woensdag 17 februari 2021

2105 Dictee vrijdag 19-02-2021 (1) dictee Dictee van de dag (124) √ x

Dictee – dictees [2105]

Oefendictee 733 OUD, geheel herzien naar situatie 2021

Dictee van de dag (124)

1. Er zijn heel wat toetsen: chikwadraattoets [statistiek, moeilijk],
Cito-toets [eind basisschool: Centraal Instituut voor de Toetsontwikkeling], cursor- of pijltjestoets, delete- en entertoets, escape-, functie- en helptoets, alttoets, controltoets of
ctrl-toets, (in België) de kafkatoets [onderzoek administratieve bureaucratie], tab- of tabulatortoets, en (in Nederland) de tokkietoets [bij verhuur kijken naar mogelijke overlast door nieuwe bewoners]. Morituri te salutant: zij die gaan sterven, groeten u [zwaardvechters in de arena tegen de keizer]. Bij het tackelen maak je een tackle, bij het dribbelen voer je een dribbel uit. Wat gebeurde er in het sprookje na de gevleugelde zin "Tafeltje dek je"? Stond ineens vol met gerechten. Hoe spreek je 'tagliatelle' [tahl-jaa-tèh-luh] uit? We eten kip tandoori (uit de tandoorioven). Oorspronkelijk verwijst een tantaluskwelling naar water dat naar (maar niet verder dan) de lippen stijgt en bv. ongrijpbaar fruit. De taliban (meervoud van 'talib' - ook: taleb, VD ) sloegen weer toe. Dat dinertje moet je tegoed houden, later mag je je eraan tegoed doen.

2. Durf je wel, zo'n kleine teckel [hond] tackelen? Volgens GB ga je naar een tapasbar, volgens VD (GB ook) kun je naast tapas of tapa's zelfs wel een losse tapa eten. Meermaals: ten enenmale, ten anderen male, ten tweeden, ten derden en ten vierden male. We dronken nog enkele tequila's [tuh-kie-laas] sunrise [cocktail van tequila, sinaasappelsap en grenadine]. Hij is tifoso (meervoud: tifosi) van AC Milan. Hoe zullen we te werk gaan bij het haar tewerkstellen als onze nieuwe employee [m: employé]? Let vooral op een damestoilet
[dames-wc]. Tot hoelang heb je dat tosti-ijzer nog nodig? Hoe lang is dat ijzer trouwens? Genetische informatie uit het DNA kan worden omgezet in messenger-RNA (boodschapper-RNA, m-RNA). Na een tv'loze avond hebben we toch nog maar naar die tv-show gekeken. Voor mij graag tuttifrutti [2x oe/uh]. We werden met tuktuks [2 x oe] (driewielig voertuigje) afgehaald, nee, helemaal niet met 'de' tjoeketjoeke [trein]. Dat is toch luce clarius [zonneklaar]!

3. Met 'umfeld' (2015 niet in wdb.; nu wel!) wordt omgeving of milieu bedoeld. De umer [uu-muhr – merk] is een melkproduct tussen yoghurt en kwark in. Op het aangiftebiljet mag je de aandelen niet tegen de uitgiftekoers waarderen. Hoe spreek je 'ukulele' [joe-kuh-lih-luh] uit? De een schrijft Engelstalig 'ups-and-downs', de ander Nederlandstalig 'ups en downs'. Vergelijk: do's-and-don'ts. Gevonden met '*sjt*': Besjt (Baäl Sjem Tov, Meester van de Goede Naam (benaming van Israël ben Eliëzer (ca. 1700-1760), grondlegger van het chassidisme)), borsjtsj (rodebietensoep), Pasjtoe of Pathaans, een Iraanse taal, sjtetl (kleine joodse gemeente, met name in Oost-Europa), Pasjtoen (grootste bevolkingsgroep in Afghanistan), sjtreimel (bonthoed chassidische joden) en versjteren (bederven). De Guardian vindt Macmillans brief aan Chroesjtsjov 'verstandig', 'beheerst' en 'to the point' (NRC). Het was een to-the-pointe reactie.

4. Verder: gebensjt (gezegend), hij heeft zijn koopwaar gemansjt [aanbevolen, aangeprezen], wat is nou het miesjt van alles [miesj, miesjer, miesjt, ook: mies, mieser, miest = ongunstig, lelijk, slecht, bangelijk]?, we hebben heerlijk genasjt (lekker gegeten), die winkeldochters van boeken worden verramsjt [tegen afbraakprijs verkopen], bij dat straatvoetbal werd er behoorlijk gerausjt (gerausd – rauzen, rausjen = bij voetbal: wild spelen), zij is van de glijbaan af geroetsjt (de glijbaan afgeroetsjt) en hij heeft ons feestje behoorlijk versjteerd [verstierd, bedorven]. Deze stroop is nogal viskeus [stroperig], heeft dus een hoge viscositeit. Die party was vet cool, zeg maar: supervetcool. We kregen een [in cijfers] 6 gangendiner [zesgangendiner] voorgeschoteld. Visigoten zijn West-Goten. Die twee vluggerdjes [lichamelijk of qua begrip] speelden een vluggertje [bv. bij schaken]. Coeliakiepatiënten [see] hebben een glutenvrij dieet. Bestaat die, een waardevrije [n/s] wetenschap? De verwachtingsvolle(!) vrouw droeg iets wijds. Het is nu wel welletjes met dat welles-nietesspel, dat absoluut zinloze spel van welles en nietes.

5. Het verschil tussen weinig- en veelzeggend is maar gradueel [iets zeggend?]. Nogal wiedes, want hij was apezat. Hij leidt een
wijntje-en-trijntjeleven [wijntje en trijntje: hij diende Bacchus en Venus]. Hij zou zijn leven wijden aan het weiden van zijn schapen. Wifi's [2x ie/aai] zijn draadloze netwerken. Met een writer's blockgevoel (uitz.!) kan zelfs een would-beschrijver niet schrijven. Het worldwidewebgeheel is veelomvattend. De lucht was wolkeloos en wolkenvrij. Het was een woeste boel, toen ze met worcestersaus [woester] gingen gooien. Wriemelen is krioelen en friemelen is peuteren. Een [voluit] ecstasypil (afko: xtc-pil) doet geen wonderen, wel veel kwaad. Ik yel mijn favoriete yell. Een ypsilon is een
i-grec. De zedenprediker laakte het zedeloze gedrag. We hadden al gezumbaad en gaan zo meteen opnieuw zumbaën [oe – fitnessprogramma dat gebaseerd is op Latijns-Amerikaanse muziek en dans].

6. Overal in het zestienmetergebied (16 metergebied, 16m-gebied) kun je een penantie (penalty, strafschop) veroorzaken. Ik pas zoetjesaan voor dat continue zoet houden [met een zoethoudertje]. Daarvoor zullen we zorg dragen. De deontologie is de filosofische plichtenleer. Hoelang zijn die twee nu al vermist? Tot hoelang zal die onzekerheid nu nog duren? Sat est: het is genoeg, ita est: zo is het, hoc est (h.e.): dat wil zeggen (en id est – i.e. – betekent: dat wil zeggen, d.w.z.). De afkorting van executeur-testamentair is exc. test. Op academies is academisch denken bon ton [welgemanierd]. Voor eens en voor altijd: absorberen is opslorpen: dat kan van geluid en straling – een absorbens absorbeert een absorptief. Adsorptie daarentegen
(afko: d.e.t.) is binden van een stof aan een grensvlak: een adsorbens of adsorbent adsorbeert een adsorbaat. Ambeteren is lastigvallen. Anafylaxie is een anafylactische shock [levensbedreigende allergische reactie tegen een bepaald allergeen bij een tweede blootstelling daaraan].

7. We analyseren het à-proposlemma [à propos - apprepo, apperpo] volledig. Hoe spreek je beignet [bèhn-jee/jèh/jèht] uit? Anderzijds en anderszins betreft het hier toch wel een andersoortige kwestie. Zou een ave mariaatje (weesgegroetje) [keer bidden] bidden, helpen [naam: Ave (Maria), Weesgegroet]? Avant-gardetoneel verwijst naar avant-garde [jonge generatie kunstenaars met nieuwe ideeën]. In Azerbeidzjan spreken ze Azerbeidzjaans (of: Azeri). Kan een grazer [graasdier, graseter] een azer [dier dat aast] zijn? Ja. Een baguette is onder andere een stokbrood. Een bagatel is een niemendalletje en een bagatelle een muziekstuk. Met een bahco [merk, Engelse sleutel] sloeg hij het glas baco [cola + rum – ook: bacoglas – Bacardi] aan scherven. De bacoveplantage [GB: s, VD: n/s] gedijt goed. Ze was een beauty van een beauté [beide: schoonheid]. Leg verband tussen epoque maken [groot opzien verwekken], epochemachend [uitermate belangrijk, epochaal] en de belle époque [1890-1910, West-Europa m.b.t. het culturele en mondaine leven]. Die louvredeur moet beiderzijds gebeitst worden. Ken jij sowieso bête [onnozele] bèta's? Is dat een berijdbare, begaanbare, piste? Het thio-ureum is een kankerverwekkende vaste stof.

8. Bij een corsa [wedren van paarden zonder berijders] verdienen de berijders niets: die savoureren dan een heerlijk bereide maaltijd. Op '*eum': apogeum (tegenover perigeum – uiteinden baan hemellichaam), castoreum (bevergeil), conopeum (gordijntje tabernakel), empyreum (hemel, als verblijf van de goden), gynaeceum (harem), hypogeum (onderaards gewelf), ileum (kronkeldarm), neum(en) [ui](notatieteken(s) gregoriaanse melodie), nymfaeum (fontein), oleum (olie), opus Herculeum (herculeswerk, reuzenwerk), opus testaceum (Romeins metselwerk met een kern van opus caementicium), perineum (huid bij de bilnaad), peritoneum (buikvlies), propyleum of propyleeën (brede galerijen die de ingang van de tempelgebouwen in Griekenland vormden), prytaneum (vergadergebouw voor de prytanen – 10 klassen in de senaat, om de beurt voorzitter), suppedaneum (verhoging voor altaar), het Te Deum (laudamus – U, God, loven wij) en museum.

9. Kan een blouson [kledingstuk] bloezen? Werken ze daar nog niet met blu-rays [optische schijf: info erop met blauw laserlicht]? Kijk die hiphopper [popmuziek]: zonder bling(bling) [opzichtige versiering] stelt(-)ie helemaal niks voor! Wie zijn bips [billen] brandt, moet op de blaren zitten. De bokser had wel tien boxer(short)s . Heerlijk, die
café-au-laitfantasie [café au lait = koffie verkeerd]. Zie je het al voor je: een caddie [stokken(koker)dragers] die met een caddy [lade voor schijfje in
cd-speler] achter Tiger Woods komt aansjouwen? Dan komen de socios (supporters van FC Barcelona; niet in wdb.) vanzelf met hun attributen aansjouwen. Carpe diem: pluk de dag. Canapés capitonneren is ze opvullen. Wat is een cassandravoorspelling [juist, maar niemand geloofde het]? Caramboleren is caramboles maken. Zoete blimbing [vrucht] wordt ook carambola, starfruit of stervrucht genoemd. Kan er bij een bal par bricole [over de band] maken, sprake zijn van tripleren? Ja, dat is tweemaal par bricole [= over de band]. Een casselerrib is in se [in wezen] een Kassels ribbetje. Bij cellulitis heb je een sinaasappelhuid. Onder het cataclysmenbegrip vallen aardbevingen.

10. Die chef d'équipe [leider van de equipe] had grote bewondering voor haar chef-d'oeuvre [meesterwerk]. Het was shocking, choquerend (shockerend). De chowchow [tsjau – keeshond] keek toe hoe wij chowder [gebonden maaltijdsoep] nuttigden. Wat hebben chouans (aanhangers van de Bourbons in de Vendée tijdens de eerste Franse Republiek) met een uil te maken [zijn kreet was het herkenningsteken van hun leider]? Die comebackkid [keert terug ondanks tegenslag] is nu zelfs coming man [in opkomst], ondanks zijn coming of age [volwassenwording]. Die tekst kun je alleen contextueel begrijpen. Zijn er speciale corgikennels [hond]? Ook de coryfeeën [sterren] moesten meecorveeën. Was dat wel een crime passionnel, Poirot? Bij strenge vorst crepeer je ook in crêpepapier. Crustaceeën zijn schaaldieren. Zullen we een paar dame(s) blanches bestellen?

