woensdag 3 november 2021

2462 Dictee zaterdag 06-11-2021 (1) dictee Dictee van de dag (384) √ x

Dictee – dictees [2462]

Vragen en opmerkingen: leentfaarrein@gmail.com

Oefendictee 473 OUD, geheel herzien naar situatie 2021

Dictee van de dag (384)

1. Er vond een niveau-ijking plaats. Is een noisekiller [niet in wdb. – o.a. in campers e.d.] niet gewoon een geluiddemper? Nondedju (GB; VD ook: nondeju, zie ook: verdju; het nondedjuke (nondejuke) is een vlinderdasje!), wat een ellende! Wie of wat keert er op de noorderkeerkring? Juist, de zon! Wie nemen er deel aan die Noordpoolexpeditie? Sereh [èh] is citroengras. Onze vakantie gaat naar Noord-Rijnland-Westfalen. Hij was niet-begrijpend not amused, non-verbaal geschokt, zeg maar: in shock. Dronken de Noormannen ook al noormannen [bier + borrel]? De nouveaux riches [+] houden van nouvelle-cuisinegerechten [nouvelle cuisine], van nouveautés en van novellebundels [n/s]. Is er verschil tussen numerus fixus en numerus clausus? Nee. Wat bestudeert een numismatica [munten, penningen]? De Nederbelg [Nederlander in België] was gebelgd over de Belgenmop. De goede katholiek leed aan doodzondenangst. Gevolg van de zondeval [n/s]? Hoe kun je dat voorstel erdoor krijgen? De crisis is over. We zullen erdoorheen zijn. De onderhandelaars zullen erdoorheen zitten. Ze zullen me wel doorhebben.

2. Het voltooid deelwoord van 'door-sms'en' is 'doorge-sms't'. Wat houdt een door-bepaling in [vb. bemind door zijn vrouw]? De doopsgezinden zijn lid van de Doopsgezinde Gemeenten. Die maken deel uit van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (de Doopsgezinde Broederschap). Hij is in doodwater [periode van stilstand] geraakt. De doorsnee-Hamburger (geen kannibaal!) eet doorsneehamburgers. Die dooie [saaie] piet is doofgeboren. Hij zit op het doveninstituut. Bij hem is alles aan dovemansoren gezegd en klop je aan dovemans deur. Een dorknoper, een saaie ambtenaar, wordt zo genoemd naar het prototype Dorknoper uit meerdere Heer Bommelstrips. 'Double bogey' verwijst naar het golfspel [2 boven par], 'double-breasted' naar kleding [met elkaar bedekkende voorpanden en twee rijen knopen] en 'double croche' naar muziek [1/16 noot]. Mijn Russische schrijversfavorieten zijn Dostojevski (VD) en Tolstoj [idem]. Bij het proces-Dutroux werd het dossier-Dutroux gebruikt. Dossiers hebben dossiernummers, in dit geval is dat dossier nummer dertien (13). Een doré is een aardappel, een dory een boot.

3. Het doublé horloge [doubléhorloge] viel in de koffiedrab. Heb je een douw gekregen? Een fuchsia [k] behoort tot het geslacht Fuchsia [Linnaeus]. De man met het draculagebit trof draconische maatregelen. Een draai-ijzer is een snijijzer op een draaibank. Hoe komen de douglasspar en de dourowijn [Portugese streek Douro] aan hun naam? Deze afbeelding heeft een hoog dpi-gehalte (dots per inch). Doussié is afzeliahout. Wijn kan doux [doe] (zoet) zijn (antoniemen: sec, demi-sec, brut [bruut]). Bekende pc-termen zijn 'drag-and-drop' en
'knip-en-plakwerk' [bestanden etc. verplaatsen binnen pc met één muisklik]. Bij het dribbelen maak je een dribbel, bij het tackelen [2025 ook tacklen!] een tackle. Zelden zal een dreestrekker een Dreespenning krijgen. Een draisine is een loopfiets en een drakar een Vikingschip. De draufgänger [vechtjas] ging door met ademhalen en drank halen. Zijn er veel tootsies [man als vrouw verkleed] onder de Tutsi's (of omgekeerd! – vgl. Hutu's, beide niet in wdb.)? Garam masala [Indiaas kruidenmengsel] kun je goed combineren met basmatirijst (niet met bosjesmannenrijst! - termieten!).

4. Deze drôle de guerre [vreemde oorlog, phoney war] moet snel beëindigd worden, zo heeft de president zich geuit. Driehoog-achter aten ze op Driekoningen (het driekoningenfeest) drie-in-de-pan. In de driestuiverroman kwam de Driestuiversopera ter sprake. Drôlerie omvat draken, duivels en monsters in middeleeuwse boeken. In de drukbezochte wijngaard mocht je zelf druiven plukken. In de druïdedienst speelt de drudevoet (pentagram, pentakel) een belangrijke rol. De aardappelen hebben droog gelegen, de dronkenman is drooggelegd. Een obligo is een borgstelling, obligaat (obbligato) is een term uit de muziek. De Amerikaanse vlag wordt aangeduid met 'old glory', een antieke stijl met 'old finish'. OCW (een ministerie - gebouw, anders, instelling M – van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heette daarvoor OCenW en nog daarvoor OK en W [Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, niet in VD]. Ook onderhout heeft onderhoud nodig. Hij keerde onverrichter zake terug van zijn odyssee (zoektocht) naar onyxen [van onyx = agaat, chalcedon] voorwerpen.

5. De Australische koeskoes is een opossum [buideldier]. Het OPS is het organisch psychosyndroom. Als je de entree opgesoupeerd hebt, kun je aan de soep beginnen. Zullen zij opzien tegen komende vrijdag? Ik zal zeker ertegenop zien (ertegen opzien). Onze straat wordt opgezoomerd. De orangisten stonden tegenover de staatsgezinden. Een oranjehemd is een Oranje-international uit de Oranjeselectie. Een oratio pro domo houden is preken voor eigen parochie, al dan niet in een oranjerie (VD ook: orangerie). De bladeren van de wilde marjolein heten oregano. Organza is een weefsel van doorzichtige zuivere zijde. In de Oriënt [Oosten als landstreek] heerst een oriëntaal klimaat.

6. Ouder gewoonte ging hij naar het café. Die oudgast [heeft lang in Nederlands-Indië vertoefd] was oudgediende bij de oudgereformeerden. Die oudkatholiek is oud-Kamerlid. Hij werd behandeld als oudroest [oud vuil]. Oudtijds is langer geleden dan eertijds. Oudzwart is een ziekte van de hyacint [plant]. Kennen ze die oudvaderlandse, oud-Hollandse, gebruiken nog? Met uitgaven out of the blue [volkomen onverwachts] en out of the pocket [niet afzonderlijk begroot] kom je op out of bounds (verboden terrein – ook: buiten de golfbaan). Heeft dat land een overkill (teveel) aan ABC-wapens [atomaire, biologische, chemische]? Zijn oversized kleding was (te) ruim bemeten. Ruimdenkend is liberaal. Gelukkig ben ik een resusfactorpositieve [bloed] dicteedeelnemer. Die vent was egregiously an ass, bij uitstek een ezel. Ze lijdt aan Groene Boekjesangst. Ik heb je een- en andermaal gezegd, dat we een en ander moeten verkopen. Hun eendracht-maakt-machtige [eendracht maakt macht] samenwerking was een groot succes. Het eemien is de
Saale-Weichsel interglaciale tijd. Een edisonaccu is een nikkel-ijzeraccu.

7. EDTA is ethyleendiaminetetra-azijnzuur. Zie voor écusson de heraldiek [klein schildje in een wapen], edelcanina (gekweekte hondsroos) en edelweiss zijn planten en de edelzwicker is een witte elzaswijn. Wij wonen eenhoog, zij driehoog-achter.
Een-op-eenmarketing werkt! Er is geen een-op-eenrelatie tussen armoede en intelligentie. Een een-om-niet is een aas-blank [dobbelsteen]. De op een na laatste kans is de
een-na-laatste kans. Je kunt dat niet een-op-een overzetten naar de huidige tijd. Het waren niet de eerste de besten die het dictee wonnen. Na het eersteklas diner [eersteklasdiner] ging ik als eersteklasreiziger op weg naar de eersteklas(sen)patiënt. Hij werd met veel egards [beleefdheid] ontvangen. Effiloché is gerafeld, égalité is gelijkheid. Is egotisme hetzelfde als egoïsme? Ja. Een egoutteur is een papierwals. Efflorescentie [bloeitijd] heeft betrekking op de flora [het plantenrijk]. Wie is koning van de indorock? Dat is latijn (GB, VD: L – lijkt fout) voor me. Ze heeft zich eigen gemaakt, eigengemaakte kaas te maken.

