Dictee – dictees
[3818]
Molenlandendictee
basisscholen 2026
De rode items
moesten worden
ingevuld/opgeschreven.
Verkeersexamen
(auteur: José Loeve)
1. ‘Ja, Thom,
geef maar hier die telefoon!’ Thom schrikt, vlug klikt hij het TikTokfilmpje weg. ‘Ja maar … meester, ik ben aan het oefenen hoor, voor het
verkeersexamen! ‘Oefenen doe je maar op je fiets’ zegt de meester streng, en nu
hier die telefoon!
2. Die saaie
taalles ook, Thom kan zich maar moeilijk concentreren. Telkens ziet hij die
grappige beelden voor zich. Het filmpje had hij net doorgestuurd gekregen. Over
die challenge, om een week te leven van alleen je zakgeld. Er waren zoveel
ideeën; iemand leerde een hond steppen, meiden gingen langs de deur om een ei
te ruilen en kwamen uiteindelijk terug met een gloednieuw knutselpakket voor diamondpainting! Er waren ook kinderen die naar de voedselbank gingen om met
een smoesje etenswaren los te krijgen.
3. Thom
grinnikt hardop. Argwanend kijkt de meester zijn kant op, maar Thom merkt
niets. Hij zit met zijn gedachten bij de voedselbank. Keispannend, geheime
routes volgen om niet gezien te worden. En dan snel het duurste product kiezen
om te gaan ruilen. Of zou dat toch niet zo’n goed idee zijn?
4. Peinzend
leunt Thom, ellebogen op tafel, met zijn kin op zijn handen. Wat zou hij zelf
doen om aan geld te komen? Stel je voor dat je leven er echt zo zou uitzien, peinst
hij. Dat je van alles moet proberen om rond te komen. Heftig eigenlijk.
5. ‘Thom, waar
zit je met je gedachten’ roept de meester, ‘Heb je al een groepje?’ ‘Oh ja, het
verkeersexamen’, mompelt Thom. ‘Je zou toch met mij gaan?’, zegt Yevpraksiia
zacht en raakt zijn arm aan. Verstrooid kijkt Thom opzij. Grote blauwe ogen
kijken hem smekend aan. Iedereen noemt haar ‘Yev’, want niemand kan haar naam
goed uitspreken, behalve zijzelf. Ze is pas een jaar in Nederland, uit Oekraïne
gekomen. Eerst kon ze nog niet goed fietsen, wat ongeveer hetzelfde voelt als
niet kunnen zwemmen in een zwembad vol kinderen. Nu gaat het best goed, ze
heeft pas een nieuwe fiets gekregen, alleen de verkeersregels vindt Yev nog
ingewikkeld. ‘Goed’, zegt Thom, ‘ik help je wel, bij mij in de buurt is het
verkeer vrij rustig’. ‘Mooi, nog iemand?’ vraagt de meester, terwijl hij de
klas vanachter zijn bril vorsend aankijkt. ‘Ik ga wel mee’ roept Amelie, uit de
rij parallel aan die van Thom en ze steekt haar hand op naar de meester.
6. Amelie had
steeds naar Thom gekeken. Dat doet ze eigenlijk altijd, al probeert ze dat niet
te laten merken. Ze vindt het leuk, hoe zijn haar altijd een beetje te slordig
zit, alsof hij hard moet fietsen om op tijd te komen. Ze hoopte dat hij haar
zou vragen om de route te oefenen. Net als vroeger. Maar nee, die Oekraïense
had natuurlijk weer de aandacht. Sinds Yev van de meester naast Thom moest
zitten, lijkt het alsof hij haar vergeten is.
7. Langzaam
trekt ze haar regenjas aan en met tegenzin loopt ze achter Thom en Yev aan. Ze
mist de gezelligheid, ‘s middags theedrinken bij Thom in de keuken, als haar
vader nog niet thuis was van het werk. En in de tijd dat haar moeder voor
altijd wegging, was hij altijd in voor een spelletje, of samen huiswerk maken.
Nu is het Yev voor en Yev na. ‘Maar goed, nu ophouden met kniezen’, spreekt ze
zichzelf moed in. ‘Wat kijk je sip’, vraagt Thom, als ze bij het hek aankomen.