  


dinsdag 16 februari 2021

2104 Dictee donderdag 18-02-2021 (1) dictee Dictee van de dag (123) √ x

Dictee – dictees [2104]

Oefendictee 734 OUD, geheel herzien naar situatie 2021

Dictee van de dag (123)

1. Bij het demaskeren vindt een demasqué plaats. Gezocht op '*gout*': agouta (bruine, dunbehaarde solenodon – soort spitsmuis, vgl. almiqui; NB een agoeti is een waterhaas!), arrière-goût: nare bijsmaak, à son goût: naar zijn of haar smaak, coming-out(!): uit de kast komen, degout (afkeer, walging), degoutant (walg(e)lijk), degouteren (doen walgen), de haut goût: sterk gekruid, dug-out(!), egoutteur (wals in papiermachine), goût de contradiction: dwarsdrijverij, het goûter (vieruurtje), gouteren (goûter gebruiken of met smaak genieten), goutte militaire (druiper), gouttière (grafische industrie: dubbele, parallel lopende haarlijntjes), hang-out(! – ontmoetingsplek, fysiek, ook: internet), le goût de la perfection qui stérilise: het onvruchtbaar makende verlangen naar volmaaktheid, opting-out (door bedrijven uit collectieve regelingen stappen), ragout, ragoutje en ragoutbroodje. Een dichotomie is een tweedeling (niet vergelijkbaar met: eersteling!).

2. Bevat een depot alleen goederen en dépôt [in depot]? Met '*dies*': dies a quo: begindatum, dies ater: zwarte dag, die schöne Zeit der jungen Liebe(!), dieselloc, dieseltaks, dieseltractie, diesfeest, dies irae (oordeelslied), diësis: verschil tussen een octaaf en drie reine grote tertsen, dies natalis (stichtingsdag), dies non: dag waarop de rechters geen zitting hebben, diesseitig (en jenseitig), dominica dies (zondag, dag des Heren), eisjedies gaan (overspel plegen), fasti et nefasti dies: gelukkige en ongelukkige dagen, komedieschrijver(!), ladies' day, ladies' night, elegante lady's, maladie sans maladie: spleen, weltschmerz, taedium vitae, o festus dies: o feestelijke dag, radiësthesie (met wichelroede), onderdies (intussen), passedies(je) spelen: dobbelspel, genderstudies, dieselelektrische tractie, dieselen [een auto met diesel(olie) rijden], agrodiesel [uit landbouwgewassen] en subsidieslurper.

3. Is diskrediet een kwestie van discrediteren? Ja. Moet een discman een diskdrive hebben? Mijn adagium is: (ik) 'doe het zelf'. Is dat nou een draai-kiepraam (en dat een maai-dorsmachine)? Gezocht op '*drap*': drapeau: vlag, vaandel, drapenier: lakenbereider, draperen: met gewaden of stoffen omhangen, draperie [versiering], draperies d'amour: wallen onder de ogen, maandrapport(!), sparadrap [ah, geen p uitspreken]: (B.-N.) hechtpleister, toendraplant(!) en misdaadrapport(!). Gezocht op '*drab*': koffie- en wijndrab, drab(be) (droesem), drabbelkoek [broos gebak], drabbig (troebel, vergelijk: troebleren), drabzak [druipzak voor drab] en drabkleur [sub lemma bij bevertien]. De doorsnee-Vlaming en de volbloed Nederlander gingen in de clinch en zelfs op de vuist. Kun jij doowop(muziek) [met woorden als 'shoobydoowop'] imiteren? Hij is druïdekenner [n/s – priester bij de oude Kelten in Gallië en Brittannië] pur sang. Je hebt tegen-, piano- en nee-stemmers. Een epitaaf is een grafschrift.

4. Een dronkenman is een dronkenlap (een drinkebroer). Met het solvayprocedé [èh] maak je soda. Verraadt een emfatisch [(gevoels)nadrukkelijk] accent een empathisch [invoelend, begrijpend] persoon? Een economyclassseat is zeer gerief(e)lijk. Waar was de eerste ebola-epidemie? Falderappes is schorr(i)emorrie of tuig. Niet elke eersteklassencoupé is een eersteklascoupé. Een binnenvetter is een introvert persoon. Capoeira [kaa-poe-wee-raa] is een Braziliaanse zelfverdedigingstechniek. Hij was lucide [helder – van geest] genoeg om een elusief [ontwijkend] antwoord te geven. Je kunt iets op zijn [11!] elfendertigst(e) doen. Ik heb je al elfendertig keer [heel vaak] gewaarschuwd. Enjambement is het doorlopen van een versregel. Leg het verschil uit tussen endo- [inwendige afscheiding – bloedbaan] en exocrien [uitwendig]. In het essaytje ging het (ook) over een butterfly'tje [vlinderdas, ook: konijn]. Een eukaryoot is een uit een of meer cellen bestaand organisme waarvan de celkern van het cytoplasma is gescheiden; een prokaryoot is een eencellig micro-organisme zonder celkern en organellen. Exuberantie is overvloed.

5. De euritmie [bewegingskunst op muzikale klanken] danken we aan Rudolf Steiner. Ex tempore (e.t., impromptu, currente calamo) is voor de vuist weg: vergelijk een knievers of kniedicht. Ex voto is naar wens of volgens een gelofte, vergelijk ex-votobeeld (ex voto publico is volgens de wil van het volk). Voor in het boek (vergelijk: voor in de mond) staat de inleiding. Die staat niet achterin, dat is de epiloog. Pilav (VD ook: pilau) is rijst in vleesnat. Je kunt het heen-en-weer krijgen! Kinderen, uitgemergeld door hongerlijden, worden wel met biafraantjes aangeduid. Aan dit dictee zal een amateur zijn handen meer dan vol hebben. Hoe officieel is een semiofficiële oekaze [streng, hoog bevel]? Als dessert krijgen we crème fraîche [(slag)room, geen mv.]. Prachtig, die bedauwde landouwen, gezien vanuit onze landauer. Die advocaat heeft een gepreoccupeerd standpunt ingenomen.

6. Hij beheerst the gentle art of making enemies (de edele kunst van het zich vijanden maken) als geen ander. Miezemauzen is een bepaald kaartspel, miezemuizen is tobben. De desserttafel stond boordevol borden vol met coq au vin [culinair gerecht van kip, etc.]. Een dut is ook een munt- of ijkstempel. Heb jij ook zo'n goodiebag [draagtas met een aantal cadeautjes of promotieartikelen] gehad? Hier dan toch maar de angsten en de vrees: zoöfobie (dieren), xenoglossofobie (vreemde talen), xenofobie (alles wat vreemd is), virginitofobie (om verkracht te worden), vaccinofobie (vaccinaties), trypanofobie (injecties), transfobie (transgenderisme en transseksualiteit), toxicofobie (vergiftiging), thanatofobie (de dood), technofobie (techniek), tafefobie (levend begraven worden), tachofobie (hoge snelheden), somnifobie (slapen), sanguinofobie (bloed), rypofobie (smetvrees) en russofobie (Rusland).

7. Verder: radiofobie (röntgenstraling), pyrofobie (vuur en brand), pathofobie (ziekte), parafobie (perversie), onomatofobie (woorden en namen), obesofobie (dik worden), nyctofobie (duisternis, nacht), nosofobie (ziekte), nomofobie (zonder mobiel zitten – no mobile), neofobie (nieuwe dingen), necrofobie (dood, dode wezens), mysofobie (infectie), monofobie (het alleen-zijn), melofobie (muziek), melanofobie (de kleur zwart), logofobie (woorden), lalofobie (spreken in het openbaar), kynofobie (honden), kleptofobie (bestolen worden), keirofobie (scheerangst), islamofobie (islam), insectofobie en entomofobie (insecten), infofobie (informatie), ichtyofobie (vissen), iatrofobie (dokters(bezoek)), hypsofobie (hoogte), hypnofobie (sterven in de slaap) en hypegiafobie (nemen van verantwoordelijkheden).

8. Ook: hippopotomonstrosesquippedaliofobie (lange woorden), hydrofobie (water), homofobie (homoseksualiteit), hematofobie (bloedvrees), heliofobie (zon), halitofobie (slechte adem), gynaefobie (2020 – vrouwen), gymnofobie (eigen of andermans naaktheid), glossofobie (speechangst), globofobie (mondialisering), gerontofobie (ouderdom), gefyrofobie (bruggen), gamofobie (relaties), fotofobie (licht), fonofobie (geluid), fobofobie (angst voor fobieën!), erytrofobie (blozen), erotofobie (erotiek en seksualiteit), ergofobie (werk), entrefobie (ergens binnengaan), emetofobie (braken), dysmor(fo)fobie (mismaaktheid), eibofobie (angst voor palindromen), ecofobie (afkeer van de eigen cultuur), dinofobie (duizeligheid), demofobie (mensenmassa's), cyclofobie (fietsen) en claustrofobie (engtevrees).