8. Wat heeft de E-laag [e-laag in VD – lijkt fout – ionosfeer, laag van Heaviside, maar die is daar geschrapt en niet vervangen] met het
E-klimaat [koud klimaat, systeem van Köppen] te maken? Ei zo na [op een haar na] was hij getrouwd. Hij beantwoordde haar Franse élégance met Hollandse elegantie. Het élan vital is sterker dan gewoon elan. Deze einstein doorgrondt het einsteinium [Es, 99] geheel. De balansenijker voer op de eiker [schip] mee. De eikpoes [eekhoorn] was razendsnel. De elektropop is onderdeel van de electroclash [muziek]. Als je toch gaat schaatsen, breng dan op je Brabantse klompjes [ronde houten schaats] een kilo Eisdener klompkes (klompjes – appelsoort) mee, wil je? Hij heeft elucubraties [moeizaam tot stand gekomen werkstuk] voortgebracht. Zijn eloquentie [welsprekendheid] was spreekwoordelijk (bedoeld is Brugman). Hij hield een eloge [lofrede – VD, GB] op El Niño [opwarming zeewater] en de elliottgolf [periode van sterke koersschommelingen, voorafgaand aan een omvangrijke koersval]. Hoeveel Elfstedentochten zijn er al geweest met hoeveel verschillende Elfstedenwinnaars? Hoeveel élèves [leerling] heeft deze meesterpianist? Een ballpoint is een balpen. Bij bals musettes (+ bal musetteje, net als eau de toiletteje) klinkt harmonicamuziek. Hij heeft acute pijn in zijn portemonnee. Ze ging van Wippenstein [van bil].

9. Een flikflak is een handstand-overslag. Een Emmy (Emmy Award) wordt in de VS [Verenigde Staten, USA] uitgereikt op tv-gebied [ook: teeveegbied]. Een grijze eminentie is een éminence grise [graue Eminenz]. De emigrés en emigrees moesten hun paspoorten inleveren. Een embarcadère is onder andere een steiger. Kijk, daar heb je nog emaillen reclameborden [s]! Het lettertype heet 'elzevier'. Leer het nu in één keer goed: het Elysée is een paleis, de Elysese velden vormen het Elysium (adjectief: Elysisch) en een verrukkelijke (Campert: verrukkullukke) plaats is een elysium (adjectief: elysisch). Een émissaire (emisario) is een spion. De term 'émail-cloisonné' (cloisonné) wordt gebruikt bij vaatwerk (bij het cryptogram waren dat aderen!) en bij email [niet: e-mail!]. Hij had naast employés ook employees in dienst. De en-détailuitleg [en détail – tot in detail] volgt. 'Ie' voor 'hij' is een enclise (enclisis, aanhechting – daar gaat-ie), 'kwas' voor 'ik was' een proclise (proclisis – aansluiting). Wegens mijn diabetes heb ik altijd een encas [lichte maaltijd] bij me.

10. Ook een tompouce [= tompoes, plu] trouwens. Encefalopathie [hersenverweking, ook: dementia paralytica] is een hersenziekte en myalgische encefalomyelitis wordt afgekort tot ME [= CVS - GB/VD]. Bij tekst en clair [niet in code] is geen encryptie (cryptografie – versleutelen – of decryptie – ontcijferen, ontsleutelen) nodig. Word bij die encierro [stieren door de straten] zelf maar geen enchilada [opgerolde tortilla]! Hij was en nage [geheel bezweet] en marche [op weg. onderweg]. De militairen stonden – sommigen en garçon [als vrijgezel] – en haie [als in een haag, naast elkaar]. Een en-groshandel handelt en gros [groothandel]. Het enfant prodige [zjə – wonderkind] en het enfant prodigue (gə met g van goal – verloren zoon, Bijbeltaal!) schelen maar 1 letter. Het enfant terrible [mv. (s) s – brengt groep, omgeving, in verlegenheid] dacht: enfin seuls [mv. – eindelijk samen alleen – bijwoord]. Het bijna-engelse [vgl. engelse groetenis, Ave Maria] gezang was sereen.

11. Extra extra large wordt aangegeven met XXL. Als die tandartsen even goed zijn, kun je evengoed de andere nemen. Een exsiccaat is een gedroogde plant. Extranei (enkelvoud: extraneus – tentamens en examens, maar geen colleges) zijn hier zeer welkom. Is dat de vox populi [stem des volks] van de faex [ee] populi [gepeupel]

 


2461 Dictee vrijdag 05-11-2021 (3) – dictee BeNedictee 2021-11 √ x

Dictee – dictees [2461]

BeNedictee 2021-11

De vetgedrukte woorden moesten worden ingevuld. Blauw is toelichting.

Een frightnight voor vips - deel 2 (auteur: Birgit Kuppens) 

