Een afkorting is bijvoorbeeld p. voor pagina en mr. voor meester
(ondanks dat de r de laatste letter is). Bij meerdere woorden krijgt ieder
woord een letter en een punt: m.a.w. staat voor 'met andere woorden'. Dat
laatste wordt volledig uitgesproken, niet alleen de letters. Doen we dat niet,
dan krijgt één woord toch meerdere punten: a.u.b. (alstublieft) en c.q. (casus
quo, in welk geval). Twijfelgevallen: aso (asociaal) en a.s.o. (algemeen secundair
onderwijs). In samenstellingen wordt het mr.-titel.
We hebben verder initiaalwoorden
(initiaal = (voor)letter: mijn initialen zijn RL) als AOW en pc. Die worden als
'letters' uitgesproken:
'aa-oo-wee' en 'pee-see'. In samenstellingen krijgen die een koppelteken: AOW-uitkering en pc-tafel. Al die 'moderne' woorden krijgen geen punten (tv, ook teevee, maar dat laatste gebruikt niemand voor televisie). In afleidingen krijgen initiaalwoorden een apostrof: AOW'er en pc'tje. Ik noemde al teevee. In zo'n geval noemen we dat een 'letterwoord': het is gevormd naar de letters, maar het zijn niet de letters zelf en we schrijven en/of spreken niet de letters zelf uit (tv), maar maken er een woord van (teevee).
'aa-oo-wee' en 'pee-see'. In samenstellingen krijgen die een koppelteken: AOW-uitkering en pc-tafel. Al die 'moderne' woorden krijgen geen punten (tv, ook teevee, maar dat laatste gebruikt niemand voor televisie). In afleidingen krijgen initiaalwoorden een apostrof: AOW'er en pc'tje. Ik noemde al teevee. In zo'n geval noemen we dat een 'letterwoord': het is gevormd naar de letters, maar het zijn niet de letters zelf en we schrijven en/of spreken niet de letters zelf uit (tv), maar maken er een woord van (teevee).
Deze letterwoorden
worden als 'gewone' woorden behandeld: teeveetoestel, pin en pincode (persoonlijk
identificatienummer), vip en viptribune en vipje (very important person). Ook
havoleerling, havootje en havoër (we zijn streng: geen initiaalwoord, want je
zegt niet:
'haa-aa-vee-oo' maar 'haa-voo').
'haa-aa-vee-oo' maar 'haa-voo').
En nu komt de laatste categorie:
verkortingen. Zo staat horeca voor hotel, restaurant en café. Ook die worden
als gewoon woord behandeld: horecazaak, horeca's, horecaatje. Maar nu komt het:
als een verkorting hoofdletters bevat, komt er een koppelteken:
StuBru-medewerker (Studio Brussel) en Benelux-land (België, Nederland, Luxemburg). Die krijgen in een afleiding ook een apostrof: Benelux'er en Vinex'er (bewoner van een Vinex-wijk).
StuBru-medewerker (Studio Brussel) en Benelux-land (België, Nederland, Luxemburg). Die krijgen in een afleiding ook een apostrof: Benelux'er en Vinex'er (bewoner van een Vinex-wijk).
Stomme regel: daar moeten we vanaf. Dat vindt de Taalunie ook
(maar niet nu al). In mijn komende dictees zou ik dus toch maar schrijven: de
RoPa-run (Rotterdam, Parijs) is ten bate van het KiKa-fonds (kinderkanker).