‘Is er iets?’ ‘Nee hoor,’ antwoordt Amelie vlug, ‘ik zat te denken over eh …
wanneer we zullen afspreken voor het oefenen’. ‘Oh ja, zullen we vanavond bij
mij thuis doen?’, vraagt Thom en met een stoere zwaai, zwiept hij zijn tas
achterop zijn fiets. ‘Euhm/uhm/ehm …’ hakkelt ze en bedenkt dat ze eigenlijk
langs de voedselbank moet om de wekelijkse boodschappen op te halen.
8. Papa zal
niet blij zijn als ze dat zou skippen. Maar ze zegt er niks over tegen Thom,
zeker niet waar die Yev bij is, die hoeft het niet te weten hoe arm ze het
hebben bij hen thuis.
9. ‘Amelie?’
onderzoekend kijkt Thom haar aan. ‘Eh … ja, bij jou thuis en je ziet me wel verschijnen,
dan’. ‘Okay, tot vanavond dan!’ roept Thom en rijdt met een vaartje naar de wachtende
jongens op de hoek. Ze ziet nog net vanuit haar ooghoek hoe Yev in de auto bij haar
moeder stapt en zonder om te kijken wegrijdt. Met gemengde gevoelens fietst
Amelie naar huis.
10. Die avond
haast Amelie zich na het eten door de miezerige regen. Snel fietst ze de hoek
om naar het industrieterrein, waar de loods staat. Ze is laat, wanhopig ziet ze
dat er al een wachtrij staat. Vlug pakt ze de boodschappentas uit haar
fietsmand en sluit achter aan.
11. Papa had
weinig tijd om gezellig te koken, hij moest overwerken. Het werd weer een
snelle diepvriesmaaltijd opgewarmd in de magnetron. En die rotfiets ook, hij is
gewoon veel te klein. Hadden ze ook maar fietsen bij de voedselbank. Papa heeft
ook geen tijd om naar het zadel te kijken, dat steeds naar beneden zakt. Ze
moet ook alles zelf oplossen.
12. Verdrietig
vecht ze tegen haar tranen. Eindelijk is Amelie aan de beurt. Vlug laat ze haar
pasje zien aan de vrijwilliger en pakt de boodschappen bij elkaar. Deze keer
zit er ook wasmiddel bij. ‘Wow, daar zal papa blij mee zijn,’ mompelt ze zacht,
‘wasmiddel is zo duur!’
13. Als ze
eindelijk hijgend bij het huis van Thom aankomt zijn Thom en Yev al vertrokken.
Teleurgesteld fietst ze richting het park, waar de fietspaden zijn. Daar ziet
ze Thom en Yev ijverig rondjes rijden. Van een afstand ziet ze hoe Thom de
borden aanwijst en rustig aan Yev uitlegt wat de betekenis is. Als ze even
stilstaan, houdt Thom haar zadel even vast. Iets té lang naar haar zin. ‘Hé …!’
roept Amelie luid, ‘konden jullie niet even wachten?’ Geërgerd kijkt Thom op.
‘Nou, sorry hoor’, zegt hij boos, ‘wij hebben gewacht, maar jij was weer te
laat Amelie! ‘Zoals gewoonlijk!’ Dat laatste schiet haar in het verkeerde
keelgat. ‘Jullie weten niet hoe het is hoor!’ zegt ze met een dikke keel. ‘Ik
kon er niets aan doen … Ik … ik moest … papa was weer laat en mijn fiets … het
zadel.’ Dan barst ze in tranen uit. Snikkend probeert ze haar fiets te keren,
maar ziet door een waas van haar tranen de stoeprand niet. Als ze weer opkijkt,
liggen haar boodschappen overal op de straat. Thom staat naast haar. ‘Kom
Amelie, zo erg is het nou ook weer niet.’ Verbaasd kijkt hij naar de
boodschappen. ‘Wat een rommeltje’ zegt hij, terwijl hij zich bukt om alles op
te rapen, ‘waar haal je dat allemaal vandaan, de winkel is toch vlakbij?’ Dan
vertelt Amelie alles. Waarom ze niet durfde te zeggen dat ze eigenlijk niet kon
vanavond. Dat ze zich schaamde. En van haar fiets, en haar vader, dat hij nooit
tijd heeft en dat ze zich zo alleen voelt. Yev is erbij komen staan en slaat
haar armen om Amelie heen. ‘Ik begrijp het wel’, zegt ze zacht. Thom slaat zijn
ogen neer. Hij voelt zich een beetje schuldig dat hij zo uitviel en draait zich
verlegen om. Even weet hij zich geen houding te geven.