1. Het was muisstil in het kantoor van Evert. De boekhouder zat zoals steeds laidback [ontspannen, relaxed] achter zijn split screen [beeldscherm in tweeën, aan meerdere bestanden werken], toen de deur openzwaaide en Blanche naar binnen koekelemeide [dartelen]. Ze vroeg hem voor de zoveelste keer om ten algemenen nutte [tot ieders voordeel] een plezierreisje met Jules als bedrijfskost(en) in te geven. Daarnaast kwam ze haar boekhouder ook nog inseinen [informeel op de hoogte brengen] over het feit dat de erhu [tweesnarige Chinese viool], die een Faeröerse tagrijn [(vodden)koopman] destijds aan het museum geschonken had, gestolen was. Dat was natuurlijk maar kletsica [kletspraat]. Die viool bevond zich, net zoals een verzameling munten (zevend'halfjes – zes en een halve stuiver, 32,5 cent, ook pietje [ook zilveren munt met die waarde – ook 1/8 van Zeeuwse rijksdaalder = 52 stuivers = ƒ 2,60] of Pietje bedroefd – en öres [100 öre = kroon, Scandinavië]) en een zwaard met S.P.Q.R. [Senatus Populusque Romanus, senaat en volk van Rome] in romeinse letters [romein = romeinletter = lettertype, o.a. cursief of gotisch], in Blanches woonkamer. ‘Dit wil ik niet op mijn foelielat [kerfstok] hebben,’ riep Evert. Blanche trok een gezicht alsof ze net een limquat [dwergcitroentje verwant aan kumquat] had ingeslikt. ‘Oké, dan zoek ik wel een andere dommekloot [stommeling] of typemiep voor jouw zombiebaan’. Evert begon haar na te bauwen [nabauwen = napraten], op een manier alsof zijn overste aan een allolalie [spraakstoornis, afwijking hersenen] leed, waarop Blanche hem ineensloeg [in elkaar, in stukken slaan] met een spoorrijs [bos droge takken voor vuur in locomotief].

2. Intussen had meneer De Coster zich uitgebreid tegoed gedaan aan de likorette [verloflikeur]. Hij was zo zat als een zwitser [huursoldaat, pauselijke garde – ook: Maleier] en vond het tijd om iets op te biechten. Hij schraapte zijn keel en sprak het gezelschap toe: Ik vind het tijd om te vertellen dat Lily en ik consanguien [verwant in den bloede] zijn: videlicet [te weten, namelijk], zij is mijn een-na-oudste [op een na oudste] dochter. The word is out. Mevrouw Vijvermans schrok zich te pletter van deze plotse onthulling en morste calamondin- oftewel kalamansibrandewijn [van kleine, zure vrucht] over haar tenuetje van peperdure chappe [zijde, chape = ondervloer, slijtlaag]. Dit mocht niemand ter ore komen, en zeker niet deze vooraanstaande dorpsgenoten. Met rood aangelopen wangen spurtte ze de hoek om en verschool zich in de piesemopsantee [wc, toilet].

3. In de donkere gang op de eerste verdieping, net naast een opgezette killdeerplevier [vogel], hield Evert zich schuil in een loutrofoor [Griekse hoge vaas, 1 m hoog] van de Khoikhoi [zwart volk, Nederlandse kolonisering, Zuid-Afrika, West-Kaap, verwant aan San]. Aangezien de vaas een uitzonderlijk brede hals had, werd de boekhouder niet overmand door een aanval van trypofobie, oftewel angst voor kleine gaten. Hij had een buitengewone interesse in het keynesianisme [Keynes = Britse econoom, zekere opvatting over werkgelegenheid – volgelingen: keynesianen] en verslond sociaalgeografische [volgens de sociale geografie] en sociaalliberale [deze begrippen zijn niet verwisselbaar!] literatuur, maar de afgelopen vijf jaar had hij zijn tijd verspild met het verdonkeremanen van geld en goederen voor een nietsontziende takketrol. Het was hoog tijd om haar te tonen dat hij wel degelijk een topaap [alfaman] was. Hij wist immers dat zij om kwart voor tien naar de vergaderzaal zou komen voor een geheime deal.

4. Het licht ging aan en er klonken voetstappen op de trap. Hij zou zijn slachtoffer overmeesteren. Maar toen hij goed luisterde, hoorde hij meneer Vijvermans’ zeemzoete stem: ‘Oh liefste Blanche, waar ben je? Ik heb het spaargeld van vijftien klanten kunnen ontvreemden. Eindelijk komt onze droom in vervulling. Djoin [djoinen = zich aansluiten, vervoegen bij = wel: join the club!] mij naar de kiss-and-rideparking [ook K+R-parking goed gerekend – wel verdwenen uit VD] voor het museum. Daar wacht ons la plus noble conquête de l’homme [het paard] met een tilbury [tweewielig rijtuig, één paard, twee personen]. Ik zal je prince charming [vgl. princess charming] zijn en vervoer je naar la città eterna [Rome, de Eeuwige Stad, het eeuwige Rome, Roma aeterna] tenzij je meer te vinden bent voor een dagje skijøring [voort laten trekken op ski’s door paard of auto] in Alaska. Terwijl de paarden dan onderweg peisteren [pleisteren, weiden, voeren] in de buurt van een wed [doorwaadbare plaats, drenkplaats voor paarden], drinken we gezellig samen een martini, shaken, not stirred [in cocktailshaker behandeld i.p.v. met cocktaillepel].