9. En dan nog: chromatofobie (kleuren), christofobie (christendom), chemofobie (chemische stoffen in voedsel), chaerofobie (afkeer van vrolijkheid en vreugde), bifobie (biseksualiteit), bacteriofobie (bacteriën), aviofobie (vliegangst), arachnofobie (spinnen), antropofobie (mensenschuwheid), anglofobie (alles wat Engels is), androfobie (mannen), amaxofobie (wagenvrees), allodoxafobie (opinievrees), algofobie (pijn), ailurofobie (katten), aichmofobie (alles wat scherp is), agrafobie (seksueel misbruik), agorafobie (pleinvrees), aerofobie (frisse lucht, tocht, wind), acrofobie (hoogtevrees), achluofobie (duisternis, donker), acarofobie (bijtende insecten) en ablutofobie (vrees voor wassen). Gezocht op '*jamb*' di-jambe of -jambus (versvoet), djamboe bidji (guave), djamboe monjet en een hinkjambe (choliambe).

10. Die laatste (ook: choliambus) is een drievoetig jambisch vers met als laatste voet een trocheus [trochee]. Verder: jambage (vooruitstekende pilaar), jambalaya (eenpansgerecht), jamboree (internationaal feestelijk scoutingkamp, om de vier jaar gehouden), jamborette (kleine jamboree), rond de jambe (basisbeweging bij ballet en dans), sjamberloek (kamerjapon voor heren, wijde huisjas met ceintuur) en s(j)ambok (korte, dikke zweep van gevlochten leer). Hoeveel dijaders(!) heeft men? Twee. De afkorting ga. staat voor geankerd [m.b.t. schip]. Zullen we dan samengaan [fuseren]? Je moet hem niet te na gaan (komen). We gingen op chic. De firma ging te gronde, ten onder: de tenondergang was nabij. 'Ten gronde' is een juridische term.

 

 

 

 


maandag 15 februari 2021

2103 Dictee woensdag 17-02-2021 (1) dictee Dictee van de dag (122) √ x

Dictee – dictees [2103]

Oefendictee 735 OUD, geheel herzien naar situatie 2021

Dictee van de dag (122)

1. We gaan naar de kinderboerderij: naar de gapen [geit m x schaap] en scheiten [schaap m x geit]. Kijk, dit is nu een jambenvers [ook: jambus – mv. jambi]. In gadogado zitten o.a. tahoe [= tofoe] en tempé [sojabonen, vleesvervanger]. Een gaffelbuis is een Y-buis [ei]. Dat is een mooi sileneboeket [n/s, anjerfamilie]. Wist je dat een gaganaut een vyomanaut is [Indiase ruimtevaarder]? Een kind is een gage d'amour [blijk van liefde]. De gans waggelde en gaggelde (gakte, gakkerde). Een gai is een gemeenschappelijke antenne-inrichting. Met gêne toonde hij zijn gaine [gèh-nuhg van goal, elastisch buikkorset]. Falderappes is gajes. Galago's zijn bushbaby's [halfaapje, nachtactief = nocturnaal]. Rond een sawa-afdeling [nat rijstveld] loopt een smalle gale/angan (smal dijkje). Galanga is laos [Zuidoost-Aziatische keuken]. De middeleeuwse provençalen, maar ook de negentiende-eeuwse Provençalen bezongen de provenceolie al. Cholecystitis is galblaasontsteking. De galapagosvink komt van de Galapagoseilanden, volgens VD [GB kent alleen de accentloze galapagosschildpad – 2020: nergens meer á]. Een Italiaanse gentleman is een galantuomo.

2. Ze hebben hem behoorlijk geagaceerd [prikkelen, irriteren]. Het woord 'agadir' komt uit het Berbers en betekent: opslagplaats voor graan en goederen. De Aga Khan is het hoofd van de nizari's [sjiitische stroming binnen islam – alleen sub lemma in VD]. Een agami is een trompetvogel, de agamie is dat niet [ongeslachtelijke voortplanting]. Deze stok heeft een agaten [geen n uitspreken] [van agaat, zwart agaat = git] knop. Legt de agathologie [leer van het hoogste goed] ook uit wat kalos k'agathos [schoon en goed, Griekse cultuurideaal, substantief: kalokagathia] inhoudt? De agave is niet een altijdgroenende [= altijdgroen], maar een slechts eenmaal bloeiende plant. Daar waren ze dan: oom agent en Tante Pos. Ze zit in het agentes(se[n])verblijf. Het Latijnse 'Agnus Dei' betekent 'Lam Gods'. Aguma [bladgroente uit nachtschadefamilie, SR] en agoeti's [onderfamilie van de waterhazen] kun je eten. Na de bevalling à terme [op de uitgerekende datum] was er champagne à gogo [in overvloed, naar believen]. Wat doen agrégés in Frankrijk [lesgeven in mo = middelbaar onderwijs]? Aguardiente is eau de vie [aquavit, brandewijn, vgl. pereneau-de-vie]. De afkorting A.H. staat voor anno Hegirae: in het jaar van de islamitische jaartelling [AH is Albert Heijn]. Met de Wandelende Jood wordt overduidelijk Ahasverus bedoeld.

