Dictee – dictees [3864]
Grensoverschrijdend gedrag (auteur: Huib Boogert
De 73 genummerde en rood onderstreepte items moesten worden ingevuld.
Commentaar in blauw.
1. In veel voorbije (1) BeNeDictees behandelden de auteurs
hun privébesognes (2). Dat
gaan we vandaag eens anders doen. We pakken een aardrijkskundige regio bij de
kop, te weten
Zeeuws-Vlaanderen. U kent de streek: u zag ‘m op weg naar hier. Tenminste (3), als u geen notoire telaatkomer (4) bent.
2. De naam van de regio zegt het al: het gebied is half Zeeland, half Vlaanderen. Het is van Nederland gescheiden door de Westerschelde. Voor de Vlamingen is het een langwerpig, kleiig (5) aangroeisel (6) van die brede zeearm. Anders gezegd: de verloren zoon van Nederland en het onechte kind van Vlaanderen. Nog anders gezegd: de achtertuin van de Nederlanders en de voordeur van de Vlamingen.
3. Zeeuws-Vlaanderen is duidelijk een smeltkroes van culturen, waar de ingezetenen Zeeuws én Vlaams spreken. Ook al zijn de woordbetekenissen soms verschillend (zoals bij weerhouden, alles opdoen (7) [BE: opmaken] , inslaapmogelijkheid, aflijvig (8) [dood] en enerverend), de taal is voor de standaardtaalsprekers (9) [wel: Standaardnederlands] toch het oliemannetje van de beide regio’s.
4. Gezien de geografische positie van
Zeeuws-Vlaanderen is het verklaarbaar en pardonnabel
(10), dat de bewoners zich op grote schaal schuldig maken aan
grensoverschrijdend gedrag. Dat winkelt maar over de grens, dat trouwt maar
over de grens: geen gezagsdrager die er zich druk om maakt. De grenzen zijn poco a poco (11) volledig
vervaagd. En toch zijn de grensoverschrijdende Zeeuws-Vlamingen niet het
losbandige, lascieve (12) [wulps] volkje, dat je dan zou verwachten. Nee, daar
hoef je niet pages (13)
(= bang)
voor te zijn.
5. Integendeel, de agrariërs (14) kweken op hun akkers trouw hun hauwen (15) [peul van peulvrucht], en houwen (16) [slaan] er met brede armgebaren het onkruid weg met hun zeisen (17). En als je in Biervliet vraagt om een lekker Vlaams tripeltje (18) [bier], dan krijg je dat tien tegen een (19) [qua kansen] gratis aangeboden, soms zelfs met een flesje cola (20) en een popsicle (21) [ijslolly, waterijsje] erbij, om een verfrissende cobbler (22) [verkoelende drank] te maken. En misschien word (23) je wel uitgenodigd voor een gastvrije agape (24) [liefdemaal, vriendenmaal] met ‘ndujaworst (25) [zat ook in het middagdictee!]. In dat opzicht zijn de Zeeuws-Vlamingen guller en zedenrijker (26) [handelwijze, mv. alleen n] dan de ambetanteriken (27) [BE: vervelend persoon] uit overig Nederland.
6. Vreemd is dat verschil niet, want
Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen vormen al van vóór de jaartelling een [evt. één] geheel. Rond het begin van de juliaanse (28) kalender [vanaf 1582: gregoriaanse kalender] was
Zeeuws-Vlaanderen een pagus (29)
(= een district, gouw) van het Romeinse Rijk (30). Rond 707 kwam het in de annalen (31) voor als een kasselrij (32) [burggraafschap,
kastelenij] van Brugge. De beide regio’s zijn dus altijd al elkaars pylades (33) [trouwe
metgezel] geweest.