5. Plots werd hij uit zijn mijmeringen wakker geschud door een schel geluid. Het was het gerinkel van de antieke telefoon, net naast de opgezette vogel, bovenaan de trap. Meneer Vijvermans hief gezwind de zware hoorn van de haak en bracht hem naar zijn oor. Wie kon het anders zijn dan Blanche? Meneer Vijvermans wist immers maar al te goed dat dit toestel enkel diende voor interne oproepen naar een ander toestel in de kelder, waar hij de afgelopen jaren vele leuke avonden met Blanche had doorgebracht. ‘Dag liefje, het is je lovelace
[
lahf-lees, donjuan]’. Het was muisstil aan de andere kant van de lijn. Plots klonk er een luid gehijg in zijn oor. Er liep een rilling over zijn werveladers. Het gehijg stierf langzaam weg, werd gevolgd door een nieuwe stilte, en dan plots een ijselijke gil. ‘Oh nee, Lily!’ riep meneer Vijvermans in paniek. Hij gooide snel zijn koffertje met geld in de grote vaas langs de muur en haastte zich terug de trap af.

6. Op de kelderverdieping opende hij de loodzware deur, waar Blanche hem de sleutel van had toevertrouwd. De lounge werd zichtbaar. Linksachter in de hoek lag een clown in een chaise longue. Zijn papperige derrière was naar het midden van de kamer gericht. Hij kauwde onafgebroken fruittella’s, terwijl er op de achtergrond ländlermuziek [muziek voor of oude Duitse boerendans] te horen was. Twee meter verder stond Lily, vastgebonden aan een zuil van
Parisch marmer [van het eiland Paros]. ‘Ik sla je tot moes, vuile clown!’ riep meneer Vijvermans en hij balde zijn vuisten. Hij nam een aanloop om zijn tegenstander een flinke afpoeiering te geven, maar struikelde over enkele lathyruserwten [vlinderbloemig plantengeslacht met pronkerwt] die voor de zetel lagen. Met een smak belandde hij boven op een paar oversized schoenen, die een onnozel piepend geluid voortbrachten. De clown begon luid te snikken en dikke tranen parelden over zijn blauwgestreepte wangen. Meneer Vijvermans krabbelde weer recht en keek de clown verbaasd aan. ‘Ik heb Lily helemaal niets misdaan,’ mompelde de clown. ‘Laat me vertellen hoe het komt dat ik mij soms gedraag als een voorjaarskrokus oftewel exhibitionist.’ Meneer Vijvermans nam een stoel en boog aandachtig voorover. ‘Alles begon toen ik nog een droldrie was. Mijn ouders verkochten mij aan een gemene smiecht [smeerlap], die nooit aandacht voor mij had en vond dat ik voor hem moest werken. Hele dagen stond ik op de kermis met een rarekiek [kijkkast – naar: fotograaf Kiek uit Leiden] en verdiende slechts een handjevol geld. Niemand heeft mij ooit graag gezien.’ Zowel meneer Vijvermans als Lily waren diep ontroerd door de onthullingen van de clown en besloten de man op te nemen binnen hun gezin.

7. Op de benedenverdieping stond het gezelschap bij het buffet: Blanche, meneer de Coster, apotheker Martens en Evita. Ze genoten van een lahmacun [Turkse pizza] met sucuk [droge, gekruide worst van rundvlees] en van trofie [pasta van tarwebloem en water] met Parmezaanse kaas. Klaas, daarentegen, was glutenintolerant, en was meer een tefffanaat [teff: glutenvrije graansoort uit Ethiopië]. Na deze verrukkelijke maaltijd serveerde Blanche de gasten nog een advocateborrel [drank advocaat, heeft geen mv.] uit een fles die ze gestolen had uit het kantoor van haar jurist. Daarna rock-‘n-rolde [o.v.t. van rock-’n-rollen] ze vrolijk in de richting van de trappenhal. Het was bijna tien uur. Meneer Vijvermans zat vermoedelijk al een kwartier te wachten in de vergaderzaal. Hij zou zijn toekomstplannen voor haar onthullen.

8. Om ongezien naar boven te kunnen sluipen, liet Blanche alle lichten gedoofd. Eenmaal [Vlaams, toen ...] ze de eerste verdieping bereikt had, manoeuvreerde ze zich zorgvuldig door de smalle gang. Een hol geluid klonk vlak bij haar linkeroor. Het leek wel op te stijgen uit de antieke vaas langs de muur. Plots werd een ijzingwekkend screammasker [filmreeks Scream: angstaanjagend gezichtsmasker met holle ogen en een in angst geopende mond] zichtbaar in de duisternis. Blanche kon geen woord meer uitbrengen en bleef verstijfd de holle ogen van het masker aanstaren. Buiten het gemaskerde gezicht kwam nu ook een tengere arm uit de vaas naar boven. In zijn hand hield Evert een trepaneerboor [schedelboor] waarmee hij zijn slachtoffer transeneerde [kwellen, plagen]. Aan een schedelboring had Blanche zich die avond niet verwacht. ‘In opdracht van Jules ben ik op zoek naar een zymotisch [gistend] brein.’ zei Evert koeltjes. ‘Met zijn collectie gistende olifantenhersenen heeft hij namelijk niet genoeg.’ Toen de punt van de boor haar schedel raakte, smeet Blanche zich, als in een reflex, tegen de muur aan de overkant. Ze smakte hierbij tegen een grote rode hendel, die door de klap, naar beneden werd gedrukt. Een luik in de oude laminaatvloer schoof open en slokte Blanche op. Ze tuimelde willoos naar beneden, in het verblijf van de vampiervleermuizen.

