dinsdag 4 juli 2017

Dictee dinsdag 04 juli 2017 (2): dictee Het grote plantendictee (264) [1144]

Dictee - dictees [1144]

Zomaar ... een dictee uit de oude 856 oefendictees, in dit geval nummer 264. De hele serie is te eniger tijd verkrijgbaar: geheel geüpdatet naar spelling 2017, geannoteerd met betekenis woorden en uitspraak ...

Dictee 264 (CCLXIV) Het grote plantendictee

1. Gezocht met '*plant*' naar woordvormen. Een allotransplantatie is er een binnen het menselijk ras, een xenotransplantatie niet. We noemen de arrowrootplant, de aspergeplant en de aloëplant – die vind je niet op een bacoveplantage. De fuchsia is de bellenplant. De bitterplant is de cichorei. Ook de bergamotplant en de boekweitplant zijn planten. Colaplant is een andere naam voor de kolaboom. De cellofaanplant is een soort van waterweegbree. Ken je de dollekervel(plant)? Eurotransplant is de naam van een Europese organisatie. Een anthurium is een flamingoplant. Een gastplant is een epifyt. Welke insectenetende planten zijn er? De jalappenplant is een Mexicaanse plant. Het artillerieplantje schiet stuifmeel weg. Juteplant en kaliplant zijn geen kina-achtige planten. Het kinderplantje heet ook wel kindje-op-moeders-schoot.

2. Op een kokosplantage vind je geen komijnplanten of krokusplanten. De kwartjesplant is de judaspenning. De lampionplant is een soort van jodenkers. Een leiplant gaat tegen een muur of schutting op. De maggiplant is de lavas. De olifantsplant is de ivoorpalm. Van de papyrusplant maakte men papier. De penisplant (penisbloem) lijkt vast ergens op. Plantaardig is vegetaal. De plantage-employé leed onder de plantagementaliteit (niet meer in VD: (ongunstig) koloniale mentaliteit, die gekenmerkt wordt doordat de dominante bevolkingsgroep zijn normen en waarden opdringt aan minderheden). Jazeker, dat bestaat ook: planten-DNA. Een plantenbus is een botaniseertrommel. Plantenboter is palmine. Plantenanatomie is fytotomie. Een plantenalbum is een herbarium. Plantenetende dieren zijn herbivoren, vleeseters carnivoren en alleseters omnivoren. Plantengineering kan leiden tot genetische manipulatie. Plantenkaasstof is legumine. Botanie is de plantenleer. Nyctinastie is de plantenslaap. Een hortus (botanicus) is een plantentuin.

3. Pokon is plantenvoedsel. Plantenziektekunde is fytopathologie. Plantlore is folklore betreffende de planten. Een putplant (in de woestijn) is een freatofyt. Een rubberplant is de ficus. Een schildpadplant is het hottentottenbrood. Het sigarenplantje is de tiengebodenplant. Kun je 'sirihplant', 'sisalplant', steppeplant', 'stinsenplant' (VD ook: z) en 'spinazieplant' correct schrijven? Cryptogamen planten zich door sporen voort. Een tredplant kan tegen veelvuldig betreden. De vaderplant komt uit de commelinafamilie. Onze tuin heeft een vasteplantenborder. De Japanse aralia is de vingerplant. Een vochtplant (waterplant) is een hygrofyt. Het waterplantje is het vlijtig liesje. Wedeplant en weeuwplant doen me denken aan weduwen en wezen. Een volksnaam voor kefirkorrels is het yoghurtplantje. De zerehandenplant is de kegelsleutelbloem. De zwaardplant is de sanseveria (sansevieria). Een zoutplant zoals zeekraal is een halofyt.

4. Vervolgens gezocht op '*plant*' binnen artikelen: een selectie. Het aardappelcysteaaltje veroorzaakt aardappelmoeheid. De aardpeer heet ook knolzonnebloem, topinamboer of jeruzalemartisjok. Abscisinezuur is een groeiremmend plantenhormoon. Abutilons zitten in de kaasjeskruidfamilie. De zachte acanthus (akant) is de berenklauw. Acotyledonen zijn cryptogamen, bedektbloeiende planten. Het adiantum is het venushaar. Aerotropie is de neiging van groeiende planten om zich te ontwikkelen in de richting van zuurstofrijkere lucht. Het afgodskruid (twaalfgodenkruid) is een sierplant onder de sleutelbloemen. De grote afrikaan kan niet trouwen met het afrikaantje. Agame voortplanting is ongeslachtelijk, oögame geslachtelijk.

5. De welriekende agrimonie is een zekere bosplant. De aigrette is onder andere de haarkuif bij plantenzaden (het pluimpje). Het akkerklokje is het duivelsnaaigaren. De alant is een plantengeslacht. Albicatie is witbontheid. De alfalfa is de luzerne (rupsklaver). De algoede ganzenvoet is de brave hendrik. Allogamie is kruisbestuiving. De alstroemeria [eu] is een geslacht van sierplanten. De althea is de heemst (zeemaluwe). De amaryllis komt uit de narcisfamilie. De amfimixis is de versmelting van twee geslachtscellen bij de voortplanting. In een amyloplast worden zetmeelkorrels opgeslagen. De zalm is anadroom (vanuit de zee een rivier opzwemmend om zich daar voort te planten; antoniem: catadroom).