7. Enkele nadere bewijzen van die verwevenheid: in Nieuw-Namen komt een uitloper van een Vlaamse pleistocene (34) [pleistoceen: tijdperk, plistoceen] zandrug aan de oppervlakte, die ondergronds de grens is overgestoken. In deze zogeheten Meester Van der Heijdengroeve zijn fossielen van miljoenen jaren oud gevonden, bijvoorbeeld zee-egels (35). De smalle duinenrij bij Cadzand aan Zee is een bescheiden verlenging van de Vlaamse Noordzeekust. En in de middeleeuwen (36) hebben cisterciënzers (37) in hun greigekleurige (38) [grijsachtig beige] pijen deze regio bewoonbaar gemaakt door inpolderingen. Het is duidelijk: de Zeeuws-Vlaamse historie kent geen fantaske (39) wendingen. Integendeel, ze is doordrenkt met Vlaamse eigenschappen. En de grens, nou ja, die wordt door niemand meer ervaren.
8. Wat valt er eigenlijk nog meer te
vertellen over deze Belgisch-Nederlandse, filearme
(40) gouw (41) [landstreek]? Voornaam is, dat de autochtone (42) dames zonder exceptie (43) angelieke (44) [engelachtig] verschijningen zijn en dat de
heren een obees (45) [zwaarlijvig] uiterlijk pogen te vermijden. In de
Kanaalzone heerst de industrie. Rookpluimen hebben daar begin 20(st)e eeuw de boomgaarden met doyennéperen
(46) vervangen, alsook (47) de weilanden
met koeien die van schrik abortus Bang
(48) [runderziekte] opliepen. De boeren
bewerken hun landerijen nu oostelijk en westelijk van de Kanaalzone. Ze
gebruiken daarvoor de nieuwste technologieën, maar ook nog hun armen, sterk als
cremaillères (49) [heugel, haal, staaf]. De
Koh-i-Noor (50) [diamant
bij Engelse kroonjuwelen] zullen ze nooit opgraven uit hun akkers, maar de
khorasan (51) [soort tarwe] groeit er goed. Goddank (52) blijft de Groene Khmer (53) [klimaatactivisten] op afstand. Hier en daar kweekt een
hobbyboer nog wel wat kippen, waarschijnlijk stresskippen
(54).
9. En de industrieën? Die zijn royaal
geaccepteerd als integrerend (55)
onderdeel van de samenleving. Nut en noodzaak ter discussie stellen is in
Zeeuws-Vlaanderen crimen laesae majestatis
(56) (= majesteitsschennis = lèse-majesté). De
vlaggenschepen (57) zijn Dow
en Yara, sympathieke bedrijven die zelden last hebben van ddos-aanvallen (58) [distributed denial of service].
10. Toeristen trekt de streek oulings (59) [vroeger,
voorheen] in overvloed. Strijk-en-zet (60) komen ze
hier ’s nachts airbnb'en (61)
en overdag attische (62)
[van Attica – blijk gevend van fijne
geestigheid] uitstapjes maken, aan beide zijden van de grens
trouwens. Ze vertonen daarbij, als door de teems
(63) [zeef, door de wol geverfd] gehaald,
een fijn ontwikkeld torinstinct
(64) [talent om doelpunten te maken – Tor = zeker
versleuteld netwerk] voor toeristische trekpleisters. Tussendoor genieten
ze van copieuze (65) maaltijden
van tamaraucarpaccio (66) of,
bij tijdgebrek, een ‘snel’ plankje met roque-
(67) en bluefortkaas (68).
Hoe je het ook wendt (69) of
keert, iedere bezoeker sluit
Zeeuws-Vlaanderen – zonder auxesis (70) [stijlleer:
vergroting] – liefdevol in de armen. En de bewoners zelf niet
minder.
11. Daarom mogen we hopen, dat de Nederlandse regering ‘t met de interesse voor Zeeuws-Vlaanderen en met het wij-zij-denken (71) niet zo bont (72) maakt als ze kort na WOII ooit deed. Op een petitie uit het westelijke/naburige dorp Retranchement, houdende een verzoek om betere straatverlichting, antwoordde ‘Den Haag’ doodleuk: “Wendt (73) u zich tot uw eigen regering in Brussel” ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten