Rekenen en spreken
Rekenen
We hebben twee kinderen, een zoon en een dochter. Kinderen
zijn leergierig. Toen ze op de basisschool kwamen en wat rekenen geleerd
hadden, kwam regelmatig de vraag: pap, schrijf nog eens wat sommetjes op. Pap,
immers wiskundedocent, heeft dus regelmatig vellen vol geschreven met sommen
als 5 x 8 en 3 x 7. Rekenen en wiskunde zijn 'harde' vakken en als je van
bepaalde uitgangspunten uitgaat, valt er over de uitkomsten niet te discussiëren.
In het algemeen is een berekening goed of fout. Dat laat onverlet dat je dingen
wel 'slim' kunt doen. Zo is 2 x 4 x 8 x 5 x 25 x 125 het gemakkelijkst uit te
rekenen als (2 x 5) x (4 x 25) x (8 x 125) = 10 x 100 x 1000 = 1.000.000 (een
miljoen). En 13 x 17 = (15 – 2) x (15 + 2) = 225 – 4 = 221 volgens de formule
(a + b) x (a – b) = a kwadraat – b kwadraat. En met een beetje wiskunde ontdek
je dat 35 kwadraat * 3 x 4 is met 25 erachter (1225 dus). En 65 x 65? Doe niet 6 x
6, maar 6 x 7 en zet er 25 achter: 4225. Zo is 205 x 205 = 42025 (omdat 20 x 21
= 420).
* (a + b) kwadraat is a kwadraat + 2ab + b kwadraat. 35 x 35 =
(30 + 5) kwadraat is 30 kwadraat + 2 x 30 x 5 + 5 kwadraat =
30 x 30 + 10 x 30 + 25 = 40 x 30 + 25 = 3 x 4 x 100 + 25 = 1225.
Algemeen leg je zo uit dat (10 x a + 5) kwadraat gelijk is aan
a x (a+1) x 100 + 25. En dus is 65 x 65 = 6 x 7 x 100 +25 = 4225.
Let op: het te kwadrateren getal moet dus wel per se op 5 eindigen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten