dinsdag 27 januari 2026

3815 Dictee dinsdag 21-01-2026 (1) – dictee Groot Uithoorns Dictee 2026

Dictee – dictees [3815]

3815 Dictee dinsdag 21-01-2026 (1) – dictee Groot Uithoorns Dictee 2026

Groot Uithoorns Dictee 2026

Toelichting in blauw.


Ik heb net als vorig jaar de indruk dat de 71 rode items [ook nog tussen * en *] op een apart blad moesten worden opgeschreven en daarna werden nagekeken …

1. De Schans was een drukke winkelstraat die liep van de Raadhuisstraat tot aan de sluis bij café Vendrik aan de Amsteldijk-Zuid. Het *wijd en zijd bekende* hotel-café-restaurant “Het Wapen van Uithoorn”, zoals het etablissement officieel te boek stond, viel tot veler ongenoegen ten prooi aan de *naoorlogse* expansiebehoefte van de gemeente. 

2. Alleen het *cafeetje* bleef behouden en behield tot corona nog zijn functie en is nu een *archaïsch* woonhuisje aan de Amstel. Nóg wordt er verhaald van de vele fantastische feesten en evenementen in de feestzaal en de heerlijke kroketten of *satés* bij een *vieuxtje*. *Sjacheraars* van de vele markten op het Marktplein dronken er vaak een borrel of twee, of drie, in de mist van welverdiende bolknakken, na een dag *handjeklap*. Niemand vertrok er ooit *chagrijnig*.

3. Naast Vendrik bevond zich de sluis die het Zijdelmeer met de Amstel verbond. Van oudsher voerden vele kleine stroompjes water van het hoger gelegen veenland via het Zijdelmeer af naar de Amstel. Aan de overzijde van de sluis en de vaart van het Zijdelmeer naar de Amstel, lagen weilanden en verderop, aan de Boterdijk, sportvelden. Waar zich nu het winkelcentrum Amstelplein bevindt, stonden voorheen winkels van kleine neringdoenden en daarachter stond, aan het Zijdelmeer, de korenmolen met bijgebouwen, inclusief *secreet*, van molenaar Van Tol aan het water.

4. In de *twintigste-eeuwse* jaren zestig veranderde het aangezicht van Uithoorn ingrijpend. De *ideeën* omtrent de wederopbouw van Nederland, en een groeiende bevolking vroegen om uitbreiding van woongebied. De overheden besloten het gebied rond winkelstraat de Schans drastisch aan te pakken. Er moest een modern winkelcentrum *gecreëerd* worden voor het geplande Meerwijk-Oost ten zuiden van het Zijdelmeer. Dat ging ten koste van winkeltjes aan de Schans en voor de molen restte de *vergetelheid*. 

5. Maar ook het Zijdelmeer moest een flink deel inleveren en werd gedeeltelijk gedempt, evenals de vaart naar de sluis bij Vendrik. Voor uw beeld: het Zijdelmeer eindigde bij de huidige oprit naar de *garage-ingang* van *de tweedeks parkeergarage* [GB en VD: dubbeldeks = bnw., beide schrijven samenstellingen ermee aaneen!] boven het winkelcentrum en de vaart naar de Amstel liep *ruwweg* vanaf Kwalitaria naar de sluis.

6. Welnu, in de jaren zestig en zeventig werden alle voorbereidingen getroffen en in de vroege jaren tachtig kon begonnen worden met het realiseren van alle bouwplannen, waar overigens ook plaats was ingeruimd voor een eigentijds gemeentehuis, met nadruk op *eigentijdsheid*.

7. Wij steken de Laan van Meerwijk over en lopen *op z’n janboerenfluitjes* over de Korte Boterdijk richting De Kwakel. De naam Boterdijk herinnert aan de tijd dat in deze *contreien* boter en kaas gemaakt werd[en]. Deze kaas had zo’n goede naam dat handelaren uit G-ouda en zelfs Rotterdam naar de kaasmarkt in Uithoorn reisden. Bij het Marktplein stonden enkele kaaspakhuizen waar boten konden aanmeren. Vóór de wegverharding van 1885 was de Boterdijk niet meer dan een veenachtige verhoging met plankieren waarlangs boeren en tuinders uit het achterland hun vee, boter en andere koopwaar per praam en roeiboot naar de markt en veiling in Uithoorn vervoerden. Om ook vee over water te kunnen transporteren moesten de bruggetjes een hoge rug hebben, de zogenaamde kwakels. Het dorp De Kwakel ontleent zijn naam waarschijnlijk aan de grote kwakel bij Vrouwenakker. Deze was een baken in het weidse landschap waar schippers bij de scheepswinkel van bruggenwachter Van Rijn proviand, scheepsgerei en een enkel jenevertje, of twee, konden inslaan. 

