maandag 28 september 2026

3864 Dictee zaterdag 26-09-2026 (2)) – dictee BeneDictee 110 Huib Philippine √ x

Dictee – dictees [3864]

Grensoverschrijdend gedrag (auteur: Huib Boogert

De 73 genummerde en rood onderstreepte items moesten worden ingevuld.

Commentaar in blauw.

1. In veel voorbije (1) BeNeDictees behandelden de auteurs hun privébesognes (2). Dat gaan we vandaag eens anders doen. We pakken een aardrijkskundige regio bij de kop, te weten
Zeeuws-Vlaanderen. U kent de streek: u zag ‘m op weg naar hier. Tenminste (3), als u geen notoire telaatkomer (4) bent.

2. De naam van de regio zegt het al: het gebied is half Zeeland, half Vlaanderen. Het is van Nederland gescheiden door de Westerschelde. Voor de Vlamingen is het een langwerpig, kleiig (5) aangroeisel (6) van die brede zeearm. Anders gezegd: de verloren zoon van Nederland en het onechte kind van Vlaanderen. Nog anders gezegd: de achtertuin van de Nederlanders en de voordeur van de Vlamingen.

3. Zeeuws-Vlaanderen is duidelijk een smeltkroes van culturen, waar de ingezetenen Zeeuws én Vlaams spreken. Ook al zijn de woordbetekenissen soms verschillend (zoals bij weerhouden, alles opdoen (7) [BE: opmaken] , inslaapmogelijkheid, aflijvig (8) [dood] en enerverend), de taal is voor de standaardtaalsprekers (9) [wel: Standaardnederlands] toch het oliemannetje van de beide regio’s.

4. Gezien de geografische positie van
Zeeuws-Vlaanderen is het verklaarbaar en pardonnabel (10), dat de bewoners zich op grote schaal schuldig maken aan grensoverschrijdend gedrag. Dat winkelt maar over de grens, dat trouwt maar over de grens: geen gezagsdrager die er zich druk om maakt. De grenzen zijn poco a poco (11) volledig vervaagd. En toch zijn de grensoverschrijdende Zeeuws-Vlamingen niet het losbandige, lascieve (12) [wulps] volkje, dat je dan zou verwachten. Nee, daar hoef je niet pages (13)
(= bang) voor te zijn.

5. Integendeel, de agrariërs (14) kweken op hun akkers trouw hun hauwen (15) [peul van peulvrucht], en houwen (16) [slaan] er met brede armgebaren het onkruid weg met hun zeisen (17). En als je in Biervliet vraagt om een lekker Vlaams tripeltje (18) [bier], dan krijg je dat tien tegen een (19) [qua kansen] gratis aangeboden, soms zelfs met een flesje cola (20) en een popsicle (21) [ijslolly, waterijsje] erbij, om een verfrissende cobbler (22) [verkoelende drank] te maken. En misschien word (23) je wel uitgenodigd voor een gastvrije agape (24) [liefdemaal, vriendenmaal] met ‘ndujaworst (25) [zat ook in het middagdictee!]. In dat opzicht zijn de Zeeuws-Vlamingen guller en zedenrijker (26) [handelwijze, mv. alleen n] dan de ambetanteriken (27) [BE: vervelend persoon] uit overig Nederland.

6. Vreemd is dat verschil niet, want Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen vormen al van vóór de jaartelling een [evt. één] geheel. Rond het begin van de juliaanse (28) kalender [vanaf 1582: gregoriaanse kalender] was Zeeuws-Vlaanderen een pagus (29)
(= een district, gouw) van het Romeinse Rijk (30). Rond 707 kwam het in de annalen (31) voor als een kasselrij (32) [burggraafschap, kastelenij] van Brugge. De beide regio’s zijn dus altijd al elkaars pylades (33) [trouwe metgezel] geweest.

7. Enkele nadere bewijzen van die verwevenheid: in Nieuw-Namen komt een uitloper van een Vlaamse pleistocene (34) [pleistoceen: tijdperk, plistoceen] zandrug aan de oppervlakte, die ondergronds de grens is overgestoken. In deze zogeheten Meester Van der Heijdengroeve zijn fossielen van miljoenen jaren oud gevonden, bijvoorbeeld zee-egels (35). De smalle duinenrij bij Cadzand aan Zee is een bescheiden verlenging van de Vlaamse Noordzeekust. En in de middeleeuwen (36) hebben cisterciënzers (37) in hun greigekleurige (38) [grijsachtig beige] pijen deze regio bewoonbaar gemaakt door inpolderingen. Het is duidelijk: de Zeeuws-Vlaamse historie kent geen fantaske (39) wendingen. Integendeel, ze is doordrenkt met Vlaamse eigenschappen. En de grens, nou ja, die wordt door niemand meer ervaren.

8. Wat valt er eigenlijk nog meer te vertellen over deze Belgisch-Nederlandse, filearme (40) gouw (41) [landstreek]? Voornaam is, dat de autochtone (42) dames zonder exceptie (43) angelieke (44) [engelachtig] verschijningen zijn en dat de heren een obees (45) [zwaarlijvig] uiterlijk pogen te vermijden. In de Kanaalzone heerst de industrie. Rookpluimen hebben daar begin 20(st)e eeuw de boomgaarden met doyennéperen (46) vervangen, alsook (47) de weilanden met koeien die van schrik abortus Bang (48) [runderziekte] opliepen. De boeren bewerken hun landerijen nu oostelijk en westelijk van de Kanaalzone. Ze gebruiken daarvoor de nieuwste technologieën, maar ook nog hun armen, sterk als cremaillères (49) [heugel, haal, staaf]. De
Koh-i-Noor (50) [diamant bij Engelse kroonjuwelen] zullen ze nooit opgraven uit hun akkers, maar de khorasan (51) [soort tarwe] groeit er goed. Goddank (52) blijft de Groene Khmer (53) [klimaatactivisten] op afstand. Hier en daar kweekt een hobbyboer nog wel wat kippen, waarschijnlijk stresskippen (54).

9. En de industrieën? Die zijn royaal geaccepteerd als integrerend (55) onderdeel van de samenleving. Nut en noodzaak ter discussie stellen is in
Zeeuws-Vlaanderen crimen laesae majestatis (56) (= majesteitsschennis = lèse-majesté). De vlaggenschepen (57) zijn Dow en Yara, sympathieke bedrijven die zelden last hebben van ddos-aanvallen (58) [distributed denial of service]
.

10. Toeristen trekt de streek oulings (59) [vroeger, voorheen] in overvloed. Strijk-en-zet (60) komen ze hier ’s nachts airbnb'en (61) en overdag attische (62) [van Attica – blijk gevend van fijne geestigheid] uitstapjes maken, aan beide zijden van de grens trouwens. Ze vertonen daarbij, als door de teems (63) [zeef, door de wol geverfd] gehaald, een fijn ontwikkeld torinstinct (64) [talent om doelpunten te maken – Tor = zeker versleuteld netwerk] voor toeristische trekpleisters. Tussendoor genieten ze van copieuze (65) maaltijden van tamaraucarpaccio (66) of, bij tijdgebrek, een ‘snel’ plankje met roque- (67) en bluefortkaas (68). Hoe je het ook wendt (69) of keert, iedere bezoeker sluit
Zeeuws-Vlaanderen – zonder auxesis (70) [stijlleer: vergroting] – liefdevol in de armen. En de bewoners zelf niet minder.

11. Daarom mogen we hopen, dat de Nederlandse regering ‘t met de interesse voor Zeeuws-Vlaanderen en met het wij-zij-denken (71) niet zo bont (72) maakt als ze kort na WOII ooit deed. Op een petitie uit het westelijke/naburige dorp Retranchement, houdende een verzoek om betere straatverlichting, antwoordde ‘Den Haag’ doodleuk: “Wendt (73)  u zich tot uw eigen regering in Brussel” ...

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten