen)] voetbal werd met de officiële WK-voetbal gespeeld. Een wrapje is een pannenkoekje. Als plant zou je wortel schieten, als mens wortel schieten [altijd los, VD 2020]. Wow (ook: wauw), het wouterbossen [minister Wouter Bos – niet meer in wdb. – wel bosbelasting = AOW-heffing] gaf een wowgevoel (wauwgevoel). Wyandottes [zekere kippen] eten geen wybertjes. Wat is het verschil tussen wriemelen en friemelen? De eerste letter! De yogini [beoefenaarster yoga] viel voorover. De yquem is een witte bordeauxwijn.

4. Het zegerijke voorjaar was zegenrijk voor de voetbalclub. Eén zeis, twee zeisen. Het zelfbedachte en zelfbereide (VD) maaltje smaakte voortreffelijk. Zoroastrisch verwijst naar Zarathoestra. De zelfverklaarde zendeling behandelde een zelfgekozen thema. De meeste bommen zijn zelfdestructief. Als je iets zelf fabriceert, is dat zelfgefabriceerd. Zijn zelfopgelegde taak was om het zelf ingerichte huis nogmaals te renoveren. Hij ziedt [kookt] de olie tot een kolkende massa. Hij wil zich tegoed doen aan kennis en alles weten van de ziekteleer [n/s]. 'Zie ommezijde' [z.o.z.], zei ze tegen de billenman. Die Zierikzeese monumenten mogen er zijn. In mijn ouders' huis stond een
zilver-onder-water (niet meer in VD: volksnaam voor het kroontjeskruid en de tuinwolfsmelk). Een zijdenhemdje [appel: jeruzalemmer, pigeon] kun je eten, zingzeggen kun je beluisteren. Het hempje-licht-op is een mixdrank van witte curaçao, citroenlikeur en persico.

5. Is een zittekist [ww.] een zit-slaapbank? De auto was zo goed als nieuw. Op het zoab [zeer open as­falt­be­ton, fluisterasfalt] lagen meerdere zloty's [Polen, PLZ]. Zoetekoek kun je niet voor zoete koek slikken. Vanuit de zodiac [rubberboot] keek hij naar de zodiak [dierenriem]. In zijn acryl trui [acryltrui] bekeek hij het acrylschilderij [acryl schilderij]. Bij het blind varen met de boot moest men blindvaren op de stuurman. Een boeddha is een beeld van Boeddha, een Boeddhabeeld dus. Een bodhisattva is een heilige die zich voorbereidt om het boeddhaschap te verwerven, maar dit uitstelt om anderen te helpen om tot inzicht te komen. Een boeddhist belijdt Boeddha.

6. De zwakteanalyse [n/s] leverde schokkende resultaten op. De Sejm [seem] is het Poolse parlement. Tijdens zijn séjour [verblijf] trad een sejunctie [onderbroken gedachtegang (n/s)] op. Septikemie is bloedvergiftiging. Sereh [sèh-rèh] is citroengras en een serac is een ijskegel. Hij was nogal sceptisch [weifelend] over het septisch [bederfelijk] zijn van de put (die septic tank). Is de seguidilla [ie lj] [dans] Sevilliaans of Castiliaans? Een sero [staketsel in V-vorm voor visvangst op zee] is van bamboe, een serow [Japanse gems] kan vliegen. Op de sfinxenlaan kreeg hij last van zijn sfincter [sluitspier aarsopening]. Wat is het lexicografische verschil tussen shakedown [zwaar verhoor] en shake-out [zwak bedrijf stopt ermee]? Hij shakete helemaal na het zien van het Shakespearedrama. De Sjanghaier wenste zich in het shangri-la [paradijs]. Hé, draag jij een sherlockholmespet? Short gaan is contramineren [op koersdaling speculeren]. De showbink was een showlijder. Ik vond het choquant (shockerend), shocking, choquerend. De decoratie was een signaal van franje. De sierrabarber kwam van de siërra in Sierra Leone. Een Siënees komt uit Siena. Een zeker joods feest is Vreugde der Wet; in de ark des verbonds zaten de tafelen der Wet (= stenen tafelen).