6. De anastatica is de jerichoroos, de roos van Jericho. Vergelijk ook de ster-van-bethlehem (GB). De plantaardige kleurstof anatto heet ook orleaan of bixine. Aneuploïdie is het voorkomen van een afwijkend aantal chromosomen in de celkernen van planten of dieren. De angelica (angélique) is de engelwortel. Angiospermen zijn bedektzadige planten (bedektzadigen). Anisogamie is de versmelting van twee voortplantingscellen van ongelijke grootte. Een annuel is een eenjarige plant. Een ankylosaurus is een plantenetende dinosaurus met een lengte tot circa 10 meter. Apocarp is met onvergroeide vruchtbladen. De arabica is de koffieplant. Araceeën komen uit de aronskelkfamilie. De asparagus is de sierasperge.

7. Een archeofyt is een oude cultuurplant (antoniem: neofyt). De aubrietia is een tuinsierplant. De azolla is het kroosvaren. De ballote is de stinknetel. Ze genas door de bachbloesemtherapie. De toerako is de bananeneter. De bast wordt ook het floëem genoemd. De Belgische vlag is een kas- en kamerplant. Gaultheria is de bergthee. De biastrepsis is de klemdraai. De bignonia is de trompetbloem. Ken je het bitter barbarakruid, de bittere boleet, de bleke hemelsleutel en de bleke zegge? De bocconia is een grote siertuinplant. De borstbezie is de jujube. Bracteeën zijn schutbladen. De deutzia heet ook bruidsbloem. Bryologie is moskunde. De buddleja is de vlinderstruik. Een chimaera is een entbastaard. Een cochleair implantaat is een inwendige gehoorprothese. De colchicaceeën zijn de tijloosachtigen. De cotoneaster is de dwergmispel.

8. De courgette is de zucchino, de cranberry de lepeltjesheide. Desertificatie is verwoestijning. De djaripesi is een vlinderbloemige plant. De echeveria is een vetplant met bladrozetten en rood-oranje bloemen. Uit de efedra wordt efedrine gewonnen. Een exsiccaat is een gedroogd exemplaar van een plant. Een flox is een vlambloem. Gibberelline is de stof die de groei en bloei van planten reguleert. De gloxinia komt uit Zuid-Amerika. De blauwe godsgenade is het glidkruid. Goeni is jute. De grenache is een soort van wijnstok. Het guichelheil werd gebruikt tegen zenuwziekten. De haoma is een plantaardige roesdrank. Ook de gelede hauw is vrucht van de kruisbloemenfamilie. De hertshoorn is de wolfsklauw, de hibernakel de winterknop en de hevea een rubberleverancier. Verschillende planten heten
hoe-langer-hoe-liever.


9. Een hortus siccus is een verzameling gedroogde planten. De hoya is de wasbloem. De jojobastruik is een woestijnplant. Juffertje-in-'t-groen is de naam van een sierplantje, maar ook die van een likeur (met curaçao en persico). De kalketrip is de wilde ridderspoor. De keik is de knopherik. De ketjoeboeng komt uit het geslacht van de doornappels. De kolokwint is een niet-inheemse komkommerachtige plant. Het kooltje-vuur (niet: kooltje vuur!) is een sierplant. De koriander behoort tot de schermbloemen. De krimlinde komt uit Zuid-Rusland. Het kruidje-roer-mij-niet is van de Antillen afkomstig. Een labiaat is een lipbloemige plant. Lignose is een bestanddeel van de celwanden van houtige planten. Het look-zonder-look is een tweejarige, kruisbloemige plant. De drielobbige malope is een inheemse sierplant. Het mariëtteklokje is een tweejarige plant. Een mexicaantje wordt ook wel levensbalsem genoemd.

10. De mozes-in-het-biezen-mandje is een bekende kamerplant uit Mexico. Het nimfkruid is een waterplant. Nitrofiele planten hebben een voorkeur voor een stikstofrijke bodem. Obionen behoren tot de ganzenvoetachtigen. Pariëtaal is (bij planten en dieren) op de wand van het lichaam of van organen betrekking hebbend. De patchoeli is een lipbloemige. De PD [pee-dee] is de Plantenziektekundige Dienst. Polemoniaceeën zijn tweezaadlobbigen. De pubescentie is de beharing. Het pyretroïde is een insecticide. Het rapunzelklokje floreert op zandgrond. Rek-op is een van de vele namen van het bitterzoet. Een rizoom is een wortelstok. Tot de scheuchzeriafamilie behoort de veenbloembies. Een terofyt is een eenjarige plant. Thyllen zijn uitgroeisels van het parenchym. Het tocoferol is een vruchtbaarheidsvitamine (E). Yucca's zitten in de agavefamilie. Het voorafgaande betreft een minimale selectie uit bijna 5.000 lemma's.