3. Welke rol speelt Ahriman in de leer van Zarathoestra? A.H.S., anno Humanae Salutis, betekent: in het jaar van het heil der mensheid
(= christelijke jaartelling). Ik ga het project '*loog*' en '*logie*' toch maar aanpakken, wel in kleine porties. Er is heel wat te 'leren': acaralogie (mijten), aerologie (lagere luchtlagen), aeschrologie (bezigen vieze woorden), agathologie (hoogste goed), agenttechnologie [ee – software die beslissingen neemt], agologie (opvoeding), albanalogie (Albanese cultuur), algologie (algen en wieren), ampelologie (druivenstokken), anesthesiologie (narcose), anthologie (bloemlezing), angiologie (bloed- en lymf(e)vaten), angelologie (engelenleer), apidologie (bijen), arachnologie (spinnen), aristologie (eten), artrologie (gewrichten), assyriologie (Assyrische oudheden, taal), auto-ecologie (individuele plant, soort), axiologie (waardeleer – n/s).

4. Zo, dat was de a. Verder vanaf de b: balneologie (genezing door badkuur), battologie (stotteren, woordherhaling), bibliologie (het boek), biocoenologie (leer van de biocoenose [ee]: levensgemeenschap), bloembiologie (bestuiving), boeddhologie (boeddhisme), brachylogie (stijlfiguur, zinsdelen weglaten, voorbeeld: jong geleerd, oud gedaan), bromatologie (voedings- en dieetleer), bronchologie (luchtpijpen), bryologie (moskunde), campanologie (klokkenkunde), cancerologie
(= oncologie: kanker), carcinologie (krabben en kreeften), cariologie (cariës), castellologie (kastelen), cecidologie (gallenkunde), celpathologie (cytopathologie: ziekelijke veranderingen van cellen), cetologie (walviskunde), chasmologie (geeuwen), chirologie (handspraak, vingerspraak), chorologie (verschijnselen aardoppervlakte), christologie (de theologie van Christus).

5. Verder: codicologie (handschriftkunde), coleopterologie (kevers, nee, niet die [VW]!), comitologie (EU-besluitvorming op grond van adviezen van comités bestaande uit nationale ambtenaren), conchologie of conchyliologie (schelpenkunde), coprologie (feces), craniologie (schedelleer), crenologie (letterkundig bronnenonderzoek), cryobiologie (invloed van zeer lage temperaturen op levende organismen) en cytologie (celbiologie). Dan komt de 'd': dactylogie (vingerspraak doofstommen), demologie (demografische – bevolking – structuren), demonologie (demonen), dendrochronologie (jaarringenonderzoek), dendrologie (boomkunde), deontologie (filosofische plichtenleer), diabetologie (suikerziekte) en ook nog didaxologie (didactiek).

6. Ook nog: DNA-technologie, doxologie (lofprijzing), dravidologie (cultuur Dravida's), dysteleologie (geen of verkeerde doelgerichtheid), ecclesiologie (kerkleer), econologie (ecologisch verantwoorde economie), egyptologie (cultuur Egypte), endocrinologie (hormonologie), endodontologie (endodontie: tandheelkundig specialisme), epistemologie (wetenschapsfilosofie), eremologie (woestijn), esthesiologie (zintuigen en gewaarwordingen), ethologie (gedragsleer, ethos!), etiologie ((ziekte)oorzaken), etnologie (volkenkunde), etruskologie (cultuur Etrusken), eulogie (loflied), fenologie (moeilijk vak – klimaat), fenemenologie (idem! – niet met rationele kennis), flebologie (bloedaderen), fracturologie (fracturen), fraseologie (gebruik van holle frasen), frenelogie (schedelleer), fytologie (botanie) en de fytopathologie betreft plantenziekten.