7. Sine ira et studio [onpartijdig, onbevooroordeeld] als ik ben, is het een sinecure [niemendalletje] om voor Simpelmans (die van het Simplisties Verbond) een simulacre [schijnvertoning] te creëren. Met singkès worden import-Chinezen aangeduid. De Sinn Féin bestond uit twee vleugels [gematigd of radicaal]. Het sirenegeloei [n/s - modern] overstemde de sirenenzang [oud]. In Sissifilms worden sissi-jurken en sissi-japons (zijn dat sjamberloeks?) gedragen. Een sjadchen [joodse huwelijksmakelaar] koppelt wat af … (resultaat: sjidoechs? – gearrangeerd huwelijk). De sisyfusarbeid is naar Sisyphus genoemd. Sjana tova [Hebreeuws: een goed jaar]! En we dronken er sjampie [champagne - sjampoepel] bij. Het woord 'sjalom' houdt een Joodse groet in. Het sjema jisraël [VD] is een joods gebed. Een vrouw, salvo jure et honore (s.j. et h. – met behoud van recht en eer), is van onbesproken gedrag. Je hebt mazzel of sjlemazzel: het principe van de uitgesloten derde. Sjlachmones [geschenken, lekkernijen] ontvang je (en zend je) t.g.v. Poerim (het poerimfeest). Kan een islamofoob kiezen tussen de sjia en de soenna? Het Skal-keurmerk [NL: Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouw] is het EKO-keurmerk [ecologisch verantwoorde productie]. In zijn skai stoel [skaistoel] dacht hij 'the sky is the limit' en hij luisterde naar Jamaicaanse ska. Ken jij het meervoud van sjwa? Is er maar een dan? Ja: sjwa's. 2020 ook: sjwas (dat alleen in GB - afhankelijk van de uitspraak).

8. Bij de skuff [Nederlandse hasj] werd het skolion [drinklied] begeleid door de skratjie [= skraki, Surinaamse trommel – skratjie pokoe = skrakipoku = creools-Surinaamse zang], terwijl de skua (de reuzenroofmeeuw) overvloog. Met andere woorden: de roofvogel overvloog het hele gebeuren. Het skypen [internetbellen] doe je met Skype, skûtsjesilen niet! Een slashermovie/film is ongeschikt voor het slapengaan [zeer bloedige horrorfilm, ook: slasher]. Als je
'slinger-om-de-trap' goed schrijft, is dat dus geen slip of the pen. Een smoddekop is een schaap, smodden zijn slabbetjes. Het Sluise onderonsje vond plaats tussen Sluis' inwoners. Kreeg hij een smakkertje of een smakkerdje (dat laatste bij voorkeur)? Hé snoezepoes [ww.], ik mag je! Na het sneeuwruimen moet je snelwerkend zout strooien. Hij was geheel gesocialized. In de Societas Rosicruciana [vrijmetselaars die de Drie-Eenheid erkennen] hoor je weinig social talks. Het Joods Nieuwjaar is Rosj Hasjana. De caravaggisten [scherpe contrasten licht-donker] danken hun naam aan Caravaggio. Zullen we die 3D-tv kopen? Soeks zijn bazaarstraten. Bij het souperen [souper, avondmaal genieten] kwam het soepterrientje op tafel. Het soefisme (nee, niet: sofisme = drogreden!) leeft onder soefi's en soefietjes [oorspr.: wollen kleding en ascetische levenswijze].

9. Op deze puzzel kan je lang puzzelen. Soho's [small office home office] zijn thuiskantoren. Is het alleen maar een soi-disant [zogenaamd] soiree of een soirée musicale dan wel een soirée dansante? De aretijnse lettergrepen [naar: Guido van Arezzo] beginnen met ut, re, mi. Bij gesofistikeerd vind je in GB geen bijpassend werkwoord [VD ook: c! – sofisticeren = suiker toevoegen aan bier of mijn i.v.m. snel vergisten]. De Sont is een zeestraat, een sond(!). Hij had het Spaans benauwd: zou het spaak lopen? Mijn spondengenoot had spockoren. Dit middel werkt spijs verterend. Met een spionnetje [spiegel buiten een venster] kun je spioneren. Een 'blaasje gier' is een spoonerisme [van 'glaasje bier]. Spyfi is spy fiction en scifi is sciencefiction. Ze spraken Sranan(g)(tongo), takitaki. Drie mannetjes kunnen een standje Hollenkamp [reclame: drie aaneengesloten gestileerde mannetjes, bij homo’s: seksuele variatie met z’n drieën] maken. De stegomyia is de gelekoortsverwekker. Zie je die stefanotis daar? Hoe is de steilteverhouding [GB n/s, VD n] van deze bergen? Je kunt steun vinden bij je ouders. Wanneer is de Dag van de Arbeid? Antwoord: 1 mei, BE: Feest van de Arbeid.

10. Kun jij steltlopen? Zo'n stinkend rijke man mag jou toch nog niet stijfvloeken? Op de still, de filmfoto, stond een stikkenzak. Het stouterdje was stomverbaasd. De strenggelovige vrouw leed aan striae [zwangerschapsstriemen] en vertoonde stresssymptomen. Het studentenbehaatje [-bh'tje] was felrood. Na het scheren was er styptisch [bloedstelpend] materiaal nodig. Een stronthaan is een hop. Het was klasse om in die supercoole, vet coole, super-de-luxe huizen aan onze sundaes (vergelijk: sunday, zondag), onze plombière-ijsjes, te likken. Het verblijf sub Jove frigido [onder de blote hemel] zou sub quocunque titulo [onder welk voorwendsel dan ook] een successtory [VD - GB ook nog: sss] worden!