14. Wat later
fietsen ze stil naar huis. ‘Volgende week weer oefenen, Amelie?’ vraagt Thom zacht,
als ze bij zijn huis zijn. ‘Graag!’ antwoordt ze, ‘in de vakantie hebben we
alle tijd!’
15. Thuisgekomen
slaat Thom met een klap de keukendeur achter zich dicht. Even steekt hij zijn hoofd
om de hoek en roept, ‘ik ben thuis!’ ‘Fijn lieverd. Zeg, vergeet je morgen niet
om naar het verzorgingstehuis te gaan?’, vraagt zijn moeder vanaf de bank. Thom
antwoordt niet. Hij mompelt iets onverstaanbaars en loopt vlug de trap op naar
zijn kamer.
16. Hoe kon hij
zo stom zijn. Door de zorg voor Yevpraksiia had hij helemaal niet meer aan
Amelie gedacht. Hij had haar verwaarloosd! Met pijn in zijn hart denkt hij
terug aan haar tranen. De voedselbank! Wat moet dat vernederend voor Amelie
geweest zijn en nog steeds, iedere week opnieuw. Er moet toch iets aan te doen
zijn? Opeens denkt hij aan het filmpje van vanmiddag.
17. De volgende
morgen haast Thom zich naar het verzorgingstehuis. Iedere zaterdag bezoekt hij daar
zijn spelletjesopa. Het is niet zijn echte opa, maar Thom vindt het gewoon leuk
om ouderen te bezoeken en te luisteren naar hun verhalen. Heel anders dan de
tijd van nu. Zo raakte hij bevriend met opa Rob, die vroeger de baas was van de
papierfabriek, maar nu met pensioen is. Onderweg overdenkt Thom het plan dat
hij gisteravond heeft bedacht.
18. Opa Rob is
heel rijk. Misschien kan hij helpen een inzamelingsactie op te zetten voor de voedselbank.
En dan de hele klas uitnodigen om mee te doen. Er gewoon open over zijn. Erover
praten. Over armoede. Zodat Amelie zich niet meer hoeft te schamen.
19. Enthousiast
stuift Thom de kamer van opa Rob binnen. ‘Opa Rob, ik heb een idee!’ ‘Goedemorgen
Thom’, zegt opa, ‘nou nou, ga eerst eens even rustig zitten, dan pak ik het schaakbord
en wat te drinken; colaatje?’
20. De hele
morgen zijn opa en Thom bezig met schrijven en telefoneren. Het wordt een goed plan.
Opa Rob heeft nog iets bijzonders toegevoegd aan de actie. Van degene die het
meeste geld ophaalt, verdubbelt opa het bedrag én doneert hij een gloednieuwe
fiets. De hele vakantie doet Thom er alles aan om de fiets te winnen. Hij
verzint de gekste dingen, van TikTokfilmpjes met dansende oma’s tot een
caviarace in de gangen van het verzorgingstehuis. Jong en oud heeft het
geweldig naar de zin en het wordt een fantastische voorjaarsvakantie.
21. Amelie
schrijft zoals elke avond alles in haar dagboek. Haar grootste vriend in al
haar eenzame momenten. Lief dagboek, Lieve Thom. Vandaag was je weer mijn
allerbeste vriend. We oefenden het verkeersexamen nog een keer. Ik op mijn
nieuwe fiets. Ik ben zo blij! Het ging heel goed. Yev fietste alles foutloos.
Jij fietste naast mij. ‘Fijn dat je er bent’ zei je. Dat was genoeg. Ik weet het.
Jij bent mijn valentijn! De route was hetzelfde, maar alles voelde anders.
Lichter. Alsof we eindelijk allemaal vooruit konden fietsen. Zonder ballast.