8. Nu wandelen en fietsen er dagelijks vele mensen over de *geasfalteerde* dijk. Sinds 1820 vormden de *negorijen* De Kwakel, Thamen en Uithoorn bestuurlijk één gemeente. Thamen ging tamelijk geruisloos op in Uithoorn, maar De Kwakel bleef zich, ingegeven door *cultureel-religieuze* verschillen achter de natuurlijke barrière van het Zijdelmeer verzetten tegen de gevoelde overheersing door Uithoorn, een strijd om *plattelandsautonomie*. De *controverse* werd al snel zichtbaar: rond 1840 weigerde de gemeenteraad, hoewel wettelijk verplicht, mee te betalen aan de bouw van het eerste schooltje aan de Boterdijk 211. Het kerkbestuur schakelde uiteindelijk Provinciale Staten in en de raad moest bakzeil halen. Het schooltje werd in 1879 afgebroken en op nummer 189 kwam een nieuw schoolgebouw. Nu zitten daar
*drie-onder-een-kapwoningen* in. Sporen van de *eigengereide*, *antiautoritaire* dorpsaard zijn nog immer, en niet slechts *rudimentair*, aanwezig. Nog een voorbeeld: zo was daar aan de Boterdijk rond achttienhonderdtachtig de Kwakelse veehouder, ondernemer én wethouder Cornelis Conijn. Hij maakte zich sterk voor een betere verbinding over land met Uithoorn. De *zompige* [ook: sompige] Boterdijk en de Drechtdijk vanaf Vrouwenakker zouden verhard moeten worden. Dat was nog een hele kluif, want “waarom zou Uithoorn moeten betalen voor iets waar alleen De Kwakel profijt van zou hebben?” Uiteindelijk lukte het Conijn om met een aantal Kwakelaars bij alwéér Gedeputeerde Staten zijn gelijk te krijgen.  

9. Maar we vervolgen onze weg over de Boterdijk. Links liggen nu, achter de huizen, woonwijken op poldergrond van boer Van den Burg. Zijn woonhuis passeren we zo nog. Halverwege dit deel van de Boterdijk passeren we de geheel vernieuwde villa van Kooijman, nu een trainingscentrum voor bedrijven. Het *cultuurhistorisch* waardevolle
*oer-Nederlandse* *knotwilgenlandschap* is in Meerwijk-Oost goed vertegenwoordigd, zeker aan de linker kant van de Boterdijk. Aan de rechter kant ligt beschermd, drassig natuurgebied en het restant van het Zijdelmeer. De rietwortels filteren het toestromende water en waterslakken als de grote diepslak, de *schijfhoren* [VD heeft schijfhoorn] en de poelslak zijn de grazers van de natuur. Zij voeden zich voornamelijk met algen, *biofilms* en dood organisch materiaal, waardoor zij helpen het water schoon en helder te houden. 

10. Het oeverland ligt er nog net zo bij als eeuwen geleden, dankzij vrijwilligers die al het gemaaide gras en riet afvoeren. De oever blijft zodoende schraal, met zo min mogelijk voedingsstoffen. We treffen er unieke soorten zegge en *zeggeachtigen* [zegge heeft wel mv. zeggen, maar ik zie bij *achtig alleen vormen met een enkelvoud – toch suggereert de TH dat je hier bij ‘achtig’ een tussen-n zou moeten schrijven …] aan en ook weer *nachtorchis*. Er was een tijd dat die hier zo overvloedig voorkwam, dat je ze als snijbloemen kon oogsten! In het voorjaar horen we hier de roep van de kleine karekiet of de grote gele kwikstaart, getjilp van *rietgorzen*, mussen en mezen, het zoemen van libellen, muggen en *herfstmetaalwapenvliegen* achtervolgd door zwaluwen en vleermuizen. Reigers en ooievaars doen zich hier tegoed aan kikkers, kreeften en slakken. Op *beschoeiingspalen* aan de rand van het water drogen aalscholvers hun verenkleed of zitten in de winter meeuwen elkaar te beloeren voor voedsel. Op daarvoor speciaal aangelegde steigers beproeven vaak sportvissers hun geluk op karper, *blei* of *voorn*.

11. Bij goed winterweer kan er op het meer geschaatst worden. Nog 25 jaar geleden stonden er hoge palen met licht en geluid rond het meer voor de recreant én de wedstrijdschaatser. *Geshorttrackt* is er echter nooit. Aan de overkant zien we het voormalige Hotel Hengelsport, u raadt al waarom. Eens lagen daar plankieren in het water om het buitenzwembad aan te geven. Veel jeugd heeft daar leren zwemmen. Maar dit *terzijde*. Al het land
*ter linkerzijde* van het hotel behoorde ook aan boer Van den Burg. De villa’s die er nu staan, staan op kavels die hij stukje bij beetje verkocht. Alleen het woeste stukje moerasbos helemaal links, de Zijdelse Zomp, is nog in bezit van de familie.

12. Verder lopend komen we bij een groot vierkant pand: het *vroegtwintigste-eeuwse* Priesterhuis van boer Van den Burg. Hij had een groot gezin. Vier van zijn zonen bezochten het *seminarie* en hun vader zorgde voor vier grote kamers op de eerste verdieping, zodat elk van de jongens een eigen studeerkamer had. Zo’n 20 jaar geleden werd het al niet meer bewoond en raakte snel in verval. De nieuwe bewoners hebben het huis prachtig gerenoveerd en daarbij een *saillant* *detail* intact gelaten: opzij van de woning ziet u, niet ver onder de dakgoot, een oneffenheid in de gevel: schade door een granaatscherf uit de Tweede Wereldoorlog! Het kleine bruggetje naar de hoofdingang verkeert nog wel in *authentieke*, zij het *enigszins* *deplorabele* staat.