7. Vervolgens: gastrilogie (buikspreken), gastrologie (maag),
gastro-enterologie (maag en darm), gemmologie (edelstenen), genologie (kunstgenres), gerodontologie (gebit ouderen), glaciologie (gletsjerkunde), gnathologie (kauworganen), gnoseologie (kenleer), god-is-doodtheologie, grotteologie (speleologie), helminthologie (wormziekten), hematologie (bloedziekten), heortologie (kerkelijke feesten), hepatologie (leverziekten), heresiologie (ketters), herpetologie (reptielen, amfibieën), histologie (weefselleer), hodologie (zenuwverbindingen), hortologie (tuinbouwkunde), hygrologie (luchtvochtigheid), ichtyologie (viskunde), irenologie (bewaren van vrede), karyologie (celkernen), keltologie (keltistiek) en ook nog kinesiologie (fysiologische bewegingsleer).

8. Hij heeft sudeck, het syndroom van Sudeck [complex regionaal pijnsyndroom]. We vervolgen: kremlinologie [Kremlin], kretologie [ongefundeerde leuzen en wensen], kynologie (fokken van rashonden), labyrintologie (heeft niets met Kreta van doen! = doolhof in het oor!), lepidopterologie (vlinders), lichenologie (korstmossen), limnologie (zoetwaterbiologie), lithologie (nu: petrografie), logie (droogschuur – voor stenen), malacologie (weekdieren, geen dagvlinders), mammalogie of mastozoölogie (zoogdierkunde), martyrologie (martelaren), metrologie (maten & (en) gewichten), molinologie (molenkunde), mycologie, mycetologie (schimmels, zwammen), myiologie (muggen), myrmecologie (mieren, daar wordt men wijs), oenologie (eu/ui vinologie, wijnkunde), nematologie (rondwormen), nesologie (eilanden, niet die van Langerhans), ofiologie (slangen), oftalmologie (oogheelkunde), oneirologie (ee – dromen) en ontologie (zijnsleer).

9. Verder: onomatologie (naamkunde), oölogie (eierkunde), ornithologie (vogelkunde), orologie (gebergteleer), palynologie (pollenkunde), papyrologie (papyrus), par(o)emiologie (spreekwoorden, bij ‘oe’ is de uitspraak: eu/ee), pathofysiologie [lichamelijke functies van de zieke organismen of organen], pinkstertheologie [pinksterbeweging], pneumologie (longziekten), pomologie (vruchten), psefologie (verkiezingsuitslagen), pteridologie (varens), pyrologie (vuur), rabdologie (rekenen met staafjes), reflexologie [reflexen], religiologie [godsdienstwetenschap], reologie (stromingsleer: panta rhei, alles stroomt), runologie (runen), scatologie (uitwerpselen), seks(u)ologie, semasiologie (woordbetekenis), sindonologie (lijkwade van Turijn), sinologie (cultuur China), sit(i)ologie (voedingsleer), soteriologie (christologie), splanchnologie (ingewanden), strip(t)ologie (stripkunde, nee niet die van de striptease!) en ook symmorfologie (vormleer van plantengemeenschappen).

10. En ook nog: synchorologie (verspreiding planten), synchronologie (ontstaan planten), syndesmologie (ligamenten = band van bindweefsel om een gewricht), thaumatologie (wonderen), thracologie (Thracische oudheid), tocologie (baringsproces), trichologie (haarziekten), ufologie (ufo's), venerologie (geslachtsziekten), vexillologie (vlaggenkunde), virologie (virusziekten), vulkanologie (vulkanen), xylologie (houtsoorten), zombiologie (biologie van de 'zom', nee, zombies!), zoölogie (dierkunde), zymologie (werking van enzymen), zythologie (bier(brouwen)), uranologie (sterrenkunde), turkologie (cultuur Turkije) en ten slotte tetralogie (zoek maar op). De tetralogie van Fallot is een aangeboren hartafwijking zoals bij 'blauwe baby's' bestaat.

11. Bestaat die nog: een antiqua homo virtute ac fide: een man van ouderwetse deugd en trouw? Een antimycoticum is een antischimmelmiddel. Het clothogen is het antiverouderingsgen. Dat is een protestants begrip: anni gratiae [enk.: annus gratiae, collega's van overleden predikant werken een jaar voor diens vrouw en kinderen].