9. ‘Opgeruimd staat netjes …’ giechelde Evert, en hij sloot het luik af met de hendel. Grijnzend greep hij naar het koffertje met geld, dat meneer Vijvermans in de grote vaas had achtergelaten. Hij spurtte als een hazewind [hond] naar beneden en schoot nog snel nummer honderd [toilet] binnen voor een sanitaire stop. ‘Ik vlucht met mijn orebak [geldla] naar een shangri-la [afgelegen oord, lieflijk en schoon, paradijs] aan de andere kant van de wereld’, sprak hij zichzelf toe in de spiegel. Evert wist echter niet dat er nog iemand aanwezig was in de bestekamer [toilet, wc]. ‘Mag ik mee?’ vroeg een fijn stemmetje
à brûle-pourpoint
[op de man/vrouw af] vanachter een houten deur. Mevrouw Vijvermans wist heel goed dat een orebak een geldla was. Na de onthullingen van meneer De Coster durfde zij haar echtgenoot niet meer onder ogen (te) komen. Ze had niets te verliezen en haar ogen veranderden in twee dollartekens bij de gedachte aan het koffertje dat Evert met zich meedroeg. ‘Dat zie je van hier!’ zei Evert, die in een fourire [lachstuip] uitbarstte. Mevrouw Vijvermans trok haar bralette [beha of topje met niet-voorgevormde cups en zonder beugels - braletje of bralettetje] naar beneden waardoor er een nippleslip [nipslip, nipplegate: het per ongeluk tonen van een tepel, met name door een beroemdheid] geschiedde. Evert dacht dat hij een spooksel zag en besloot dat het allenthalve [overal, van alle kanten] geen slecht idee was om deze demi-mondaine [schijnbaar fatsoenlijke vrouw van losse zeden] mee te nemen naar een onbekende bestemming. Via de nooduitgang van het museum snelden ze naar het rijtuig met de paarden, op de parking van het museum en trokken ze
de wijde wereld in.

10. De lift ging open op de benedenverdieping. Meneer Vijvermans trad de grote zaal binnen, gevolgd door Lily en de clown. Met z’n drieën gingen ze recht op het buffet af, waar de andere vips hen een glaasje brouilly [bekende beaujolaiswijn] aanboden. ‘Aha, daar is onze mysteryguest!’ riep apotheker Martens smalend naar de clown, waarop deze laatste een bivakmuts over zijn oranje boekels [haarkrullen] trok en een 9 millimeterpistool uit zijn cummerbund [GB ook: cummerband, VD alleen u, brede band om avondkleding – herkomst: India] tevoorschijn toverde. ‘Ha, apotheker Martens!’ brulde de clown, ‘Je hebt je niet aan je afspraak gehouden. Je zou mij in de kelder van dit museum komen ophalen, zodat we samen jouw collega, de doekoen [medicijnman] van wacht konden overvallen’.

11. Het werd muisstil in de grote zaal en niemand durfde nog te bewegen. Niemand, echt niemand? Vanwaar kwam dan dat plotse geluid? Een gepiep van scharnieren werd gevolgd door het gekletter van botten en een luid gegrom. Het skelet van de triceratops [dinosaurus, vier poten, drie hoorns], dat de hele avond de vips vanuit de hoek van zijn oogkas had geobserveerd, denderde nu in de richting van het buffet. Het beest opende zijn reusachtige muil met vlijmscherpe tanden, klaar om de menigte in één enkele hap op te schrokken.

12. De vips zetten het op een lopen en wisten te ontsnappen door de grote toegangsdeur van het museum. Ze hoorden nog net hoe de enorme dinosaurus – die niet door de deur kon – te pletter smakte tegen de glazen wand rond de deur. Buiten, op de stoep, kwam het tot een straatgevecht tussen de genodigden, die intussen behoorlijk boven hun theewater waren, en de clown, die zijn geweer tijdens het vluchten was verloren. Het slot van deze chiquige, standingvolle avond zou uiteindelijk plaatsvinden in het dichtstbijzijnde politiekantoor.

 

 

 


2460 Dictee vrijdag 05-11-2021 (2) - dictee BeNedictee 2021-10 √ x

Dictee – dictees [2460]

BeNedictee 2021-10

De vetgedrukte woorden moesten worden ingevuld. Blauw is toelichting.

Een frightnight voor vips [deel 1] (auteur: Birgit Kuppens)

1. Heb je last van hippopotomonstrosesquippedaliofobie [ziekelijke angst voor lange woorden – vgl. sesquipedalia verba – ellenlange woorden]? Drink dan nog snel wat côtes du Rhône [rhônewijn - mv. + s], yquem [witte bordeauxwijn] of sjampie [champagne]. Als je het dictee niet foutloos schrijft, beschouwen we je niet als tararaboemdijeefiguur [schertsfiguur] of lulletje lampenkatoen [lampenpit, rozenwaterv. = tepeltje taptemelk].

2. Hier gaan we dan …

Dit jaar valt Halloween samen met de museumnacht in het Museum voor Natuurwetenschappen. Daar stonden ze allemaal,
entre chien et loup [in de avondschemering, inter canem et lupum, uur tussen hond en wolf], de vipgenodigden [very important person], die als eersten [personen!] naar binnen mochten.

3. Meneer Vijvermans stond vooraan bij de deur, vergezeld van zijn echtgenote en zijn dochter Lily. Beroepshalve was hij zelfstandig beleggingsadviseur. Zijn clientèle vond hij voornamelijk in het nabijgelegen rvt (rust- en verzorgingstehuis). Veel vrije tijd had hij niet, want vaak moest hij een hapje gaan eten bij een verkoopgesprek. Zijn lievelingsgerecht was taart. Versgebakken of al wat oudere … Mevrouw Vijvermans had het nog veel drukker dan manlief. Terwijl haar man behoorlijk wat geld binnenbracht, moest zij ervoor zorgen dat het gezin die rijkdom ook uitstraalde.

3. Wat verderop stond onder meer apotheker Marcus D. M. Martens, de beste vriend van de heer Vijvermans. De apotheker was gespecialiseerd in het mithridatiseren [wennen aan gif door steeds groter doses] van zijn medemens, en daarom nam zijn beste vriend hem maar al te graag mee naar zijn zakendiners.

4. Natuurlijk was er ook nog de heer De Coster. Hij was een pakkenman [betreft kleding, pakkeman = boeman, ww. pakken], die zich vooral op zondag opkleedde, wanneer hij als lector steevast aanwezig was in de mis. Als laatste in de rij van de belangrijke genodigden stond Evita, de bekendste operazangeres van het dorp. Het clubje vips hield zich ver op afstand van hun medemensen die zij als boertjes van buut’n [plattelanders] beschouwden.

5. Eindelijk mochten ze naar binnen. Daar werden ze eerst getrakteerd op een toespraak van Blanche, de directrice van het museum. Terwijl zij een taedieuze [langdradige] speech hield over de KPI’s [key performance indicator] van het museum, lonkte meneer Vijvermans al naar het buffet met meerdere croquembouches, moelleuxs [ook witte wijn, hier: gebakje] en de fiadu [stevige cakeachtige koek – SR - mv. 's]. Hij hoorde nog net dat Blanche, Evert, de ad-interimboekhouder de laan had uit gestuurd en hem had vervangen, door Jules, haar cicisbeo [vaste begeleider en vriend, niet: minnaar]. Deze man was jager, richtte zijn pijlen vooral op Thaise olifanten en zou het museum helpen met het uitbouwen van een slagtandententoonstelling.

6. Na de speech werden de gasten getrakteerd op een lichtalcoholisch aperitiefje en kregen ze een rondleiding over de benedenverdieping. De rondleiding werd georganiseerd door een deskundige in de chasmologie [geeuwkunde], genaamd Klaas. Vaak moest de man zijn stem verheffen, omdat Lily weleens in Morpheus’ armen [diepe slaap] belandde. Terwijl hij langwijlig [langdradig] lamijnde [mekkeren, zeuren], liep hij met de genodigden onder meer langs een tafel van scagliola [imitatiemarmer] waarop een shimeji [beukenzwam] lag.

7. Deze modderfokker [klootzak, van: motherfucker] met vooral veel nixfactor [totaal ontbreken van uitstraling] kon Lily echt niet boeien. De tiener behept met je-m’en-foutisme [BE: onverschilligheid] had tijdens de rondleiding al de hele tijd naar drillrap [rapmuziek, straattaal, wapens] geluisterd, gewinozd [ww. winozzen – waar was ik naar op zoek? – bij surfen – vgl. wilfen – what was I looking for?] en gephubd [phubben: tijdens gesprek in de weer met de smartphone]. De reden om aanwezig te zijn bij dit protserig vertoon, was omdat zij hier haar tinderdate zou ontmoeten. Plots whatsappte [ww. met kleine letter, verder W/w, F/faceboekpagina, etc.] deze laatste haar dat hij zich schuilhield op de kelderverdieping van het museum. Lily wist aan de aandacht te ontsnappen en haastte zich naar de lift. Beneden gingen de deuren open en kwam Lily terecht in een aquifer [ondergronds waterbassin] waarbij het invallend maanlicht werd tegengehouden door een mashrabiya [houten rooster tegen invallend zonlicht]. Ze voelde zich een beetje op haar ongemak in het duister, maar gedroeg zich liever niet als een zeiklijster [zeurkous], in de veronderstelling dat haar date in de buurt was. Ze zette enkele passen naar links, hoorde plots een dof gestommel en draaide zich om.

8. Daar was hij dan … Tetterettet [klanknabootsing trompet]! Hij blies uit volle borst op zijn bassax [saxofoon]. ‘Hu [uitroep van afschuw]!’ riep Lily. Ze verstijfde van angst. Ze had al jaren last van coulrofobie [angst voor clowns], maar wat ze nu zag, tartte alle verbeelding. Zijn bontgekleurde blotebillengezicht werd zichtbaar in de schemering. Deze clown was ongetwijfeld een bekend subject uit het zwacriregister [zware criminaliteit]. Hij ritste zijn paarse pofbroek naar beneden en siste ‘Als je bang bent in het donker, moet je fluiten’. Allemachies,’ [allemachtig] riep Lily uit. Bij het zien van het innette [heel erg net] lichaam van deze laideron [hier: lelijkerd, ook: lelijk meisje], werd ze spontaan overvallen door een vlaag van gymnofobie [angst voor eigen of andermans naaktheid].

9. Intussen waren de andere genodigden onder leiding van Klaas aangekomen bij een trois-quarts [half van voren, half van opzij] van de Roi-Soleil [Zonnekoning, Lodewijk XVI]. Voor het schilderij stond een zuil met daarop het diëncefalon [tussenhersenen] van een kodkod [nachtkat]. Terwijl Klaas ab acia et acu [in geuren en kleuren, haarfijn] uitlegde wat het verband was tussen het staatshoofd en deze hersenstructuur, zag hij vanuit zijn ooghoek dat Evita een stap naar voren deed. Iedereen kende haar als een teutige dame met een
mise-en-pliskapsel [mise-en-plis al -, watergolf] en een deshabilléachtig [nachtkleding - wel: en déshabillé] gewaad, die vermoedelijk leed aan het moederteresasyndroom [Moeder Teresa – dwangmatig helpen en verzorgen van anderen]. Plots sloeg zij bleek uit en haar gelaat vertoonde een vreemde grijns. Ze begon wild met haar armen te slaan, alsof ze neurotisch werd. Ze hief een hoge la aan, waardoor de omstaanders een acute anakoesie [absoluut gehoorverlies] ervaarden. Ach, du lieber Augustin [formule om uiting te geven aan droefenis, teleurstelling of schrik]!’ riep Klaas uit en hij deinsde met grote vreze achteruit. Is het nu echt nodig om een opéra bouffe [mv. s s +, opéra comique mv. s s +, opera buffa ('s), luchtige opera over het alledaagse] op te voeren terwijl ik probeer om jou iets bij te brengen?’ ‘Dit is een klassiek geval van lykantropie [lykantroop = weerwolf, mens in wolf veranderd, ‘s nachts op roof],’ zuchtte apotheker Martens zelfgenoegzaam. A la bonne heure [het zij zo, vooruit dan maar – tegenwoordig mag ook: À – een bonheur(-du-jour) is een salonkastje met bovengedeelte met spiegelglas], ik zal het maar weer oplossen. Een beetje angélique [ook muziek en luit, hier: engelwortel] zou kunnen helpen, of misschien wat theofylline [in theebladeren, gebruikt als geneesmiddel]’. Aangezien hij dat toevallig niet op zak had, gaf hij de poesjenel [marionet, opgedirkte vrouw, akelig mens] een tramadol [opiaat als pijnstiller] en bracht haar zo tot bedaren.

10. Toen Klaas de genodigden meetroonde naar de zaal met de mirtenstruiken en mirrebomen, de banianebomen [ook: waringin, baniaanboom, banyan, wurgvijg, worgvijg] en de jatropha [plant uit wolfsmelkfamilie], verzon Blanche snel een pieskapee [smoesje, ook: pieskopee] om ertussenuit te kunnen knijpen. Vervolgens haastte ze zich naar het buffet. Ze speelde twee flammkuchen [zekere koek uit de Elzas] naar binnen, een schoteltje met orecchiette [Italiaans: oortjespasta] en als dessert een koegel [Jiddisch, Jiddisj: zoet gebak]. Ze dacht plots aan wat er die middag gebeurd was.