13. Meteen rechts na de Elzenlaan passeren we de interessante Tuin van Bram Groote met een indrukwekkende *variëteit* aan fauna en flora. Moet u zeker eens bezoeken. Vanuit de hele wereld kreeg Bram zaden en stekjes toegespeeld. Oude appel-, peren- en pruimenrassen dragen vrucht. Kersen- en walnotenbomen bieden schaduw. Een imker houdt er een bijenvolk, bij de paddenpoel kunt u een bosje *gagel* aantreffen. Voor creatieve geesten levert de kruidentuin vaak bijzondere ervaringen op, waarbij geuren vertaald worden naar prachtige, *synesthetische* omschrijvingen. De tuin is elke eerste zondagmiddag van de maand open voor publiek. 

14. Tegenover de tuin van Bram zien we twee kleine huisjes. Een daarvan kreeg in de oorlog een blindganger door het zolderraam en die veroorzaakte brand. De bewoonster kwam daarbij om het leven. Bram en de buren wisten de brand met water uit de sloot te blussen. Voorbij Theijssen en De Jong Hoveniers, passeren we de Watsonweg en betreden wij het Kwakelse domein.

15. Meteen links zien we de prachtige boerderij Nooitgedacht, nu Rijksmonument, waarvan de historie teruggaat tot 1772. Het bijbehorende land werd in 1991 verkocht aan de gemeente, die er in 1993 de woonwijk Meerwijk-West realiseerde. Voorbij de woonwijk zien we de monumentale boerderij Leeuwarden, meer bekend als Poldersport.
*’s Zomers* zien we busladingen bedrijfsuitjes moeite doen om elkaar zo snel mogelijk in de plomp te laten vallen om uiteindelijk, na een bezoekje aan de wasruimte, heerlijk te gaan *barbecueën* in de daarvoor *goed geoutilleerde* [VD] *barruimte*. Maar los van Poldersport is de Leeuwarden nog steeds een boerenbedrijf. Albert Blommestijn boert met zijn zorgboeren van het Tweede Thuis biologisch. Opvallend is de ronde *vrijloopstal*, jong en oud vee loopt er door elkaar, waartussen ook
*vrije-uitloopkippen*. De oudste vermelding van boerderij Leeuwarden dateert uit 1678.

16. Tegenover de boerderij ligt het geheel gerenoveerde Rode Dorp, zo genoemd naar de rode dakpannen die vroeger op de kleine arbeiderswoningen lagen. We naderen de *cultuurhistorisch* [was al eerder invulwoord!] waardevolle dorpskern. In de verte zien we de *rooms-katholieke* kerk, waar nog steeds *plechtigecommuniefeesten* plaatsvinden, maar voor we bij de Kerklaan zijn passeren we eerst nog de oude politiepost op nummer 131. Op nummer 135 stond het geboortehuis van de latere *Nederlandselftalcoach* Cookie Voorn, assistent van Bert van Marwijk. In de bocht van de Boterdijk, tegenover het *hospice*, zien we in de gevel van nummer 205, de originele eerste steen van de openstelling van de verharde Boterdijk in 1885. Die openstelling genereerde een druk verkeer door De Kwakel vanuit het achterland naar Uithoorn.

17. Jasper Leenders zag zijn kans schoon en kocht een boerderij in het dorpscentrum. Hij vestigde er een bakkerij en een café. Al het verkeer op de routes Gouda-Amsterdam en Haarlem-Utrecht kwam nu door De Kwakel. Aan *klandizie* geen gebrek, ook de Kwakelaars zelf dronken hier hun borreltje. Of twee. In het achterdeel was ruimte voor een feestzaal annex toneelzaal. In 2012 mocht Leenders het *predicaat* Koninklijk dragen, als eerste van Uithoornse bedrijven. In 2013 verhuisde het bedrijf naar Badhoevedorp.

18. We staan nu in het geheel vernieuwde centrum van het dorp. Alleen de winkelgalerij met bakker en slager herinnert nog aan vroeger dagen. We zien veel nieuwbouw en centraal ligt het dorpshuis waar we ons nu bevinden. Hiernaast wordt in maart een prachtige nieuwe supermarkt van de Coöp geopend, gerealiseerd door de vasthoudende *gezamenlijke* inzet van de Kwakelse bevolking. Want in De Kwakel geldt het motto: “Voor elkaar, met mekaar!”

19. Ter informatie: het dorp De Kwakel dook 450 jaar geleden voor het eerst op in de *annalen*. Dat wordt dit jaar herdacht en gevierd middels een groot aantal activiteiten, georganiseerd vanuit het rijke verenigingsleven en Stichting De Kwakel Toen & Nu.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten